Glasperlenspiel ~ Hermann Hesse

► door: A.IJ. van den Berg

Voornaamste nut van het lezen van Das Glasperlenspiel was dat ik me ging afvragen wat dit boek zo vreselijk vervelend maakte, en waarom Hesse tegelijkertijd ooit toch wel een geliefd schrijver was van mij.

Al lukte Das Glasperlenspiel me indertijd ook al niet, vanwege de tergende saaiheid. Nu was er zes weken aan leeshuiswerk voor nodig.

En de crux is dan dat Hermann Hesse zijn verhalen vrijwel steeds op een zelfde manier vormgaf. Die spelen zich immer af in een gestileerd imaginair land dat niet het onze kan zijn; zelfs al gaan er misschien gelijkenissen op. Een land dat ergens in het verleden kan liggen, of in de toekomst — zoals in de roman Das Glasperlenspiel gebeurt. En de vervreemding die op deze manier ontstaat, biedt de auteur alle ruimte in het verhaal om enkel belangrijk te maken wat hij belangrijk acht.

Inmiddels valt me vooral de leegte op in deze boeken. Alles wat Hesse niet beschrijft, hoeft ook niet te bestaan; vanwege de keuze om alles in die alternatieve werelden te laten spelen. Dus is zo’n roman als deze eigenlijk tergend schaars bevolkt.

Kan best zijn dat deze aanpak wel nog werkt, voor mij, in kortere geschiedenissen zoals de sprookjes die Hesse ooit ook schreef. Ik ga dat voorlopig niet controleren.

Das Glasperlenspiel verscheen in twee delen in Zwitserland, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hesse kreeg in 1948 de Nobelprijs voor literatuur. En dat zou om deze roman zijn geweest.

En wie dat wil, kan dit boek lezen als een geïnformeerde lofrede op de cultuur die wij mensen gezamenlijk scheppen — met de waarschuwing tegelijkertijd dat alles van waarde weerloos zal zijn.

Punt is alleen dat Hesse het verkoos om deze boodschap te brengen door een levensgeschiedenis te schrijven over een man in wiens leven werkelijk niets gebeurt. Josef Knecht heet het belangrijkste personage in de roman. En hij leefde lang een ascetisch leven, in een speciaal door Hesse bedacht gebied: de bondsstaat Kastalië/Kastalien, dat een soort Zwitserland is waar iedereen in de omtrek naar toe trok die goed mee kon komen op school, om daar verder te leren in kloosterachtige instituten.

In dat Kastalië is de hoogste kunst/wetenschap die er beoefend wordt een spel. Dat glasparelspel uit de titel van het boek. De regels daarvan worden nooit uitgelegd. Behalve dan dat Hesse vertelt hoe het spel wortelt in de muziek, waarbij die glasparels ooit gebruikt zijn als de notatie voor noten. Alleen gingen toen ook wiskundigen zich er mee bemoeien, wat alles een stuk abstracter maakte; waarop uiteindelijk ook die parels niet direct meer nodig waren.

Dus is dat glasparelspel in het boek als een god, waarvan enkel beschreven hoeft te worden hoe zeer de gelovigen die aanbidden.

Maar door die abstractie, en omdat Hesse nogal wat woorden nodig heeft om daarin vrij weinig te zeggen, bleef dit boek aan de vage en trage kant. Om niet te zeggen dat het werkelijk strontvervelend was.

Ik bedoel slechts, zelfs het gegeven dat grote eerbied voor een hoogstaande cultuur niet vanzelf spreekt, is enkel voer voor discussie tussen enkele boekpersonages. Had Hesse éen keer een concrete bedreiging voor de status quo in het verhaal gebracht, dan had dat een al zoveel levendiger boek opgeleverd.

Nu bood de roman enkel een anticlimax. Als de hoogstaande Josef Knecht, die de meest vooraanstaande positie inneemt die iemand hebben kan in Kastalië, het ongedachte doet. En uit de orde treedt. Het echte leven wil ontdekken. En dan prompt verdrinkt in een gletschermeertje; omdat hij zijn eigen vermogens overschat had.

Eerder dit jaar stuitte ik ook al op het probleem grote moeite te hebben met allegorische vertellingen — zoals Das Glasperlenspiel er éen is. Die hebben iets té ouderwets gekregen, sinds de tijd dat schrijvers de grenzen gingen oprekken van waarover ze rechtstreeks konden schrijven. Elk boek dat nog bedekt vertelt over wat er in de echte wereld speelt, kampt met het probleem dat de lezer weet dat hij een vertaalslag moet geven aan de tekst, zonder dat het nut daarvan dus ooit duidelijk hoeft te worden.

Nu had ik me onder meer te bedenken dat deze roman uit een tijd stamt waarin de opstand van de horden, of noem de cultuurkritiek op, al decennia gevreesd werd. Kwam er daarop nog het Nazisme bij ook (Hesse begon ruim voor de oorlog met het schrijven van dit boek).

Alle kunst bestaat uit reductie, om door een vervorming duidelijkheid te verkrijgen over waar het de kunstenaar om gaat. En sommige manieren van reductie werken dus niet meer.

Hermann Hesse, Das Glasperlenspiel
Versuch einer Lebensbeschreibung des Magister Ludi
Josef Knecht samt Knechts hinterlassenen Schriften

613 pagina’s
Suhrkamp 1972, oorspronkelijk 1943

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden