Seks, natuurlijk, maar vooral orde ~ Rudy Kousbroek

► door: A.IJ. van den Berg

Eerder las ik al eens de autobiografie in tekeningen van Gabriël Kousbroek, de zoon van Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy. Daarover is nooit iets op boeklog over verschenen, simpelweg omdat die uitgave geen gedachten bij me opriep interessant genoeg om aan te tekenen.


Behalve dan dat ook dat boek weer bewees dat Ethel Portnoy uiteindelijk een interessantere schrijver is, en blijft, dan Rudy Kousbroek. Alleen heeft deze laatste de naam, de literaire erkenning, en de bijbehorende status. Ethel Portnoy publiceerde niet eens in haar moedertaal, het Engels, en kan enkel in Nederlandse vertalingen worden gelezen; voor zover iemand dit nog doet. Er nog van afgezien dat vrouwen sowieso al op achterstand staan in onze cultuur.

Door dat boek van Gabriël Kousbroek, en deze brievenverzameling van zijn vader, bestaan er alleen nu dus drie versies in druk van éen en dezelfde toch vrij korte logeerpartij uit 1982.

De toen nog jonge Gabriël en een schoolvriendje gingen met Rudy Kousbroek en zijn tweede vrouw, Sarah Hart, mee op die visite bij Gerard Reve en Joop Schafthuizen. Volgens Gabriël waren die laatste twee daarbij nogal aanranderig; wat daarmee het meest opmerkelijke verhaal opleverde in diens autobiografie. Gerard Reve gebruikte de gebeurtenis in de roman Het Boek Van Violet En Dood om Kousbroek en diens ‘geniale zoon’ nogal negatief af te schilderen. En Rudy Kousbroek schrijft dat hem van het bezoek vooral zal bijblijven hoe hij even een kijkje mocht nemen in de geïsoleerde schrijfbunker van Reve hogerop; diens geheime landgoed. Daarmee was hij zeer verguld.

Tja.

Dit gegeven toont voor mij allereerst aan dat schrijvers onbedoeld wel heel veel kunnen laten zien over hoe zij in het leven staan door wat ze waarnemen en wat niet.

Kousbroek en Reve, die toen beiden in Frankrijk woonden, schreven elkaar enkele jaren brieven; naast dat ze ook met elkaar telefoneerden. De samenstellers van deze brievenbundel willen hebben dat deze correspondentie liep van 1979 tot en met 1989. Eerlijker zou zijn van 1979 tot en met 1985. Want daarna gebeurt er jaren van éen kant niets, tot Kousbroek in 1989 nog éen maal een brief stuurt.

Rudy Kousbroek was in de correspondentie de geconstipeerde schrijver van de twee. Hij verstuurde 24 brieven. Gerard Reve schreef er 173. Alleen bestaan Reve’s brieven vrijwel altijd uit monologen, die niet eens per se gericht zijn aan de directe ontvangers van wat hij verzond.

Vier van de brieven van Reve aan Kousbroek staan afgedrukt in diens Zondagmorgen zonder zorgen. Dat vermelden de samenstellers van Seks, natuurlijk, maar vooral orde overigens niet. Mede daarom heb ik geen weet of er ooit systematisch andere brieven van zijn kant werden gepubliceerd.

Maar missen deed ik Reve’s deel van het verhaal toch ook niet echt. Als enkel Rudy Kousbroek gepoogd heeft om een gesprek gaande te houden, volstaat zijn kant van de correspondentie wel om er een beeld van te krijgen.

Al was deels trouwens voorspelbaar waar de brieven over zouden gaan. Kousbroek, met zijn exacte kant, ziet dan bijvoorbeeld niets in dat katholieke geloof, terwijl Reve beweert daar nu juist enorme steun in te vinden; zonder dat daarbij ooit duidelijk wordt of hij dit nu werkelijk meent.

En dan stond er eens een aardige formulering in de brieven van Rudy Kousbroek. Misschien was ook nieuw dat telkens blijkt dat hij veel moeite had met het schrijven van al die columns en essays in opdracht. Tegelijkertijd geldt wel dat Kousbroek nooit verder is gekomen dan al die relatief korte stukjes. Een grote overkoepelende monografie of roman schreef hij nooit; wat toch ook naar schrijfangst wijst.

Seks, natuurlijk, maar vooral orde maakte verder duidelijk waarom Rudy Kousbroek ooit gebrouilleerd raakte met Willem Frederik Hermans — en ik weet nu niet of dat al zo uitgebreid beschreven staat in Machines en emoties: dat de correspondentie biedt van Kousbroek en Portnoy met Hermans eind jaren zestig.

Die verwijdering kwam door achterbaksheid van Hermans overigens. Alleen moet de interesse in het leven van schrijvers wel heel groot zijn wil zo’n anekdote nog iets betekenen. Mij interesseren die levens almaar minder. Ik kan lezen. De boeken van schrijvers hebben me allang getoond wat dat voor lieden zijn.

Gezien de betekenis van Rudy Kousbroek vroeg in mijn lezende leven kon ik het alleen niet maken om deze uitgave niet te lezen, een keer. Al waren mijn verwachtingen niet hoog, anders was dit boek veel eerder gepasseerd. Nu kostte het net een uurtje om mijn bangste vermoedens te bevestigen. Dit is een bijboekje, enkel bedoeld voor de absolute liefhebber die alles lezen moet wat iemand ooit geschreven heeft. Ofwel, handel voor de uitgever, die nog een heel oeuvre in de aanbieding heeft, waar met zo’n nieuw boek misschien weer publiek aandacht voor komt. Even.

Rudy Kousbroek, Seks, natuurlijk, maar vooral orde
Brieven aan Gerard Reve
bezorgd door Sarah Hart en Lien Heyting, met een voorwoord van Tijs Goldschmidt,
160 pagina’s
Atlas Contact, 2017
 
Gabriël Kousbroek, Kousbroek
192 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 2013

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

2 commentaren

Rudy Schreijnders  op 3 november 2018 @ 21:28:16

Aan mij, die bezig was aan een proefschrift over Rudy Kousbroek, waren deze boeken zeer besteed. En het essayistisch werk van Kousbroek is mij zeer dierbaar, omdat het me kritisch leerde te staan tegenover in de mode zijnde ideologieën en omdat het mij sterkte in mijn atheïstische opvattingen.

boeklog.info  op 4 november 2018 @ 00:18:35

Kousbroek was een perfecte gateway drug, ooit zeer gewaardeerd, zeker in dit land waar enkel wat biologen over exacte kennis schreven. Maar eenmaal van het echte harde spul geproefd, valt de buzz zijn werk toch tegen; doordat hij enkel van die korte stukkies schreef.

Enfin, dat schreef ik al ter in memoriam, die opinie ligt hier al 14 jaargangen vast.

Terugkeer naar het werk van oude helden is niet zonder het gevaar dat hun status afbladdert. Waarop enkel de waardering overblijft dat die boeken ooit wel van betekenis zijn geweest.