Verzameld nachtwerk ~ P.F. Thomése

► door: A.IJ. van den Berg

In nogal wat romans van Thomése ben ik ooit begonnen, alleen lukte het uitlezen dan niet. Mijn gedachten waren dan telkens al ver voor het einde van het boek weggedwaald.

Schrijft P.F. Thomése bovendien vrijwel steeds romans die niet lijken op de vorige — behalve dan in de picareske reeks over J. Kessels. Dus kan het nu lijken of ik hem om heel verschillende redenen afwijs.

Alleen, het luistert vaak nauw, met zo’n roman. De moeilijkheden van het genre in deze tijd lijken me onderschat te worden. Te weinig schrijvers zijn er die me genoeg redenen geven om door te lezen, na de eerste vijftig pagina’s; doordat ze dan al te bekende paden blijken te bewandelen. Mijn nieuwsgierigheid wordt te zelden geprikkeld. Terwijl mijn belangstelling toch behoorlijk breed is, naar ik meen.

Thomése is daarmee lang de enige niet bij wie ik afhaak in de wetenschap dat de komende uren niets gaan brengen waar ik een gelukkiger mens van word. Integendeel. Het is eerder uitzonderlijk als het me wel lukt een roman uit te lezen. En nee, dit was bij de start van boeklog ook al zo, in 2004; de instantpret van internet heeft daar niets mee van doen.

Thomése heeft dan wel op collega-romanschrijvers voor dat ik hem een interessant essayist vind. Omdat ik bij hem de afgelopen twintig jaar de treffendste uitspraken las over het literaire wereldje. Waardoor ik zo om de paar jaar nog weer eens een roman van hem durf op te pakken. Anders dan bij zo veel anderen.

De bundel Verzameld nachtwerk biedt een overzicht van wat P.F. Thomése in dit decennium op verzoek aan zakelijke teksten schreef, rondom publiceerde in kranten en tijdschriften, en wat hij aan tekst als gastschrijver wrochtte ergens. Zo wordt de eerder geboeklogde lezing Het raadsel der verstaanbaarheid in dit boek herdrukt.

Tezamen vormt het opgenomen materiaal een autobiografie van een schrijver, met alle persoonlijke twijfels die daar dan bij horen. Al spreekt het dan nog wel voor zich, stilzwijgend, dat ook het volgende boek weer geschreven moet worden.

Alleen, wie leest er nog in Nederland? En dan echt? Lezen waarvoor je moeite moet doen, en dat niet enkel dient om een paar loze uurtjes te vullen met wat simpel vermaak?

Het probleem dat telkens weer onderzocht wordt in deze bundel bestaat er uit dat een schrijver niemand is in zijn eentje. Zo iemand functioneert altijd in een cultuur. En hoewel daar vaak veel aan verdedigd moet worden, om de aantoonbare en bewezen waarde, is niet alles daaraan ideaal. Cultureel elitarisme leidt zo makkelijk tot discriminatie, en uitsluiting van andere denkbeelden.

scheiding

Lang heb ik in de veronderstelling verkeerd dat het in de literatuur gaat om acceptatie in de eigen kring. Wie niet is ingewijd heeft geen recht van spreken.

Op dit systeem is de gehele infrastructuur van de kunsten gegrondvest. Commissie, jury’s, besturen. Overal kom je dezelfde gemiddelde namen en gezichten tegen. Niet het publiek, maar de kunstenaars beoordelen de kunst. De makers maken onderling uit wat gemaakt is en wat niet. Voordat het publiek erover mag meepraten, is in rancuneuze wedijver al vastgesteld of het kunst is of niet.

Het heeft ertoe geleid dat kunst zo ontzettend op kunst is gaan lijken, dat literatuur zo ongelooflijk literair is geworden. Op voorhand al als zodanig herkenbaar en daardoor bij voorbaat al in het gareel geplaatst. Dat krijg je als artistieke waarde in een democratische potpourri van hand opsteken en handjeklap moet worden vastgesteld.

Ik krijg bij zulke officieel erkende kunst zin om de boel te bekladden, erin te krassen, er in het voorbijgaan een fikse trap tegen te geven […].

[Overpeinzingen op een festivalterrein]
scheiding

Thomése heeft er een goed oog voor dat het literaire bedrijf tot vreemde uitwassen kan leiden. Zo begint deze bundel met een beschouwing over een optreden op de Zwarte Cross, in de Achterhoek; waar het publiek naartoe gaat om de motoren, en het bier, en om te neuken. En hij wel even zal gaan voorlezen.

En die relativering desondanks maakt deze bundel met beschouwingen over dat schrijven zo veel beter te verteren dan het werk van auteurs met zo veel minder zichtbare twijfels over ‘het vak’; zoals een Jeroen Brouwers.

Want er is dat zelf, met alle hebbelijkheden van dien, er is die wereld daar buiten, en er is de reactie van dat zelf op al wat die wereld daar buiten komt opdringen. Elk onderzoek daar naar boeit altijd. Zoals Verzameld nachtwerk toont.

scheiding

Er worden steeds meer wegwerpboeken geproduceerd. De krankzinnige boekentoename staat in geen enkele verhouding tot de kwaliteit, die, als altijd, zeldzaam blijft. De toename moet dan ook volledig worden toegeschreven aan de professionalisering van de branche. Steeds meer mensen verdienen hun geld of proberen hun geld te verdienen door iets ‘met boeken’ of ‘in de literatuur’ te doen. De omzet moet omhoog. En dat kan, geholpen door de steeds lagere productiekosten. Dat heeft me altijd verbaasd: het boek kan veel goedkoper gemaakt worden dan enkele decennia geleden en toch zijn de boeken gewoon stukken duurder geworden. Er moeten meer boterhammen van belegd worden, dat kan de enige verklaring zijn. Meer boeken voor een grotere omzet betekent meer auteurs om ze te schrijven. Zie hier het ontstaan van het wegwerpboek.

[Over het weggooien van boeken]
scheiding
P.F. Thomése, Verzameld nachtwerk
272 pagina’s
Atlas Contact, 2016

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

een reactie

Erik Scheffers  op 28 oktober 2018 @ 22:38:33

Hoi Arjen, mooie citaten! Vooral het laatste citaat over wegwerpboeken vind ik geweldig. Ga zo door! Groetjes, Erik