dit is het dossier:

Jeroen van Bergeijk

© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden

 

Meer dan de feiten ~ Han Ceelen & Jeroen van Bergeijk

De lange en goed geschreven reportage, die documentaire op papier, heet tegenwoordig literaire non-fictie. Ik vind die benaming rijkelijk pretentieus, en misschien wel onnozel. Dit soort teksten was er altijd al. Het verschijnsel is namelijk niet nieuw. Historici durven het bijvoorbeeld zelfs nog niet eens zo heel lang aan om al die eeuwenoude vertelwetten te negeren, en dus hun werk dor en op een saaie wijze te presenteren; omwille van het academische prestige. Terwijl er toch al lang geschiedenisverhalen waren voordat er professionele geschiedkundigen bestonden.

Maar goed, het valt ineens op dat een bepaald soort non-fictie erg goed verkoopt, terwijl de dagbladen en tijdschriften geen ruimte meer over hebben voor lange verhalen met een feitelijke achtergrond. Dit was voor de journalisten Ceelen en Van Bergeijk aanleiding te gaan praten met de schrijvers van dit soort boeken.

Een aantal daarvan kwam op boeklog ook al eens langs, als een Geert Mak, een Joris Luyendijk, of een Frank Westerman.

De interviews met hen leverden meestal een mengeling op van persoonlijk portret en bespiegelingen over de geheimen van het vak. Dit las allemaal wel lekker vlot weg, want ik kon de interviewers niet erg confronterend vinden.

Ook blijft er betrekkelijk weinig hangen van de gesprekken. Het babbelde steeds wel lekker door.

Nu goed, ik heb geleerd dat Geert Mak eerst een draaiboek opzet als hij aan een nieuw werk begint. En als werkmethode vind ik dat wel interessant, al is het vooral omdat ik de inspanningen aan mijn lange artikelen ook zo begin. Tegelijk zegt dit allemaal niets.

Han Ceelen & Jeroen van Bergeijk, Meer dan de feiten
Gesprekken met auteurs van literaire non-fictie

240 pagina’s
Uitgeverij Atlas, 2007

U.S. 1 ~ Jeroen van Bergeijk

Een vraag die wel niet te beantwoorden zal zijn, en me nu toch even kwelt: leeft 9/11 nog in de collectieve verbeelding? Of hebben enkel zij last van deze herinnering die bewust de dag meemaakten dat er twee vliegtuigen in een stel wolkenkrabbers vlogen, en daar zelfs beelden van bleken te zijn, die naderhand eindeloos werden uitgezonden?

Wie komende maand aan een studie geschiedenis begint, bestond weliswaar al op 11 september 2001, alleen was dat wel zonder al te veel benul. Voor een hele generatie al is die gebeurtenis iets enkel uit overlevering.

En sindsdien heeft de VS zoveel mispeuterd in de wereld dat alle goodwill die er even was na de aanslag verspeeld lijkt.

Meest directe erfenis voor ons van 9/11 zal zijn dat luchtreizen een stuk onprettiger werd. Inchecken duurt langer, omdat de autoriteiten dit theater nodig hebben om te laten zien dat zij om veiligheid geven. Alleen heeft eenieder die vliegen een tergend egoïstische aanslag vindt op het milieu, en daarmee het klimaat, hier geen enkele last van.

Belangrijkste erfenis is daarom dat de VS deze ene terroristische aanslag benutte als aanleiding voor twee invasies in autonome landen, Afghanistan eerst, en daarop Irak, en om voortaan iedereen online op de hele wereld onder permanent toezicht te stellen — waartoe de plannen trouwens al klaar lagen. Want er wordt sinds september 2001 in naam een permanente oorlog gevoerd. De ‘War on terror’. Die nooit gewonnen kan worden, en daarom nog wel even zal voort blijven kankeren.

Jeroen van Bergeijk woonde in New York, toen daar de vliegtuigen het World Trade Center invlogen. En na die terreurdaad was er even saamhorigheid tussen de bewoners in de stad, in plaats van de gebruikelijke onverschilligheid; waarin buren geen woord met elkaar wisselen; alleen al omdat ze elkaar niet kennen.

Ook Van Bergeijk wilde helpen direct na 9/11; om daarbij te merken dat er niet eens een mogelijkheid was om goed te doen door het overaanbod aan vrijwilligers. Uiteindelijk kwam hij in een loods terecht, om daar vlaggen te vouwen — wat hem nog tot overpeinzingen aanzette ook over de ‘stars and stripes’. Beide uiterste posities waren hem daarbij vreemd, zowel het blinde patriottisme verbonden aan het dundoek, als de pure haat om de doden die de militairen van het land elders maakten, deelt hij niet.

In U.S. 1 worden twee ideeën gecombineerd. Voor dit boek bekeek Jeroen van Bergeijk welke gevolgen die ene fatale dag in september 2001 hadden voor de rest van de VS. Daartoe maakte hij een roadtrip in een enorme Cadillac, zoals toch al een vaag plan was, langs de U.S. Route 1 — de oerroute aan de oostkust van de Canadese grens in Maine in het noorden tot diep in Florida in het zuiden.

Tegenwoordig heeft de Interstate 95 die rol van noord-zuid-verbinding overgenomen. Dus is de U.S. 1 vaak een bijweg geworden, al zijn er plaatsen waar de extra wegcapaciteit parallel aan de hoofdweg nog wel belangrijk bleef. En bijwegen voeren doorgaans langs de achterkant van het gelijk.

Vraag werd daarmee of die tijdelijke obsessie van de schrijver over terreur dit boek een meerwaarde gaf boven het gebruikelijke reisboek. En na enig nadenken was dit toch wel zo — omdat U.S. 1 daarmee de valstrik vermeed van het doorsnee reisverslag, dat alle ontmoetingen onderweg zo vreselijk toevallig zijn; en daarmee zelden iets toevoegen aan het verhaal. Van Bergeijk stelde iedereen onderweg dezelfde vraag: is er ook iets verandert?

Toegegeven, zijn teleurstellende bezoekjes aan de Amish, of de Harvard Business School, of de nare rondleiding op het hoofdkantoor van de FBI, waren niet meer dan pure improvisaties. Daar tegenover staat wel dat hij per se in de motelkamer wilde overnachten waarin de bekendste dader van 9/11, Mohammed Atta, zijn laatste nacht had doorgebracht, en hij de vliegschoolhouder opzocht die de kapers les had gegeven.

Maar denk al deze elementen weg, dan nog was het goed om een boek te lezen dat niet als een blije toeristengids uitpakte over een land en zijn bezienswaardigheden; omdat de VS gewoon erg vreemde kanten heeft, en Van Bergeijk ook een heel tal daarvan wist te benoemen.

Ondertussen doet de VS tegenwoordig mee met Saoedi-Arabië met een in de massamedia vrijwel doodzwegen oorlog tegen Yemen; waarin al duizenden burgerdoden zijn gevallen. Aan de Arabische kant vechten nogal wat voormalige Al Qaida-strijders mee.

Vijftien van de negentien vliegtuigkapers op 9/11 hadden toch al de Saoedi-Arabische nationaliteit.

Jeroen van Bergeijk, U.S. 1
Amerika na 11 september

256 pagina’s
Meulenhoff, 2002