Badenheim 1939 ~ Aharon Appelfeld

Hoeveel allegorieën zal ik gelezen hebben van mijn leven? Dat kunnen er in de allerpuurste vorm nooit veel geweest zijn. De aanpak lijkt me geschikter voor een andere tijd dan deze, met andere omstandigheden, als een schrijver niet alles direct kan zeggen, en daarom een omweg moet kiezen.

Zijn er wel kinderboeken nog, waarin de keuze voor een allegorie het probleem voor de schrijver kan oplossen dat kinderen zo veel niet al weten.

Allegorische personages daarentegen zijn er volop. Helemaal als auteurs denken ideeën te moeten inbrengen in hun romans. Of in hun toneelstukken vooral.

Toen Aharon Appelfeld [1932 — 2018] overleed onlangs, werd hij in de in memoriams nogal hoog geschreven. Terwijl ik tot dan waarschijnlijk niet eens van de beste man gehoord had. Wat er over zijn boeken gezegd werd, klonk goed. Op dat ene gegeven na dan. De geschiedenis van de twintigste eeuw, en dat Appelfeld een Joods auteur was, die de Holocaust overleefde. Want hoe vrij is zo’n schrijver dan nog om het over iets anders te hebben?

Zijn Badenheim 1939 is een allegorische roman. Het boek lijkt weliswaar te gaan over een kuuroord in Oostenrijk en de verwikkelingen van zijn bewoners. Alleen vertelde Appelfeld daarmee natuurlijk hoe passief de Joden reageerden toen ze door de Nazi’s in getto’s werden gestopt, en daar steeds meer restricties opgelegd kregen, tot het onvermijdelijke vertrek naar de kampen in Polen daar was.[1]

Geldt alleen wel dat elke microcosmos van opeengepakte mensen, voor wie het al gauw aan alles ontbreekt, altijd een snelkookpan wordt.

Toch, door zo’n parallelle geschiedenis te schrijven, kon de auteur afstand houden. Wat bij dit onderwerp geen vreemde keuze is. Rechtstreeks zo’n verhaal vertellen, kan bijzonder wreed uitpakken. Iets kan ook heel veel nadruk krijgen door het daar juist niet over te hebben — in de roman komt geen enkele directe verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog voor.

Alleen maakt de keuze voor de allegorie Badenheim 1939 dus ook tot een roman waarin de lezer telkens heel wat meer weet dan de personages in het boek. Toegegeven, daardoor ontstond ook humor, van het meest wrange soort. Zoals op de momenten als er gepraat wordt over Polen als een fijn soort vakantieland, waar je met een beetje handigheid vast nog leuk kon verdienen.

De overmaat aan kennis bij mij maakte alleen dat ik te analyserend las — te zeer kijkend steeds naar wat de auteur aan het doen was. Bovendien werd een vraag op Appelfeld nog historische elementen zou inbrengen als een Joodse Raad — volgens Hannah Arendt immers het middel waarmee de Joden in alle bezette landen zelf de Nazi’s nogal geholpen hebben bij de Eindoplossing.

Appelfeld verkoos het evenwel om vooral Joodse stereotypen in te brengen in het verhaal — zoals het Wunderkind, of de rabbijn — en die dan net niet te laten samenvallen met het gebruikelijke cliché. De rebbe in de roman is eens niet bijzonder geduldig en wijs, maar een oude man in een rolstoel, die een voor vrijwel iedereen onbegrijpelijk mengsel brabbelt van Jiddisch en Hebreeuws; iets dat in de Nederlandse vertaling genegeerd lijkt te worden.

Van deze roman was helaas vooral het slot memorabel. Als de inwoners van Badenheim op het station verzameld staan, klaar voor de reis naar Polen, en er een trein met enkel vieze veewagons voor komt rijden — wat het personage doctor Pappenheim zelfs dan nog tot optimisme verleidt.

En sterk was ook de Middeleuropese toon die ik vooral zo ken van Tsjechoslowaakse auteurs. Waarin een wat afstandelijk realisme toch gepaard kan gaan humor; bijvoorbeeld door een surreële toets hier en daar. Dat Appelfeld in de herdenkingsstukken gauw eens met Franz Kafka vergeleken werd, zag ik alleen niet zo. Zo’n vergelijking wordt misschien al te snel gemaakt uit armoede, omdat van alle gedoemde twintigste-eeuwse auteurs de naam Kafka tenminste nu nog bekend is bij het brede publiek.

Aharon Appelfeld, Badenheim 1939
148 pagina’s
Anthos, 2008
vertaald uit het Hebreeuws door Kees Meiling, oorspronkelijk 1979
  1. Benieuwd of de Poolse staatscensuur over de concentratiekampen zich ook tot romans gaat uitstrekken. []