30° C in de schaduw ~ Martin Bril

Bij Martin Bril [1959 – 2009] kleurt de liefde voor zijn debuut Arbeidsvitaminen mijn appreciatie voor de rest van zijn werk. Dit boek uit 1987, geschreven samen met Dirk van Weelden, beloofde me iets over dat schrijversschap, wat later nooit helemaal is uitgekomen.

Natuurlijk, er was vaak wel een observatie, of een geslaagde formulering in zijn columns die even indruk maakten. Alleen was de zo verkregen ontvankelijkheid voor zijn woorden ook zomaar weer weg.

Bril’s activiteiten als dichter, leverde naar mijn idee vooral wat aardige aforismen op.

En dan was er nog dat leven als feuilletonschrijver voor het weekblad Vrij Nederland, over de Amsterdamse Evelien. Die verhalen brachten het zelfs tot dramaserie op televisie. Niet dat daar iets op tegen is, en mooi dat zo veel meer mensen dan alleen wat lezers ervan genoten hebben. Maar ik vond die feuilletonafleveringen altijd zo makkelijk in elkaar gezet.

Heel leuk om te schrijven, waarschijnlijk. Niet zo heel bijzonder om te lezen.

Dezelfde bezwaren gaan op voor de vier verhalen in de postume bundel 30° C in de schaduw. Bril mocht nog eens tonen dat hij vrouwen toch wel veel leuker vond als personages dan mannen. Hij liet weer eens zien dat de oppervlakte van alles hem al genoeg boeide. En dit leverde verhalen op over wat dertigers en veertigers die het even moeilijk hadden, met relaties meestal, in hun verder niet heel problematische leven.

Dit is uiterst leesbaar opgeschreven, allemaal. En zelfs niet helemaal voorspelbaar. Maar tegelijk is dit een boek dat alleen wat biedt op het moment van lezen. En na dat ene kwartiertje geen enkele herinnering nalaat.

Martin Bril, 30° C in de schaduw
96 pagina’s
Prometheus, 2009

Afsluitdijk en verder ~ Martin Bril

Schrijven is maar een merkwaardige bezigheid. Schrijven komt altijd achteraf — als de gebeurtenis al geweest is, of als op iets gereflecteerd moet worden. Meestal pakt die afstand wel goed uit. Als de felste emoties zijn uitgedoofd, is er ook nog kans om iets te scheppen.

In De Afsluitdijk en verder zijn de Volkskrant-columns verzameld die Martin Bril schreef van 2001 tot ergens in het jaar 2002. En er gebeurde wel het éen en ander in die tijd. Vliegtuigen boorden zich de torens van het WTC in, Pim Fortuyn werd doodgeschoten, en Bril had ineens een kwaadaardige vorm van darmkanker.

Lezen is ook een merkwaardige bezigheid. Er staat niet altijd wat er staat, zoals Nijhoff al eens beter verwoordde. Martin Bril heeft zich in interviews later veel uitgebreider uitgelaten over zijn verblijf in het ziekenhuis dan in deze bundel gebeurt. Maar die latere kennis nam ik wel mee. Nu las ik drie nogal laconieke columns over wat misschien een levensbedreigende aandoening is geweest.

Goed, er komen nog wat latere controleonderzoeken langs, maar menige vrouw kan huiveringwekkender verhalen vertellen over routinebezoekjes aan het ziekenhuis.

Dus ben ik ineens gedwongen een mening te formuleren over hoe Martin Bril op zijn kwaal reflecteerde. En dat, terwijl ik aan deze bundel begonnen was omdat die tamelijk ideale zomerlectuur bevat. Bril beschrijft het liefst alleen wat er ergens aan het oppervlak gebeurt. Maar juist daardoor bouwt hij ook afstand in, tot de gebeurtenis, terwijl er toch iets aan betrokkenheid is. Al blijft het licht. De rest moet de lezer maar invullen.

Ik houd wel van die afstandelijkheid.

Zeker bij een levensbedreigende aandoening.

Martin Bril schijnt trouwens vrij snel contact te hebben gezocht met Max Pam, toen deze herstelde van diens hersenbloeding. Pam schreef wel een heel boek over zijn aandoening, maar dat durf ik niet te lezen. Het lijkt me namelijk niet mogelijk een goed autobiografisch boek te schrijven over een lijdensweg, als alleen het bestaan van het boek al verklapt dat er een happy ending aan de ellende was. Schaar dit maar onder mijn vele vooroordelen.

Nu ja, boeken waarvan de auteur nog voor het schrijven overleed, bestaan niet, in tastbare vorm.

Martin Bril, De Afsluitdijk en verder
278 pagina’s
Pockethuis 2004, oorspronkelijk 2002

Altijd zomer altijd zondag ~ Martin Bril

Ik kon me niet herinneren dit boek ooit gelezen te hebben, toch stond het in mijn kast. Maar bij herlezing is me vrij snel duidelijk waarom het zo weinig indruk heeft gemaakt dat me er werkelijk niets van bij gebleven is.

Martin Bril probeert in dit boek wel erg opzichtig literatuur te bedrijven, en faalt daarin voor mij. Het verhaal verloopt namelijk van de ene nauwelijks omkaderde scene naar de volgende vormeloze flard. Dromen vermengen zich met realiteit alsof ze gelijkwaardig zijn, nee zelfs meer zeggen. Ik krijg telkens maar impressies uit een leven voorgeschoteld, zonder dat me duidelijk wordt wat de mannelijke hoofdpersoon nu wil of moet daarmee, behalve dan dat hij hunkert naar iets. Het is alsof Bril in woorden een hele trage film navertelt, zonder daarbij genoeg aanknopingspunten te geven waarmee de lezer zich iets kan voorstellen.

Dus haak ik al vrij snel opnieuw af, om dit boek nu naar de stapel te verwijzen die straks via het asiel de kans te krijgt een nieuw baasje te vinden.

Martin Bril, Altijd zomer altijd zondag
242 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij, 1994

Arbeidsvitaminen ~ Martin Bril & Dirk van Weelden

In de vele woorden die gesproken zijn over de dood van Martin Bril deze week, ging het vrijwel steeds om zijn dagelijkse columns voor de krant. Daarin had hij zijn niche gevonden. Daarin had journalistiek ineens de literatuur geraakt.

Toch is dit boek me liever. Arbeidsvitaminen. Het debuut dat genoemd werd naar een aloud radioprogramma waarin non-stop de platen worden gedraaid die het personeel van een willekeurig bedrijf heeft opgegeven. Hardrock kan daarbij op een levenslied volgen, het hitje van de dag op een klassieker.

Nog eclectischer dan het radioprogramma is dit boek. Al heette dat in 1987 nog ‘post-modern’, bij de besprekers die er niets van moesten hebben.

Alle hoofdstuktitels bestaan uit éen woord, aflopend beginnend met A, B, of C, en tegelijk is nooit te voorspellen wat het volgende trefwoord voor hoofdstuk zal brengen. Een mop? Een dialoogje? Een schetsje? Een beschouwing? Dat alleen al maakt dit een heel prettig boek.

Eén constante is dat Bril en Van Weelden het over cultuur hebben, in de ruimste zin van het woord. Dus worden wat levensgeschiedenisjes vertelt van Amerikaanse zangers, die de heren bewonderen. Of gaat het over de onderbroek van Harry Mulisch, die de hoofdprijs is van een tombola. Wielrennen flitst voorbij. Of een beschouwing over waarom het op kunstvernissages altijd zo’n gedrang is bij de toiletten — en dat hoofdstuk heet dan ‘Cocaïne’.

En andere constante zijn de kronieken die Bril en Van Weelden zo eens per maand schreven over het werk op hun kantoor. In Amsterdam. Waar de uren lang zijn, en het losse leven op straat er even zeer deel uitmaakt van de dagelijkse regelmaat.

Ook gaat dit boek regelmatig over pannekoeken. Of beter, een vrouw die pannekoeken bakken voor hen wil, en het verlangen van Bril en van Weelden naar haar.

En wat nog niet meer.

Indertijd werd ook al DEF aangekondigd, het onvermijdelijke vervolg op het ABC. Dat zal er nu wel helemaal niet meer van komen. Maar wat heb ik uitgekeken naar dát boek.

Arbeidsvitaminen was mede door zijn anarchie ook zo’n lievelingsboek ooit, dat ik tot nu niet heb durven herlezen. Bovendien vergoelijkte het bestaan van dit boek de zo matige boeken die Martin Bril en Dirk van Weelden daarna ieder afzonderlijk zouden schrijven.

Van Weelden heb ik trouwens helemaal opgegeven, als schrijver.

Martin Bril rehabiliteerde zich pas in 1998 voor mij met de bundel Het Tekort. En toch denk ik dat Arbeidsvitaminen een grotere belofte aankondigde dan ooit gestand is gedaan. Al de pasteltinten van het latere werk zijn ook in dit boek te vinden, maar daarnaast is er nog zo veel meer. Zelfs al kan niet van elk stuk met zekerheid gezegd worden wie van de twee het in beginsel geschreven heeft, vaak ook kan dat namelijk wel.

Maar, onwillekeurig zal zeker meewegen dat Arbeidsvitaminen indertijd als een schok aankwam. Terwijl de latere Bril bijvoorbeeld zo veel heeft ontleend aan Amerikaanse giganten, als E.B. White, of Joseph Mitchell.

En die kende ik voor een groot deel al. Dat ze een Nederlandse navolger kregen, die het vervolgens allemaal nog weer op zijn eigen manier deed, leverde weliswaar soms prachtige columns op, maar nooit meer een complete verrassing.

Martin Bril Dirk van Weelden, Arbeidsvitaminen
Het ABC van Bril & Van Weelden

469 pagina’s
De Bezige Bij 1991, oorspronkelijk 1987

Evenwicht ~ Martin Bril

Het evenwicht voegt niets toe aan het oeuvre van Martin Bril. Daarvoor is het een te persoonlijk boek geworden. De schrijver komt er nauwelijks in voor; allereerst is de man Bril aanwezig.

Evenmin zal ik dit boek ooit herlezen. Terwijl ik nu toch blij was in elk geval éen keer kennis te hebben genomen van de inhoud.

Punt is simpelweg, de uitkomst van het verhaal weet de lezer al. Martin Bril stierf in april 2009 te jong aan kanker. Maar hij bleef schrijven tot aan zijn laatste week toe. Dus staat Het evenwicht vol met krantenstukken en teksten die hij voor zijn website maakte in de laatste maanden van zijn leven. En daar tussendoor zijn tal van e-mails opgenomen, die dan wel het verloop van zijn ziekte vertellen, met alle bijbehorende ellende, plus de grote onzekerheden.

Een tumor in zijn nek gaf pijn, en verstoorde zijn schrijfhand. En als eenmaal dat gezwel weg was, heeft dat een nekwervel zo beschadigd dat dit voor problemen blijft zorgen.

Maar in het schrijfwerk dat voor de buitenwereld bedoeld is, gaat het daar nooit over. Het echte verhaal kan slechts worden gereconstrueerd uit de e-mails. Daarin schrijft hij met lotgenoten. Daarin stelt hij vragen aan deskundigen.

Dus mist er een tekst in dit boek. Eén stuk waarin Martin Bril onderkoeld en met humor beschrijft wat er nu echt met hem aan de hand is, en hoe hij zich daaronder voelt. Zo’n tekst als Hein Donner bijvoorbeeld schreef, jaren nadat hij na een hersenbloeding in een verzorgingstehuis was beland.

Tegelijk is het ook goed dat het boek die tekst ontbeert. Dit betekent dat er altijd nog hoop was dat het weer goed zou komen. De eindafrekening hoefde nog niet te worden opgemaakt. Zolang er leven was.

Martin Bril, Het evenwicht
Ineens kanker

325 pagina’s
Prometheus, 2011

Haagse bluf ~ Martin Bril

Martin Bril komt de eer toe een geheel nieuw genre aan politieke beschouwing te hebben bedacht met dit boek. Zelfs al is dit in oorsprong een bundel van columns die eerder in De Volkskrant verschenen. Maar Bril kijkt naar Nederlandse politici zoals een antropoloog verbaasd de zeden van verre volkeren zal hebben vastgelegd. Mensen zien we, dat is makkelijk te herkennen, maar waarom doen ze toch van die merkwaardige dingen?

Nu was het onder goede journalisten ooit uitgangspunt dat je beschrijft wat politici doen, en liever negeert wat of zij zeggen. En Bril volgt deze aanwijzing opvallend trouw op. Alleen gaat het hem er nauwelijks om beleidszaken te beschrijven. Hij bekeek waar de mannetjes en vrouwtjes rondliepen, en hoe zij erbij stonden.

Op de proloog na werden alle columns in deze bundel geschreven tussen 2003 en begin dit jaar. Daarmee heeft Bril een groot deel van het merkwaardige tijdperk Balkenende vastgelegd. Goed, diens eerste kabinet met de LPF en de VVD was al gesneuveld. En misschien is het om het tijdsbeeld jammer dat daar niets over terugkomt, in dit boek.

Maar verder speelde er genoeg. Zoals: het referendum over de Europese grondwet. Rita Verdonk’s greep naar het VVD-fractieleiderschap, zoals in elkaar gezet op de Bouw-RAI. Of Ayaan, die alle onzekerheid over haar achternaam voor altijd wegneemt door haar hele afstamming op te noemen.

Misschien dat er in deze bundel iets te veel columns staan over de verkiezingscampagne in 2006. Want, politici bedrijven vooral propaganda tijdens zulke campagnes. Onechter gedrag zullen zij zelden vertonen. Tegelijk maakt dit ze nogal voorspelbaar.

Ik denk wel dat Bril er goed aan gedaan heeft om zijn columns alleen nog per thema te laten bundelen. Nu versterken de stukken elkaar, waar een chronologisch boek van het werk veel wisselvalliger in kwaliteit zou zijn geweest.

Toch valt door een bundel als deze op hoe hij schrijft; hoe weinig kenmerkende observaties Bril maar nodig heeft om een column te kunnen maken. Enfin, kunnen zien is ook weer geen kunstje dat makkelijk van een ander afgekeken kan worden. Zoals wel bewezen werd door de matige kwaliteit van de inzendingen in de Bril-imitatiewedstrijd vorig jaar, trouwens.

* extra: Martin Bril’s website

Martin Bril, Haagse bluf
en andere politieke verhalen

148 pagina’s
Prometheus, 2007


Jongensjaren ~ Martin Bril

Het postume werk van Martin Bril is niet onbevangen te lezen. De gedachte weegt mee dat hij op een gegeven moment wist waarschijnlijk jong te sterven. Terwijl hij nog zo veel had willen schrijven. Dus is misschien nog iets geprobeerd; en waarschijnlijk meer geforceerd dan kon.

Eén van de boeken die er zeker nog komen moest, was dat over zijn jeugdjaren. Waarover dan verteld zou worden door de vele plaatsen te belichten waar hij heeft gewoond. Vader en moeder verhuisden nogal eens. En al was Bril in de stad Utrecht geboren, hij voelde zich door al die verplaatsingen nog het meest een plattelandsjongen.

Jongensjaren heeft veel van een poging dat zo gewenste boek te maken door op een rij te zetten wat er lag aan materiaal. Dus prijken er krantencolumns in, naast langere stukken die ook al eens elders gepubliceerd zijn. Dus ontbreekt er een lijn, bevat het boek wat overlappingen, en is het beeld lang niet compleet.

En zie, dit maakt allemaal niet uit, omdat ik toch niet onbevangen kon lezen.

Aardigste stuk, wat mij betreft, is dat waarin Martin Bril zijn persoonlijke leesgeschiedenis laat zien. Alleen al omdat we beide een periode hebben gehad waarin Handke’s aantekenboek Das Gewicht der Welt van grote betekenis was. En ook omdat hieruit duidelijk wordt waarin Bril’s opvattingen, over leesbaarheid bijvoorbeeld, radicaal verschillen van zijn vriend Dirk van Weelden — die ik zo vervelend vind schrijven.

Enfin, dan hebben Bril en ik nog een paar jaar een woonplaats gedeeld. En dan valt op dat hij daar nauwelijks over schrijft — waarschijnlijk omdat er ook niet veel bijzonders te schrijven zou zijn. Dan valt ook op dat hij, uit zijn hoofd, een fout maakt in de beschrijving van de route tussen het iets verderop gelegen Beetsterzwaag naar Lippenhuizen. Terwijl hij die rit alleen fietste als hij in Gorredijk logeerde, en dit desondanks toch belangrijk genoeg vond om nog eens te memoreren.

Hoe het was om einden naar school te moeten fietsen, en weer terug, weet hij dan op te roepen met een paar zinnen. Waardoor mij dan weer opvalt dat dit zo typische Nederlandse schoolritueel, dat honderdduizenden zo niet miljoenen dagelijks hebben doorstaan, amper hier in de literatuur voorkomt; wat iets zegt over het gemiddeld zo hoge stadse karakter.

Was dit boek toch nog goed in meer dan éen ding.

Martin Bril, Jongensjaren
127 pagina’s
Prometheus, 2010

Kleine keizer ~ Martin Bril

Napoleon was ongeveer 1 meter 70, en daarmee van gemiddelde lengte. In zijn tijd. En het is ook al even bekend dat hij altijd ten onrechte als een kleine man wordt afgeschilderd.

Waarom hem dan nog altijd een gebrek aan lengte verweten wordt? Dit kan een blijvend gevolg zijn van pure Britse propaganda, uit de tijd dat dit volk nog tegen de Fransen streed. Zulke beelden blijven lang aanwezig in de populaire cultuur — ongeacht of ze waar zijn of niet.

Het kan ook gewoon door een historisch misverstand komen, ontstaan door de fout om een lengte in Franse duimen gelijk te stellen aan die in Engelse inches.

En bovendien komt het velen blijkbaar wel goed uit om van Napoleon een klein ventje te maken.

Napoleon is eerst mythe en dan pas mens — en omdat mythische figuren zo weinig voorkomen, willen nogal wat mensen per se verklaren waarom hij zo anders was. Daardoor kan een geringe lichaamslengte ineens gezien worden als een bron van motivatie; iets waardoor de man zich extra heeft willen bewijzen.

Ik vind dit alleen kul. De logische denkfout hierbij is alleen al dat de uitkomst er al ligt, en daar later dan oorzaken bij worden gezocht; zonder dat iemand een overzicht heeft van wat er zoal oorzaken kunnen zijn geweest.

Het toeval wordt ook altijd genegeerd bij de verklaring van iemands grootsheid. Terwijl er nogal wat toeval heeft meegespeeld bij het slagen van Napoleon’s staatsgreep, bijvoorbeeld.

Maar, het zegt dus al meteen van alles dat Martin Bril in 2008 nog een boek over Napoleon De kleine keizer noemde, en die benaming ook regelmatig welhaast liefkozend gebruikt in de tekst. Bril briefde gewoon nog even die oude Britse propaganda door. Het was hem allereerst om de mythen te doen, en dus de verhalen. ‘Bloss zeigen wie es gewesen’, levert namelijk andere teksten op, met twijfels en relativeringen daarin.

Dit boek is ook geen monografie, maar een bundel met losse artikelen, die eerder in de Vlaamse krant De Morgen stonden, en voor een kleiner deel in de Volkskrant. Daardoor ontbreken nogal wat basale feiten — de lezer hoort al te weten wie Napoleon was, en wat hij heeft betekend.

Maar, charmante voetnoten bij de geschiedenis biedt De kleine keizer volop als Bril op zijn best is. Dan weet hij gauw eens een schijnbaar onbetekenend feit uit de geschiedenis op te halen, om van daaruit toch iets tekenends te schrijven over Napoleon als figuur.

In dit boek ligt de nadruk dan wel weer op wat er zoal misging, aan het einde van dat leven.

Het slechtst is dit boek in de motivatie om wat Martin Bril nu precies dreef om zo veel van Napoleon te willen weten.

‘Bril, je bent gek,’ roepen vrienden als ik vertel over mijn passie en meestal gaan ze ook nog meewarig kijken. Dat leidt soms tot twijfel, bij mij, dat kan ik niet ontkennen, maar toch — ik heb er nog steeds niet genoeg van. Misschien heeft Napoleons leven op mij dezelfde aantrekkingskracht als Goede tijden, Slechte tijden op mijn dochters. Best mogelijk; in grote lijnen komt het keizerlijke leven overeen met de logica van een soap — good times, bad times — you win some, you lose some, what goes up, must come down — dat werk. [60]

Misschien is het ook te veel gevraagd van een gelovige om uit te leggen waar de aantrekkingskracht zit in zijn geloof. Ik zie de blijvende cultussen rond Napoleon, maar ook die rond Hitler, en de bijbehorende industrieën, allereerst als religies, of althans als verschijnsels met zeer religieuze trekjes.

En soms levert het inderdaad iets interessants op als een fan probeert zijn blijvende fascinatie te verwoorden. Passie doet dit weleens. Gefeliciteerd, al degenen die door Bril gefascineerd zijn geraakt in een historische figuur.

Ik was het meeste alweer vergeten bij het dichtslaan van dit boek. Dat even vermaakte. En niet meer dan dat.

Martin Bril, De kleine keizer
Verslag van een passie

195 pagina’s
Prometheus 2011, oorspronkelijk 2008

Niets bewoog in Langelille ~ Martin Bril

De kans dat ik ooit nog eens in Langelille kom, lijkt me niet heel groot. Al is er maar éen enkele reden om het gehucht te vermijden. Ik hoef er namelijk niet voor om te rijden. Langelille ligt op de doorgaande route naar het zuiden voor mij, mocht ik dat willen. En de weg naar het zuiden voert al gauw door de Noordoostpolder — hoe kaal het daar ook zijn mag, en hoe recht de wegen er ook gaan.

Langelille ligt in het onderste puntje van Friesland — daar waar de provincie bijna Overijssel is. Of Flevoland. Iets zuidelijker al kronkelt de oude Zuiderzeedijk er op het droge door het land; als een altijd weer vreemd overbodige hoogte in een verder oneindig vlak polderland.

Punt is alleen dat de weg er direct naartoe zo slecht te berijden valt. Op de fiets. Die weg is gemaakt van een ouderwets soort klinkers, die er niet helemaal lekker meer bijliggen. En dat hotst en botst vervelend. Op de fiets. Dus neem ik altijd een kaarsrechte landbouwweg, van asfalt, hemelsbreed misschien tweehonderd meter naar het westen; aan de andere kant van de Tjonger-rivier. Die rijdt wel prettig. Al zitten er verschillende wildroosters in.

Toen Martin Bril in Langelille kwam kijken, vond hij juist dat wel gezellig. Die klinkerweg riep hem herinneringen op aan hoe het ooit was overal. Alleen bedacht hij dit op zijn autostoel. Voor hem maakte een slechte weg hoogstens een hoop meer geluid, omdat de niet helemaal vlak liggende stenen het profiel van zijn banden er dwongen tot een luid protest.

Ofwel, wie ergens gaat kijken hoe het er is, doet dit nooit onbeschreven.

Martin Bril schreef voor het tijdschrift Noorderbreedte elf verhalen over plekken in de drie noordelijkste provincies van Nederland. Een regio waar hij zich geen vreemde voelde. Zijn ouders komen er vandaan. Bril woonde onder meer in Drachten, en heeft in Groningen gestudeerd. Zijn grote familie leeft in Friesland.

En als Martin Bril geen jeugdherinneringen ophaalde in dit boek, dan hebben de verhalen een simpel stramien. Hij stapte ergens uit zijn auto, om dan te zien wat er gebeuren zou. En lang niet altijd gebeurde er wat. Niets bewoog in Langelille.

Sommige van de verhalen uit Noorderbreedte zijn ondertussen ook gebruikt in de bloemlezingen op thema die uitkwamen sinds Bril’s dood. Ik merkte ze inmiddels wat anders te lezen. Mijn kennis over wat er te zien is in de drie noordelijke provincies nam toe — door mijn fietsen. Dus als Martin Bril een gehucht als Langelille beschrijft, kan ik hem zelfs uit eigen herinnering controleren. En dan constateren ook dat ik over zo’n plaats waarschijnlijk heel andere zaken beschreven had. Maar zoals opgemerkt, niemand komt ergens helemaal onbeschreven binnen.

Martin Bril, Niets bewoog in Langelille
De verhalen van Martin Bril uit tijdschrift
Noorderbreedte
106 pagina’s
Stichting Noorderbreedte, 2012

Plek onder zon ~ Martin Bril

Bril’s boeken hebben doorgaans een laag soortelijk gewicht. Er valt weinig aan te onthouden. Ik lees ze om de stijl van de auteur, en diens formuleringen. De boeken die hij op het moment uitbrengt, zijn vooral vermaak.

Bij een verzamelbundel als deze werkt dit wat tegen hem. Daar komt bij dat dit boek een wat merkwaardige mix toont. Er is een reeks wat langere verhalen opgenomen over muziek, die Martin Bril schreef voor het tijdschrift Vrij Nederland. Hieraan valt vooral op dat hij van Americana houdt. Maar in dit boek zijn ook tal van Bril’s dagelijkse columns uit de courant opgenomen die helemaal niet over muziek gaan — hoogstens is een liedje op de achtergrond of een regel uit een tekst een paar zinnen even van belang.

Daarbij komt dat de auteur geen opmerkingen maakt over muziek waar ik nu bijzonder van op keek. Dat geeft op zich niets. Het is maar heel weinigen gegeven om iets over muziek te schrijven dat boven de platitude uitstijgt. En uiteindelijk had ik er ook wel lol in om te kijken of een liedje dat Bril benoemde ook ergens online te vinden was; om me zelf te laten oordelen.

Maar toch. Kritiek hebben op een boek als dit, is als zeepbellen beschrijven die voorbij zweven tot ze in het niets verdwijnen, twee tellen later.

Martin Bril, Een plek onder de zon
Muziekverhalen

127 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 2006

Rokjesdag ~ Martin Bril

Elke winter zijn er dagen waarop het onmogelijk lijkt dat de zon nog door de grijze luchten breekt. Maar uiteindelijk wordt het toch altijd weer lente.

Voor mijn gevoel duurde de winter 2012/2013 liefst tot vorige week — toen ik eindelijk mijn winterkleding voor op de fiets durfde te wassen en weg te bergen. Prompt groeiden er toen ook in enkele dagen overal zachtgroene blaadjes aan de bomen en struiken.

De natuur herademde, zo luidt dan het cliché.

Martin Bril bedacht ooit het woord ‘rokjesdag’, voor de eerste dag in het voorjaar dat de straten weer gevuld zijn met blote vrouwenbenen; als er spontaan en toch opvallend collectief besloten wordt dat de winter nu echt voorbij is.

Zijn woord heeft inmiddels ook het woordenboek gehaald.

De bundel Rokjesdag is een postume bloemlezing met teksten van Martin Bril die aan het begin van het voorjaar spelen. Daarbij komt het door hem benoemde fenomeen in drie columns langs. En die zijn niet meteen het interessantst, om hun inwisselbaarheid.

Ook vond Bril het wel prettig als de vrouwenbenen weer bloot gingen, maar moesten die van de heren toch vooral bedekt blijven. Een korte broek is geen broek, schrijft hij dan. Mannenbenen horen bedekt te blijven.

Normaal ben ik dat gerust met hem eens. Ware het niet dat voor mij tegenwoordig de eerste keer in korte broek op de racefiets een mijlpaal is; een genot waardoor het dragen van alles-bedekkende kleding ineens op een lijfstraf kan lijken.

Goed aan deze bundel is dat inhoud en toon even perfect bij deze tijd van het jaar pasten. De zon schijnt weer met enige kracht. Het wordt weer even aangenaam om buiten te zijn als binnen.

Tegelijk kan het goede weer morgen over zijn.

En normaal is het eigenlijk te onbenullig voor woorden te wijden om deze jaarlijkse overgangsperiode. Alleen mensen die verder niets te melden hebben, praten over het weer. En toch is het prettig dat iemand alle aarzelingen heeft weten te benoemen die horen bij de weersomslag naar de zomer. Bovendien had Martin Bril een prettig lichte toets. De schrijver zag de waarheid altijd aan de oppervlakte van wat hij waarnam.

Tegen Rokjesdag is vanzelfsprekend in te brengen dat het een makkelijk postuum bijeengegraaid themabundeltje lijkt; enkel bedoeld om de weduwe en wezen Bril door de tijd te helpen. Maar lang niet alles in dat oeuvre zal zo tijdloos en houdbaar blijken te zijn als net dit ene boekje.

Al ga ik niet controleren of de bundel op een ander moment van het jaar even leesbaar is.

Martin Bril, Rokjesdag
en andere lenteverhalen

124 pagina’s
Prometheus, 2010

Ronde land ~ Martin Bril

Er zijn columns uit dit boek herdrukt in Martin Bril’s recente bundel Haagse bluf. Dat mag best hoor. Zoals ik eerder schreef zijn de thematisch gerangschikte bundels misschien wel beter dan deze, die alles bevatten wat in een bepaald tijdvak is geschreven. Maar toch voelt zo’n ontdekking tijdens het lezen wat goedkoop. Hé, dit stukje kan ik overslaan.

Eenmaal aan het overslaan, kan er ook snel reden zijn maar helemaal met het lezen op te houden. Ik bedoel, Bril schrijft goed. Daar gaat het niet om. Maar z’n columns zijn ook weer geen liedjes die steeds beter worden naarmate ze vaker genoten worden. Raar eigenlijk, dat teksten doodslaan zo gauw je weet wat of er komt.

De columns in deze bundel behandelt het lange jaar 2003, waarin Balkenende I ten onder gaat, Prins Claus overlijdt, en nog wel mee plaatshad dat even de gemoederen stevig bezig hield. Bril ging soms even kijken waar iets gebeurd was.

Maar als er op een plek werkelijk niets gebeurt, is hem dat misschien nog wel liever.

Martin Bril, Het ronde land
308 pagina’s
Uitgeverij Prometheus, 2004


Schelmenjaren van Martin Bril ~ Astrid Theunissen

Schrijvers zijn gauw eens gemankeerde mensen — tenzij ze zich tot een luttel paar boeken hebben weten te beperken, en toen iets leukers gingen doen. Dit maakt de schrijversbiografie tot een wat merkwaardig genre. Er gebeurt doorgaans te weinig om een boeiend boek op te leveren met mensen die enkel schreven. Of het levensverhaal moest nog gekleurd worden door grote gebeurtenissen van buiten, zoals een wereldoorlog of zo.

Ik constateerde dit vaker.

Mijn verwachtingen zijn daarom zelden hoog voor ik een schrijversbiografie ga lezen. Ik kan doorgaans slechts hopen dat de biograaf het oeuvre van de geportretteerde beter las dan wie ooit eerder, en daarmee nog een nuttige leeswijzer biedt tot het eigenlijke werk.

De boeken ván een schrijver zijn gauw aanzienlijk interessanter dan de boeken óver zo’n auteur.

Maar al deze voorbehouden verklaren vervolgens niet waarom ik De schelmenjaren van Martin Bril zo geboeid zou lezen. Want daarin gaat Astrid Theunissen toch nauwelijks in op wat Martin Bril schreef. Lange citaten ontbreken. En de enige boeken die echt kritisch gewogen worden, zijn de romans uit het begin van diens loopbaan; die allemaal wat mislukt zijn omdat daar geen lijn in zat.

Weigerde de weduwe Bril bovendien om aan de publicatie mee te werken.

Dus is het boek misschien wel zo leesbaar omdat het een portret in stemmen werd, van mensen die hem allemaal op net een andere manier even hadden meegemaakt. En die daarbij ook zijn minder geslaagde kanten durfden te benoemen. Bril leek bijvoorbeeld altijd haast te hebben, immer onderweg te zijn naar iets nog beters.

Mag ik zelfs niet uitsluiten dat de vroege dood meeweegt van Martin Bril [1959 — 2009]. Negenenveertig werd hij. Een leeftijd die ik gauwer dan gedacht zelf hoop te bereiken, als er niets vreemds gebeurt, en die bij hem dus toen jaren gekleurd was door een strijd tegen de voortwoekerende kanker in zijn lijf.

De ware kracht van een schrijver toont zich vanzelfsprekend pas als deze gelezen worden blijft. Ook als hij of zij er niet meer is, nogal dwingend aanwezig via de massamedia. En dan wordt al een vraag of Martin Bril over tien, twintig jaar nog nieuwe lezers vinden zou. Zijn beste werk bestaat uit columns. Dat zijn wel erg korte stukkies.

Astrid Theunissen, De schelmenjaren van Martin Bril
224 pagina’s
Meulenhoff, 2014