Sport en spanning ~ Norbert Elias en Eric Dunning

Sociologen kijken anders naar de geschiedenis dan historici. En toevallig houd ik erg van hoe Elias keek, omdat hij constanten wilde ontwaren, en zien wat daar dan in veranderde in de loop der tijd.

Dus brengt elk van zijn boeken altijd wel een inzicht of wat dat mijn eigen denken bijstelt. En beter kan een schrijver nauwelijks doen.

Alleen met deze bundel, Sport en spanning, die Norbert Elias samen schreef met Eric Dunning, had ik toch moeite. En dan niet zo zeer om wat er in staat. Ik mistte namelijk minstens éen gegeven dat de geschiedenis van de georganiseerde sport nogal beïnvloed heeft.

Sport is niet alleen iets om te doen — waarover Elias en Dunning het vooral hebben — sport is ook iets om naar te kijken. En om dat kijken nog spannender en aantrekkelijker te maken, wordt er vanoudsher op de uitkomsten gegokt.

Over het kaatsen als sport is door anderen bijvoorbeeld geschreven dat het alleen nog in uithoeken van Europa gespeeld wordt, omdat er zo grof op gegokt werd elders, dat de autoriteiten het spel vrijwel overal verboden.

Door dat gokken, en het geld dat daardoor in omloop was, werd het bovendien aantrekkelijk gemaakt om mensen zich te laten specialiseren in sport. Of om dieren te gaan fokken die goed presteerden tijdens wedstrijden.

Ik vind het merkwaardig om wel in een boek te lezen over de honden die speciaal gefokt werden voor de vossenjacht in Engeland, en dan tegelijk te zien dat de auteurs alle inspanningen te negeren die mensen deden om goede renpaarden te krijgen, of vechthanen, stieren voor in de ring, of windhonden.

Want, goed, ja, er is dat aspect dat Groot-Brittannië de bakermat is van heel wat georganiseerde sporten. En dat die sporten met regels kwamen, die het gedrag stuurt van wat de beoefenaren doen. En veel van die activiteiten werden eerst door de hogere standen beoefend, voor de lol, om vandaar opgepikt te worden door andere klassen.

Maar, die interpretatie van de geschiedenis is me veel te schoon. En verwijzen naar uitwassen die er waren op de Olympische Spelen in het antieke Griekenland me een veel te simpele tegenstelling.

Aan sportbeoefening in de achttiende en negentiende zit ook een voze kant, en een uitbuitende zijde. En dan waren er nog de kroegbazen, die als eerste atletiekbanen aanlegden bij hun etablissement, of wedstrijden in het snelschaatsen organiseerden; met als voornaamste doel, tegelijk, om lekker veel volk te lokken, en zo omzet te maken.

In de twintigste eeuw kwamen daar de media bij, die uitputtingsmarathons organiseerden, zoals de Tour de France, om iets te melden te hebben tijdens nieuwsluwe tijden.

Slechts wie zich al met die kennis heeft gewapend, zal iets hebben aan wat Elias en Dunning verder aan de sportgeschiedenis bijdragen.

Norbert Elias en Eric Dunning, Sport en spanning
De zoektocht naar sensatie in de vrije tijd

438 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker, 2007
Vertaling van Quest for Excitement, 1986