Deep South ~ Paul Theroux

► door: A.IJ. van den Berg

Hoogtepunt in Deep South voor mij, en waarschijnlijk voor Paul Theroux zelf, is zijn ontmoeting met een lezer. Zo’n echte lezer, die alles gelezen heeft wat er toe doet, en erover kan praten ook, omdat er daarop over is nagedacht.

Bij een eeuwig gebrek aan zulke lezers in mijn omgeving ben ik ooit boeklog begonnen. Kan ik uiteindelijk tegen mijzelf praten, over een paar jaar; als de meeste herinneringen aan een boek vervaagd zijn tot wel heel grove generalisaties.

Toegegeven, juist door deze website nemen lezers van elders weleens contact met mij op. Alleen gaat het hen daarbij meestal dan om éen boek. Terwijl éen boek geen boek is, voor mij. Mijn positie is dan ook ingewikkeld. Ik relativeer doorgaans sterk wat éen nietig mens vermag als schrijver, zelfs als daarbij voort kan worden gebouwd op de traditie aan wat er al werd geschreven. Toch tonen boeken wel het hoogste aan wat mensen weten voort te brengen aan inzicht en wijsheid, allemaal geconcentreerd in éen bandje. Mede daarom blijft het wel een eeuwige noodzaak om door te lezen.

In Deep South beschrijft Paul Theroux vier reizen die hij in een jaar maakte door de zuidelijke staten in de VS. Dat is zijn geboorteland weliswaar, en toch zijn daar regio’s in die hij helemaal niet kende. Theroux komt uit het zo door de Engelsen beïnvloedde Boston, Massachusetts.

Bij zijn keuze voor deze bestemming heeft misschien meegewogen dat zijn vroegere voorbeeld en voormalige vriend V.S. Naipaul vijfentwintig jaar eerder een boek had geschreven over dat diepe en onbekende zuiden van juist Theroux’s land.

Paul Theroux werd al gauw gedwongen om parallellen te trekken met reizen die hij elders maakte, zoals die door Azië en Afrika. De zichtbare armoede is namelijk vergelijkbaar. En net als in Afrika worden alle motels er gerund door nijvere Indiërs uit de oneindige familie Patel.

Speelt ook mee dat hij er direct als buitenstaander wordt gezien als hij zijn mond open doet, als noorderling; voor wie de Amerikaanse Burgeroorlog [1861–1865] niet per se iets bijzonders betekent, anders dan voor zo velen nog altijd daar; die de vernedering van het verlies nog altijd niet te lijken hebben verwerkt; en voor wie welk commentaar ook van een Yank al gauw aanmatigend klinkt.

Verschil met zijn reizen elders in de wereld is misschien daarom dat hem rustig gevraagd wordt om nog eens terug te komen, als Theroux het wenst om iemand te spreken. Dus, dat deed hij dan. Vandaar die vier reizen, met hun onderbrekingen daartussen.

Waren er ook nogal eens omstandigheden waarin het onmogelijk is om werkelijk contact te leggen. Theroux bezocht telkens weer wapenbeurzen, waar dan enkel witte mannen op af kwamen, en dat lijkt dan het meest of hij veldwerk antropologie doet bij een stam met gewoonten die volkomen vreemd zijn. Hij kan in elk geval zien dat zo’n beurs als ritueel voor die mensen betekenis heeft. Ze worden er in hun wereldbeeld bevestigd, want ze zijn er onder gelijken.

Toch zijn het de echte gesprekken die dit boek hun waarde geven uiteindelijk. Want aan het leven in de leeggelopen stadjes aan de achterafwegen in de staten blijft veel onbegrijpelijk voor de buitenstaander. Behalve dan dat er geen werk is voor grote groepen van de bevolking, en dat de staat noch de federale overheid daarop iets verzonnen heeft om de economie toch nog in gang te houden.

Zelfs de Amerikaanse filantropen richten zich liever op andere regio’s in de wereld. Ook de stichting van de voormalige president Bill Clinton geeft honderden miljoenen uit aan steun in Afrika, en amper iets in de staat Arkansas, waarvan hij zolang gouverneur was.

Dus maakt het indruk als Theroux met goedwillende zuiderlingen praat die toch iets proberen te verbeteren aan de toestand van hun plaatsgenoten — ook al omdat dit dan gebeuren moet met minieme budgetten.

Wat dit boek alleen wat mist, is echte verdieping. Het blijven woorden van een voorbijganger, zelfs al ging hij dan overal kijken. Verklaringen voor het waarom de zaken er zijn zoals ze zijn, zoekt hij niet per se op.

Op dat ene moment na dan, als hij die lezer ontmoet. Randall Curb. Die slechtziend ter wereld kwam en ondertussen blind is, en toch nog altijd boeken koopt. En met wie er eindelijk te praten valt over wat al die schrijvers over het Amerikaanse zuiden goed hebben gezien, en wat juist helemaal niet; zoals dat het openlijke racisme wel heel makkelijk is weggelaten bij sommigen. Waarom Let Us Now Praise Famous Men het boek is van een vervelend egoïstische schrijver. Of waar Faulkner nu goed in was, en waarin juist ergerlijk.

Maar door het gemis aan verdieping, en het gegeven dat Theroux alleen weggetjes af reed achteraf, kan dit boek wel de indruk nalaten dat die zuidelijke staten van de VS voor eeuwig in apathie zijn bevroren sinds de slavernij er werd afgeschaft. De bevolking leeft er nog steeds in vrijwel strikte apartheid. Wantrouwen broeit er schijnbaar altijd, als even wat dieper gepeurd wordt dan de oppervlakkige hartelijkheid van het terloopse contact.

En dus is éen boek alleen werkelijk nooit blind te vertrouwen.

Paul Theroux, Deep South
Four Seasons on Back Roads

464 pagina’s
Eamon Dolan/Houghton Mifflin Harcourt, 2015

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

2 commentaren

Karel  op 9 augustus 2018 @ 17:25:36

Een aantal jaren terug verscheen in de krant een stuk over John Williams (die o.a. Stoner schreef). De journalist sprak in Denver met een aantal mensen die hem hadden gekend. Bleek dat hij vooral op zoek ging naar lezers, mensen die op niet-academische manier onder woorden wisten te brengen wat een boek met hen deed. Dat lijkt makkelijk, maar wanneer ik het bij mezelf na ga heb ik dat soort mensen erg weinig mogen ontmoeten.

Soms lijkt het alsof nogal wat mensen met hun lectuur omspringen alsof het om een protserige villa gaat of een poenerige auto. Wanneer je dan vraagt wat ze net gelezen hebben of aan het lezen zijn noemen ze titel en auteur op een snoeverige toon. Wanneer je dan vraagt: maar vind je er van? Krijg je bij sommigen als antwoord: ‘nobelprijsmateriaal’, ‘meesterwerk’, ‘overroepen’ of ‘subliem’. Waar zit het verschil dan met kroonkurken te verzamelen, vraag ik me dan af. Het draait toch niet om het boek zelf, het draait om wat jij aanvangt met een boek.

boeklog.info  op 10 augustus 2018 @ 19:58:51

Lezen wordt al te gauw als een inspanning gezien. En inspanningen besteed je vanzelfsprekend alleen aan zaken die de moeite waard zijn.

Maar mede gezien dit misverstand denk ik dat velen nooit écht leren lezen. Wie vier- vijfhonderd literaire romans heeft gelezen, voelt voortaan echt wel aan of de vijfhonderd-en-eerste een beetje kwaliteit heeft of niet. [Is het nog weer iets anders om daar dan vervolgens de argumenten bij te kunnen geven].

Echte lezers hebben de investering in uren, van die vier à vijfhonderd romans, al vroeg achter zich. Menigeen haalt dit van zijn of haar hele leven niet.