Boyhood
J.M. Coetzee

Er kleeft iets merkwaardigs aan de autobiografieën van schrijvers, en dat is dat die ergens allemaal op elkaar lijken. Tenminste, als het om de jeugd gaat van de auteur. Denk vooral niet dat lezen nut heeft. Eenieder die de moeite neemt zich te bekwamen in het schrijven van fictie, en daarin uitblinkt, is een angstig en beperkt mens. Buitenstaanders zijn het, die zich wel verheven boven iedereen in hun omgeving moeten voelen, omdat ze anders niet bezitten dan hun trots.

Dus is zelfs deze autobiografie over de jongensjaren van de Nobelprijswinnaar Coetzee voor een groot deel voorspelbaar.

Maar wat heeft dat terugkijken bij hem een meesterlijk boek opgeleverd.

Coetzee bouwde ook de nodige afstand in, door over zichzelf te schrijven in de derde persoon. Paar dit aan zijn soms zo kale taal, en onbarmhartig bijtende zinnetjes zijn te verwachten.

Hij is niet vriendelijk over zichzelf als kind. Maar misschien juist daardoor komen zijn kinderangsten onverbiddelijk over. Net als zijn resolute snobismen.

Het gezin Coetzee woonde een groot deel van diens jongensjaren in de Zuid-Afrikaanse provincie. Waar het uitzonderlijk was om rijk genoeg te zijn om schoenen te dragen, zoals hij. Waar zelfs de blanken in twee werelden gescheiden waren; de Afrikaners en zij. De Britten. En wat vreemd is, blijft onberekenbaar, en dus gevaarlijk. Dus rest een kind weinig anders dan camouflagegedrag te ontwikkelen. Zelfs al is het de beste van de klas.

Maar ook nadat het gezin naar Kaapstad verhuisde, bleef het wat buiten de normale orde staan. De jongen kan alleen naar een school die iedereen aanneemt waar de prestigieuzer instituten niet aan willen. Maakt dan niet uit dat deze school katholiek is.

Knap vind ik hoe deze autobiografie ook een portret is van zijn moeder. De vrouw waarvoor Coetzee’s bewondering naar het eind toe eindelijk toeneemt, terwijl er tegelijk wrevel blijft over haar verpletterende zorg.

Coetzee heeft een vervolg geschreven op dit boek, dat Youth heet. Dit begint als hij de leeftijd heeft om naar de universiteit te gaan. Boyhood eindigt vlak voor de puberteit van de hoofdpersoon. En ik geloof niet dat het heel erg is om het verslag van die tienerjaren te moeten missen. Dat Coetzee op een dag het schrijven ontdekte, is haast een invuloefening geworden, nu de kaders zijn vastgesteld.

wordt donderdag vervolgd

J.M. Coetzee, Boyhood
Scenes from provincial life

166 pagina’s
Vintage 1998, oorspronkelijk 1997

Dierenleven
J.M. Coetzee

Coetzee’s roman Elizabeth Costello mist in de Nederlandse vertaling opvallend genoeg twee hoofdstukken. Die beide hoofdstukken staan namelijk merkwaardig geïsoleerd in dit boekje, dat al eerder door een andere uitgever op de markt werd gebracht. Dit alleen al maakt het een curiosum.

Ook inhoudelijk is het wat raar.

Veel verhaal zit er namelijk niet in. De twee hoofdstukken gaan over een voordracht die de tamelijk gevierde schrijfster Elizabeth Costello houdt over dierenleed in de bio-industrie. En toevallig geeft ze die lezing op de universiteit waar haar zoon doceert, logeert ze bij hem, en kan ze niet opschieten met haar schoondochter.

Coetzee geeft ons die lezing met al zijn stoplappen en langdradigheid. Maar tegelijkertijd heeft hij de omstandigheden geschapen om zijn personages ook al uitgebreid kritiek op mevrouw Costello’s voordracht te uiten.

Vooral die schoondochter is vernietigend in haar oordeel. En op de keper beschouwd zegt Elizabeth Costello misschien ook niet meer over het leed dieren aangedaan dan: dat doe je toch niet?

Dit boekje is daarom eerder een pamflet dan iets anders. Een pamflet dat tot discussie na het lezen wil oproepen, en daarbij de therapeutische vraag stelt: wat vind jij er zelf van?

Ik vind van alles, maar heb daarvoor heel andere argumenten dan in dit boek naar voren kwamen. Dat voert daarom allemaal te ver, in dit bestek.

J.M. Coetzee, Dierenleven
96 pagina’s
Uitgeverij Ambo © 2001
Vertaling van The Life of Animals © 1999


Dusklands
J.M. Coetzee

De debuutroman van J.M. Coetzee is geen roman uit éen stuk, maar bestaat uit twee schijnbaar losstaande novelles. Geen van beide biedt een verhaal om vrolijk van te worden. Ik kan door een boek als dit goed begrijpen dat er mensen zijn die Coetzee geen moment kunnen lezen.

Er zit ook iets kil en wreeds in de schijnbaar onaangedane manier waarop deze auteur zijn personages een crisis laat doormaken.

Maar in het eerste deel van het boek gaat de Amerikaanse hoofdpersoon nu juist zelf langzaam kapot van de kil objectieve taal waarin deze immense gruwelen beschrijven moet. ‘The Vietnam Project’ is een verkenning naar de psychologische oorlogsvoering tegen Vietnam. En zo ik in symboliek geloven zou, dan is Coetzee’s commentaar op die oorlog me duidelijk.

Het tweede deel van de roman bestaat uit een schijnbaar historisch verslag van de ontdekkingsreis die ene Jacob Coetzee in de jaren 1760 maakte naar de binnenlanden van Zuid-Afrika. Onderweg wordt hij ziek, waarop de meeste van zijn Hottentot-slaven hem in de steek laten. Deze Coetzee overleeft desondanks, door de verzorging van een lokale stam. Maar dankbaarheid levert dit niet op. Eenmaal weer in de eigen wereld teruggekeerd, begint Jacob Coetzee aan een wraakactie.

Interessant aan dit boek voor mij was om te zien of er elementen zijn die al vanaf het begin in de romans van Coetzee voorkomen. En goed, dan zou dat die hierboven al gememoreerde kille afstandelijkheid kunnen zijn. Die roept uiterst effectief gevoelens bij de lezer op — waarbij afschuw wel de voornaamste is.

Maar in een goed boek zit ook liefde, en dat heeft Coetzee in latere romans beter begrepen.

J.M. Coetzee, Dusklands
125 pagina’s
Vintage 2004, oorspronkelijk 1974, 1982

Foe
J.M. Coetzee

Coetzee doet in dit boek Robinson Crusoë, maar dan helemaal anders. Want, verteld door een figuur die in het oorspronkelijke boek helemaal niet voorkomt. Ene Susan Barton, die ooit de wereld introk om haar dochter te zoeken. Op de terugreis uit het Braziliaanse Bahia werd ze als liefje van de kapitein door de muitende bemanning in een roeiboot gezet, en midden op zee achtergelaten.

Susan Barton landt met de blaren in haar handen op het eiland van Crusoë, en dat is een veel minder aangename plek dan wij denken. Het waait er altijd. Crusoë, die in het boek Cruso heet, is een kluizenaar die genoeg heeft aan dat ene eiland. Friday is een slaaf, waarvan niet verteld wordt of zijn tong werd uitgesneden door zijn vorige meesters, of door Cruso zelf.

Zo blijft er veel schimmig in dit boek. Wie is die Susan Barton precies, en hoe betrouwbaar is haar verhaal? En eenmaal terug in Engeland: waarom is die Defoe, die bij geboorte ook echt Foe heette [= vijand], helemaal niet geïnteresseerd in het verhaal van die schipbreukeling op dit onbewoonde eiland?

Als literair spel is dit allemaal aardig. Al zou ik misschien Daniel Defoe’s originele versie van Robinson Crusoe uit 1719 beter moeten kennen om dat te beoordelen. Ik kan me niet heugen dat verhaal ooit anders te hebben gelezen dan voor kinderen naverteld, en daarmee waarschijnlijk compleet onschadelijk gemaakt.

Maar als boek kan dit waarschijnlijk het beste in éen zitting genoten worden. Als er eenmaal afstand tot het verhaal komt, is er weinig dat tot verder lezen dwingt. Zo werkte het voor mij, tenminste.

Waarom moet dat verhaalgedeelte in Engeland zo veel ruimte innemen, bijvoorbeeld? En is een roman eigenlijk wel de beste plek om beschouwingen over verdichting en waarheid op te schrijven; de hoofdpersoon te laten klagen dat ze niet kan vertellen, maar dan toch bijna alles in haar stem te laten horen?

J.M. Coetzee, Foe
157 pagina’s
Penguin Books, oorspronkelijk 1986


Inner Workings
J.M. Coetzee

J.M. Coetzee schrijft essays over boeken zoals ik ze zou kunnen willen schrijven. Eerder kwam op boeklog al de bundel Stranger Shores langs. En al mijn complimenten over dat boek gelden zonder meer ook voor deze verzameling.

Misschien is Inner Workings in éen opzicht nog een tikje beter dan Stranger Shores. Coetzee schrijft ditmaal alleen maar over auteurs, meestal door diep op éen boek van hun oeuvre in te gaan. En dat kan ik geen beperking vinden. Via de literatuur zijn net zo goed uitspraken over de wereld te doen.

Opnieuw heb ik bijna alle schrijvers die Coetzee behandelt ook al gelezen. En toch weet hij telkens ook iets over hen te melden dat nieuw voor mij is. Meestal komt dit doordat Coetzee een boek bespreekt dat ik nog niet las. Soms is het, omdat hij iets uit de levensgeschiedenis van de auteur naar voren haalt, dat mij onbekend was gebleven.

Door zijn woorden over vertrouwde auteurs, als Svevo, Walser, Musil, Grass, Bellow, en Miller, maakt Coetzee bovendien nieuwsgierig naar schrijvers die ik nog niet heb gelezen. Sándor Márai, Nadine Gordimer, of zelfs William Faulkner.

Het is werkelijk zo als ik bij de bespreking van Stranger Shores al bedacht. Weinig is er mooier dan uit eigen ondervinding te zien dat iemand een goed beoordelingsvermogen heeft, zonder daarbij alleen op diens reputatie te hoeven leunen. Omdat er dan zoveel vertrouwen is in wat iemand schrijft.

Coetzee als gids hebben, is dan ook een voorrecht.

J.M. Coetzee, Inner Workings
Essays 2000-2005

304 pagina’s
Vintage 2008, oorspronkelijk 2007

Life & Times of Michael K
J.M. Coetzee

Coetzee slaagt er telkens in een verhaal zo op te zetten dat ik er meteen in mee wil. Maar die betovering duurt meestal hoogstens veertig pagina’s. Om een of andere reden lijkt het dan vaak of ik het boek zelf wel verder kan invullen. De toon is gezet, de rest lijkt hoogstens een variatie op het voorafgaande.

Dit is frustrerend.

Daardoor ook vraag ik me van dit boek af wat de schrijver er mee bedoelt. En dat is meestal niet zo’n zinnige vraag. Maar misschien is die domme en wat lethargische Michael K inderdaad wel Afrika dat onnozel de oorlog inloopt. Of het hele land Zuid-Afrika…

Enfin. Het is Coetzee gelukt van Michael K een Elkerlyck te maken die waarschijnlijk zo op oorlog en de bijbehorende problemen reageert als de meeste vluchtelingen zullen doen; onhandig en zonder idee. Maar maakt dat een interessant boek? En hoe interessant is het dat bijna het hele verhaal over deze onnozele man tot ons komt via een alwetende verteller?

Het zal geen toeval zijn dat ik het tweede deel van de drie in dit boek het boeiendst vond. Daarin is een echt mens aan het woord en niet zo’n stem van God ergens buiten het verhaal. De dokter van het heropvoedingskamp, die Michael K probeert op te lappen uit de lethargie, redt het boek nog een beetje.

Anders had ik het niet uitgelezen.

J.M. Coetzee, Life & Times of Michael K
184 pagina’s
The Viking Press © 1984


Revolutionary
Hans Koningsberger

Koning was een schrijver die slechts éen verhaal te vertellen had. Zo veel is wel duidelijk nu ik het grootste deel van zijn fictie las. En dit verhaal krijgt in de ene roman beter vorm dan in de andere.

The Revolutionary is in die reeks vooral opmerkelijk door het open einde. Gaat onze revolutionair doden, of gebeurt dit niet? En misschien heeft ook het jaar betekenis waarin het boek werd uitgegeven. Veel blijft namelijk ongewis in het verhaal.

De hoofdpersoon heet nooit meer dan A.. Het land of de stad waarin hij woont, krijgt nooit een naam. Al wordt er met francs betaalt, en zijn er herinneringen aan de revolutie van 1848 — alleen was dat in heel Europa een roerig jaar.

Door de verwijzingen naar de dapperheid, vooral van de vrouwen, in Rusland, tijdens de opstanden daar, is de enige zekerheid dat het verhaal zich niet onder Russen afspeelt.

Dus dringt zich onwillekeurig de vergelijking op dat in de VS, waar Koning woonde, er in het jaar van publicatie ook een stevige protestbeweging was, tegen van alles. Daarin zullen ook mannen actief zijn geweest als A., die de revolutionaire beweging waarin hij zat te gezapig vond, en hardere actie wenste.

Net zo verwijderden autoriteiten in de VS onruststokers van de universiteiten, waardoor die hun vrijstelling voor de militaire dienst verloren. Zoals met A. gebeurt, in dit boek. Zij het dat bij hem het leger diende om opstandige arbeiders te bestrijden.

Dus lijkt dit boek ook een allegorie te zijn, over de twijfels die eenieder bevangen, of de moeilijkheden die hij ontmoet, als hij zich tegen de status quo keert.

Opvallend genoeg vielen me ditmaal bij het lezen ineens de overeenkomsten op tussen Koning en een auteur als Coetzee. Beide zijn meesters van efficiëntie, mede door hun spaarzame taalgebruik. Beide isoleren hun hoofdpersoon, en dwingen hem tot een reactie. Koning is vriendelijker voor de lezer, doordat hij meestal een liefdesgeschiedenis door zijn vertelling mengt. Als Coetzee liefde in het verhaal brengt, wordt ook die een strijdtoneel.

En goed, Koning heeft altijd een hoofdpersoon die op een gegeven moment zonder geld zit, en dan moet improviseren. Die zit vast in dat ene stramien. Van Nobelprijs-niveau is hij niet. En doordat ik te goed kon voorspellen wat er zou gebeuren, vanuit mijn kennis over zijn oeuvre, was deze roman voor mij minder interessant als voor een meer onbevangen lezer.

Dit boek is overigens ook ooit nog eens verfilmd.

* Lees hier waarom Hans Koningsberger zijn naam veranderde in Hans Koning

Hans Koningsberger, The Revolutionary
173 pagina’s
Penguin Books 1970, oorspronkelijk 1968

Slow Man
J.M. Coetzee

Er is bijna altijd iets met de romans van Coetzee. Enerzijds herken ik wel dat ze heel goed geschreven zijn. Maar aan de andere kant klopt er ook meestal iets niet. Alleen Disgrace vond ik zonder enig voorbehoud helemaal geslaagd als boek.

Het punt voor mij met Slow Man was dat het uitganspunt van deze roman hetzelfde is als van een favoriet van mij: het boek A Voice Through A Cloud. Dit werd in 1950 uitgegeven na de dood van de schrijver Denton Welch. Ook daarin gaat een man fietsen, om meteen in het begin van het boek aangereden te worden door een auto, en vervolgens de rest van zijn leven te lijden onder de ernstige gevolgen van het ongeluk.

Welch beschrijvingen over de ellende daarna voelden als echt aan; misschien omdat zijn ongeluk autobiografisch is. Coetzee weet in dit boek het lichamelijke lijden van zijn hoofdpersoon niet geloofwaardig over te brengen aan mij. Misschien wreekt zich hier Coetzee’s karige manier van schrijven, wellicht heb ik zelf te veel pijn gehad in mijn linkerbeen om daar de gevolgen niet van te kennen. Dat is geen criterium om literatuur mee te beoordelen, maar toch doe ik dat wel. Herkenning blijft een vorm van erkenning.

Goed, dat hoofdpersonage is een man op leeftijd. Naast het lichamelijke probleem dat hij een been verliest, komen daar ook de psychische problemen bij die horen bij eenzaamheid, en de optredende afhankelijkheid. De worsteling daarmee vond ik wel weer overtuigend, zoals die omgang met de verpleegster.

Toch, toen ik zo’n beetje aanvaard had dat dit een langzaam boek is, over een man die liever passief in het verleden leeft, paste Coetzee een schrijverstrucje toe. In plaats alleen als een alwetende verteller voort te schrijven, plaatst hij een alwetende verteller in het verhaal. Elizabeth Costello is dit; de schrijfster waar hij eerder een hele roman aan heeft gewijd.

Dat zij meer weet dan kan, is mogelijk om te illustreren dat de hoofdpersoon nog altijd zwaar onder de indruk is van zijn ongeluk. Maar ik vrees dat dit nu typisch zo’n romanelement is dat generaties aan docenten zal inspireren tot dodelijk onnozele uitlegvragen.

Verklaar het optreden van Elizabeth Costello in de roman Slow Man?

Waarop het goede antwoord volgens zo’n docent dan moet zijn: Slow Man was Coetzee’s eerste boek nadat hij de Nobelprijs voor literatuur had gewonnen. Die prijs overkwam hem wat, voelde lang als een ongewenst ongeluk. Hij was er daarom niet blij mee, en keerde zich van de wereld af. Maar toen ontdekte hij, aan de hand van zijn eigen roman Elizabeth Costello, dat in de buitenwereld best te overleven was, zolang hij daar maar speelde schrijver te zijn.

Of zoiets oninteressants.

Schrijvers mogen natuurlijk alles in hun boeken.

J.M. Coetzee, Slow Man
265 pagina’s
Vintage © 2006, oorspronkelijk 2005


Stranger Shores
J.M. Coetzee

Er zijn boeken die misschien wel enige rijpheid van de lezer verlangen. Omdat ze zo veel meer te geven hebben aan wie mee kan oordelen waarover de auteur het heeft.

Stranger Shores van J.M. Coetzee was zo’n boek voor mij. Waarbij me opviel hoezeer het bijhouden van dit boeklog inmiddels kan meewegen in mijn waardering tijdens het lezen.

Ik moet me op deze plek telkens uitspreken over schrijvers en boeken. Dit vergt enig nadenken over hun karakteristieken, zelfs al gaat dit nadenken meestal onbewust. Als ik dan een recensent lees die hetzelfde zag, sterkt mij dit. Maar als zo iemand meer blijkt te hebben gezien, verrijkt me dat helemaal; zijn of haar woorden verscherpen dan ook mijn blik nog eens.

Coetzee voert een bont gezelschap aan auteurs op in deze bundel, die vooral uit boekbesprekingen bestaat. Toch bleek ik ze bijna allemaal gelezen te hebben. Afgezien dan van Defoe dan — wat al eerder een gemis was in verband met Coetzee — en de meeste uit Zuid-Afrika afkomstige schrijvers.

Dus was het ook niet heel moeilijk om te concluderen dat Coetzee heel goed kan lezen — al is dat een uiterst subjectief oordeel, ik was het namelijk vrijwel steeds met hem eens.

Hoogstens viel me op dat Coetzee vaak wel veel van het boek navertelt dat hij aan het bespreken is.

Nu heeft J.M. Coetzee enkele jaren terug de Nobelprijs voor literatuur gewonnen, wat het niet moeilijk maakt hem als autoriteit te vereren. Toch valt aan de boeklogjes die ik eerder aan zijn werk wijdde op dat ik weiger me blind aan hem over te geven. Al speelt ook mee dat de Coetzee’s die ik las voor boeklog bestond, als Waiting for the Barbarians en vooral Disgrace, meer indruk maakten dan wat me later onder ogen kwam.

Mijn respect verwerven, gaat lang niet automatisch meer.

In deze bundel wordt onder meer werk besproken van Nederlandse auteurs als Emants, Mulisch, en Nooteboom. Verder staat Coetzee stil bij vertaalproblemen, als optraden bij het werk van Kafka, of de gedichten van Rilke. Hij las Musil, hij las Skvorecky, Borges, Rushdie, Oz, en bleek dezelfde ideeën te hebben over de essays van Joseph Brodsky als ik. Te veel daarvan zijn te lang, want onbewerkte colleges. Dat mocht ik natuurlijk altijd al denken. Maar hoe groot wordt het vertrouwen niet in iemand die hetzelfde ziet, en dit oordeel onbekommerd uitspreekt.

J.M. Coetzee, Stranger Shores
Essays 1986 – 1999

374 pagina’s
Vintage 2002, oorspronkelijk 2001

Summertime
J.M. Coetzee

Sinds hem de Nobelprijs voor literatuur overkwam, schrijft J.M. Coetzee merkwaardige boeken. Het is alsof hij telkens zeggen wil: maak me niet heiliger dan ik ben om die ene bekroning.

Neem nu deze gefictionaliseerde autobiografie met de titel Summertime. Die een derde deel is van een reeks waarin eerder Boyhood en Youth verschenen.

Hij verklaart bijvoorbeeld zichzelf terloops alvast maar overleden in het boek:

John left South Africa in the 1960s, came back in the 1970s, for decades hovered between South Africa and the United States, then finally decamped to Australia and died there. [209]

Degene die dit zegt, is een oud-collega aan de universiteit in Kaapstad. Eén van de verschillende stemmen die er over Coetzee aan het woord komen in dit boek. Uitgangspunt van Summertime is namelijk dat een ander een biografie over J.M. Coetzee wil schrijven, en daartoe diens dagboeken doorneemt, en praat met mensen die even iets in zijn leven hebben betekent. Tenminste, zo hoopt de biograaf.

Aan dit ‘portret’ vallen vooral de gebreken op waar Coetzee de nadruk op wil leggen.

Een vrouwelijke collega van de universiteit, waarmee hij even een verhouding had, vindt dat zijn boeken een gebrek aan ambitie tonen.

Een vrouw bij wie hij even op dansles kwam, en waaraan hij brieven schreef die zij niet wenste te beantwoorden, vond hem een man die niet in zijn lichaam thuis was. Een solitair. Iemand die niet lief kon hebben.

De hierboven al geciteerde collega van de letterenfaculteit stelt dat hij betere boeken had kunnen schrijven, als hij niet zo veel tijd had besteed aan het corrigeren van werk van studenten.

Veertig jaar was Coetzee verbonden aan een universiteit. En dat in de bloei van zijn leven. Het is daarom alsof de schrijver met dit boek de rekening opmaakt van wat deze tijd hem heeft opgeleverd. Daarnaast speelt er dan nog diens dubbele verhouding tot zijn geboorteland. Zuid-Afrika. En een heel positieve balans levert al dit niet op. Tegelijkertijd is daar nu niets meer aan te veranderen.

Ook lijkt me dit boek een waarschuwing aan toekomstige biografen. Die er al volop zijn. In besprekingen elders wordt nogal eens met nadruk gemeld dat de autobiografische feiten in Summertime niet kloppen met zijn leven. Zo leefde zijn moeder nog toen Coetzee naar Zuid-Afrika terugkeerde, anders dan in dit boek wordt gesteld.

Ach ja.

Dit boek was voor mij op metaniveau vreemd genoeg wel humoristisch, door J.M. Coetzee’s zo duidelijke pogingen om zichzelf neer te halen. Geen biograaf zal hem nu ooit nog kunnen vermoorden, hij heeft zichzelf al dood gemaakt. Tegelijk is Summertime een veel dunner boek dan het aantal van 266 pagina’s laten vermoeden.

J.M. Coetzee, Summertime
Scenes from Provincial Life

266 pagina’s
Harvill Secker, 2009

Youth
J.M. Coetzee

Er was een reden voor, dat ik Youth wel gelezen had, en het voorafgaande deel Boyhood niet. Coetzee was namelijk ooit computerprogrammeur, en schreef daarover in dit boek. Ook ik heb dat ambacht ooit beoefend — of is het een kunst — en zocht al eens naar geestverwantschap.

Mij lijkt trouwens wel, dat mensen met een exacte achtergrond anders schrijven. Zij zullen nooit een overgestileerd ‘hysterisch realisme’ scheppen, zoals James Wood het zou noemen. Zelfs hun fantasieën volgen altijd een dwingende logica, om het ongeloof bij de lezer voor te zijn.

En het zal vast verbeelding zijn van mijn kant, maar Coetzee’s boeken beginnen altijd zo dat de logica het verhaal als vanzelf vaart geeft en een richting uit dwingt.

Zelfs in zijn gefictionaliseerde autobiografieën.

Youth gaat over beloften, en wat daar van wordt. Waarvan éen belofte was, zoals voor iedereen in het Gemenebest gold, dat het ware leven in Londen plaatsvond. En niet in Zuid-Afrika, waar Coetzee in Kaapstad aan de universiteit studeerde.

Wiskunde, deed hij daar.

Al bevatte zijn studieprogramma ook de nodige onderdelen taal, hij zou met een bachelor wiskunde naar Londen trekken. Om daar zo ongeveer dezelfde ontheemding te voelen als bijvoorbeeld Clive James beschreef, of Doris Lessing. Een groot verschil met hen is dat Coetzee zich weliswaar schrijver voelde, maar daar in het boek nog geen werk van maakte.

Hij ging eerst als programmeur werken bij IBM. En later voor een concurrent.

Dit was werk dat hij weliswaar aankon, maar hem ook behoorlijk wat moeite koste. Zeker als hij zich vergeleek met zijn collega’s. Het staat er zo niet uitdrukkelijk in het boek, maar uit mijn eigen ervaring vul ik dan in: deze inspanning ging ten koste van de energie die nodig zou zijn om te doen wat hij eigenlijk wilde.

Dus bleef er de frustratie dat elk literair tijdschrift vrijwel alleen gedichten bevatte die hij slecht vond, en die toch maar gedrukt waren.

Youth eindigt als de de hoofdpersoon 24 is. En nog altijd computerprogrammeur — een beroep waarin er dan geen 30-jarige programmeurs bestaan. De belofte van dat schrijverschap is nog lang niet ingelost, en lijkt dat ook niet te worden. Al weet de lezer wat dit betreft wel iets meer.

Ik ben erg blij dit boek herlezen te hebben. Het is me nu zelfs onbegrijpelijk ooit reserves over Youth te hebben gehad; waarschijnlijk omdat ik het Coetzee toen op een vreemde manier kwalijk nam niet genoeg in detail op zijn programmeerwerk te zijn ingegaan.

Dit is een zeldzaam openhartig boek, zo lijkt me. Ik heb het gevoel gekregen de auteur te kennen — voor zoiets ooit mogelijk is, en hoeveel projectie van eigen ervaring daar ook bij zit. Geen interview zal me meer kunnen vertellen over de persoon achter de schrijver dan me nu werd geopenbaard.

Coetzee is dan ook immens wreed voor zichzelf. Al was het maar door die jaren als jonge man opnieuw in de derde persoon te beschrijven; door naar zichzelf te kijken alsof hij een ander was. Nu ja, niet alleen wreed. Alle twee zijn autobiografieën bevatten een merkwaardig krachtig mengsel van wrede objectiviteit, verbazing, en mededogen.

Had hij een ander zo beschreven, dan was dit onsympathiek geweest. Nu werkt dat.

J.M Coetzee, Youth
169 pagina’s
Vintag 2003, oorspronkelijk 2002