Beste beesten ~ Midas Dekkers

Ruim vijfentwintig jaar sprak bioloog Midas Dekkers op zondagochtend een column uit in het radioprogramma Vroege Vogels van omroepvereniging Vara. Vervolgens verscheen die column als tekst in het programmablad van de Vara. Waarop van tijd tot tijd dan nog een herdruk volgde in een boekje. En uit zulke bundeltjes verscheen vervolgens weer wat later nog een bloemlezing, of een dikke verzamelband.

Maar er was vraag naar. En de kwaliteit van het materiaal deugt. Dus, terwijl ik wel opmerken moet dat sommige teksten uit De beste beesten werkelijk talloze malen gerecycled zijn, doet dat er toch betrekkelijk weinig toe. Hoe meer kansen er zijn dat iemand nog eens per ongeluk tegen deze columns aanloopt, en dan aangenaam geamuseerd wordt, hoe beter, zo lijkt me.

Helemaal tijdloos zijn Dekkers’ teksten niet gebleven sinds begin jaren tachtig. Zeker in de eerste helft van deze bloemlezing. Als naar een politicus verwezen wordt, heet deze al gauw Ruud Lubbers. En om te illustreren hoe een grote dikke man eruit ziet, wordt de naam Wim Bosboom gebruikt [wie?].

Gelukkig daarom dat het bij zulke verwijzingen enkel om terzijdes gaat.

Ook vond ik opvallend hoe weinig columns in deze bloemlezing enkel over dieren gaan — en dus biologie brengen in zijn puurste vorm. Veel vaker keek Dekkers naar hoe wij mensen met dieren omgaan; wat een nog veel wonderbaarlijker verzameling aan gedragingen oplevert.

Tegelijk zit in die benadering ook de zwakte van zo’n dikke bundel als deze. Na een tijd is bijvoorbeeld echt wel duidelijk dat Midas Dekkers een hekel aan honden heeft, en katten heel wat aardiger beesten vindt; hoe merkwaardig het ook is dat katten hun baasjes nog net lijken te gedogen.

Aan de columns viel verder op dat alle onderwerpen waarover de auteur later nog eens dikke boeken zou schrijven al langs komen in kiemvorm. Alleen zou het eerder vreemd zijn als dit niet zo was.

De voornaamste aantrekkingskracht van deze teksten zat voor mij evenwel in het aplomb waarmee Dekkers zo vaak van wal stak. Zijn eerste alinea’s staan. En opende hij een keer minder opvallend, dan komt er later in de column wel een krasse uitspraak die opvallend lang hangen blijft.

Zo kan alleen een bioloog over een gedicht als Gezelle’s ‘Het schrijverke’ opmerken dat dit krinklend winklend waterding God’s naam op het water schrijft met zijn geslachtsorgaan.

En hoewel de meeste van Dekkers’ uitspraken minder spreken eenmaal geïsoleerd, tekende ik daarom verder onder meer aan:

Iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn.

[de mensaap]
scheiding

Een kip is een verbeterde boshoen, een goudvis is een vergulde karper, een varken is een wild zwijn, maar dan tam, en een os is natuurlijk de eigentijdse versie van een oeros. Huisdieren zijn verbeterde dieren. Behalve de kat; die was niet te verbeteren. En de hond. Die is verslechterd. Een hond blaft.

Dat deed zijn voorouder, de wolf, niet. […]

[de basenji]
scheiding

Iets ontdekken dat allang ontdekt is, heet onderwijs.

[de zoenvis]
scheiding

Als onze economie maar meer groeit, zeggen onze milieuministers, verdienen we meer om de extra vervuiling die van de groei het gevolg is beter te bestrijden met behulp van de uitdijende milieuindustrie die weer voor meer economische groei zorgt. M’n neus! Een schoon milieu door vuile groei druist in tegen de fundamentele natuurwetten over het behoud van materie en energie. Maar wat weet een regering daarvan die bestaat uit politici — strevers naar macht — en economen — strevers naar geld?

[de pelspoes]
scheiding

U bent een zak. Zoals elk mens, elk dier, elke plant bent u een zak met levend spul erin. De zak is gemaakt van stevig leer, de huid, om te voorkomen dat het levends eruit loopt en met het milieu rondom de zak vervloeit. Bovendien kunnen er dank zij de barrière van de huid geen bacterieën binnen, de rotzakjes.

U kent hem goed, uw zak.

[u]
Midas Dekkers, De beste beesten
Met illustraties van Maud Slangen

319 pagina’s
Contact, 1996

Kleine verlossing ~ Midas Dekkers

Toen Gerrit Komrij’s bibliotheek ter veiling kwam, wist Midas Dekkers daaruit voor betrekkelijk weinig geld het gedeelte te kopen dat enkel hen beide fascineerde. De boeken over poep. Veel andere liefhebbers bleken er namelijk niet voor te zijn.

Dus moet ik nu bekennen ook zeer in dit onderwerp geïnteresseerd te zijn — zie het dossiertje poep, op boeklog — alleen had ik nooit mee geboden op Komrij’s verzameling; ware me bekend geweest dat die op de markt was gekomen. Daar zouden me te veel historische curiosa tussen hebben gezeten, en te weinig werken met feiten die een mens iets verder kunnen brengen in zijn denken.

Mij intrigeert poep namelijk niet als taboe, en daarmee als lachwekkend onderwerp, maar als probleem — mede omdat ik het watercloset en de rioolpomp lang heb gezien als de grootste menselijke vinding ooit. Weinig heeft meer betekent om de algemene gezondheid van de mens te verbeteren.

Ware het niet dat de badkamer als uitvinding dan weer rijkelijk onnozel schijnt te zijn. Technisch is het weliswaar handig om alle waterleidingen en afvoeren in een kamertje te concenteren. Kakken brengt dan alleen ook mee dan bij elke keer doortrekken microscopisch kleine water-met-strontdeeltjes neerslaan op de tandenborstels die in dezelfde ruimte aanwezig zijn.

Weegt inmiddels ook steeds zwaarder door dat de mensheid tegenwoordig zowel te veel mensen als te veel dieren op een luttel tal plekken concentreert. Waarmee hun poep een probleem wordt dat niet simpelweg meer is op te lossen door het weg te spoelen.

En gelukkig heeft Midas Dekkers aandacht voor dit probleem in zijn boek — zij het minder dan mij lief is.

Al viel dat te verwachten. Bij Dekkers is de verpakking van zijn mededelingen doorgaans belangrijker dan de mededeling zelf. Waar ook weinig op tegen is. Behalve dan als hij een onderwerp behandelt waarover bij de lezer al kennis bestaat — want dan lijkt het net of er iemand het woord is die enkel half bekende mopjes vertelt.

Dus ben ik nooit het ideale publiek van zijn boeken. Op de columns na wellicht. Want op de korte baan is Midas Dekkers een stuk minder voorspelbaar, inhoudelijk. Dekkers hoeft mij niet gezoet door appelmoes beetje bij beetje cultureel-historische informatie toe te dienen; omdat ik me dezelfde gegevens zo vaak al eigen had gemaakt.

Wat ik dan toch meeneem uit dit boek: in al wat wij uitscheiden, gaat ook energie verloren. Naar schatting 10% van de energiewaarde van alle voedsel en drinken genuttigd verlaat het lichaam ongebruikt. Al weet niemand dit percentage zeker. Onderzoek wordt een weinig prettig werkje genoemd.

Tegelijk heeft bijvoorbeeld de schrijver Rink van der Velde wel een keer of drie dezelfde oeroude grap verteld in zijn werk, over de gierige schipper, die bij het kakken altijd meteen over de reling keek of zijn keutels wel bleven drijven. Want zonken deze direct, dan zat er nog teveel kracht in, en kneep hij af.

Midas Dekkers, De kleine verlossing
of de lust van het ontlasten

256 pagina’s
Atlas Contact, 2014

Larf ~ Midas Dekkers

Dit boek heet over kinderen te gaan, maar het gaat vooral over de biologische verschillen tussen jong en oud. Maar dan weer alleen als daar een metamorfose tussenzit. Over de haaitjes of zeepaardjes die er piepklein al net zo uitzien als groot, helemaal niets.

Terloops worden mensenbaby’s door Midas Dekkers vergeleken met larven; vette en vraatzuchtige monstertjes die alleen nog maar uit een spijsverteringskanaal lijken te bestaan. Maar aardig is dan weer dat de schrijver uitlegt hoe weinig van alle voedsel een mensenkind maar nodig heeft om te groeien.

De rest wordt voornamelijk verbrand.

En dit is het knappe van Dekkers; dat hij in staat is toch redelijk technische biologische informatie in een verhaal te vlechten dat door zijn aplomb toch enorm leesbaar is.

Toegegeven, Midas Dekkers heeft me soms wat te veel een columnistentoontje; sommige grappen hoeven wat mij betreft niet gemaakt te worden. Maar dat zal ook zijn omdat ik in éen zitting veel van zo’n boek tot mij neem, en me daarmee misschien wat overeet.

Ook van dit boek was het fijn dat het rijkelijk geïllustreerd is. Zo zeer zelfs dat het bijna als een gemis voelde wanneer twee pagina’s alleen maar tekst bevatten. Al staan er dan ook verontrustende plaatjes in van de wat merkwaardiger spelingen der natuur, die biologen zo gaarne tonen.

Midas Dekkers, De larf
Over kinderen en metamorfose

288 pagina’s
Pandora pockets 2005, oorspronkelijk 2002


Lichamelijke oefening ~ Midas Dekkers

Voor een boek dat over sport heet te gaan, staat er nogal weinig over sport in, viel me op. In elk geval lang niet genoeg.

En Midas Dekkers maakt ook duidelijk hoe blind iemand wordt als die een onderwerp behandelt waar hij nogal wat frustratie over heeft. Dekkers deelt met bijvoorbeeld een Rudy Kousbroek een sterke afkeer van lichamelijke oefening, omdat beide éen keer te vaak als laatste zijn gekozen tijdens de gymnastiekles op school.

Groei toch op, denk ik dan. Omdat klassikaal onderricht hier toevallig heilig is verklaard, betekende school voor mij vooral de dwang om urenlang stil te moeten zitten, luisterend naar ongeïnspireerd domme docenten. Maar dat lag toch niet aan die vakken. Daarvoor is die domme fabrieksmatige organisatie van het onderwijs verantwoordelijk, waardoor kinderen ongeacht vaardigheden of belangstelling bij elkaar in een klas worden neergeplant. Alleen omdat ze toevallig ongeveer even oud zijn.

Mijn plezier in dit boek werd bovenal vergald omdat Dekkers zich niets gelegen heeft laten liggen aan het plezier van bewegen.

Ik bedoel, kritiek op georganiseerd bedreven sport heb ook ik volop. Niets dwazers dan mensen die eerst in hun auto naar de fitnessclub rijden, om daar in een zweterig zaaltje binnen te gaan fietsen zonder ooit vooruit te komen, of te hardlopen op een lopende band.

Maar man, doe toch niet net of er geen genot is te beleven van dat lijf. Of dat bezit alleen maar als last voelt.

In dit boek, dat veel meer over het menselijk lichaam gaat dan over die sport, is aandacht voor sex schromelijk verwaarloosd. Ik weet niet wat dat precies over de schrijver zegt.

Waarschijnlijk zou structurele aandacht voor sex te zeer ten koste zijn gegaan van de centrale gedachte waarmee dit boek zo werd aangeprezen. Het idee dat het maar raar is voor de lol inspannende bewegingen te verrichten.

Misschien ook dat Dekkers te veel bioloog is om in sex meer te willen zien dan alleen een voortplantingsmechanisme. Maar als bioloog zal hij zeker weten hoe zeer sex en macht bij elkaar horen in het dierenrijk. Of uiterlijk en sex. Die verbanden signaleert hij ook wel in dit boek. Alleen, heel erg summier.

Misschien kwam het beschrijven van lichamelijk genot, of hoe zeer oefening daarbij helpt, Midas Dekkers te dichtbij.

Dus las ik een onvolkomen boek. Hoe rijk het verder ook geïllustreerd was, en hoe verrassend Dekkers er bij tijden ook in formuleert. De cultuurhistoricus in mij kwam geen ideeën over de sportgeschiedenis tegen die ik niet al kende; de amateurbioloog in mij zag een invuloefening waarbij nogal wat stukjes die wel op tafel lagen wat makkelijk zijn genegeerd.

En dat is jammer. Ik had me nogal op dit boek verheugd. Het is zo veel minder als bijvoorbeeld Lief Dier.

Midas Dekkers, Lichamelijke oefening
352 pagina’s
Uitgeverij Contact © 2006

Lief dier ~ Midas Dekkers

Evenals De larf is dit een uitermate rijk geïllustreerd boek. Alleen bevat dit vooral expliciete plaatjes uit de kunstgeschiedenis van mensen die met dieren doen. Ik las het voor een deel in de trein, en het meisje naast me reageerde nogal onrustig op wat ze aan illustraties zag.

Interessantst voor mij, als historicus, was hoe Dekkers liet zien hoe kort geleden het nog maar is dat de blanke mens zichzelf als kroning van de schepping zag. Amper honderd jaar geleden werd er nog serieus gesproken over een mogelijk fokprogramma van negers en apen. Om een of andere reden verbaasde het me niet dat dit plan van een Nederlander kwam.

Ook weet Dekkers heel goed aan te geven dat vrijwel iedereen zich weleens aan bestialiteit bezondigt. Al was het maar omdat wij de melk van beesten drinken.

Zulke inzichten doen me meer dan alle getut met beesten, dat Dekkers ook behandelt. Of de voorkeur van mannen vooral zich met vee te vermaken, bij een gebrek aan alternatieven vooral.

Dat bestaat. Tuurlijk. Maar andermans voorkeuren zijn altijd vreemd, als die klinisch – of in dit geval droog humoristisch – beschreven worden.

Midas Dekkers, Lief Dier
Over bestialiteit

224 pagina’s
Uitgeverij Pandora 2002 © oorspronkelijk 1992


Mummies ~ Midas Dekkers — Han van Hagen

Nooit geweten dat Midas Dekkers nog eens columns heeft geschreven voor NRC Handelsblad. Ik las die krant dan ook niet altijd; en hield er op een gegeven moment zelfs weer mee op. Intensief is hoogstens vijftien jaar gevolgd wie er het dagblad in de weer waren.

Toch leek het of ik de bewerkte columns uit NRC Handelsblad in de verzamelbundel Mummies al kende. En dan kan het zijn dat Dekkers een groot deel van de inhoud gerecycled heeft in zijn boek over het einde van het leven; De vergankelijkheid. Gecontroleerd heb ik deze aanname niet. Beide uitgaven hebben alleen een nogal vergelijkbaar thema. En in mijn boeklogje over De vergankelijkheid merk ik zelfs op dat de schrijver zo opvallend vaker delen van zijn werk elders hergebruikt.

De bioloog Dekkers is daarin ook weinig anders dan de natuur, die in zijn evolutie ook enkel verder kan bouwen wat al aanwezig was.

Veel verschil met de radiocolumns die Dekkers uitsprak lijken de NRC-bijdragen niet te hebben. Toch had ik door de ietwat pretentieuze presentatie en wellicht ook het onderwerp het gevoel met een minder uitbundig boek te maken te hebben. Dat misschien daardoor minder grappig was.

Dit gevoegd bij het idee iets te lezen dat me vaag al bekend voorkwam, maakte dat er aan het lezen van Mummies betrekkelijk weinig te beleven viel. Het boek zal geen enkele indruk achterlaten, weet ik; zo kort na lezing al. Kan Dekkers nog zo verbaasd-ironisch hebben geschreven over onze omgang met teddyberen, huisdieren, dode insecten, of oude mannetjes. Onder meer.

Overigens barst een teddybeer van het leven — anders dan Midas Dekkers beweerde — dat hoeft er echt niet in geprojecteerd te worden door de eigenaar. Net als hoofdkussens en matrassen worden knuffelbeesten bevolkt door hele kolonies aan microscopisch klein spul. Waarvan, toegegeven, ook een groot deel al weer afgestorven is.

Maar het tekende mijn lezen dat ik ondertussen de auteur al aan het aanvullen of verbeteren was.

Midas Dekkers — Han van Hagen
Mummies
84 pagina’s
Contact, 1986

Onmogelijke liefde ~ Rudy Kousbroek

Ik herinnerde me De onmogelijke liefde als een redelijk geslaagde voorganger van de fotosyntheses. Goed er aan was dat de vele foto’s op glanspapier zijn afgedrukt, zodat ook de kleine details opvallen. Maar aan die voortreffelijkheid werd dan weer afgedaan doordat ook de tekst van de essays op dat glimmende papier stond, en dit het lezen bemoeilijkte.

Mijn herinnering klopte alleen niet helemaal, in de zin dat Kousbroek slechts in het eerste gedeelte rechtstreeks schrijft over wat hij ziet op de foto’s in het boek.

Dat gedeelte wordt bovendien gevolgd door een reeks inleidingen die hij schreef voor fotoboeken van anderen. En hoe helder die stukken soms ook mogen zijn, Kousbroek beschrijft daarin weleens foto’s die dan weer niet in dit boek staan afgebeeld, wat me lichtelijk irriteerde.

Verder bevat De onmogelijke liefde een aantal stukken over pornografie. Die getuigen vooral van Kousbroek’s spijt dat de porno, gezien het zo illegale verleden, alleen gemaakt wordt door oplichters, snelle jongens, en ander kunstarm volk, waardoor vrijwel niets in het aanbod enige kwaliteit heeft. Tegelijk moest hij ook ingaan op het merkwaardige idee van feministen dat het bestaan van porno meteen maar alle vrouwen tot slaaf zou maken.

Ook staat er een stuk in tegen de mode, en het slavengedrag van de volgers, waarover ik al eens schreef Kousbroek blinde afkeer niet zo goed te begrijpen.

Maar het meest valt toch weer de dierenliefde op. In sentimentaliteit doet dit boek niet onder voor het dit jaar verschenen Medereizigers.

Kousbroek ging zelfs een polemiek aan met de bioloog Midas Dekkers, die volgens hem nooit een dier geaaid kon hebben.

Zo is het nooit goed of het deugt niet. Overal legt hij nog een schepje bovenop. Als een dier een strik om krijgt is dat nog niet erg genoeg, het wordt dan ‘een fleurig strikje om een half dichtgeknepen strot’. Mensen die hun liefde op dieren botvieren (vaak nog de vereenzaamde kneusjes van onze samenleving) worden mensen die dieren ‘op indecente en naar sodomie neigende wijze opvrijen’. [28]

Zo’n stuk is vijfentwintig jaar na dato vreemd om te lezen. Blijkbaar was er een tijd dat zelfs belezen mensen niet wisten dat Dekkers de hyperbool met graagte hanteert. Blijkbaar begreep Kousbroek niet het ook mogelijk is om bepaalde praktijken op geheel andere manier te vervloeken dan hijzelf gewoon was.

Rudy Kousbroek, De onmogelijke liefde
Anathema’s 7

171 pagina’s
Meulenhoff, 1988

Piep ~ Midas Dekkers

Dit Boekenweekessay heeft een kernzin, en dat is altijd prettig. Bovendien is het een goede kernzin, zelfs al wordt de rest van het boek er enigszins mee tot vulling gedegradeerd.

Dekkers schrijft op pagina 31:

Eén dier is geen dier.

En vervolgt:

Dieren gaan per soort.

