Olaf Gulbransson ~ Dagny Björnson Gulbransson

► door: A.IJ. van den Berg

Mij ging het om de 200 tekeningen in deze biografie, die de derde echtgenote van Olaf Gulbransson [1873 — 1958] schreef over haar man. En om de vraag of zij nog iets inhoudelijks te zeggen had gehad over zijn manier van werken.

Want, van Gulbransson was me al duidelijk dat de man weliswaar prachtige karikaturen maakte — waarvan ik vooral de lijnvoering zeer kan bewonderen — maar dat hij verder niet meteen het scherpste potlood was uit de doos. Zelfs al heeft hij dan blijvend naam gemaakt door zijn werk voor het alles bespottende tijdschrift Simplicissimus [door de medewerkers meestal Simpl genoemd].

Alleen zijn veel van die tekeningen dus illustraties van andermans ideeën.

Gulbransson was een Noor, die in 1902 om zijn talent voor de karikatuur werd gevraagd om voor Simplicissimus te komen werken — een blad dat het eigendom was van de medewerkers. Daarop verhuisde hij naar Duitsland, om daar uiteindelijk in Beieren te blijven hangen voor de rest van zijn leven. Het museum dat aan zijn werk is gewijd, bevindt zich in Tegernsee, vlakbij de grens met Oostenrijk.

Tegen Gulbransson spreekt dat hij ook na 1933 voor Simplicissimus bleef tekenen, zelfs nadat het blad onder het Nazi-bewind een gelijkgeschakelde redactie kreeg, en de inhoud aanpaste. Daarbij is hem later zelfs verweten dat hij de SA het blad had binnengehaald.

Een biografie als deze zou daarom geheel afgerekend kunnen worden op wat zijn vrouw over deze periode schreef. Dagny Bjørnson Gulbransson [1901 — 1988] ontkent alle aantijgingen dan. Verder doet ze nogal haar best om te laten zien dat Simplicissimus ook weleens niet mocht verschijnen omdat een tekening van Olaf door de domheid en willekeur van de SS als ‘niet Nordisch’ werd gezien. Uit het verhaal is alleen weggelaten dat Olaf Gulbransson zich later menige prijs en ander eerbetoon van Nazi-figuren liet welgevallen.

En dan schrijft ze wel dat haar man Churchill altijd met zoveel genoegen had getekend, want hij had niets tegen hem.

Alleen denk ik daarbij: die man was in 1933 al 60 jaar oud. En weliswaar had hij nog een baantje aan de kunstacademie in München er naast. Hoeveel dapperheid mag dan verwacht worden van iemand die het liefst tekent? Als bijna niemand dapper is? Accommodatie ligt voor de hand. Zelfs als zijn werk daarmee Nazi-propaganda wordt — wat natuurlijk het grootste probleem is van deze keuze; die ook een soort niet-keuze was.

Maar Gulbransson had in de Eerste Wereldoorlog al evenmin geweigerd, toen hij van het koninkrijk Beieren militaire dienst moest nemen, en er daarbij van hem geëist dat hij propagandamateriaal tegen de Britten zou tekenen.

De biografie van Dagny Bjørnson Gulbransson is een beetje een kabbelend boek, over de persoonlijke contacten van haar echtgenoot vooral, waaruit de grote geschiedenis die speelde tijdens die ruim tachtig levensjaren grotendeels werd weggehouden. Dat Olaf Gulbransson een vaardige tekenaar van portretten was, stond al voor haar geboorte vast. Toch vond ze het nog nodig te memoreren wie er zich zoal complimenteus had uitgelaten over zijn werk.

Nu was dit ook wel zo ongeveer mijn verwachting geweest. En een echtgenote mag een niet al te kritisch boek schrijven. Had deze biografie meer geboden, om de tekeningen heen, dan ware dat een bonus geweest.

Dagny Björnson Gulbransson, Das Olaf Gulbransson Buch
464 pagina’s
Langen Müller 2008, oorspronkelijk 1999
andere voorbeelden van Gulbransson’s tekenstijl (niet uit het boek)



[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden