Kapuściński: Non-fictie ~ Artur Domoslawski

► door: A.IJ. van den Berg

Aandacht voor een boek kan me voor jaren weghouden bij zo’n boek. Zelfs als er nieuwsgierigheid naar de inhoud blijft bestaan.

En er is nogal wat aandacht geweest voor de biografie van de Poolse schrijver Ryszard Kapuściński [1932 — 2007] door Artur Domosławski [1967]. Meteen al na de eerste publicatie in 2010, omdat de biograaf het gewaagd had de non-fictie boeken van zijn held te wegen op hun waarheidsgehalte. Waar het nogal eens bleek aan te hebben geschort.

Kwam daar in 2012 nog eens een rondje stevige publiciteit achter weg, omdat toen de vertaling van Domosławski’s portret in het Engels verscheen.

Wat de biografie aan onthullingen biedt, leek me daarmee al te zijn verteld.

Alleen vind ik een schrijversbiografie al gauw suspect — te vaak blijkt de biograaf namelijk een te onkritische bewonderaar te zijn geweest van de geportretteerde. Niet zelden overdrijft deze daarmee het belang van zo’n auteur; waarom zo’n levensportret er moest komen, is dan namelijk geen vraag.

Bij Ryszard Kapuściński speelde alleen zo veel meer mee dan enkel dat werk. Zo was er het raadsel dat hij al voor het einde van de Koude Oorlog in het Westen een grote reputatie genoot als reportageschrijver. Als Pool. En daarmee lag er het opvallende gegeven toch ook dat hij als schrijver had kunnen floreren onder het Communistische regime — waarvan mij altijd was voorgehouden dat het zo repressief was tegenover auteurs.

Kapuściński: Non-fictie van Artur Domosławski was wel een boek waarvoor ik extra moeite heb moeten doen. Wat simpelweg komt omdat de auteur het schreef voor een Pools publiek.

De service om bijvoorbeeld de politieke ontwikkelingen in Polen sinds de Tweede Wereldoorlog even apart in een chronologisch kadertje te plaatsen, biedt deze Nederlandse versie niet. Dus heb ik zelf nog een tijdschema moeten opstellen van wanneer het regime relatief mild was, en wanneer juist weer een autocratie.

Net als dat ik vaak even moest spieken welke organisatie of partij ook weer bedoeld werd met een afkorting die achteloos in de tekst was gebruikt.

Domosławski is prettig compleet, doordat hij het hele werkzame leven behandelt van zijn onderwerp — al zeg ik prettig, omdat mij bijvoorbeeld niet zo interesseert dat Kapuściński in een boek als Reizen met Herodotos de eigen biografie nogal rooskleurig bijgewerkt heeft. Zo liet Ryszard Kapuściński daarin bijvoorbeeld nadrukkelijk weg dat hij toch ook al jarenlang braaf en onleesbaar werk had gepubliceerd dat Stalin verheerlijkte toen het politieke klimaat in Polen nog stevig Stalinistisch was.

Enige fabuleerlust was Kapuściński kortom niet vreemd — in zijn boeken niet, noch wat hij zijn leven lang over zichzelf zou vertellen.

En vreemd genoeg is deze biografie ook goed omdat het raadsel intact blijft; ondanks alle verwoede pogingen van Domoslawski om Kapuściński te duiden.

Misschien heeft Kapuściński’s kwaliteit van schrijven gewoon altijd wel het meest voor de man gesproken — wat een fijn romantisch idee zou dat niet zijn.

Want enerzijds toont deze biografie bijvoorbeeld het portret van een Schmoozer; een man met mooie verhalen, die daardoor menig vrouw wist in te palmen. En dat hij kon functioneren binnen een Communistisch bewind was ook omdat hij overal vrienden op de juiste plaatsen had zitten. Tegelijk komt telkens terug dat hij geen spreker was. Zijn reputatie als schrijver maakte de verwachtingen over zijn lezingen nogal groot, en die vielen dan altijd door de gebrekkige voordracht sterk tegen.

Twee vragen zijn er wel beantwoord door deze biografie. Zoals waarom dit boek in 2010 zo veel opschudding veroorzaakte. Domosławski laat namelijk zien dat Kapuściński op dat moment in eigen land nog bijkans heilig was. Er lag dat grote buitenlandse succes; wat iemand al gauw boven de normale kinnesinne verheft. En Kapuściński had in Polen altijd tamelijk slinks aan reputatiemanagement gedaan, onder meer door vriendjes met de belangrijkste critici te worden — die zulks zich graag hadden laten aanleunen van zo’n groot schrijver.

En die internationale doorbraak verliep, zoals bij wel meer wat obscure goede schrijvers, via de VS. Vijfduizend exemplaren slechts hoefden er daar verkocht te worden van een spontaan gemaakte vertaling naar het Engels van De keizer om zijn reputatie als groot schrijver in de hele wereld te vestigen. Hielpen enthousiaste recensies van mensen als John Updike daar niet weinig aan mee.

Artur Domosławski, Kapuściński: Non-fictie
524 pagina’s
De Geus, 2013
vertaald uit het Pools door Greet Pauwelijn

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

een reactie

Erik Scheffers  op 8 september 2017 @ 01:32:36

Hoi Arjen, een mooi stukje. Ik heb deze biografie een paar jaar terug in het Nederlands gelezen, maar ik vond hem tamelijk langdradig, vooral in de stukken over de interne Poolse partijpolitiek. Het boek “Ebbenhout” van Kapuscinski heb ik recent herlezen en dat vind ik zijn beste boek met tal van prachtige observaties. Kapuscinski is voor mij een heel groot schrijver. Groetjes, Erik