Sociale & culturele antropologie ~ John Monaghan & Peter Just

► door: A.IJ. van den Berg

Vooraf aan het lezen van een inleidend werk speelt er altijd een vraag. Anders had ik zo’n boek niet uitgekozen. En wat mij het meest fascineerde aan de sociale antropologie, of de culturele antropologie, was welke mechanismen die wetenschappen hebben gevonden om tot objectiviteit te komen in hun beschrijvingen.

Want elke samenleving zit net even anders in elkaar. Dat geldt zelfs al voor groeperingen in het eigen land. Vraag mij bijvoorbeeld om de eigenschappen van een typische inwoner te beschrijven uit de Bible-belt, dan speelt meteen al dat geloof een rol. Dat ik niet bezit, en ook fundamenteel niet begrijp — op het gegeven na dan dat alle mensen overal te allen tijde er geloven op nu hebben gehouden. En waarbij zo’n religie dan voor een ander juist volkomen leidend kan zijn in het leven.

Dus hoe beschrijf ik dan neutraal iemand die principieel niet ingeënt wenst te worden tegen inmiddels volkomen vermijdbaar geworden ziekten?

En hoe de inconsequentie als zo iemand wel medische hulp aanvaardt in een ziekenhuis, als er toch ziekte kwam, met nogal vervelende bijwerkingen? Geldt God’s wil dan niet meer?

Of hoe ziet een neutrale beschrijving eruit als een hele verzameling van zulke mensen anderen in gevaar brengen door hun principiële bezwaren tegen inentingen? Er is de beruchte casus van dat goed-gristelijke zangkoor dat naar Canada ging, en daar de polio weer bracht, terwijl deze ziekte nu net volkomen verdwenen was in het land.

Is hoe verschillende groepen met elkaar omgaan nog wel antropologie? Niet sociologie?

Het elementaire deeltje Sociale & culturele antropologie bood helaas niet de antwoorden waarnaar ik op zoek ben. In plaats daarvan gebruikten de Amerikaanse auteurs John Monaghan en Peter Just voorbeelden uit eigen hun veldwerk om te laten zien waar het antropologen wel om te doen is.

Daarbij ging het hen er niet om te tonen wat antropologen zoal ontdekt hebben over al die groepen mensen die anders leven dan wij. Monaghna en Juts benadrukken de algemene vragen te willen tonen waarmee de wetenschap kampt.

Ligt er alleen wel nog het gegeven dat antropologie voorkomt uit koloniaal denken — de tijd van het schedelmeten en bijbehorende structurele racisme wordt opvallend genoeg niet behandeld in het boek — terwijl de wetenschappers tegenwoordig juist zo inclusief en humanistisch als mogelijk trachten te zijn.

De vragen die tegenwoordig spelen zijn onder meer: wat maakt mensen uniek? Hoe vormen zij groepen — families, kasten, klassen, stammen, een natie — en wat houdt hen bij elkaar? Wat geloven zij, welke economische uitwisselingen spelen er, hoe zien zij hun zelf?

Peter Just deed jaren veldwerk bij de Dou Donggo op Soelawesi; een volk van zo’n 20.000 mensen dat nog niet blind is overgestapt naar de Islam, anders dan de omringende volken in Indonesië.

John Monaghan werkte bij de Mixteken in het zuiden van Mexico — met 400.000 mensen de op twee na grootste inheemse bevolkingsgroep in het land.

Hun ervaringen daar dienen om het grote betoog op te kunnen hangen aan verhalen. Want uiteindelijk blijkt antropologie toch vooral weer een vorm van verhalenvertellen te zijn. En ik vind daar dan wat van, omdat verhalen zo vaak als vanzelf een dwingende vorm opleggen.

De schrijvers besluiten hun boek met de conclusie dat niets over andere mensen als vanzelfsprekend is aan te nemen. Als die anderhalve eeuw aan antropologie éen kenniswet heeft opgeleverd, dan is het die. Want elke keer als deze wetenschap trachtte universele regels op te stellen over wat het gedrag van mensen zou bepalen, dan klopten die regels niet, of dan werden ze te onnozel om interessant te zijn.

Alleen bestaat er dan nog een wet die ik heb afgeleid aan het gedrag van wetenschappers. Altijd als die een onderzoek publiceren dat maatschappelijke impact kan hebben, luidt een conclusie: heel veel weten we ook nog niet. Er is daarom geld nodig voor een vervolg aan dit onderzoek.

Grappig daarom dat zelfs een inleidend boek in een wetenschap op die manier lijkt te eindigen. We weten nog zo veel niet. Meer onderzoek blijft nodig.

John Monaghan & Peter Just, Sociale & culturele antropologie
200 pagina’s
Amsterdam University Press, 2014
vertaling van Social and cultural anthropology: A Very short introduction, 2000

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden