Pauperparadijs ~ Suzanna Jansen

► door: A.IJ. van den Berg

Sommige boeken moesten altijd nog eens. Al zijn dat er gelukkig ondertussen niet zo veel meer.

Voor Het pauperparadijs van Suzanna Jansen gold alleen wel dat ik telkens door de omgeving fiets die in het boek zo uitgebreid voorkomt. En dat me daardoor is opgevallen hoe daarin de afgelopen jaren wat veranderde. Het verleden, hoe pijnlijk of armoedig ook, werd namelijk ontdekt als bron van inkomsten; er wordt nu van alles gedaan om toeristen naar deze regio te trekken. Dus verschenen er ineens op tal van plekken wegwijzers naar locaties met een informatieve waarde.

Verhalen uit het boek Het pauperparadijs, dat een onverwacht grote bestseller werd, zijn zelfs bewerkt tot theaterstuk, waarvan ik ter plaatse dan ook weer affiches zag opduiken.

En ik weet niet goed wat me tegenhield om deze uitgave te gaan lezen. Want het is een goed boek. Juist de persoonlijke invalshoek, doordat Suzanna Jansen onderzocht wat haar voorouders indertijd hebben doorgemaakt, leverde een leesbare geschiedenis op over zoiets abstracts als de armenzorg ooit; of de houding van autoriteiten tegenover eenieder die hun zorg nodig heeft; en wat daarin veranderde in de loop der tijd.

Er zal zoiets onbestemds hebben meegespeeld als jongensangst. Veenhuizen is pas sinds 1981 publiek toegankelijk. Toevallig het jaar ook dat ik mijn eerste toerfiets kocht en einden door de omgeving rond ging rijden. Waarbij dat Veenhuizen, wat aan de rand lag van de zo door mij verkende wereld, me domweg vrees inboezemde; om de gevangenissen daar. Zelfs al reed ik er dan enkel voorbij, over de Hoofdweg, langs die zo vervelend lange Kolonievaart.

Jaren voor ik bij Armando het begrip ‘schuldig landschap’ leerde kennen, was me al bekend dat sommige plaatsen een ongemeen sterke lading kunnen hebben.

Wist ik indertijd al dat Veenhuizen voor het een gevangenisdorp werd, in het midden van niets gebouwd was als bedelaarsgesticht? En dat er nogal wat mensen stierven daar — al lag het sterftecijfer in de grote steden nog hoger indertijd?

Punt zal zijn dat mijn kennis over het verleden, en dan in het bijzonder de armoede in de negentiende eeuw, meer een verzameling aan losse feitjes is die in de loop van mijn leven verzameld werden dan iets anders.

Lokaal loop je nogal eens de kans om de naam van de filantroop Peter Wilhelm Janssen tegen te komen — dus dan ga je toch eens iets lezen wie dat dan precies was. Jongkindt Coninck dan? Een directeur van de Maatschappij van Weldadigheid. En wat deed die dan weer? O, die Maatschappij zat achter al die kolonies voor armen, tussen Noordwolde en Steenwijk eerst, en later dus nog weer Veenhuizen.

Maar een meer gedegen, en overkoepelend verhaal over al die historische gegevens las ik eerder nog niet. Misschien om het simpele feit dat de doffe armoede uit het verleden in het heden niet echt meer te begrijpen is in het nu. Wellicht om het pure genot in mijn fietsen niet verder te besmetten met kennis over nog meer ‘schuldige landschappen’.

En dus ben ik blij dat Suzanna Jansen geïntrigeerd raakte ooit door de duidelijke schaamte van éen van haar grootmoeders over de armoede vroeger, voor de oorlog; en het bijbehorende onvermogen over die schande te willen praten. Ook al omdat naspeuringen naar de familiestamboom haar uiteindelijk naar de oprichting van Veenhuizen leiden — een invalide geworden oud-soldaat onder haar voorvaderen kwam daar in de bewaking te werken, meteen al in het begin.

Want door het grote verhaal te vertellen via familiegeschiedenissen werd er een prettig menselijke maat gehouden in het boek.

Is helemaal te prijzen dat Jansen ook haar eigen schaamte opzij zette en de familiekroniek voortzette tot na de Tweede Wereldoorlog, om zo het verhaal van haar grootvader te kunnen vertellen, en de drankzucht die tweederde van zijn leven had getekend, plus dat van zijn gezin. Want via hem kon ze toch die ene belangrijke vraag zonder eenduidig antwoord nog even benaderen: wat toch maakte dat zo iemand telkens weer in de alcohol vluchtte, met alle zelfdestructie daarop van dien.

De economische crisis alleen hier in de tijd na Napoleon verklaart me namelijk te weinig over het waarom van al die duizenden armen waar niemand toendertijd iets mee kon. Speelt bovendien dat nogal wat verklaringen uit de negentiende eeuw voor dit verschijnsel nu nog altijd gebruikt worden. Sommige politici weten nog altijd zeker dat armoede altijd iemands eigen schuld zal zijn.

Eén van de metaverhalen in Het pauperparadijs is uiteindelijk wat er veranderde met de komst van de verzorgingsstaat. Waarmee het boek tegelijk hint naar wat het betekenen kan als de overheid diezelfde maat aan verzorging weer afbreekt.

Suzanna Jansen, Het pauperparadijs
Een familiegeschiedenis

272 pagina’s
Balans, 2009

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden