Honderd uur nacht ~ Anna Woltz

► door: A.IJ. van den Berg

Het blijft vreemd om een schrijver wel van columns te kennen, of andere zijdelingse activiteiten, en niet van haar hoofdwerk. De romans. Helemaal als dat er inmiddels een behoorlijke verzameling zijn geworden.

Anna Woltz [1981] ging vooral kinder- en jeugdboeken schrijven na haar vroege debuut — in 1998, met een columnbundel over het schoolleven. En dat zijn nu net niet de romans waar ik automatisch uit kies om wat te gaan lezen.

Was er alleen ook het autobiografische gegeven dat Anna Woltz in New York was, toen orkaan Sandy daar landde, in het najaar van 2012. En de vraag intrigeerde me hoe zij dat gegeven, van een wereldstad die ineens niet meer werkt na de storm, omdat de stroom bijna overal is uitgevallen, had weten te verwerken in een verhaal.

Rampenverhalen kunnen alleen al interessant zijn omdat mensen zich anders gaan gedragen als er plots geïmproviseerd moet worden; vanwege het ineens heel andere normaal.

Toegegeven, de rampen die het weer mij ooit aandeed, waren aanzienlijk beperkter in hun schaal. De Nederlandse Spoorwegen liet me daardoor weleens stranden op een eind van huis, met honderden anderen tegelijk. En wat me daaraan vooral bijbleef, is dat iedereen toen ineens met elkaar ging praten; daar waar het openbaar vervoer menigeen normaal toch gauw eens zwijgen laat, opdat de medereizigers toch vooral een gezelschap van anonieme vreemden blijven.

Maar bij zo’n groot gezamenlijk probleem hoort iedereen plots automatisch ineens tot de groep: wij de getroffenen; omdat er dan éen gemeenschappelijke ervaring wordt gedeeld.

Woltz vertelde haar rampverhaal via Emilia de Wit: een veertienjarig meisje dat Nederland ontvlucht nadat haar vader daar iets zo ontiegelijk doms heeft gedaans, wat zo breed wordt uitgemeten op de sociale media, dat de enige uitweg die ze ziet is om dan het land maar te verlaten; met hulp van haar vader’s creditcard.

Emilia ontvluchtte alleen de ene shitstorm om pardoes in een andere orkaan te belanden. En in New York blijkt dat het appartement dat ze ongezien via Craigslist gehuurd heeft helemaal niet bestaat. Bovendien nadert het noodweer al.

Door de omstandigheden gedwongen trekt ze uiteindelijk, voor de duur van de black-out, in bij broer en zus Seth en Abby. Na eerst overigens nog een nacht te hebben doorgebracht in het gezelschap van de mooie Jim; die toen ernstige koorts had van een wond aan zijn hand.

Prettig aan het lezen van jeugdboeken blijft dat de lezer zich onbekommerd mag identificeren met de hoofdpersoon. Ik had er tenminste geen enkele moeite mee om me voor even in de onzekere 14-jarige Emilia te verplaatsen — daar waar ik me gezien mijn leeftijd misschien aan de kant van haar vader had horen te scharen.

Loopt het verhaal bovendien ook nog min of meer goed af; omdat de turbulentie in het hoofd van Emilia eindelijk beheersbaar wordt.

Wat dit boek daarmee een roman maakt met een prettige catharsis. Er was ellende. En in ruil wordt de hoofdpersoon iets ouder en wijzer.

Wat vreemd dat ‘serieuze’ auteurs daar amper nog aan denken als vertelelement.

Bovendien zit Honderd uur nacht vaktechnisch strak in elkaar. Ik kon tenminste makkelijk bewonderen hoe de auteur het intelligent naliet om exacte beschrijvingen te geven van orkaan Sandy, of die ellende op de sociale media, omdat daartoe wel volstond te tonen welk een abnormaal gedrag deze veroorzaakten.

En als een verhaal zo goed gebracht wordt, vallen de lezer ook pas veel later logisch lijkende bedenkingen in. Als hoe vreemd de keuze is om een veertienjarige nu net vanuit Nederland naar New York te laten vluchten — waar ze helemaal niets heeft en niemand kent.

Anna Woltz, Honderd uur nacht
200 pagina’s
Querido kinderboek, 2014

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

een reactie

Jamie  op 1 maart 2017 @ 10:00:13

Nu is een ticket naar New York tegenwoordig wel erg betaalbaar. In mijn tijd (1966) reisde ik (18) al liftend naar Parijs met slechts vijfendertig gulden op zak. Daar heb ik het een week mee volgehouden. Had toen nog nooit van een credit-card gehoord :-)
In 1968 kwam ik dan uiteindelijk in New York, had toen nog een bootlijnverbinding (ss Rotterdam). Net als Parijs, Amsterdam, Londen, had New York wel wat; aantrekkingskracht.