Wat blijft ~ Patricia de Martelaere

► door: A.IJ. van den Berg

Wat ik ooit dacht te vinden in de filosofie was daar nauwelijks voorhanden. Ik hoopte methoden aangereikt te krijgen om de werkelijkheid beter te kunnen ontleden. In plaats daarvan las ik vooral mensen die hun ideeën over de werkelijkheid heen projecteerden, wat de boel zelden verduidelijkte, en meestal eerder behoorlijk vertekende.

Toegegeven, Wittgenstein had ooit groot nut, lang geleden al, met diens bedenkingen over taal, en hoe de rot in het denken al in de taal begint. En daar kwam nog een wetenschapsfilosoof of drie bij, met hun opmerkingen over hoe ons weten vooruitgaat; en vooral wat dan toch altijd weer maakt dat de goede ontwikkelingen daarin worden tegengehouden.

Alleen werd die afstand tot de filosofie daarmee wel een persoonlijke afstand.

Weliswaar is de tijd voorbij dat iemand als Sartre nog een persoonlijke leidsman kan zijn in het leven voor velen, of anders Camus, filosofen worden nog altijd serieuzer genomen dan mij dat lukt.

Zo duikt de naam Patricia de Martelaere [1957 — 2009] hier en daar nog weleens op in teksten van anderen, zonder dat mij daarbij ooit duidelijk is waarom, en waarvoor zij dan zou staan.

Dus las ik toch eens het lange essay Wat blijft, dat tegenwoordig gezien wordt als een kerntekst in haar oeuvre. Dit essay verscheen in een eerdere versie als actieboek van de Maand van de Filosofie begin deze eeuw.

De ironie van deze inspanning was dat ik een te jong gestorven schrijver las, van wie de naam desondanks nog weleens opduikt, die met de vraag begint wat er van ons blijft als wij er niet meer zijn.

Wat blijft is wel een typisch actieboek; de tekst biedt een inleiding van het algemene soort, een scheert daarbij langs enorme vragen als wat dat leven nu eigenlijk is; dat bestaan; ons ik; en wat daar zoal door nog altijd bekende denkers over gezegd is.

De tekst volgt daarbij min of meer de ontwikkeling die De Martelaere zelf ook doorgemaakt schijnt te hebben. Rooms-katholiek opgevoed, zoals te doen gebruikelijk in België, groeide daarop uiteindelijk toch de twijfel aan al die geopenbaarde zekerheden. De nihilist Nietzsche komt mede daarom nogal eens aan bod in dit boek, al zegt Patricia de Martelaere daar dan niet bij dat Nietzsche nogal goed was in het ontmantelen van de priesterlisten die ook zo’n groot deel uitmaken van een geloof.

De schrijver schijnt zelf in haar leven uiteindelijk verlichting te hebben gevonden in denkbeelden die niet uit de westerse filosofie stamden. En zo eindigt dit essay ook; met het besef dat het goed mogelijk is om heel anders te denken:

In tegenstelling tot de christelijke en prechristelijke godsbewijzen, die veelal berusten op de premisse dat het volmaakter is te bestaan dan niet te bestaan (zodanig dat God, als het volmaakste wezen, noodzakelijk de idee van bestaan inhoudt); geldt in het boeddhisme dat het volmaakter is niet te bestaan. Alles wat bestaat moet namelijk onvermijdelijk vergaan. Al wat is, moet worden. Wat blijft, kan dus niet iets zijn wat is.

En toch herken ik dat besef ook wel uit de negentiende eeuw. Nietzsche speelde met zulke gedachten, en Heine dichtte er eerder al over, bij wijze van grap:

[…]
Gut ist der Schlaf, der Tod ist besser – freilich
Das beste wäre, nie geboren sein.

Dus wat leverde het lezen van Wat blijft me op, bij eindjebesluit? Het besef ik wellicht beter een roman had kunnen lezen van Patricia de Martelaere. Ze kan een zin schrijven — waarmee ze misschien ook gauw eens intelligenter of diepzinniger lijkt dan ze was — maar het was onnozel van mij om van een inleidend essay echte diepte te verwachten.

Patricia de Martelaere, Wat blijft
Essay

Em. Querido’s Uitgeverij 2009, oorspronkelijk 2002

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden