Keeping an Eye open ~ Julian Barnes

► door: A.IJ. van den Berg

Teksten over een andere vorm van kunst dan literatuur hebben altijd éen probleem. Die andere vorm van kunst is er al. Dus biedt zo’n setje woorden daar hoogstens een reactie op. Moet er heel wat gebeuren ook wil zo’n tekst op zichzelf nog iets voorstellen.

En als het daarbij dan om beeldende kunst gaat, treedt bovendien de moeilijkheid op dat onze hersenen zo bovenmatig veel capaciteit bezitten om te zien. Het verwerken van een schilderij, of een tekening, of een werk in drie dimensies hoeft daardoor slechts enkele seconden te duren. Wat kan iemand daar dan nog aan woorden naast gaan zetten die enige waarde hebben? Voor wie het kunstwerk ook kan bekijken? Desnoods in een afbeelding platgeslagen?

Recensenten van hedendaagse beeldende kunst ondervingen zulke moeilijkheden nogal eens door daarop een eigen nogal potsierlijk jargon in te zetten. In het idee wellicht dat als een tekst onbegrijpelijk is dit dan ook de beschreven kunst intrigerender maakt.

Ik ben daarom al enige decennia terug opgehouden met het lezen van besprekingen van beeldende kunst. [1] Een paar jaren slechts voordat mijn museum- en galerievisites sterk in aantal zouden afnemen. Want er is van alles domweg heel veel — met oninteressante hedendaagse kunst zijn alle grachten te dempen — alleen van kwaliteit is er altijd veels te weinig.

Een paar echte schrijvers, met heuse romans op hun naam, lezen over beeldende kunst, durfde ik dan nog net wel aan. Zij het, niet apart. Niet met even zo’n boek los tussen de mengelmoes aan onderwerpen waarover ik ook al boeken lees. Omdat mijn principiële bezwaren tegen het genre dan waarschijnlijk mijn waardering te zeer zouden overheersen. Twee boeken over hetzelfde onderwerp maken bovendien een onderlinge vergelijking mogelijk. Zowel de kwaliteiten als de gebreken zullen daardoor sneller opvallen.

Dus las ik vrijwel parallel in de essaybundels Keeping an Eye open van Julian Barnes, en De stilte van het licht van Joost Zwagerman, beide uit 2015. Twee boeken met reeksjes verzamelde teksten over beeldende kunst zijn dat. Waarin zulke schilderijen — want meestal ging het hen om schilderijen — weliswaar nog net staan afgedrukt, alleen dan wel op eigenlijk opvallend kleine foto’s.

Het woord moest in de lay-out overheersen, zo veel was zelfs zonder te lezen al duidelijk.

En toen bleek Keeping an Eye open van Barnes het interessantste boek te zijn van de twee. Al komt dat dan misschien wel vooral door slechts éen tekst: ‘Hodgkin: Words for H.H.’. Want hierin gaat Julian Barnes rechtstreeks in op de problemen om over kunst te schrijven. Moest hij daarbij bovendien een portret schetsen van de schilder Howard Hodgkin, waarmee hij al decennia bevriend is, en die hem geleerd heeft om naar beeldende kunst te kijken, zonder die vriendschap geweld aan te doen of de diepgewortelde wens tot privacy bij de man te negeren.

Henry James said: ‘Painters have a great distrust of those who write about pictures.’ Flaubert said: ‘Explaining one artistic for by means of another is a monstrosity. You won’t find a single good painting in all the museums of the world which needs a commentary. The more text there is in the gallery guide, the worse the picture.’ Degas believed that ‘words are not necessary: you say humph, hé, ha, and everything has been said.’ Matisse said: ‘Artists should have their tongues cut out.’

Barnes heeft het dan ook over de jaloezie die er kan spelen tussen de beoefenaren van de verschillende kunsten. Waarbij een beeldend kunstenaar, van wie het werk in een paar tellen gewikt en gewogen kan worden, de schrijver diep benijden kan om die factor tijd. Een tekst lezen en vervolgens decoderen kost domweg even, en vraagt al die tijd om volstrekte aandacht nog daarbij.

Verder zaten er soms toch wel grote inhoudelijke kwaliteitsverschillen tussen de essays in Keeping an Eye open. De opgenomen stukken dateerden ook uit een kleine dertig jaar aan schrijven.

Maar dat Barnes over geen enkele schilder schreef die mij voorafgaand aan het boek al interesseerde, noch naderhand, maakte dan weer in het geheel niet uit — soms liet hij me door zijn woorden wel degelijk even beter kijken naar de Franse of Britse kunstenaar die zijn belangstelling had gehad.

[ is vervolgd ]

Julian Barnes, Keeping an Eye open
Essays on Art

288 pagina’s
Jonathan Cape, 2015
  1. De situatie kan daarom veranderd zijn. Als publieksmedia tenminste nog aan hedendaagse kunst doen op het moment. []

[x]