dit is het dossier:

Peter Delpeut

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Grote bocht ~ Peter Delpeut

De boeken die ik tot nu toe las van fietsreizigers hadden allemaal éen ding gemeen. Naast dat fietsen dan. Ze waren nogal vormloos.

Niet dat er iets tegen is om een reis lineair te vertellen — alleen zijn lineair vertelde boeken van liefhebber-auteurs snel nogal simpele en daarom weinig spannende boeken. Regelmatig heb ik daarom bij het lezen gedacht dat een echte schrijver daar wel meer van had kunnen maken.

En nu heb ik dan een boek over een fietsreis gelezen van een echte auteur, en weet ik dat ook die zo hun eigen bezwaren hebben.

De grote bocht van Peter Delpeut is een verslag van een reis die hij en zijn vriendin Céline in 1996 maakte door de Verenigde Staten. Van oost naar west reden zij, door de zuidelijkste staten van het land. Florida, Texas, Arizona, Nevada. Van Disneyland naar Las Vegas.

Dat was vaak een tocht door een uitgestrekte oneindigheid. Van dagen alleen in éen bos op een rechte weg. Van vele liters extra water mee om de stukken woestijn.

Terloops komt de lezer daarbij te weten dat de twee gewoon zijn gegaan. Aan adequate voorbereiding ontbrak het. De fietsen waar ze op rijden, zijn al heel gauw versleten. Als door al die extra kilo’s water plots een spaak knapt, een wiel begint aan te lopen, en dan zelfs vastloopt, moet de vriendin eerst een handboek fietsreparatie openslaan om te zien wat er nu moet.

Wat dit boek een typisch product van een schrijver maakt, is de mate van pretentie. Zijn reis staat namelijk niet op zich. Want de fiets heeft een geschiedenis. En die geschiedenis bevat pioniers; eerstelingen die op hun hoge bi de wereld introkken, toen de wereld daar nog behoorlijk van opkeek.

En elke fietser die ergens arriveert, heeft dit toch maar mooi op eigen kracht gedaan. En daarbij onderweg alles gezien, en geroken. Het hele landschap is beleefd. Anders dan iemand in een auto ooit zal meemaken.

Delpeut plukt dus anekdotes uit de trommel van de geschiedenis van de fiets. Dat levert vaak heel amusante paragrafen op. En toch stoorde me de wisselwerking van die twee vertelelementen wat. Aan de ene kant is er die reis van hem als slecht voorbereide fietser, en in éen adem door wordt die afgewisseld met verhaaltjes over mensen die beter wisten wat ze deden.

Toch gebruikt Delpeut de prestaties van die anderen om de zijne op te poetsen, en een algemene geldigheid te geven.

Dus had De grote bocht een wat merkwaardige uitwerking op mij lezer. Het is aanzienlijk beter geschreven dan de meeste boeken van fietsreizigers. En ik begreep waarom de schrijver zijn reis een universeler karakter wilde geven dan die had. Ik snapte waarom hij daartoe ook andermans verhalen inbracht. Had ik zelf een boek moeten schrijven over éen van mijn fietsreizen, dan was ik misschien voor dezelfde verleidingen gezwicht. En toch irriteerde de kunstgreep me, omdat die me bij het eigenlijke verhaal weghield.

Maar was er wel een verhaal?

De grote bocht leert toch ook dat de interessantste fietsboeken geschreven worden door alleengaande reizigers. Wie met zijn tweeën optrekt, is toch allereerst gericht op elkaar. En als het boek dan niet om die verhouding gaat, en wat daarin speelt — zoals in dit boek — vindt er uiteindelijk wel heel weinig interactie plaats met de wereld waar men doorheen trekt.

Alleen de decors beschrijven, zelfs als dat als deelnemer vanuit de coulissen gebeurt, levert geen memorabel boek op.

Peter Delpeut, De grote bocht
Kleine filosofie van het fietsen

168 pagina’s
Augustus, 2003

Vergeten seizoen ~ Peter Delpeut

Het hangt er weliswaar vanaf wie het zegt, maar de vraag naar wat ik een goed boek vind, is meestal een vraag naar een prettig leesbare roman. En ik lees eigenlijk nauwelijks romans. Laat staan actuele titels, of wat iedereen leest; en dan al helemaal geen Nederlandse romans.

Maar zo af en toe moet toch eens zo’n boek geprobeerd worden. Alleen al om weer voor even te weten wat er zo ergerlijk Nederlands is aan de Nederlandse roman, gemiddeld genomen.

Nu klinkt bovenstaand oordeel veel harder dan ik bedoel. Als ik Delpeut’s boek Het vergeten seizoen helemaal niets had gevonden, was het niet uitgelezen, had er hier niets over gestaan. Dit boek had nog als handicap ook een historische roman te zijn, gesitueerd in het midden van de negentiende eeuw. En er is geen genre waar ik me normaliter als historicus meer aan erger dan de in het verleden gesitueerde romans; met al hun fouten, anachronismen, en veel te moderne mensen daarin.

Cru om over de rug van een auteur ook mijn vooroordelen nog eens uit te meten…

Wat me gauw stoort aan de doorsnee Nederlandse roman, is dat er zo weinig in gebeurt. En dat de personages het weinige dat er plaatsvindt dan meestal ook nog eens becommentariëren.

Dit boek van Peter Delpeut had daar nog een ander gebrek bij. Delpeut is in de eerste plaats cineast, van een aantal mij door mij bewonderde films, en houdt zich in het boek te veel aan de wetten die voor dat genre gelden. De roman bestaat uit een chronologische verzameling scènes, die zich allemaal in ‘real time’ afspelen; verteld door een alwetende camera.

Overwon Delpeut toch al deze bezwaren door de inhoud van zijn verhaal. Omdat het boek een soort detective is, en de lezer een intrigerende waarom-vraag krijgt te verwerken.

Hoofdpersoon in dit boek is de chronisch geconstipeerde pastoor Peters, die rond 1860 van de Kerk moet uitzoeken of er in het oosten van Nederland een wonder geschiedt. Het anorexische meisje Lidia vertoont daar dagelijks de bloedende stigmata van Christus. Rond het eenvoudige huisje van haar ouders verzamelt zich daarom steeds een devote menigte.

Hulp bij het onderzoek krijgt Peters van de cynische dorpsdokter. Of is het wel hulp? Diens wetenschappelijke kennis hakt er nogal in bij de pastoor.

En zie, over hoe het met de wetenschappelijke, en daarmee medische kennis stond midden negentiende eeuw heb ik onderzoek gedaan. Dus ben ik waarschijnlijk éen van de weinige lezers van dit boek die kan oordelen over waar Delpeut mogelijkheden gemist heeft; en daarom weegt dit gegeven ook niet mee bij mijn oordeel.

Alleen dwingt zo’n constatering me wel tot een andere conclusie. Misschien weet ik wel te veel van Nederland, en wat daar over geschreven is, om nog door een Nederlandse roman verrast te kunnen worden. Wellicht weegt ook dat mee bij mijn groeiende onverschilligheid voor deze boeken.

Peter Delpeut, Het vergeten seizoen
252 pagina’s
Augustus, 2007