Grote landschapsboek ~ Willem van Toorn

► door: A.IJ. van den Berg

Alles wat er in Nederland aan landschap bestaat is ooit bedacht. En dit maakt protesten tegen voorgenomen veranderingen gauw wat raar. Want dan komen er ineens groepen tegenover elkaar te staan met elk uitgesproken ideeën over hoe de werkelijkheid er uit hoort te zien. Zoals die door inmiddels vergeten keuzes en afwegingen toevallig ooit tot stand kwam, soms amper veertig jaar geleden, of hoe er nu door plannenmakers over wordt gedacht.

De ene bedachte werkelijkheid wordt tegenover de andere gezet; waarbij de eerste dan het voordeel heeft al te bestaan.

Toegegeven, het kwam als een schok ooit om te ontdekken dat de bossen waarin ik zo graag fiets allemaal met de hand werden aangelegd; doorgaans in de negentiende eeuw.

Als iets eenmaal bestaat, wordt het moeilijk om te bedenken dat zoiets ooit niet bestond.

Neemt niet weg dat Nederland op tal van plaatsen niet om aan te zien is. Bijvoorbeeld omdat gemeenten zo lang met hun buurgemeenten zonder coördinatie hebben gevochten om het binnenhalen van bedrijven. En omdat iedereen daarbij maar deed, zijn er nogal wat oerlillijke bedrijventerreinen langs de snelwegen gepot.

In Het grote landschapsboek van dichter en vertaler Willem van Toorn zijn de beschreven landschappen vrijwel steeds wel heel typisch Nederlands. En omdat hij in of bij Amsterdam woonde, wordt daarbij ook met regelmaat de grootstad beschreven, waarin de mensenhand nog directer zichtbaar is dan elders.

Van Toorn stamt uit de Betuwe, en heeft zich nog eens stevig publiek geweerd tegen de geplande dijkophogingen daar. Dus speelt ook het cultuurlandschap bij de rivieren een rol in deze verzameling teksten.

Gaat het in het laatste boekdeel onder meer nog over Van Toorn’s huis in de Berry, en diens wederwaardigheden in een centraal-Frans gehucht, waar het landschap rommelig is zoals de Betuwe zo veel vroeger nog zijn mocht.

Dus wordt er nogal eens geklaagd in deze verzameling aan losse teksten. Dat gebeurt heel eloquent, daar niet van, alleen merkte Willem van Toorn daarbij niets op dat ik niet al zelf eens had bedacht, of gelezen heb bij al die andere klaagzangen uit de overvolle Randstad: zoals een Koos van Zomeren.

Terwijl Van Toorn toch allereerst een kennisprobleem behandelde, waar vast meer over te zeggen was geweest.

Een paar keer per jaar, bijvoorbeeld, passeer ik een verlaten spoorwegovergang onder het dorp Visvliet. Ik weet dat daar ooit een treinstation heeft gestaan. Op film bestaat het nog. Omdat Bob den Uyl er toen op reportage kwam.

Alleen ligt die overgang zo in het niets dat het heel moeilijk voorstelbaar wordt dat daar ooit een station heeft gestaan. Dat er kaartjes verkocht werden, en koffie, en marsrepen, en de Leeuwarder Courant misschien zelfs. Dat geliefden er met een kus en een omhelzing afscheid van elkaar hebben genomen. Dus mis ik het gebouw daar niet. Het is slechts toeval dat ik er weet van heb.

In Nederland blijft weinig heel lang hetzelfde. De grachtengordel in Amsterdam bestaat enkel nog omdat er geen geld was om de boel te slopen in de negentiende eeuw, zoals de plannen waren. Want die grachten stonken er, niet te harden. En omdat er toevallig een massaal verzet ontstond tegen de heilige auto, omdat die te veel nog heiliger kleine kindertjes doodde, zijn tal van oude stadswijken in het hele land in de jaren zeventig gespaard gebleven; die hoefden toen toch geen ruimte te maken voor bredere toevoerwegen.

Toeval is het zo vaak waarom iets geheiligd wordt, en willekeur niet zelden waardoor het helemaal anders moet.

Als Van Toorn nu toch eens iets over die grilligheid had weten vast te leggen… Meer dan mij lukt in het luttele kwartier mijzelf gegeven om deze woorden aan te tekenen.

Willem van Toorn, Het grote landschapsboek
229 pagina’s
Singel Uitgeverijen, 2011

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden