I Hate the Internet ~ Jarett Kobek

► door: A.IJ. van den Berg

Nadelen kleven er ook aan boeken waarvan ik echt heb genoten. De volgende roman zal nogal saai zijn, vergeleken met wat er net werd beleefd.

En, mijn enthousiasme over wat er goed is aan zo’n boek, maakt me misschien blind voor de wat mindere kanten daarvan.

Goed aan I Hate the Internet van Jarett Kobek was alleen al de onvoorspelbaarheid van de roman, door de grote hoeveelheid vondsten en terzijdes. Voeg daar dan bij dat het boek ook heel wat vertelt over de wereld waarin ik nu leef, en niet enkel stilstaat bij de verwikkelingen van wat bedachte hoofdpersonen. En daarbij leek I Hate the Internet vooral in de nietsontziende toon vaak op een klassieke Vonnegut. Al hebben anderen dit ook al een Devil’s Dictionary voor deze eeuw genoemd.

Zo staat het boek vol met cynische uitspraken, van een grote een tegelijk vervelend schurende waarheid.

The Internet was a wonderful invention. It was a computer network which people used to remind other people that they were awful pieces of shit.

Tegelijk weet Kobek best, evenals Vonnegut indertijd, dat zelfs de best gekozen woorden van schrijvers niets veranderen aan wat er zoal niet deugt in de wereld.

I Hate the Internet is volgens de auteur ook per se geen goed boek — want het goede boek is immers uitgevonden door de CIA; in het geloof dat Amerikaanse literaire fictie perfecte propaganda was in de strijd tegen de Russen. Dat is weliswaar een historisch gegeven, zij het dat Kobek hierin dan wel iets overdrijft.

De eigenlijke roman speelt zich voornamelijk af in San Francisco, in 2013. Een stad in de VS waar straks geen normaal mens zich een woning kan veroorloven. Dat komt door de Silicon Valley wat verderop, waar alle grote bedrijven zijn gevestigd die bepalen hoe het internet gebruikt wordt. En de werknemers daarvan willen allemaal liever in San Francisco wonen, wat de huizenprijzen nogal opdrijft, en ook grote invloed heeft op wat er is aan winkels en diensten.

Tegelijk gaat dit boek helemaal niet over San Francisco. De roman beschrijft vooral wat de zeden zoal zijn online op het moment. Waar die bedrijven in Silicon Valley zo’n fnuikende greep op hebben.

One of the curious aspects of the Twenty-First Century was the great delusion amongst many people, particularly in the San Francisco Bay Area, that freedom of speech and freedom of expression were best exercised on technological platforms owned by corporations dedicated to making as much money as possible.

Centraal persoon in het boek is Adeline, die vroeger een redelijk succesvolle underground comic tekende, in de dagen voor internet massaal opgepikt werd door het grote publiek, voor de millenniumwende. En het boek opent met de aankondiging dat Adeline de enige onvergeeflijke fout maakt van de 21e eeuw.

Duurt het nog even voordat duidelijk is wat die fout dan zou zijn.

Waarop uiteindelijk blijkt dat Adeline’s onvergeeflijke fout eruit bestaat dat ze een vrouw is met een eigen mening, die ze ook nog eens publiek durft uit te dragen. Pech voor haar is alleen dat ze haar uitspraken deed in de besloten context van een gastcollege, en dat een student daar haar filmde, en dat college online zette.

En wat maakten ze zich vervolgens druk op Twitter, die fans van Beyoncé.

Kobek gebruikt de klassieke situatie in stripwereld, waar de tekenaars geen auteursrechten hebben op hun eigen vondsten, als een metafoor voor de situatie op het moment. Waar iedereen gratis werkt voor molochs als Google of Facebook, en rechten weggeeft waarvan vrijwel niemand beseft dat die bestaan. Zoals privacy.

I Hate the Internet is daarmee ook te lezen als een cynisch traktaat tegen de uitwassen van het grootkapitalisme in deze eeuw. Daarbij bevielen mij bovenal Kobek’s zijpaden, met hun tientallen, zo niet honderden oneliners, die zo vaak tegen de pretenties ingaan van de huidige marktwerking en de ons opgedrongen cultuur.

scheiding

Star Wars was a total piece of shit that had spawned billions of dollars in merchandise and sequels and books and games and pajama bottoms. It was an infinite reservoir, it was an endless void. It was responsible for a cornucopia of made up words like Jedi, the Force and lightsaber.

A lightsaber was a sword made of light. A sword was a weapon used to murder people.

A Jedi was a knight who believed in an idea of relative good and performed supernatural feats using the Force. A Jedi used supernatural feats and his lightsaber to murder people with opposing ideas of relative good.

The Force was an ill-explained mystical energy which ran throughout the fictional universe of Star Wars. It was a device which allowed characters to perform supernatural feats whenever a lull was created by poor writing in the screenplay.

As might be imagined, the Force was used with great frequency.

scheiding

The thing is,” said J. Karacehennem, whose last name was Turkish for Black Hell, “that we’ve spent like, what, two or three hundred years wrestling with existentialism, which really is just a way of asking, Why are we on this planet? Why are people here? Why do we lead our pointless lives? All the best philosophical and novelistic minds have tried to answer these questions and all the best philosophical and novelistic minds have failed to produce a working answer. Facebook is amazing because finally we understand why we have hometowns and why we get into relationships and why we eat our stupid dinners and why we have names and why we own idiotic cars and why we try to impress our friends. Why are we here, why do we do all of these things? At last we can offer a solution. We are on Earth to make Mark Zuckerberg and Sheryl Sandberg richer. There is an actual, measurable point to our striving. I guess what I’m saying, really, is that there’s always hope.

scheiding
Jarett Kobek, I Hate the Internet
288 pagina’s
We Heard You Like Books, 2016

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden