Tien geboden voor het brein ~ René Kahn

► door: A.IJ. van den Berg

Kahn’s boekje met regels om ons brein goed te laten functioneren, las in zijn geheel misschien niet heel anders dan alle boeken of artikelen met gezondheidstips. Behalve dan dat er dus die ene toespitsing bestaat, op dat ene orgaan. Wat dan nog wel een enkel opmerkelijk hoofdstuk opleverde.

Duidelijk wordt dan bijvoorbeeld dat het spelen van actie-games, op de computer of via een console, nogal goed lijkt te zijn voor enkele cognitieve vermogens van een mens. Volgens René Kahn komt dit omdat zulke games een breed scala aan wisselende vaardigheden vergen. Bovendien zijn ze ontworpen om te prikkelen en te belonen.

Spelers moeten in actiespellen steeds weer razendsnel sterk gelijkende en toch niet identieke prikkels van elkaar kunnen onderscheiden; om niet al snel te stranden in het spel. En dat vergt de hele tijd om het onmiddellijk inschatten van waarschijnlijkheden — en net het prikkelen van die vaardigheid maakt een mens ook op andere gebieden slimmer.

Hebben games voor vrouwen nog het voordeel dat ze er beter door leren denken in drie dimensies; éen van de weinige eigenschappen waarop ze gemiddeld altijd minder goed scoren dan mannen.

De software die verkocht wordt met als argument het brein van de oudere medemens te activeren, heeft daarentegen geen enkel aantoonbaar positief effect. Of hoogstens dan dat de bankrekening van de producenten door de verkoop groeit.

Het laatste gebod in De tien geboden voor de brein brengt gelukkig ook de disclaimer in die nogal eens ontbreekt in boeken over gezondheid. De eis om je ouders met zorg uit te kiezen, ligt weliswaar buiten ieders macht. Terwijl de mix die hun genetische erfenis oplevert nogal wat bepalen kan, over leven en welzijn. Is er vervolgens nog aandacht en liefde gewenst die ze moeten geven, zeker in de cruciale eerste jaren.

Andere bekende factoren, zoals dat mensen met status en aanzien gemiddeld ouder worden dan statuslozen, heeft Kahn ook meegenomen — omdat hersenonderzoek heeft aangetoond dat bij dezulken een beloningscentrum telkens nogal gunstig geprikkeld wordt.

Alleen staat het gebod om status te hebben wellicht haaks op een ander gebod uit die tien gezondheidsregels. Stress is nooit gezond. En strebers naar status zetten zichzelf nogal onder druk.

Kahn’s boek bevatte meer nuttige weetjes dan vooraf gedacht — mede omdat ik meende wel enigszins ingelezen te zijn in dit onderwerp. En ook werd deze informatie prettig gebracht. De lezer die meer wil weten over het achterliggende hersenonderzoek, wordt doorverwezen naar bronnen op een website, en dus niet verveeld in de lopende tekst.

Punt is alleen nu wel dat de praktische uitvoerbaarheid van dit levensprogramma wellicht nog moeilijkheden kan gaan geven.

Studeren doe ik al, bijvoorbeeld door boeken als deze te lezen, en daar vervolgens op te reflecteren. Slapen is voor mij de hobby die de meeste tijd inneemt van al. Maar muziek maken, doe ik amper, dus dat zou moeten veranderen.

De meeste stress in mijn leven komt door gebeurtenissen waar ik niets aan kan doen, dus die is relatief. Vrienden heb ik. Aanzien en de bijbehorende beloning hebben me werkelijk nooit een tel geïnteresseerd — ik acht de wereld daar toch werkelijk iets te idioot voor; te veel mensen krijgen eer die de bijbehorende status geen tel verdienen.

Mijn inname van het gif alcohol is al sterk beperkt. Ik fiets en beweeg me daarmee uren meer in de buitenlucht dan volgens alle gezondheidswijzers nodig is, en zweet daar nogal eens bij. Spannende videogames kunnen voor mij snel iets verslavends krijgen, waardoor ik die al zeker twintig jaar ontloop.

En mijn ouders, ach mijn ouders… Ik ben toch iets te oud geworden inmiddels om hen wat dan ook te verwijten.

René Kahn, De tien geboden voor het brein
64 pagina’s
Balans, 2015

[x]


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden