dit is het dossier:

A.H.J. Dautzenberg

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Extra tijd ~ A.H.J. Dautzenberg

De Limburgse club Roda JC degradeerde in het seizoen 2013/2014 onverwacht op de laatste wedstrijddag rechtstreeks uit de hoogste klasse van het Nederlandse betaalde voetbal. Die ik nog altijd Eredivisie noem, maar die helaas telkens anders heet omwille van een tijdelijk sponsorbelang.

Wie herinnert zich de PTT-Telecompetitie niet…

Voor weinig mensen heeft zo’n degradatie werkelijk betekenis. Voetballers zijn wintergasten geworden, die al snel wegtrekken als het geld elders zit. Misschien dat de organisatie van zo’n club ineens moet bezuinigen, en enkele werknemers dient te ontslaan. Alleen heeft Simon Kupers al eens becijferd dat zelfs een beetje buurtsuper meer omzet draait en personeel in dienst heeft dan vrijwel alle betaald voetbalclubs.

Enkel de supporters van de gedegradeerde club worden tot in hun ziel geraakt.

Het eeuwige raadsel is mij dan waarom — zelfs de tien geboden waarschuwden indertijd al tegen het aanbidden van valse goden — want mij trekt het eenvoudig niet om voor mijn geestelijk gezond zo afhankelijk te worden van de grillen en wisselvallige prestaties van anderen. Dus investeer ik daar ook geen emoties in.

In de roman Extra tijd van A.H.J. Dautzenberg streed de voetbalclub Roda JC ook al tegen degradatie uit de Eredivisie. Het voetbalseizoen was toen 2008-2009. En Roda diende om het lijfsbehoud extra wedstrijden te spelen in een nacompetitie.

Parallel aan het verloop van deze nacompetitie wordt er nog een strijd gevoerd in het boek. Zij het dat die al verloren is. De vader van de hoofdpersoon uit de roman leidt aan een fatale vorm van kanker, waardoor diens einde nadert. En deze vader is een groot supporter van Roda JC. De prestaties van de club hebben daarmee rechtstreeks invloed op zijn welbevinden.

Die felle clubliefde staat dan in contrast met de relatie tussen de vader en zijn zonen — een tweeling. Want voor hen was hij er nooit. Althans, zo kwam dit op hen over.

En daarmee vertelt de roman Extra tijd eigenlijk het klassieke verhaal van dat bijna iedereen ouders heeft, en hoe deze op zekere dag sterven. Waarbij een complicatie dan vaak blijkt te zijn dat de auteur of de verteller of de hoofdpersoon in het boek hun vader of moeder nooit goed heeft leren kennen. Waardoor er geheimen kunnen zijn; en daarmee postuum nog onverwachte onthullingen komen.

Pijnlijk kan dan ook al het besef worden hoe weinig ouder en kind gemeen hadden.

Dautzenberg hield bij dit gegeven wel een mooi evenwicht in het boek. Al te sentimenteel wordt het niet, omdat hij slim afstand inbouwt, bijvoorbeeld door het steeds over dat voetbal te hebben — hoewel de roman toch de kroniek van een aangekondigde dood is. Zelfs al heeft hij van zijn hoofdpersoon wat een lulhannes gemaakt, en had dit van mij niet gehoeven.

Van deze ‘Marcel Meulenberg’ komt als losse uitgave een klein bundeltje met gedichten mee met de roman.

A.H.J. Dautzenberg, Extra tijd
233 pagina’s
Atlas Contact, 2012

Rafelranden van de moraal ~ A.H.J. Dautzenberg

Iedereen en alles moet vooral een sterk merk worden tegenwoordig, in deze tijd zonder banen voor het leven. Iemands werk mag niet meer gewoon voor zich spreken. Daar hoort een naam op te staan — en die naam is vervolgens het belangrijkste.

In deze opvatting wordt het gunstig als schrijvers over een vlotte babbel beschikken, of anders een plezierig uiterlijk hebben — want beide doen het goed in de talkshows op televisie.

En waar iedereen er naar streeft om een merk te worden, dreigt daarmee oneindig grote oppervlakkigheid. Want behaagzucht.

Tenzij andere methoden worden ingezet dan de gelikte oplossingen. Tenzij iemand het aandurft om onpopulair te durven worden. Beruchtheid eerder nastreeft dan beroemdheid — iets dat heel weinigen durven.

A.H.J. Dautzenberg lijkt het om nog weer iets anders te doen te zijn. Hij zoekt allereerst aandacht voor misstanden, en is als mede gevolg daarvan berucht geworden. Verder oogste hij kritiek, scheldpartijen, en zelfs doodsbedreigingen — die zijn na te lezen in de gratis bundel Smerig gezwel wat je bent.

De novelle Rafelranden van de moraal biedt een korte terugblik op een aantal zaken waarin Dautzenberg recent een rol speelde.

Er is zijn zogenaamde aanklacht tegen de exploitatie door A.F.Th. van der Heijden van diens dode zoon — die uiteindelijk een klacht bleek te zijn tegen de lamlendigheid van de Nederlandse literatuur in het algemeen en de Avond van de Polemiek in het bijzonder.

Dautzenberg publiceerde ook gefingeerde interviews, zoals met Arnon Grunberg, en met Ronald de Boer en Motörhead’s Lemmy Kilmister over de financiële markt.

Hij zou verder een nier hebben gedoneerd — alleen gaat deze uitgave daar nu net niet over.

En Dautzenberg werd in het voorjaar van 2011 met enig rumoer lid van de Vereniging Martijn — een belangenclub voor mensen met pedoseksuele gevoelens — vanwege de onterechte heksenjacht op de leden.

Dat standpunt kostte hem opdrachtgevers, en daarmee inkomen.

In het verloop van Rafelranden van de moraal werd deze vereniging zelfs plots verboden. Wat ook al veel zegt. De rechtbank in Assen stelde de woorden waarmee de Vereniging Martijn zijn bestaan rechtvaardigde dus gelijk aan strafbare daden — een vonnis dat inmiddels overigens in beroep is teruggedraaid door het Hof in Leeuwarden.

Al dit leverde een aardig pamflet op, over Nederland in de jaren 2010, die novelle heet vanwege een pesterige passage aan het eind; bedoeld om lezers nog eens met hun vooroordelen te confronteren.

Ik heb me dan ook niet verveeld.

Toch bleek ik evenmin bijzonder geraakt, of verontwaardigd te zijn over wat Dautzenberg stelt. En wellicht komt dit door het economische landschap van nu — waarin zo algemeen die raad aan eenieder leeft om een sterk merk te worden. Want wat is al dit effectbejag waard?

A.H.J. Dautzenberg plaatst elke lezer met zijn acties voor de vraag: zou ik hetzelfde als hem durven of willen doen? En bijvoorbeeld lid willen worden van een vereniging waar ik op zich helemaal niets mee heb, enkel omdat die vereniging en de leden daarvan in mijn ogen ten onrechte gestigmatiseerd worden?

Ook ik heb over pedofilie moeten nadenken deze eeuw — en dan vooral omdat er op digitaal gebied nogal wat wetgeving is ingevoerd die de rechtstaat ondermijnt. Waarbij dan telkens de officiële politieke reden was dat kindermisbruik steviger aangepakt diende te worden.

Terwijl iedereen met enig sociologisch inzicht weet dat bijna alle kindermisbruik gewoon gezellig thuis gebeurt, in de veilige schoot van de familie. Daar is internet echt niet bij nodig.

Onze samenleving zit dus zo in elkaar dat krankzinnige maatregelen aan ons verkocht worden met idiote voorwendsels. De overheid heeft zich bijvoorbeeld het recht toegeëigend om alle onze internetbezoeken en telefoondata vast te leggen om zo het terrorisme te bestrijden — wat niet eens kan, statistisch gezien.

Maar stel je met goede redenen te weer tegen deze inperkingen van onze grondrechten, en dan ben je ineens vóor terrorisme, of vóor pedofilie. In de ogen van het grote publiek op zijn minst.

En misschien heeft Dautzenberg gelijk, en zijn allereerst harde tegengeluiden nodig om uit dit primitieve non-debat te komen.

Ik weet dit alleen niet.

A.H.J. Dautzenberg, Rafelranden van de moraal
Novelle
91 pagina’s
Atlas Contact, 2013