Filosofie van de duurloop ~ Mark Rowlands

► door: A.IJ. van den Berg

Belangrijkste opmerking uit dit boek staat in het begin, als de auteur constateert dat de filosofie zich nauwelijks bezig heeft gehouden met de dood. Komt daar meteen als pijnlijke vaststelling bij dat wijsgeren zich de laatste eeuwen al evenmin geroepen voelden om iets te zeggen over ‘de zin van het leven’. [1]

Werd de Filosofie van de duurloop daarmee het boek dat wel even deze structurele leemten zal opvullen?

Ik las helaas toch allereerst doelgroepproza — waarbij gold dat ik tot mijn spijt niet meer tot de doelgroep behoor. De dagen dat het hardlopen mogelijk was, zijn al enige decennia voorbij voor mij, door een blijvende disbalans in de scharnierende delen. Ik ben daarom uiteindelijk gaan fietsen. Een inspanning die aanzienlijk beter is te verdragen voor een lijf.

Hardlopen, en rondjefietsen ook — al doe ik vaak genoeg alvast boodschappen onderweg — zijn tamelijk zelfzuchtige genoegens. De wereld wordt daar niet beter van. Er verandert niets door. Enkel de beoefenaar koestert zich even in de inspanning; zoals menig gebruiker van andere drugs onbereikbaar wordt in de roes.

En goed, wellicht dat deze daarna niet zo vervelend meer is voor zijn of haar omgeving.

Skelet van de Filosofie van de duurloop vormt Rowlands’ deelname aan een marathon, op een moment dat hij daarvoor eigenlijk te geblesseerd is. Trainen lukte nauwelijks in de weken vooraf. En in de wedstrijd zou hij elk moment, als die kuitspier weer opspeelt, uit kunnen vallen.

Toch sjokt hij ook na het punt van de halve marathon nog door, waar een finish was, waarmee hij net zo goed een medaille had kunnen krijgen.

En door dit gegeven kom ik tot het oordeel: doelgroepproza. Want enkel medelopers zullen begrip kunnen opbrengen voor de wens van een man die ene marathon toch uit te lopen, in een heel matige tijd, met het risico een toch al vervelende kwetsuur te verergeren. Waar het een normaal mens wel lukt zo’n inspanning te relativeren. Elke week wordt er wel ergens een marathon georganiseerd; als het erom gaat per se die afstand te lopen. Wat maakte dit ene evenement dan zo belangrijk, dat daar alles voor wijken moest? Terwijl de schrijver geen enkele kans maakte om te winnen? Behalve van zichzelf?

Rowlands ziet leven en dood niet als twee afzonderlijke entiteiten, maar eerder als twee punten in een proces van geleidelijke verdwijning. Hij moest constateren na enkele veelbelovende decennia een steeds slechtere uitvoering te worden van zichzelf. En dan lukt het hem niet zo goed om dat proces te relativeren. Terwijl hij Brits genoeg is gebleven om niet alles ook belachelijk te willen kunnen maken.

Zijn Filosofie van de duurloop is daarmee enerzijds een soort requiem. Een zoetzure klaagzang over zijn aftakelende lichaam, en nog meer een serie memoires aan de grote honden waar hij zo van hield, en die altijd met hem meerenden; de tien jaar dat ze leven mochten. De oorspronkelijke Engelse titel verwijst ook juist daar naar: Running With the Pack.

En wie liet daarbij wie nu uit?

Anderzijds geeft de auteur les in de wijsbegeerte, dus weegt dat vakgebied zeker mee in het boek. Alleen is dat dan eerder de filosofie van het slim gekozen losse citaat — dat automatisch gewicht krijgt, omdat het van een denker is wiens naam de eeuwen heeft doorstaan — dan dat hij daarmee nu een samenhangend eigen gedachtestelsel weet op te tuigen.

Daarmee lijkt dit boek intelligenter en vooral erudieter dan het is. Omdat het toch allereerst voortkomt uit die particuliere emotie, over dat ouder worden en dat almaar kwetsbaar wordende lijf. Daar moest toen nog tekst bij om wat van die persoonlijke gevoelens los te komen, en tot uitspraken te komen met een universeler lijkende zeggingskracht.

Mark Rowlands, Filosofie van de duurloop
Gedachten over het ouder worden en de zin van het leven

240 pagina’s
De Arbeiderspers, 2016
vertaling door Erik de Vries van Running With the Pack
  1. Jaap van Heerden was daar anders toch heel duidelijk over. []

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden