Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour ~ Aaf Brandt Corstius

Aaf Brandt Corstius laat met haar columns in NRC-next [1] het begin van elke nieuwe werkdag ietwat draaglijker lijken. Niet dat dit haar meteen tot een volmaakt schrijver maakt, wat mij betreft. Maar het krediet dat ze daardoor heeft, is groot. Alleen geniet ze op het moment kraamverlof. Dus las ik in arren moede deze bundel.

Was het wel een vraag of die columns van waarde bleven als ze op een andere moment gelezen werden dan half wakker ’s ochtends vroeg. En of een verzameling het geheel groter maakte dan de delen.

Goed aan een bundel als deze is dat ze daarin regelmatig op pad gaat, en dan enkel beschrijft. Want of het dan gaat om de uitreiking van de ‘Jan Smit-awards’ — die allemaal voor volkszanger Jan Smit zijn — of dat premier Balkenende twee gloeilampen in zijn kantoor vervangt door spaarlampen; zo’n minireportage levert altijd iets op.

Te weinig journalisten, en columnisten, durven de vreemde toneelstukjes die overal dagelijks in Nederland worden opgevoerd ook als toneelstukjes te beschrijven. Dit maakt me erg dankbaar voor de enkeling die wel de absurditeit van alles blijft zien.

De columns in Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour zijn voor het merendeel geschreven in 2006. Daardoor is een deel inmiddels verouderd. Wie over politici schrijft, loopt nu eenmaal dat gevaar. Zo streed ene mevrouw Verdonk in deze bundel nog fel om het lijsttrekkerschap van de VVD. Sindsdien is ze een eigen fractie begonnen in de Tweede Kamer, en richtte ze een volksbeweging op, die ooit in de peilingen een op elke vijf stemmen leek te trekken. Ondertussen is geen kiezer meer in haar geïnteresseerd.

Toch, al verdwijnt veel van het beschrevene ook wel zonder dat wij ons daar vrolijk over gemaakt hebben; het heeft soms wel degelijk nut dat het ergens vastgelegd werd.

Aaf Brandt Corstius, Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour
173 pagina’s
Prometheus, 2007
  1. update 29 iii 2010, inmiddels is ze getransfereerd naar De Volkskrant. []

Jaar dat ik 30 werd ~ Aaf Brandt Corstius

Aaf Brandt Corstius [dochter van] geviel het ooit dat ze dertig werd. Helemaal uniek is ze niet met die prestatie, maar slechts weinig andere prille dertigers hebben daar reeksen van krantencolumns aan kunnen wijden.

Tegenwoordig schrijft Aaf Brandt Corstius alle werkdagen voor NRC.next. Enkele jaren terug was dat voor een reeks andere kranten en bladen. Toentertijd las ik haar niet, maar het zou me verbazen als ze toen op een andere manier schreef.

En haar toon kan ’s ochtends ook zeer prettig zijn. Helemaal als ze ergens naartoe is geweest, en zich dan weer over iets luttels verbaasd heeft. Zulks is prettig relativerend. Maar dat relativerende kan ook doorslaan bij haar, en dit gebeurt vooral in de columns waarin ze wat te koket de schlemiel uithangt.

Gut, kijk mij toch naïef zijn.

Ik vreesde daarom een boek te krijgen met veel van dat. Helemaal omdat me van de inhoud bekend was dat ze er een boek lang over zou doen om zich uit haar amper bestaande relatie los te weken. Het object van haar begeerte heet in de tekst Meneertje Knipperlicht, maar staat daarbuiten ook bekend als Arnon Grunberg. En alleen al om iets meer te begrijpen van de verhoudingen in literair Nederland kon ik er niet onderuit om te lezen wat Brandt Corstius over Grunberg te melden had.

Dit was vrijwel niets. Ze draait zich in die passages telkens iets te nadrukkelijk zelf in beeld, als ware dat een laatste bewijs van haar liefde. Andere gedeelten van het boek interesseerden me daarom meer.

Zo is er een prachtstuk gewijd aan haar snuffelstage op een kleuterschool, al bewijst ook dit vooral dat ze niet over zichzelf moet schrijven. En goed, dan valt aan dit boek op dat er een groot tal omgewerkte columns in staan. Maar het bracht aanzienlijk meer amusement dan ik van tevoren gedacht had.

Aaf Brandt Corstius, Het jaar dat ik 30 werd
190 pagina’s
Arena, 2006

Volkskrant, week 6 van 2013







De Volkskrant stond een week gratis online, wat me de kans gaf om paar testjes te doen.

Het is tenslotte al even geleden dat ik mijn laatste dagbladabonnement opzegde. En daarmee afscheid nam van een gewoonte van zeker dertig jaar om elke dag een krant te lezen.

Maakte een week aan krant verlangen los naar meer?

De vraag die me vooraf het meest interesseerde was: zou de Volkskrant nieuws bieden of nuttige achtergrondinformatie die ik zonder de krant niet had opgedaan.

En vooralsnog luidt het antwoord op die vraag een simpel nee. Omgekeerd had ik elders wel zaken opgepikt waarvan het me verwonderde die niet in de krant te lezen — zoals over de onderhandelingen om de EU-begroting, of onthullingen over de Amerikaanse defensiepolitiek. Maar wellicht duikt er later nog ineens een nuttig feit op uit deze zes oude kranten. Niet alles wat ik lees openbaart zijn nut al meteen.

Tekenend bleek vooral dat als ik iets nieuws vond dat me een dag eerder was opgevallen dan de Volkskrant het bracht, als het al geen twee of drie dagen eerder was.

Bovendien ergerde ik me ineens aan de vreemde neiging van de Volkskrant om in lange nieuwsberichten ook alvast maar commentaar te verwerken, door quotes van buitenstaanders op te nemen; de zogenaamde deskundigen.

Schandalig slecht is zelfs de mateloze belangstelling voor wat goed beschouwd niet meer dan politieke spelletjes zijn in Den Haag. De opening krant van dinsdag, dat de politieke partij CDA macht uit Brussel wil terughalen, was zelfs een werkelijk beschamende canard. Het lijstje met eisen van het CDA bleek nogal onbenullig, en om bevoegdheden te gaan die niet bestonden of nooit waren afgestaan.

In de zaterdag-krant werd dat gelukkig rechtgezet en een fout genoemd. Alleen gebeurde dit ergens achterin.

De tweede kwestie was een samengestelde vraag: las ik alles in die kranten, had ik zin om alles te lezen, was te voorspellen waar mijn belangstelling naar uit zou gaan?

En daarbij bleek dat het me bijvoorbeeld niets deed om alle columnisten te kunnen lezen die de krant biedt. Braaf heb ik alle dagen de stukjes van Grunberg op de voorpagina gelezen. Geen éen keer zette hij mij tot denken aan. Een repeteergeweer aan meninkjes schiet altijd wel een keer raak, maar veel vaker nog balt die op een luide manier even wat lucht samen tot een knal en een rookwolkje.

Interessanter was al het bezoek van Grunberg aan Griekenland, en het stuk in de zaterdag-krant daarover. Al moet iemand toch echt weken, zo niet jaren in zo’n land verkeren, om werkelijk met eigen ogen te kunnen zien.

Sylvia Witteman, of Aaf Brandt Corstius? Het zal hun week niet zijn geweest. Wat gebeurt er nu helemaal in februari.

De dagelijkse TV-recensie? Ik zou ook televisie hebben moeten kijken de afgelopen week om iets zinnigs te zeggen over al die opinietjes.

Dus werd ik van de weeromstuit het meest nieuwsgierig naar de bijlagen. Die allemaal op andere dagen lijken te verschijnen dan ik gewend was, vroeger.

Het kleurenmagazine op zaterdag bleek alleen nog altijd een heel matig damesblad te zijn. Enkel het katern wetenschap en zelfs de vermaledijde boekenbijlage zette mij tenminste even tot lezen aan.

Waarop de conclusie na een week Volkskrant wel moet luiden: doordeweeks kan die heel goed ongelezen blijven. Slechts op zaterdag heeft de krant me nog wat te bieden. Alleen biedt het blad me dan niets dat uniek des dagblads is. Opinies, artikelen over wetenschap, en boekrecensies kan ik elders ook volop vinden.

Toevallig pakte de samenstelling van deze zaterdag-editie wel aardig uit. Andere weken zal het ongetwijfeld anders zijn.

Waarop de simpele constatering moest zijn: het dagblad is voor mij dus zoiets geworden als een tijdschrift. Iets om even mee te nemen ter verstrooiing. Er kleeft geen enkele noodzaak aan om elke dag een krant te lezen. Moeten bestaat al niet meer in deze.

Enkele decennia nadat ik als studentje in de journalistiek mijn eerste stuk verkocht aan een krant, is het medium waar ik ooit zo veel in zag voor mij dood.

De Volkskrant, 4 februari 2013 t/m 10 februari 2013
472 pagina’s
De Persgroep Nederland, 91e jaargang