Veilig leren lezen ~ Esther Gerritsen

► door: A.IJ. van den Berg

Serieel schrijven hoeft niet vreselijk zwaar te zijn. Zie boeklog. Het bijhouden van deze website vergt weliswaar discipline; maar gelukkig is die van het soort dat niet als geforceerd aanvoelt. 3255 keer trok ik daarom inmiddels een minuut of twintig uit per keer hoogstens om iets te noteren over een boek; om dat later online te kunnen zetten. Want er was weer eens iets gelezen.

Is er wel de voorwaarde dat ik daarbij niet steken blijf in al te particulier geneuzel. U leest mee. En wil ik over enkele jaren iets hebben aan wat mijn mening ook alweer was, dan lijkt het me beter als zo’n opinie ook geschraagd wordt door een argument of twee.

Aan de bundel Veilig leren lezen van Esther Gerritsen viel me mede daarom meteen op hoe verschrikkelijk moeilijk het is wat zij doet. Elke week schrijft ze een column voor de VPRO Gids, en iedere keer gaat het daarbij over haarzelf. Toch stoort het geen moment dat deze bundel schijnbaar uit solipsismen bestaat. Ondanks dat ‘ik’ het meest voorkomende woord zal zijn in het boek, lijkt Gerritsen met haar overpeinzingen tegelijk naar beschrijvingen te speuren over universeel menselijk gedrag.

Goed, anders dan zij zal ik mijzelf er zelden op betrappen altijd zo veel te praten in gezelschap.

En vaak, te vaak waarschijnlijk, heb ik me in het verleden geërgerd aan columnisten die zich voor hun stukkie net even wat wereldvreemder en onhandiger voordoen dan ze zijn. Die even de schlemiel gaan uithangen voor het leuk. Want juist deze grap is te vaak gemaakt; die invalshoek werd een cliché. En ondanks dat Esther Gerritsen nogal eens precies deze verfoeilijke werkwijze toepast, stoorde die bij het lezen van haar columns geen enkele keer. Wat daarmee de vraag oproept waarom dat dan zo zou zijn.

Ik kom daar dan niet uit. Behalve door bijvoorbeeld te stellen dat in de handen van de echt getalenteerden het niet uitmaakt hoe ze hun effecten bereiken. Ook niet als daarvoor methoden zijn ingezet waarvan de mechaniekjes bij minder goede schrijvers wel direct gaan knarsen.

Evenmin snap ik waarom deze korte columns zo goed bevielen, en het langere werk van Esther Gerritsen me zo veel minder doet.

scheiding

Na een half uur hardlopen bereikte ik de laatste kruising die ik moest oversteken om bij mijn eigen straat uit te komen. Dit was het moment om een eindsprint in te zetten maar ik stopte en zuchtte. Ik kon niet meer.

Ik kon best maar ik hou niet van de eindsprint. Vlak voor de finish stoppen, dat snap ik. Als ik moe ben op oudejaarsdag en twijfel of ik tot middernacht wil opblijven ben ik vooral moe om kwart voor twaalf ­ ’s avonds.

Ook schoonmaken doe ik niet tot het einde. Ik kan de hele vaat wegwerken, stofzuigen en dweilen en dan stoppen zonder nog even het aanrecht af te nemen, zodat het er net niet schoon uitziet. Het ergste is achter de rug, ik mag vast gaan zitten en dat doe ik.

Ik heb een jaar lang als een dolle aan mijn boek gewerkt. Toen ik wist dat het goed kwam, er moesten nog maar een paar veranderingen worden doorgevoerd, zei ik: ‘Ik kan niet meer.’

Als ik zeg: ‘Ik kan niet meer,’ is dat doorgaans niet waar. Ik zeg het pas als ik weet dat ik het toch wel ga halen. Dan mag ik zwak zijn.

Ik vermoed dat geliefden daarom ook huilen als ze elkaar na lange tijd weer zien. Ze huilen niet tijdens het missen, ze proberen het missen te vergeten maar zodra het missen voorbij is, ze de ander eindelijk in hun armen houden, dan huilen ze. Ze hebben de finish gehaald, ze hoeven niet meer sterk te zijn.

Dat met dat huilen, dat snap ik wel, je houdt het niet tegen. Maar dat gezucht van mij vlak voor ik klaar ben, daar lijkt moedwil aan te pas te komen, het verlangen om zwak te zijn. Het is een dwaas sentiment. Echt zwak zijn, daar is geen lol aan. Net zoals ‘lekker ziek zijn en een beetje lezen,’ ook niet bestaat. Als je ziek bent voel je je ellendig en wou je dat je beter was. […]

uit: Finisht, april 2014

Esther Gerritsen, Veilig leren lezen
256 pagina’s
De Geus, 2016

[x]