Wealth of Humans ~ Ryan Avent

Mijn ideeën over werk, en het nut daarvan, zijn misschien nogal sterk gekleurd door mijn eigen geschiedenis. Zo bedacht ik me bij het lezen van The Wealth of Humans. Zelfs al biedt deze monografie enkel het grote, en redelijk abstracte verhaal, over hoe het kan gaan met de werkgelegenheid in de 21e eeuw. In de hele wereld.

Ryan Avent schrijft normaal voor The Economist — dus werd deze uitgave allereerst een economieboek, waarin slechts af en toe wijsheden uit andere wetenschappen worden aangehaald.[1]

De schrijver neemt daarbij de positie in dat wat er nu allemaal aan het gebeuren is, met dat internet, en met kunstmatige intelligentie (AI), en met de robots die gaan komen, op zich geen andere ontwikkeling oplevert als wat er plaatsvond tijdens de industriële revolutie. De organisatie van arbeid is aan het veranderen. Alleen zitten we nu nog in de chaotische fase. Welke kant het precies op zal gaan met werk, weet niemand.

Bovendien staat er niets of niemand aan het roer bij alle ontwikkelingen. Volgens hem. Waar ik toch wel meen dat sommige ideeën over economie wel erg eenvormig zijn onder hele massa’s mensen, zo niet dogmatisch éen kant op gaan.

The Wealth of Humans werd voor mij pas interessant in de tweede helft van het boek. De eerste hoofdstukken lazen te veel als een wel heel lange introductie. Want halverwege pas zoomt Avent eindelijk in op de abstractie die ook de titel aan het boek gaf. Elk mens heeft een sociaal kapitaal. Net als organisaties die hebben. Of plaatsen.

En zo bezien is die ontwikkeling dat almaar mensen in de wereld naar grote steden toe trekken ook te beschrijven als een economische rekensom. Mensen kunnen hun eigen sociaal kapitaal vergroten door naar een plaats te verhuizen met een groot sociaal kapitaal; waar er een grote vraag is naar vaardigheden in het bijzonder, en dommekracht in het algemeen.

Het probleem wordt alleen dan dat steden niet oneindig veel volk van buiten kunnen opnemen. Woonruimte is er schaars, helemaal in de plaatsen waar veel sociaal kapitaal samentroept. Wat dan weer leidt tot hoge kosten om er te wonen. Waarop sommigen besluiten om dan liever elders te wonen. Waar de salarissen wellicht een stuk lager liggen. Alleen is wonen daar zo veel goedkoper, dat zo iemand op éen niveau toch beter af zal zijn. Om slechts éen van de oorzaken en mogelijke gevolgen te schetsen van de problemen die spelen.

Avent probeert in zijn boek het midden te houden tussen blind optimisme over de toekomst, en pessimisme. Toch komt hij er niet voor weg om te signaleren dat het neoliberale idee over economie, dat door zo veel landsregeringen blind omarmd wordt, nu al op duidelijke grenzen stuit. Oneindige groei is al niet mogelijk, terwijl velen die toch als noodzaak zien. En dan niet eens om milieuaspecten, of andere problemen, want daar gaat dit boek niet over.

Net nu de grootbedrijven hun productiemethoden tot in het oneindige verfijnd hebben, en arm land na arm land vol fabrieken is komen te staan, blijft de vraag structureel uit alleen. Er kan nu al veel meer worden geproduceerd dan waar er behoefte aan bestaat. Daardoor zijn zulke bedrijven minder winstgevend dan gehoopt, en betalen ze niet veel, waardoor omgekeerd arbeid dus weinig blijft kosten. En dit probleem wordt enkel groter als technologie nog meer werk overneemt, de komende decennia. Ander werk ook dan alleen productiewerk.

Waarmee de centrale vraag duidelijk wordt die dit boek stelt: wat gebeurt er met dat overschot aan menskracht straks in de wereld, waar geen of amper vraag naar zal bestaan? Er zal hoogstwaarschijnlijk iets fundamenteels moeten verschuiven in onze organisatie van arbeid om dit probleem weg te nemen. Waarbij dan nogal principiële vragen spelen ook over de verdeling van welvaart in een samenleving. Wat dan weer politieke beslissingen vergt, over gelimiteerde werkweken of zoiets, of de invoering van een basisloon, en van leeflonen, waar de meeste politici nog lang niet aan toe zijn. Want voor Ryan Avent is politiek per definitie een sterk conservatieve kracht, die altijd op achterstand staat.

Bovendien zijn er wel meer mentaliteitsslagen te maken. Zo overheerst er nu het neoliberale gedachtegoed dat elk mens persoonlijk verantwoordelijk is voor de eigen toekomst — wat toch een werkelijk heel vies idee wordt in het besef dat er altijd zo veel andere krachten spelen ook die iemands levensloop kunnen bepalen.

Want stel je werd vrachtwagenchauffeur. En door enkele politieke besluiten heb je ineens te concurreren met collega’s uit een voormalig Oostblokland die het voor een vijfde van jouw prijs willen doen. Komen er straks nog zelfrijdende trucks aan ook.

Of stel je werd onderwijzer. Uit liefde voor kinderen en vanuit het ideaal ze iets bij te willen brengen. En je belandt in een sector waarin het beleid elk jaar verandert, omdat het enorme tal ambtenaren in Den Haag ook bezig wil blijven, waardoor je klassen mettertijd enkel groter worden, en de werklast alleen zwaarder, om alle ingevoerde bureaucratie; mogelijk dankzij ICT.

Avent eindigde gemaakt optimistisch in zijn boek, omdat hij denkt, of hoopt, dat de oneindige vindingrijkheid van de mensheid ook de door hem gesignaleerde problemen wel zal oplossen.

En ik, als kindje van de no-future generatie, opgegroeid in een periode van een enorme en structurele werkloosheid onder jongeren, heb werk daardoor waarschijnlijk altijd als een noodzakelijk kwaad gezien. Nodig voor het inkomen om te kunnen doen wat me wel interesseert. Niet als iets dat mij zou definiëren. Of dat status zou opleveren. Dus wat de toekomst ook brengen zal, weinig kan mij deren. Zolang Nederland een rijk land blijft tenminste. Een positie luxer dan miljarden anderen op deze aarde hebben.

Ryan Avent, The Wealth of Humans
Work and Its Absence in the Twenty-first Century

288 pagina’s
Penguin Books 2017, oorspronkelijk 2016
  1. en de titel is vanzelfsprekend ook een variatie op Adam Smith’s klassieker The Wealth of Nations []