dit is het dossier:

Ton van Dijk

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Hier gebeurt nooit iets ~ Ton van Dijk

Het gesprek kwam op Zeeman.

Bedoeld werd Michaël Zeeman [1958 – 2009]. Jammer genoeg. Al was zijn achternaam voor de andere aanwezigen blijkbaar genoeg om te weten over wie het ging. Want ik had als wetenschapshistoricus veel meer te zeggen gehad over Pieter Zeeman. Die heeft tenminste nog eens iets echt memorabels gedaan.

En hij werd geprezen, Michaël Zeeman. Toen hij dingen organiseerde in Leeuwarden gebeurde daar tenminste nog eens wat. Tegenwoordig was het behelpen, met al die zogenaamd professionele krachten in de circuitjes, die daar zonder bezieling of kennis hun programmaatje deden. Als er al iets plaatsvond.

Ik had daar niets over te zeggen. Al was het maar omdat ik Michael Zeeman niet heb meegemaakt als organisator van literaire activiteiten, en zelfs niet als boekhandelaar.

Hem heb ik slechts objectief als lezer kunnen beoordelen – waarbij mijn voornaamste indruk is dat het grote publiek wel van heel weinig onder de indruk kan raken.

Maar dat zei ik niet hardop. Net zomin als op de grote complimenten over de charme van Michaël Zeeman mijn standaardreactie volgde dat oplichters altijd heel charmant zijn. Anders zouden ze niet zo makkelijk slachtoffers maken.

De stemming was er niet naar om nu eens flink te relativeren. Bovendien schoot mijn kennis terzake behoorlijk tekort. Het meeste wat ik kon inbrengen tegen Michaël Zeeman als mens leek me allereerst gebaseerd op achterklap en van horen zeggen.

Vandaar dat ik toch nog eens Hier gebeurt nooit iets las, van Ton van Dijk. Dat is een bundel met onder meer een portret van Michaël Zeeman, naast andere reportages uit het begin van de jaren negentig. Een verzameling met journalistiek werk van iemand die net even iets meer tijd nam om het verhaal op te tekenen achter wat scharrelaars aan de zelfkant en mensen die vaak bij toeval misdadiger werden. Een boek kortom zoals er te weinig verschijnen. Journalisten hier tekenen liever op wat politici hen vertellen.

Van Dijk’s reportage over ‘De bizarre boekencollectie van een bibliomaan’ is het langste stuk uit de bundel. En aan dit portret van Michaël Zeeman is vrij duidelijk te lezen dat deze toen nog leefde; en mogelijk diens invloed aanwenden kon. De meeste ‘character witnesses’ uit zijn periode als Chef cultuur bij De Volkskrant worden anoniem geciteerd.

De betrokkenen bij de boekendiefstal van De Tille komen dan wel weer uitgebreid aan het woord. Volgens eigenaar Thys Dykstra moet Michaël Zeeman enkele jaren lang voor meer dan een ton aan boeken per jaar meegenomen hebben naar huis. [Later noemde hij een bedrag van zeven ton als schade].

Het voornaamste bewijs daarvoor is dat zijn bedrijf er zakelijk verrassend snel weer bovenop kwam nadat ‘de lintworm’ ontslagen was; en Leeuwarden verlaten had voor een plek waar niemand hem kende; en hij opnieuw beginnen kon.

Zeker is ook dat Zeeman een wel opmerkelijk rijke bibliotheek had voor iemand met een parttime-baan bij een boekhandel, en een deeltijdbetrekking als student-assistent op de universiteit.

Zelf heeft hij altijd beweerd dat zijn verzameling volkomen vanzelf tot stand was gekomen. Zo betaalde de boekhandel hem de overuren in nature uit, en ontving hij vaak boeken voor zijn andere activiteiten.

Tot een strafzaak tegen hem is het ook nooit gekomen. Volgens Dykstra omdat het bewijs niet rond te krijgen was. In Zeeman’s bibliotheek was niet te zien welke boeken daar eerlijk in thuis hoorden, en welke hij van zijn werkgever gepikt had. Evenmin was boekhoudkundig aan te tonen dat Zeeman in zijn positie als hoofd van de afdeling wetenschap van de boekhandel grote sommen geld had verduisterd. Vanzelfsprekend omdat die administratie niet op orde was.

In 2010 kwam de bibliotheek van de inmiddels overleden Michaël Zeeman ter veiling. Ton van Dijk is daar toen nog met dezelfde Thys Dykstra gaan kijken. Ook dat leverde een voor de buitenstaander amusante reportage op. Bundeling ergens zou mooi zijn.

Ton van Dijk, Hier gebeurt nooit iets
222 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 1995

Ons dorp ~ Ton van Dijk

Er bestaan vele Frieslanden, misschien wel zo veel als er inwoners zijn. En ik herken weinig van het Friesland dat Ton van Dijk inmiddels het zijne noemt, in Ons dorp. Want hij woont op de klei, en daar kaatsen ze bijvoorbeeld; waar ik woon, doet niemand dat.

En het omslag van zijn boek, met die zeilbootjes in de verte, zo’n typisch beeld van de provincie, vertekent ook al, want waar in de buurt van Schingen is er dan zo veel water; afgezien van in de Waddenzee?

Ons dorp is allereerst het verslag van een binnenlandse emigratie. Stadsbewoner, en ras-Amsterdammer, vertrekt met zijn vrouw naar een gat diep in de provincie. Had Van Dijk zelfs een zekere specialisatie als grootstedelijke misdaadjournalist, voor hij hoofdredacteur werd bij diverse bladen. Maar het vertrek wordt uiteindelijk definitief, nadat de familie eerst vele jaren er in dezelfde buurt een vakantiehuisje op na heeft gehouden.

En, ze hebben het er goed.

Helaas blijft dit boek wel wat in de particuliere details hangen over de verhuizing van Ton van Dijk. Al had ik nu ook geen tweede Hoe God verdween uit Jorwerd hoeven te lezen; met al zijn klaagzangen over het verdwijnen van de dorpscultuur.

Feit blijft alleen wel dat het platteland, ook in Friesland, veranderde in de decennia dat Van Dijk er woonde. En in Ons dorp komen die toch soms wezenlijke veranderingen hoogstens zijdelings aan bod.

Toen de Van Dijken een vakantiehuisje in Ried kregen, had het dorp nog een dorpskroeg, die vrijwel elke avond open was. De verhalen over wat zich daar dan afspeelde, horen overigens tot het beste uit dit boek. En weliswaar kreeg de uitbater nog wel opvolgers, maar die redden het dan niet. Dat heeft op zijn minst een reden.

Tegelijk, elders in de provincie lopen de dorpen harder leeg.

Ton van Dijk, Ons Dorp
Leven als God in Friesland

189 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 2010

Sterke verhalen ~ Ton van Dijk

Je hebt journalisten en journalisten. En de soort die ik graag aan het werk zou zien, is in Nederland nauwelijks actief. Op een Brenno de Winter na dan misschien.

Dat is een merkwaardige conclusie na een bundel te hebben gelezen met een paar prachtreportages. Maar blijkbaar geloof ik nog altijd dat journalisten een taak hebben. En dan niet alleen om hun publiek te informeren. Ze moeten ook de andere kant op werken, en immer weer transparantie willen afdwingen van de boven ons gestelden; terwijl deze nu juist almaar meer moeite doen niet helder te zijn.

Het leger aan persvoorlichters is al een tijd aanmerkelijk veel groter dan het tal actieve journalisten.

Dus ligt er een taak om het grote publiek eeuwig te blijven voorhouden dat ze voorgelogen worden, door dit permanente gebrek aan helderheid. Alleen durft vrijwel geen journalist het aan erop te wijzen dat een democratie nogal wat democratischer zou horen te zijn. Te bang misschien om drammerig over te komen. Te geneigd ook eerder om tegen de macht aan te schurken, in plaats deze echt te willen controleren.

Ton van Dijk verwijt de meeste journalisten overigens ook gemakzucht; terwijl ze toch het mooiste beroep ter wereld hebben. Die zitten te veel achter hun bureau. Voor hen spreekt het niet vanzelf om er op uit te gaan. Terwijl er nu juist zo veel te oogsten is, voor wie het lef heeft om ergens aan te bellen en binnen te stappen.

Het lezen van een prikbord binnen een bedrijf kan al heel informatief zijn.

En hij pikte in zijn tijd ook weleens een stuk op van een bureau dat al helemaal niet voor zijn ogen bedoeld was.

Interessantste stuk uit de bundel Sterke verhalen vond ik dan weer Van Dijk’s verhaal over de stelselmatige corruptie bij de Amsterdamse politie in de jaren zeventig, en wat daarop volgde. Omdat hij hierover zo veel stukken had gepubliceerd dat er niet te kiezen viel, en hij daarom enkel reconstrueerde wat er die jaren allemaal gebeurde. En hoe hij langzaam leerde hoe de wereld in elkaar stak daar.

Zo was hem opgevallen, bij het in kaart brengen van de hoofdstedelijke drugscene, dat er nogal eens agenten bij dealers kwamen buurten. En werd er eens een handelaar gearresteerd, dan was de buit volgens het officiële politiebericht nogal eens aanmerkelijk veel kleiner dan zo iemand bij zich had gehad.

Van Dijk specialiseerde zich in de loop der jaren in politie & justitie. En de meeste reportages in Sterke verhalen zijn misdaadverhalen, die al eens ergens gepubliceerd werden. Hoogstens voegde Van Dijk nog eens een nawoord toe. Dan staat er dat de man, die waarschijnlijk dat echtpaar in Sneek zo bruut vermoordde, na zijn veroordeling naar het buitenland vluchtte, maar er toch gegrepen werd; omdat hij nog een Nederlands paspoort reisde.

Impliciet laat Van Dijk met zijn reportages een paar extra lessen journalistiek zien — naast de vele opmerkingen over het vak die hij expliciet geeft in dit boek.

Het loont om tijd te steken in een onderwerp, en de ins en outs te leren kennen. Al vergt die aanpak ook weer dat er vervolgens ruimte is om een verhaal te schrijven.

Mij lijkt het kortom geen toeval dat alle eerder gepubliceerde reportages uit dit boek in tijdschriften verschenen zijn. Kranten bestonden lang bij de gratie dat ze zo actueel waren, en het nieuws als eerste brachten.

En wat een vloek is dat toch, dat in het vak wél scoort wie het eerste is, en zo veel minder aanzien heeft wie een verhaal als beste brengt.

Ton van Dijk, Sterke verhalen
317 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 2012