dit is het dossier:

Charlie Brooker

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Dawn of the Dumb ~ Charlie Brooker

Over Charlie Brooker hoorde ik voor het eerst in 2004. Toen versloeg hij in zijn TV-rubriek voor The Guardian het debat tussen de beide presidentskandidaten in de VS. Hij deed dit zoals elk weldenkend mens in Europa het had gedaan, als die hetzelfde podium had gekregen. Hij klaagde hardop over het klunzige marionettentheater dat hem was voorgeschoteld. En helaas maakte hij ter afsluiting een onschuldig grapje uit de Thatcher-tijd:

Waar is Guy Fawkes toch als we hem nodig hebben?

Helaas ook werd Brooker’s column online gezet, waardoor het stuk zijn normale setting miste. Amerikaanse lezers dachten daarom dat Brooker’s satire een serieus redactioneel commentaar van de krant was. Dus, zoals tegenwoordig gebruikelijk, waren onmiddellijk tal van doodsbedreigingen zijn deel.

De tweede keer dat Brooker me opviel was door zijn televisieprogramma Screenwipe op de BBC. Dit kwam niet zozeer door de inhoud van de kritiek die hij daarin leverde op andere TV-uitzendingen, voor mij vond hij daarin een nieuwe vorm om alle zo duidelijk zichtbare oppervlakkigheid aan te klagen. Brooker stond ook stil bij het waarom van de keuzes van televisiemakers. Dit maakte zijn opinies niet alleen sterker, ze werden er ook aanmerkelijk interessanter door; want intelligenter.

Brooker schrijft naast zijn TV-rubriek ook algemene columns voor The Guardian. Maar met bundels als deze blijft het altijd maar weer afwachten of de verzameling ook iets extra’s brengen. Al is aardig dat er bijdragen tot juli 2007 in dit boek zijn opgenomen.

Mijn eindoordeel over deze bundel valt uiteindelijk wat gemengd uit. Op zijn best is Brooker een intelligente en zeer humoristische gids in deze verwarrende tijden. Wat misschien mede komt door zijn wat ongebruikelijke achtergrond voor een journalist. Hij heeft een technische opleiding, en kwam tot zijn huidige werk door onder meer een tijd videospelletjes te bespreken voor specialistische tijdschriften. Brooker weet vaak heel goed wat er toe doet, en wat niet.

Zulks klikt met de nerd die ik nog altijd ben.

Op zijn slechtst doet Brooker niet meer dan bijvoorbeeld rechtstreeks reageren op de platste uitwassen van wat de commerciële televisie ons brengt. Passages waarin uitgewijd wordt over de kandidaten van de Britse ‘Big Brother’, of ‘X-Factor’, zijn niet vreselijk interessant voor wie die programma’s nooit gezien heeft; zelfs al zijn er parallellen te trekken met het TV-aanbod hier. Dat is hem misschien moeilijk kwalijk te nemen, ik ben tenslotte zijn hoofdpubliek niet.

Toch weegt zoiets mee.

Charlie Brooker, Dawn of the Dumb
345 pagina’s
Faber and Faber, 2007

Screen Burn ~ Charlie Brooker

Waarom nog eens verzamelde televisiekritieken gelezen uit de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw? Die bovendien voor een groot deel gaan over programma’s op zenders die hier niet eens te ontvangen zijn?

Daar zie ik twee goede redenen voor. Er veranderde ineens nogal wat in het televisielandschap. Zo kwamen er talloze digitale zenders op. En misschien omdat er daardoor veel ruimte was voor programma’s, en weinig geld, begon de opmars van de zo goedkoop te produceren reality show.

Enfin, dan is het ook mogelijk het georakel Joost Zwagerman over zulke ontwikkelingen te lezen, maar dan heb ik liever Charlie Brooker. Diens smaak vertrouw ik wel. Die kan een dodelijke zin schrijven als zijn oordeel negatief is. Hij durft te benoemen wat hem niet bevalt. En hij heeft verder geen pretenties.

Tenminste, hij had nog geen pretenties toen deze columns geschreven werden, voor The Guardian. Tegenwoordig maakt Brooker ook weer zelf TV-programma’s, die als belangrijk doel lijken te hebben om te laten zien waarin andere uitzendingen niet deugen. Daarbij is parodie voor hem een dankbaar wapen.

De in Screen Burn opgenomen recensies hebben als grootste voordeel dat hij aan het eind van het jaar vaak het ergste en het beste samenvat van wat er aan programma’s was. De ongeduldige lezer kan dus desgewenst samenvattingen vinden.

Hoogstens valt aan het boek op dat het Brooker enige tijd kostte om zijn eigen aanpak te vinden. Bijtende zinnetjes schreef hij altijd al. Maar de recensies van na 2002 zijn in vorm en stijl toch duidelijk rijper dan die uit de eerste jaren.

Charlie Brooker, Screen Burn
371 pagina’s
Faber and faber, 2005