Waarmee hij in éen keer alles verklaard heeft over het vrijwel ontbreken van het dier in de literatuur. Pas als een soort gereduceerd kan worden tot een uniek exemplaar, of desnoods een paar individuen meer, is daar met aardigheid over te schrijven. Voor de meesten dan. Waarmee veel schrijvers dus weinig beter zijn dan al die goedwillende mannen met een interessante postzegelverzameling, treintjeshobby, of postduivenmanie, denk ik dan. Die willen een beheersbaar gemaakt onderwerp. Iets dat tot kleinhuiselijke proporties is teruggebracht. Hoogstens kennen schrijvers iets meer trucjes om hun verhalen interessant te houden dan een buurman die over zijn hobby klept.

Zoals Kousbroek niet begrijpt dat mensen hun neus ophalen voor natuurwetenschappelijke kennis, begrijpt Dekkers niet dat zo veel auteurs ‘soortenangst’ hebben; en het altijd over de emotietjes van inwisselbare mensjes hebben. Terwijl er toch zo veel dier in de mens zit. Lees maar eens verslag met observaties over het gedrag van apen.

Als essay lijkt dit boek overigens meer op een reeksje aan soms nogal sardonische columns die om éen onderwerp heencirkelen. Maar dat kan ik geen probleem vinden. Bovendien zal ik dit boek nog weleens een keer herlezen, waar de meeste eerdere Boekenweekessays zelden dat verlangen opriepen.

Wat me het meest aan dit boek opviel was overigens Dekkers’ oprechte bewondering voor hoe Koos van Zomeren poogt over de natuur te schrijven. Al was het maar omdat ik dat respect deel.

Midas Dekkers, Piep
Een kleine biologie der letteren

64 pagina’s
Stichting CPNB, 2009

Rood ~ Midas Dekkers

Ooit mocht Midas Dekkers een TV-programma maken van de omroep VARA, om de bekentenis te illustreren dat hij niets zo mooi vindt als een roodharige vrouw. Mits dat rode haar echt is en niet uit een potje komt. Wat makkelijk te controleren valt, want rood haar gaat natuurlijk samen met roomblanke huid.

Door het bestaan van die TV-uitzending valt extra op dat het boek Rood geen enkele illustratie telt. En dat vond ik jammer, en ook opvallend, omdat het betoog nu eenmaal om een uiterlijk kenmerk gaat.

Bij lezing valt vervolgens op dat Rood meer stijl is dan inhoud. Voor een boek van een bioloog staan er wel erg weinig wetenschappelijk feiten in over hoe de natuur het zoal geregeld heeft.

Dekkers biedt onder meer de biologische verklaring waarom wij rood zo’n opvallende kleur voor ons is.

Er wordt uitgelegd dat het gen voor rood haar recessief is.

Interessanter is daarom de culturele geschiedenis. Zoals dat rood haar niet alleen vaak gelinkt werd aan denkbeeldige duivels, maar ook dat er streken waren waarin roodharige kinderen de bewoners pijnlijk herinnerden aan de invallen en plunderingen van de noormannen. Die neukten namelijk daarbij ook hun recessieve roodhaargen de lokale genenpool in.

Verder zijn er nogal wat uitweidingen over de eigenschappen die aan roodharige vrouwen worden toegedacht — over mannen schrijft Dekkers nauwelijks — waarbij de schrijver een keer te vaak herhaalt dat deze wezens meer sexuele partners dan gemiddeld hebben tijdens hun leven.

Overigens is dat nog de meest directe aanwijzing dat Dekkers roodharige vrouwen toch wel erg geil vindt. Zijn ode aan hen blijft verder aanzienlijk omfloerster.

Maar Rood is een dun boek, en niet eens alleen omdat de letters groot zijn. Een groot deel van de inhoud is van heel algemene aard, met als excuus bijvoorbeeld dat wie het over rood haar heeft, dan ook over haarverzorging of secondaire geslachtskenmerken kan schrijven. Dekkers schrijft ook nogal wat over blonde vrouwen — en dat is elders al eens uitgebreider gedaan.

En goed, het werkje biedt vermaak, omdat Midas Dekkers zo nu en dan leuke zinnen wrocht:

[…] met baard was het niet beter afgelopen. Vrouwen vallen er niet op. Het lijkt of ze vergeten zijn dat zoiets de bedoeling was. In plaats van kale baarden willen ze goedgeknipte blootwangigen. Wat er gebeurt als zo’n jongeman toch een baard laat staan bleek de jonge pongoloog (baardkundige) Wilfed Takken: hij werd drie keer uitgescholden voor ‘aardrijkskundeleraar’. [80]

scheiding

Evolutie is traag. De meeste mensen veranderen meer van een halve liter jenever dan van 100 000 jaar natuurlijke selectie. [149]

Alleen spreekt nogal tegen Rood dat ik het in een half uur uit had.

Midas Dekkers, Rood
Een bekoring

208 pagina’s
Uitgeverij Contact 2011

Vergankelijkheid ~ Midas Dekkers

Midas Dekkers is een broodschrijver die biologie heeft gestudeerd. Op geen van die twee feiten heb ik ook maar iets negatiefs aan te merken. Helaas is er ook een simpele economische wet, die zegt dat uitgevers het liefst hebben dat er na een succesvol boek precies nog zo éen komt. En dan kan een broodschrijvende auteur in de problemen komen, door een gebrek aan inhoud.

Veellezer ontmoette veelschrijver, zo is de korte spanne tijds het best te noemen die ik besteedde aan De vergankelijkheid. In ruim anderhalf uur was het uit, en dat kwam vooral omdat er zo veel in stond dat ik al eens eerder las. Deels zal dat in andere boeken zijn geweest, maar heel duidelijk was dat Dekkers zelf ook ruimhartig aan recycling doet.

Passages over wat leven is, en wat niet? Die staan ook in De larf.

Een heel hoofdstuk uit dit boek over de strijd tegen het verval lijkt me uitgewerkt tot het recent verschenen Lichamelijke oefening.

Nu is dit niet eens kritiek, maar vooral de constatering dat ik dus niet in een jaar vier boeken van Dekkers lezen kan. Voorlopig moest dat daarom nu maar een paar jaar niet meer.

Neemt niet weg dat ik iedereen zijn boeken blijf aanraden. Dekkers kan een zin schrijven, en is bij tijden prettig dwars. Ondanks het vele bekende, of misschien wel daardoor, vielen ook mij nu genoeg ideeën op die nog wel even bleven hangen.

Zo was daar Dekkers’ terzijde, dat het probleem van de vergrijzing eigenlijk het probleem van de vervrouwelijking is, omdat de meeste mannen eerder doodgaan.

Midas Dekkers, De vergankelijkheid
256 pagina’s
Uitgeverij Contact © 1997

Verzoening ~ Frans de Waal

Bij de boeken die ik eerder las van Frans de Waal miste er wat achtergrondinformatie. Hij verwees me steeds net te terloops naar zijn observaties van de chimpansees in Arnhem. Ook al ken ik bijvoorbeeld de film die Bert Haanstra maakte over dezelfde groep.

Dit boek vulde wat van die ontbrekende puzzelstukjes in. Bovendien heeft het een erg boeiend onderwerp; misschien wel het boeiendste onderwerp van alle De Walen die ik las.

Het gaat erover wat mensen, en mensapen, moeten hebben om in zo grote getale samen te kunnen leven. Want, deze sociale mechanismen zijn niet vanzelfsprekend. Ratten bijten elkaar dood, als ze te weinig levensruimte krijgen. Primaten en mensen kunnen met aanzienlijk minder ruimte toe.

Nu zijn die sociale mechanismen bij elke apensoort anders. En dit is boeiend. Er even van afgezien dat ik wel vind dat De Waal vrij snel conclusies trekt op basis van nogal beperkte observaties. Maar dit boek laat wel zien wat er van nature aan agressief en verzoenend gedrag in de mens zit. Want, verzoening blijft nodig, anders is er niet samen te leven. Hangt het bijvoorbeeld wel van de kwaliteit van het geheugen af hoe snel er tot verzoening wordt overgegaan.

Frans de Waal, Verzoening
Vrede stichten onder apen en mensen

289 pagina’s
Het Spectrum, 1988
uit het Engels vertaald door Midas Dekkers