Vergeetclub ~ Tosca Niterink

► door: A.IJ. van den Berg

Gauw eens antwoord ik: Het refrein is Hein van Bert Keizer, als me serieus gevraagd wordt naar mijn favoriete Nederlandse roman. Je moet toch wat. En het is doorgaans beter om een simpel antwoord te geven, dan om te gaan betogen dat een echte lezer niet slechts éen titel als favoriet kán hebben [1].

Het wordt trouwens tijd om dit boek weer eens te gaan lezen.

Favoriet werd Keizer’s debuut indertijd overigens ondanks het onderwerp. Want, dat zei me bij eerste kennismaking, decennia terug, niet het meest. Kindse oudjes in een verpleeghuis? Mij ging het om de arts die daar rondliep, en eigenlijk bijna niets kon doen, en hoe hij zich, met humor, probeerde staande te houden daar.

Alleen, de tijd houdt geen pauze. En de laatste jaren is mantelzorg voor mij geen groezelig eufemisme meer dat enkel anderen gebruiken — zoals gristelijke politici met een sterke drang tot bezuinigen — omdat ook mijn ouders ondertussen op leeftijd kwamen, en ziektes kregen, en hulp behoefden.

Misschien las ik Tosca Niterink’s boek De vergeetclub dus wel om te leren dat het allemaal nog heel wat erger kan dan ik het tot nu toe mee heb gemaakt. Ter relativering.

De vergeetclub is een verzameling omgewerkte columns die eigenlijk allemaal hetzelfde stramien hebben. Tosca Niterink gaat daarin, vaak met haar vriendin, op bezoek bij haar moeder die in een tehuis woont, omdat zij niet meer voor zichzelf kan zorgen. Ze dementeert. Dus is het elke keer afwachten hoe helder haar moeder ditmaal zal zijn.

Die moeder woont aanvankelijk met zeven andere oude vrouwen op een afdeling. En vrijwel alle verhalen gaan om de dagelijkse verwikkelingen in deze groep — die door Tosca’s Niterink’s moeder gauw eens gezien wordt als de collegaatjes van kantoor.

Dus is er in dit boek absoluut luchtigheid geput uit de blijvende verwarring van de oudjes.

Running gag is bijvoorbeeld dat er altijd wel éen voor de maaltijd wil betalen. Waarop standaard als antwoord komt dat er al voor hen afgerekend is.

Tegelijk moet die humor, omdat de werkelijkheid anders zo schrijnt. Want er is ook een eerste keer dat Tosca Niterink niet meer door haar moeder herkend wordt. En er zijn de eeuwige schuldgevoelens van het kind, dat zich schaamt een tijd niet op bezoek te zijn gekomen; zelfs al heeft haar moeder daar geen weet van.

Net als dat deze vrouw geleidelijk aan een heel andere mens wordt, die allemaal dingen doet, of zich aan laat leunen, die ze vroeger nooit getolereerd zou hebben.

De vergeetclub toont dat het verhaal over een vrouw die uiteindelijk enkel in uiterlijk nog op zichzelf lijkt geen larmoyante geschiedenis hoeft op te leveren — zoals anders zo vaak gebeurt. Ware humor is ook de lach desondanks. Want de lezer weet al dat er weinig schrijnenders bestaat dan de aftakeling van een mens tot de schil van zichzelf. Dáar hoeft de schrijver geen extra nadruk op te leggen.

Tosca Niterink, De vergeetclub
144 pagina’s
Podium, 2014
  1. vragers die ik minder serieus neem krijgen overigens een ander antwoord []

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden