Nergensman ~ P.F. Thomése

► door: A.IJ. van den Berg

Vreemd boek, omdat Thomése er ook teksten in heeft opgenomen die elders verschenen zijn onder de noemer essay, of lezing zelfs. Terwijl deze dan in het geheel van deze uitgave ineens onderdeel werden van autobiografieën.

Ik had door de verschillen in toon en tempo tussen de teksten moeite om deze bundel in te komen.

En toen was het dus haast een geluk dat ik al bladerend op een essay van hem stuitte dat ik al heel lang ken, wat in 1998 onder de titel ‘De narcistische samenzwering’ verscheen in het tijdschrift Revisor. Een essay dat me misschien de sleutel bood tot deze latere boekuitgave. Money-quote daaruit:

In de bedrijfstak literatuur is het aldus geregeld: het boek moet het doen, de uitgever doet maar wat. De summiere know-how die er is, heeft louter betrekking op eerdere ervaringen. Uit gebrek aan beter heeft de bedrijfstak zijn hoop gevestigd op herhaling van oude successen. Het tweederangse is de ruggengraat van het boekenbedrijf.

Want hiermee werd een stuk logischer wat er nu echt centraal stond in het samenraapsel aan opgenomen materiaal. De man bekeek zichzelf als schrijver, akkoord, en kwam er daarbij niet onderuit om ook te wegen in welke cultuur hij als schrijver had te functioneren. Welke waarde deze aan boeken hecht, en wat voor boeken dit dan zijn.

Daarbij schreef P.F. Thomése enkele van de beste opmerkingen die ik ooit las over de roes van dat eerste lezen, in de jeugd. Als het nog duidelijk moet worden wat literatuur te bieden heeft, en er dan die ontdekking komt dat er in boeken iets te vinden is dat verder overal lijkt te ontbreken.

De schrijvers die, naast of na Nietzsche, in die eerste krachtige lezersjaren de grootste indruk op mij maakten — W.F. Hermans en G.K. van het Reve, de Céline van de Reis, Camus’ L’étranger, Dostojewski’s Schuld en boete met de ontspoorde Nietzscheaan Raskolnikow, Baudelaire, Slauerhoff — hadden in hun verscheidenheid, iets gemeen dat mij ontzaglijk aansprak en dat ik ‘superieure onverzoenlijkheid’ zou willen noemen. Ze bezaten een taal, een wijze van uitdrukken waarop de banaliteit van het algemeen aanvaarde vanzelf stuksloeg. Je hoefde maar een paar bladzijden te lezen om de wereld anders te ervaren, alsof hun woorden een soort gif vormden waartegen het aangeleerde, het negaprate en door iedereen overgenomene niet bestand was. Zij veranderden de wereld. Hele universiteiten, regeringen, de ganse maatschappij krompen ineen onder hun achteloos uitgevaardigde banvloeken.

Hun geheime kracht had ik nodig, zij waren de samizdat voor de onwennige dissident die ik mij voelde. Ik las in heilige afzondering hun werken om beter te leren articuleren, om beter te leren spreken. Om te leren tegen te spreken. Om eindelijk mijn stem te kunnen verheffen. Hun stem, that is, uit mijn keel. Ik leende hun formuleringen voorlopig, omdat ik er zelf nog geen had om mij te verdedigen tegen de alomtegenwoordige banaliteit van het voorbestemde bestaan.

Het verraderlijke was dat hun woorden uit mijn mond anders klonken. […] [1]

Iets verderop in deze tekst blijkt dus dat citeren van andermans woorden doorgaans niet werkt. Een citaat, los van de tekst waarin de zinnen een logische plaats hadden, schrompelt ineen. De magie is daar uit.

En nu ik daar eens over nadenk, geldt vermoedelijk dezelfde bedenking bij het opnemen van andermans citaten in een boeklogje hier. Er nog even van afgezien dat overtypen werk vergt, en me geen gedachten oplevert. Ik ben geen groot liefhebber van citaten hier, om zo de stijl te laten zien van een besproken schrijver, of de waarheden te tonen die deze verkondigt. Al hangt die voorkeur ook samen met de wat merkwaardige eisen die het boeklogje stelt.

Mij gaat het er om hier vast te leggen welke indruk een boek maakte, of naliet; om over enkele jaren nog een nuttig beeld te hebben van de publicatie. Dat vastleggen moest daarbij ook in minder dan geen tijd.

Hoort zo’n tekstje ook nog eens een ding op zich te worden, met een begin en een einde, en enige tekst met ademruimte daar tussenin.

Andermans woorden passen daar dan zo slecht bij.

Uit andere publicaties van Thomése was me al veel duidelijk geworden over de standaarden die hij hanteert bij het beoordelen van boeken, en daarmee van wat voor literatuur doorgaat hier. De vrijwel onmogelijk samen te vatten inhoud van Nergensman heeft vooral deze kennis verdiept. En dat was goed. Want schimpen en schelden is niet heel moeilijk. Dit kan iedereen. En juist in de samenvatting van een los citaat of wat kan Thomése ook makkelijk zo’n narrige querulant lijken. Alleen is zijn weerzin op van alles gestoeld. Er bestaan goede redenen voor die afkeer, zoals dit boek duidelijk maakt.

P.F. Thomése, Nergensman
Autobiografieën

173 pagina’s
Contact, 2008
  1. ook te vinden hier: het SLAA- college van 15 juni 1999 in De Balie te Amsterdam []

[x]