Aufzeichnungen für Marie-Louise
Elias Canetti

Als een schrijver maar belangrijk genoeg is geweest, wordt veel uit zijn of haar erfenis vanzelf handel. En Aufzeichnungen für Marie-Louise is op zich een fraai boekwerkje. Alleen staan er slechts 27 hele pagina’s in die interessant zijn, en nieuw. De rest wordt gevuld met illustraties, en een toelichting achteraf.

En toch moest ik dit boek hebben.

Van Canetti’s werk zijn me de aantekenboeken het liefst, tezamen met het eerste deel van de autobiografie. Dat er een boek bestond met aantekeningen die ik niet kende, werd daarmee vervelend.

Elias Canetti [1905 – 1994] vluchtte in 1939 met zijn vrouw Veza naar Engeland. Daar werkte hij verder aan het boek dat Canetti later als zijn hoofdwerk zou beschouwen. Masse und Macht. Alleen putte dit werk hem uit. En daarom begon hij in 1942 met een dagelijkse ontspanningsoefening, door aantekening te maken van alles wat hem maar door het hoofd speelde die dag.

Eind van dat jaar gaf hij Marie-Louise von Motesiczky een handgeschreven uittreksel cadeau uit de aantekeningen van de maand september. Waarschijnlijk was dit een verjaardagscadeau. Motesiczky [1906 – 1996] was eveneens een balling; een gevluchte Weense schilder. Bovendien was zij even Canetti’s minnares.

In dit boek staan de handgeschreven pagina’s uit dat geschenk in facsimile afgebeeld — helaas wel net te klein om prettig te lezen. De tekst is daarom ook steeds op bladzijde ernaast afgedrukt.

En dan gaat het me te ver om die 27 pagina’s hier na te vertellen — of om te controleren of La Rochefoucauld en Pascal toen nog van invloed zijn geweest; zoals degene beweert die dit boek heeft samengesteld.

Voor mij als lezer telt slechts: tekende Canetti terloops toen nog iets aan dat mijn eigen denken raakt?

En dat was slechts een paar keer het geval.

Ik moet Die Provinz des Menschen eindelijk eens gaan herlezen; dat was mijn belangrijkste besef. Canetti is nu niet meer de autoriteit die hij ooit was.

scheiding

Schon um weniger zu wissen, wüßte ich gerne mehr.

[37]
scheiding
Elias Canetti, Aufzeichnungen für Marie-Louise
Aus dem Nachlas herausgegeben
und mit einem Nachwort von Jeremy Adler

119 pagina’s
Carl Hanser Verlag, 2005

Babel – Bibel – Bibliotek
Susanne Engelmann

Elias Canetti [1905 – 1994] heeft een hele reeks boeken uitgebracht waar vooral aantekeningen in staan. De bekendste daarvan zijn Die Provinz des Menschen, en Das Geheimherz der Uhr. Maar ook de andere delen zijn allemaal heel rijke boeken, waar me bij elke herlezing weer andere zaken in opvallen. Toch ontbreekt er ook een sleutel tot een deel van al die teksten.

Waar slaan ze op terug? En heeft Canetti zich niet ook eerder over dat onderwerp geuit?

Soms is er te herkennen met welke thema’s Canetti bezig was op het moment van aantekenen. Uitspraken in Die Provinz des Menschen zijn bijvoorbeeld te herleiden tot stukken uit Masse und Macht, of tot éen van de delen uit zijn autobiografie. Maar op zich is dat nog niet eens zo interessant. Ik heb in die aantekenboeken altijd ideaal bronmateriaal gezien voor een Canetti-database. Het had me prachtig geleken als iemand al die aantekeningen nu eens gewoon elektronisch had gelabeld, zodat je makkelijk op thema kon bekijken wat de schrijver erover dacht.

Even hoopte ik in dit boek een begin te zien van zo’n nieuwe kijk op Canetti’s werk. Maar dat idee kwam niet helemaal uit. Aan het boek van Susanne Engelmann valt vooral de enorme Deutschgründlichkeit op, en verder eigenlijk niets.

Zo begint de schrijfster met de vraag of Canetti aforismen schreef in zijn aantekenboeken. Daarop luidt het antwoord, geheel voorspelbaar: soms. Waarop ze ook nog eens pijnlijk detaillistisch uitlegt wat aforismen zijn, en wat hun geschiedenis is.

Vervolgens worden enkele uitspraken, die Engelmann dus aforismen acht, gebruikt om Canetti’s ideeën te verduidelijken over taal — volgens trits Babel – bijbel – bibliotheek.

Om dat te kunnen doen moet Susanne Engelmann tussendoor ook nog een korte biografie van Elias Canetti schetsen. Of deed ze dat maar tussendoor. Het ging zo onhandig, dat dit alleen het boek al tekent. Ik vond het bijvoorbeeld vrij merkwaardig dat in een boek over Canetti en taal pas op pagina 137 aan bod komt dat de man opgroeide in een milieu waar heel verschillende talen volwaardig naast elkaar gebruikt werden. Elias werd geboren in Rustchuk, toen een plaats in de Donau-Monarchie, thans in Bulgarije. Zijn ouders waren sefardische Joden, die een Ladino spraken dat gekleurd was door Turkse invloeden. Zijn kindermeisje was Bulgaars. Maar de taal die het meeste indruk maakte thuis, was Duits — de taal van de autoriteit.

In het eerste deel van Canetti’s autobiografie, Die gerettete Zunge, staat uitgebreid wat dit allemaal betekende. Helaas doet Engelmann niets meer dan dit bekende gegeven nog eens in eigen woorden uit te leggen. Verder niets.

Maar fijn dat ze de moeite heeft genomen om wat uitspraken uit verschillende boeken onder elkaar te zetten, en daarbij ook weleens te kijken wat andere aforisten over hetzelfde onderwerp te zeggen hadden. Tjonge.

Susanne Engelmann, Babel – Bibel – Bibliotek
Canettis Aphorismen zur Sprache

247 pagina’s
Königshausen & Neumann, 1997

Briefe an Georges
Veza und Elias Canetti

De Duitse kritiek was nogal opgetogen over dit brievenboek, toen het uitkwam in 2006. Jarenlang hadden Elias Canetti [1905 – 1994] en zijn vrouw Veza [1897 – 1963] gecorrespondeerd met diens jongste broer Georg. Maar deze brieven werden pas in 2003 ontdekt, in de nalatenschap van Georg Canetti [1911 – 1971]. Ze zouden een sensatie zijn.

Ik had intuïtief mijn twijfels over dat oordeel, en heb daarom rustig gewacht tot de goedkope paperback van dit boek beschikbaar kwam. Brievenboeken pakken doorgaans niet zo heel bijzonder uit. Dat de auteur een bepaalde status had, is belangrijker voor zo’n uitgave dan hoe hij of zij zich in brieven uitte. Biografische curiosa zijn het meestal, in plaats van wondertjes in de bibliografie.

Is er ook altijd het risico nog dat een literaire held ineens een bijzonder vervelend mens blijkt te zijn.

Tegelijk: schrijven is een gebrek. Blije mensen maken geen interessante boeken. Obsessies en frustraties zijn daar een krachtiger brandstof voor dan geluk. Auteurs kunnen daarom maar beter beoordeeld worden aan het beste wat ze hebben gemaakt.

Briefe an Georges bleek vooral een boek van Veza Canetti te zijn. Van de correspondentie is ook maar éen kant redelijk bewaard gebleven. Georg Canetti was niet zo’n brievenschrijver. In de bundel zijn alleen wat briefontwerpen van hem uit de beginperiode opgenomen, daterend uit de jaren dertig. Later moest hij regelmatig aangepord worden om toch eens wat terug te sturen.

Maar ook Elias Canetti schreef niet zo heel vaak. Bovendien zijn diens brieven aan de houterige kant. Doorgaans wenste hij Georg in net weer een andere bewoording sterkte met een zoveelste verblijf in een ziekenhuis. Bijna nooit staat er iets beklijvends in. Op de allerlaatste brief na dan, die door zijn openheid een grote uitzondering is op de rest van zijn correspondentie in dit boek.

Deze bundel bevat vooral brieven uit de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog. De periode 1933 – 1938 beslaat ruim honderd pagina’s. De oorlog is in een paar pagina’s voorbij, en de periode van augustus 1944 tot augustus 1948 neemt juist tweehonderdvijftig pagina’s in; en wordt daarmee van een veel te groot belang. Komen er daarna nog precies twee brieven uit 1959 in voor.

In de laatste daarvan schrijft Elias Canetti, na een eerste versie van Masse und Macht te hebben voltooid, dat dit boek hem zeker onsterfelijkheid zal verlenen. En dat is van grote betekenis.

Ich war fest entschlossen, mein Werk zu vollenden und mir dann das Leben zu nehmen.

Maar met de afronding van dat enorme project, waarin volgens Canetti de verwarring van de hele eeuw gevat is, kwam de redding. Hij wilde weer leven, en de anderen om hem heen ademruimte gunnen.

Heel de brievenbundel gaat tot op dat moment dan ook, zij het niet altijd direct, over wat Elias Canetti voor onmogelijk mens was om mee samen te zijn. Hij leed aan paranoïa, had regelmatig enorme depressies, en was hoogst onzeker. Hij was Veza ontrouw bovendien; wat zij in de brieven dan weer vergoelijkte, want de aandacht van een leuk meisje maakte Canetti tot een veel leuker mens om mee te leven. Minder intens.

Vrijwel heel het boek is daarmee vooral een illustratie van Veza’s grote eenzaamheid, in dat huwelijk, en in dat vreemde land; na de vlucht. Georg werd een steeds dankbaarder object om genegenheid op te projecteren.

Toch zal me aan al haar brieven weinig bijblijven, behalve genegenheid voor haar. En misschien wel alleen het kille feit uit de uitgebreide toelichting achterin, dat de Britse censor ook na de oorlog nog een tijd eiste dat alle brieven naar het buitenland in het Engels geschreven werden. Waardoor Veza zich bij alle problemen in haar leven ook nog eens niet in de eigen taal mocht uiten.

Elias Canetti trok zich overigens niets van die censuur aan. Maar die had een truc om brieven via Nieuw-Zeeland te versturen.

Dat de echtelieden soms ongerijmd veel voor elkaar geheim hielden, is ook een thema van het boek.

Veza und Elias Canetti, Briefe an Georges
Herausgegeben von Karen Lauer und Kristian Wachinger
420 pagina’s
Fischer Tachenbuch Verlag 2009, oorspronkelijk 2006

Nachträge aus Hampstead
Elias Canetti

Canetti [1905 – 1994] was al oneindig groot, en eeuwig Nobelprijswinnaar, toen er toch nog altijd nieuwe boeken van hem verschenen. Die ik vervolgens gewoon kopen kon, in eerste druk. Dat heb ik altijd bijzonder gevonden. Er was werk dat verder nog niemand kende; dat recensenten noch literatuurcritici al kapot gekauwd hadden; dat onbevangen te bekijken was.

Er is nu eenmaal geen intenser lezen dan het lezen dat anderen nog niet bezoedeld hebben. Met oprechte excuses aan u voor dit oordeel, geachte lezers.

Al valt het met die onbevangenheid ook wel weer wat tegen, wat dit boek betreft. Nachträge aus Hampstead is een soort tweede oogst, uit de persoonlijke aantekeningen die Canetti maakte in de periode 1954 tot 1971. Het ogenschijnlijk beste materiaal uit die periode was al eens uitgebracht, in Die Provinz des Menschen.

Nu blijft die bundel, Die Provinz des Menschen, voor mij ook de beste verzameling van Canetti’s aantekenboeken. Dat zal ongetwijfeld zijn omdat het de eerste was die ik ooit las. Maar dit is toch ook omdat er de interessantste oordelen in staan, in de karigste zinnetjes. Bovendien wordt een kruisbestuiving zichtbaar met andere boeken van hem, als Masse und Macht, of Die gerettete Zunge.

Aan Nachträge aus Hampstead vielen me ditmaal vooral de leesgeschiedenissen op. Canetti las een aantal groten, zoals Machiavelli, en Hebbel. Hij ontdekte het dagboek van Pavese, en trok daaruit parallellen met zijn eigen leven.

En dan zijn er natuurlijk altijd zijn uitspraken, eeuwig zijn korte en krachtige uitspraken. Die honderden uitspraken.

Es ist wichtig, alle großen Gedanken wiederzusagen, ohne zu wissen, daß sie schon gesagt worden sind.

[19]
undefined

Du mußt auch deine Zeitgenossen lesen. Man kann sich nicht nur von Wurzeln ernähren.

[33]
undefined

Das böse Auge, das ich hatte, interessiert mich nicht mehr. Aber ich bin verzaubert, wenn ich andere lese, die es haben.

[96]
undefined

Sätze finden, so einfach, daß sie nie mehr die eigenen sind.

[154]
Elias Canetti, Nachträge aus Hampstead
Aus den Aufzeichnungen
1954 – 1971

206 pagina’s
Carl Hanser Verlag, 1994

Notes from Hampstead
Elias Canetti

Misschien wordt dit meer een meditatie over taal, en geheugen, dan over deze bundel met aantekeningen van Elias Canetti. Dat komt omdat ik dit boek in korte tijd drie keer gelezen heb; en me daarbij wat zaken zijn opgevallen.

Ik begon met deze Engelse vertaling van Nachträge aus Hampstead. Canetti kende ik namelijk al wel in het Duits, of in Nederlandse vertaling, maar nog niet zo. Terwijl een overzetting naar het Engels meestal iets doet met een boek. De duidelijkste uitspraak hierover komt van Karel van het Reve, die de Angelsaksische vertalers verweet vaak niet meer te doen dan een klusje voor Reader’s Digest. Er blijft bij hen wel iets van het origineel bewaard, maar te vaak valt weg wat het origineel nu juist uniek maakte.

Nu hoeft dit overigens niet altijd een probleem te zijn. Een schrijver als Vargas Llosa kan ik het best in een Engelse vertaling lezen, omdat zijn woorden zich daarin minder opblazen als in het Nederlands of Spaans.

Ook de Engelse vertaling van Pessoa’s Livro do Desassossego heeft iets bijzonders; omdat het Engels met zijn hekel aan passieve zinsvormen dat zo statische boek levendiger maakt dan het in andere vertalingen is.

Om dit soort effecten te onderzoeken, was ik van plan eerst dit boek van Canetti te lezen in het Engels, en dan met enige pauze in het Duits. In eerste instantie om te kijken of er verschil zou zijn, in leeservaring.

Dat experiment ging wat mis. In eerste instantie was ik wel blij was dat het tamelijk treurige boek van mevrouw Engelmann me weer richting deze auteur had gedreven. Canetti leek ook in het Engels ouderwets Canetti. Maar toen las ik het Duitstalige origineel, en begon ik me iets te vaak af te vragen waarom me sommige uitspraken in het Engelse boek niet waren opgevallen.

Zo merkte ik niets woordelijk onthouden te hebben, uit de eerste lezing van dat Engelse boek. Zodra ik in het Duits een passage las die langer uitviel dan een paar zinnen, dan kende ik de kern van de mededeling nog. Bij de aforismen en korte opmerkingen was er bijna geen enkele herkenning. Terwijl juist die korte passages zo wezenlijk zijn. Juist daarin abstraheert Canetti. En met een erg grote stelligheid. Zulke zinnen zijn door de auteur bewust van alle context ontdaan, waardoor het uitspraken met een universele geldigheid lijken.

Aanvankelijk leek het dus of ik twee boeken had gelezen die voor een groot deel van elkaar verschilden.

Toen vroeg ik bij het lezen van het Duits regelmatig af hoe iets naar het Engels vertaald zou zijn. Dus las ik Notes from Hampstead noodgedwongen voor een tweede keer. Erbij. Om te zien dat de vertaling soms zeer merkwaardig uitpakte; de vertaler lijkt namelijk idioomkennis te missen.

Willekeurig voorbeeld:

Der Hund bellt ihm die Leviten.

[NaH 132]

The dog barks the riot act at him.

[NFH 140]

Iemand de Levieten lezen, is hem de les lezen — omdat in het Bijbelboek Leviticus de wetten staan opgenoemd die God via Mozes aan Israël schonk. Toegegeven, het is geen uitdrukking die ik dagelijks gebruik, maar heel uniek is die ook weer niet. En het kan best zijn dat de hele zegswijze niet in het Engels bestaat. Maar in dit geval is wel duidelijk dat de vertaler voor een willekeurig alternatief kiest, om Canetti een grap te laten maken, in plaats van een letterlijke vertaling van de zin te geven, of een uitleg van de metafoor.

En dat gebeurde vaker. Niet altijd even duidelijk misschien. Maar vaak genoeg om me het idee te geven dat ik niet twee keer hetzelfde boek las in verschillende talen. Nee, veeleer dat ik een origineel heb gelezen, en ook een merkwaardig soort navertelde kopie.

wordt morgen vervolgd

Elias Canetti, Notes from Hampstead
The Writer’s Notes: 1954 – 1971

218 pagina’s
Farrar, Straus and Giroux, 1998
vertaling door John Hargraves van: Nachträge aus Hampstead, 1994

Party im Blitz
Elias Canetti

Toen dit boek uitkwam, en de eerste recensies erover verschenen, wist ik: deze uitgave is niet voor mij. Een vooroordeel dat ik nog eens publiek uitsprak ook, bij Canetti’s honderste geboortedag.

Op een gegeven moment voegen boeken niets meer toe aan het werk van een schrijver. Die doen er dan alleen nog aan af. Haast alle postuum uitgebrachte boeken doen er niet toe; of hoogstens als de schrijver zich daarmee ineens ook in een heel ander genre blijkt te hebben geweerd dan altijd bekend was.

Alleen had Canetti bij leven drie meesterlijke delen gepubliceerd van zijn autobiografie. Dat zijn Die gerettette Zunge. Die Fackel im Ohr. En Das Augenspiel. En deze boeken lopen maar tot 1937, toen Canetti 32 jaar oud was. Ofwel, ze missen belangrijke perioden uit het leven van de schrijver, en ook enkele zeer bepalende jaren in het leven van de planeet. Dat grote gebrek zou op zich blij moeten maken met elke poging een vervolg te bieden op die trilogie.

Maar Party im Blitz is geen boek. Party im Blitz kon alleen worden uitgegeven omdat de auteur inmiddels dood was, en die de Nobelprijs had gewonnen, waarmee elk van diens kattebelletjes overdreven respect heeft verworven. Op zijn best biedt dit boek uitgewerkte aantekeningen voor een boek; lange notities over de personen die Canetti ontmoette in Londen, tijdens de oorlog, en ook in de jaren daarna.

En weliswaar hebben de erven Canetti elke aantekening over zo’n tijdgenoot keurig onder een kopje geschaard, dat er soms twee drie keer aan zo’n portretje herbegonnen wordt, laat al zien dat het serieus schrapen was om dit bandje te vullen.

Canetti is ook tamelijk onbarmhartig in zijn aantekeningen, waar hij in die eerdere autobiografieën aanmerkelijk subtieler kritiek leverde op personen; wat voor mij nog meer bewijst dat niets voor publicatie bedoeld kan zijn.

Maar goed, dan staat zo’n boek al jaren onaangeroerd in de kast. En dan wil je snel even iets meepakken voor onderweg. Iets Duits, dat in éen à anderhalf uur uit kan zijn. En dan moest deze dan toch maar eens een keer.

Ik heb amper vijf aantekeningen gemaakt bij het lezen van dit boek. Dat is helemaal niets.

Elias Canetti, Party im Blitz
Die englischen Jahre

247 pagina’s
Carl Hanser Verlag, 2003

Slotsom
Elias Canetti

Babel – Bibel – Bibliotek bracht enige vertwijfeling. Of mevrouw Susanne Engelmann had werkelijk alleen citaten bij Canetti weten te vinden die me niets zeiden, of Canetti was een stuk minder interessant dan gedacht.

En dat leek me raar. Daarvoor had ik toch te veel plezier gehad aan het lezen van diens boeken.

De oplossing was evenwel simpel. Ik diende gewoon een verzameling van Canetti’s aantekeningen te herlezen. En dat werd deze. Het dunnetje. De laatste uit de lopende reeks. Waarna ik herademde.

Ik kan niet zeggen dat alle aantekeningen in Canetti’s bundels me even veel zeggen. Maar het mooie aan die boeken is dat ze met mee groeien. Over een paar jaar vind ik andere opmerkingen en aforismen interessant dan nu, of een tijdje terug.

Toch blijf ik bij het idee dat al die aantekeningen misschien het best in een database zouden passen. Waarbij het me ook nog wel iets waard zou zijn als ze eens geannoteerd werden.

Toegegeven, er is enige domme lezerstrots als ik meteen weet wie Canetti bedoeld met de uitspraak:

Hij is in het Mozarteum geweest. Hij heeft geen zingen maar kijven geleerd.

Al komt een paar pagina’s verder weer een uithaal naar deze schrijver, die dan met zijn initialen genoemd wordt. Th. B..

Uit de meest erbarmelijke kleinzerigheid is in honderd herhalingen een heel werk voortgekomen.

Tegelijk schrijft Canetti ook regelmatig over zichzelf als ‘hij’, dus is het bij andere uitspraken lang altijd niet zeker over wie er iets wordt opgemerkt. Schoolser geesten dan ik zouden zich daar best eens in mogen verdiepen, op hun universiteiten.

Meest getroffen werd ik ditmaal door deze uitspraak:

Van welke geesten houd je zoveel dat je niet alles van hen durft te lezen?

Omdat deze uitspraak voor mij op Canetti zelf terugslaat. Er is namelijk nog éen postume uitgave, die ik niet durf te lezen. Party im Blitz, dat laatste nogal fragmentarische deel van de autobiografie. Omdat ik uit de recensies daarvan heb begrepen dat hij zich daarin uitzonderlijk lullig uit over bijvoorbeeld Iris Murdoch.

Schrijven lucht je op. Zelfs als je niets te vertellen hebt, lucht schrijven je op.

Weet je wanneer je niets te vertellen hebt?

Elias Canetti, Slotsom
Aantekeningen 1992 – 1993

110 pagina’s
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1996
vertaling uit het Duits van Aufzeichnungen 1992 – 1993
Privé-domein 233