Homme’s hoest ~ Willem Frederik Hermans

► door: A.IJ. van den Berg

Vrijwel zeker eerder gelezen ooit, en niet meer van onthouden dan dat er gedoe kwam om die apostrof. Hermans publiceerde rond 1980 meerdere novelles met een vergelijkbaar opgebouwde titel. Filip’s sonatine, Geyerstein’s dynamiek, Homme’s hoest. En scherpslijpers wilden hebben dat zo’n bezittelijke apostrof daar niet hoorde in het Nederlands, nee zelfs een volkomen fout insluipsel uit het Engels was.

Hermans stelde daar, mijns inziens terecht, tegenover dat Hommes hoest anders wel een zin oplevert die niet eenduidig is. Want die kan ook betekenen dat een mijnheer Hommes aan een hoestprikkel moet toegeven. Terwijl het de schrijver er simpelweg om te doen was om zijn boek De hoest van Homme als titel mee te geven, alleen dan eleganter.

Enfin, Willem Frederik Hermans meende ook dat goed Nederlands het Nederlands was zoals goede schrijvers dit schrijven. Vertel zoiets alleen nooit aan iemand die zeker weet dat geschreven taal aan strenge wetten voldoet, in plaats van spelling gewoon als de vorm van maatschappelijke beleefdheid te zien die het schrijven is van een onmiddellijk goed herkenbaar woordbeeld.

Homme’s hoest pakte uit als een reisverhaal, waarbij de schrijver net niet genoeg vertelt over zijn personages om dat ooit een realistisch verhaal te laten zijn.

De vertelling vangt aan als de hoofdpersoon, Homme, ergens in Bulgarije een Nederlandse lifster laat meerijden, die dan net een ongeluk heeft overleefd met een Rolls Royce die haar een half uur daarvoor had opgepikt.

Homme rijdt een open Jaguar E-type, die hij voor veel geld in Turkije hoopt te verpatsen — en voor wie niets van auto’s weet: dat is een heel laag model sportwagen, dat in de gemiddelde Nederlandse woonwijk al moeite zou hebben met alle verkeersdrempels. En dus zeker geen auto is voor de wegen daar.

De lifster blijkt Helena te heten, en zij verleidt Homme om niet direct naar de grote stad Istanboel door te tuffen, maar om via Troje om te rijden.

En ondanks dat er een groot wantrouwen bestaat tussen beide — hij verdenkt haar de verongelukte Rolls Royce-rijder te hebben beroofd, zij weet zeker dat hij de Jaguar heeft gestolen — blijven ze toch samen rondzwerven in Turkije. Tot op zekere dag de reserveband van de auto ontvreemd wordt. Uit de kofferbak? Het boek beschrijft dit niet. [1]

Vanaf dat moment mag er niets meer mis gaan met de auto, terwijl juist tot dan toe zo veel fout ging met de Jaguar.

Bij Hermans weet je als lezer alleen ook: vanzelfsprekend gaat het daarop verkeerd. En wel heel naar vond ik dat de laatste wending in het boek precies omgekeerd is aan de opening.

Dus, wat moest ik hier van denken?

Hermans hoestte zelf nogal aan het einde van zijn leven. Wilde hij nog eens een boek schrijven waarin hij een belangrijk personage opzadelde met deze handicap?

En Hermans had zelf ooit een Britse sportwagen — een Morgan. Wilde hij zich nog eens afreageren over de gebreken van dat type auto’s? Door het volgens de insiders perfecte type klassieke sportwagen telkens heel treiterig kapot te laten gaan?

Over Troje, alle heldenverhalen daaromheen, of de kwaliteiten van de mythische Helena heb ik al helemaal geen lust om te speculeren. Ik herlas deze novelle vooral om te kijken of dat korte werk van Willem Frederik Hermans me nog wat te bieden zou hebben; nadat er al de zekerheid was gegroeid dat de late lange romans niet meer hoeven. En het gevonden antwoord op die vraag luidt: nee ook dit type boeken brengt geen nieuws meer, door de te zichtbare constructie; of tenminste niets van wat ik nog in fictie zoek.

Willem Frederik Hermans, Homme’s hoest
69 pagina’s
De Bezige Bij, 1980
  1. Bij een Morgan is de reserveband achterop de kofferbak gemonteerd, en dus relatief makkelijk te stelen. Bij een Jaguar E-type moet toch echt de kofferbak worden open gebroken. Theorette: Hermans liet zijn hoofdpersoon oorspronkelijk in een ander type sportauto rondrijden dan een E-type []

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2019. Alle rechten voorbehouden