Dier is mens geworden | Het dier is ding geworden ~ Marijke Verduyn

► door: A.IJ. van den Berg

Een dubbeluitgave. Marijke Verduyn stopte twee boeken over hoe we tegenwoordig met dieren omgaan nu in éen band. Waarbij elk deel zijn eigen voorkant kreeg. Boek even omdraaien om ook over die andere ontwikkeling te kunnen lezen.

Zo kon ze de geschiedenis over hoe wij als samenleving sommige huisdieren zijn gaan vermenselijken in éen verhaal houden. En zo gaf ze een eigen ademruimte aan het verhaal daar parallel aan, over hoe we als maatschappij andere dieren allereerst als productie-eenheden zijn gaan zien, en wat dit voor gevolgen had.

Wat uiteindelijk maakte dat ik beide boekdelen uitlas, ondanks dat de inhoud redelijk te voorspellen was, kwam door de vele details; omdat zelfs de kennis over de grote lijnen domweg niet voorbereidt op de bizarheid van de details.

Was er impliciet ook het verhaal nog over de dierenartsenij. Waarvan ik me door dit boek ben gaan afvragen of de ontwikkeling in de ene sector de laatste decennia die in de andere niet versterkt heeft.

Toen het houden van vee, en varkens, en pluimdieren eenmaal een industrie was geworden, veranderde ook het beroep van dierenarts. Ineens waren dat procesbegeleiders geworden, hoogstens nog net nuttig om grote hoeveelheden antibiotica uit te kunnen delen; wat boeren ook al zo fijn helpt om hun beesten sneller te laten groeien.

Het lot van een individueel dier is in zo’n industrieel proces al snel van geen betekenis. Daar zal weinig aan te beleven zijn voor iemand die ooit arts werd uit liefde voor dieren.

Geen wonder daarom dat velen met dat beroep zijn gestopt — of anders switchten naar het dokteren van huisdieren. Daar waar individuele ziektegevallen er wel toe doen. Voor menige Nederlander is hun huisdier immers het voornaamste gezelschap.

Begrijp ik ineens ook de eeuwige kritiek beter op de docusoap The incredible Dr. Pol, op National Geographic, over een Drentse dierendokter die er in Michigan een wel heel ouderwets gemengde praktijk op na houdt. Romantiek te over daarin, omdat de industriële beestenhouderij niet in de uitzendingen voor komt. Elk ziek dier is immers bij hem nog individu.

Dat eigenaren van huisdieren heel ver willen gaan in het redden van een zieke huisgenoot, zoals beschreven wordt in Het DIER is MENS geworden, lijkt me niet zo heel verbazingwekkend. In alle vormen van zorg komt er vanzelf aanbod bij een vraag — en soms is dat zelfs andersom, als maatschappelijke normen veranderen. In deze tijd zijn scheve tanden niet meer zo charmant als ze vroeger wel waren.

Hebben honden met kapotte nieren zelfs het voordeel boven mensen dat donoren niet kunnen weigeren om een nier af te staan.

En dat kippenhouders op een beurs een bijna pornografische genoegen beleven aan een filmpje over een nog efficiëntere pluimveedeboner, is al evenmin verbazingwekkend. Wie productie moet leveren, is al snel gek om vindingen die hun werk makkelijker en goedkoper maken.

Wat ik minder begreep, was dat nogal wat andere lezers Marijke Verduyn verwijten al wat ze waarnam zo zakelijk en droog te hebben opgeschreven in Het DIER is DING geworden. De naakte feiten tonen, lijkt me al ontluisterend genoeg als het om het industrieel produceren van vlees en gevogelte gaat.

Ook al omdat je, volgens mij, wel ziende blind in deze tijd moet zijn om niet al te weten dat het er zo aan toe gaat, op die boerderijen. In hoofdlijnen dan. Want zoals gezegd, de tekenende details maken dit boek. Verontwaardiging bij de schrijver had daar niets aan toegevoegd.

Marijke Verduyn, Het DIER is MENS geworden | Het DIER is DING geworden
Van huisdier tot gezelschapsdier
En van landbouwhuisdier tot productiedier

250 pagina’s
Meinema, 2011

[x]


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden