dit is het dossier:

Félix Fénéon

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Nieuws in drie regels ~ Félix Fénéon

‘Hij is nog niet jarig geweest dit jaar…’

Sommige zinnetjes horen bij een tijdperk, want die worden daarna nooit meer gehoord of uitgesproken.

Ik heb nog net de periode meegemaakt dat politieberichten persoonlijk gehaald moesten worden op het politiebureau. Waar dan ’s ochtends vroeg de persvoorlichter van dienst — altijd een brigadier of adjudant op leeftijd, altijd met snor — zure automaatkoffie ronddeelde, en een stapeltje processen verbaal bij zich had met wat er gisteren en in de loop van de nacht allemaal gebeurd was.

Op de maandagochtenden was dat stapeltje altijd dikker, want dan waren de drankgelagen van heel het weekend erbij.

Zo’n voorlichter kon dan nooit alles vertellen wat in zo’n proces verbaal stond. Niet dat dit heel erg was. De journalisten konden ook lang alles niet gebruiken. Namen voluit komen in Nederland toch niet in de krant. Alleen leverde dit soms problemen op in de nieuwsberichten waarin meerdere personen voorkwamen. Want om die in het bericht een beetje handig van elkaar te onderscheiden was het vervolgens wel nodig om een woonplaats te weten, een beroep, en dus ook de leeftijd.

En dan zei zo’n voorlichter nooit: de man is 33. Dan ging het altijd: hij werd geboren in 1980 — bij wijze van spreken dan, want dit speelt ruim twintig jaar terug — en hij is nog niet jarig geweest dit jaar. Aldus vermijdend om in ons bijzijn een simpel sommetje te moeten doen uit zijn hoofd.

Op basis van vrij summiere aantekeningen, opgevist uit het altijd te lange betoog, schreef je dan je politieberichtjes. Waarbij het doorgaans sterk afhing van het andere nieuwsaanbod wat er precies mee ging in de courant. Want nieuws was er ooit altijd te veel.

Wetten in de selectie waren er daarbij zeker. Doden moesten bijvoorbeeld altijd mee. Hoogstens als het plotseling geijzeld had, of er toevallig bovenmatig veel auto-ongelukken waren geweest, enkel dan kon er weleens een dode passeren zonder vermelding in een bericht.

Tegenwoordig schrijven politiekorpsen de politieberichten zelf, en komen deze gewoon online te staan — en dit materiaal wordt vervolgens wel heel makkelijk, en vaak nauwelijks bewerkt, overgenomen door de lokale en regionale media. Daardoor lees ik dergelijk nieuws vrij zelden nog. Mijn ergernis groeit anders snel.

Het schrijven van een goed politiebericht was ooit een ambacht. Helemaal omdat je er zo veel moest schrijven, achter elkaar door. En omdat alle informatie er dus liefst in éen geut prettig leesbaar diende te staan.

In wat ik nu als politiebericht langs zie komen, mis ik te vaak de scheiding tussen feit en opinie. Het ontbreekt me te vaak aan relativerende bijzinnetjes als: ‘zo meldt de politie’.

Ondertussen worden gewonden altijd wel met de ambulance naar het nabije ziekenhuis gebracht. Net als dat soms zelfs de naam van het bergingsbedrijf genoemd wordt dat een verongelukte auto heeft weggesleept. Wat nu net gegevens zijn die er niet toe doen. Alleen is er online nu eenmaal geen gebrek aan ruimte; dus hoeft de journalist van dienst geen keuzes meer te maken.

Gisteren begon ik al aan dit boeklogje over de opvallende nieuwsberichten van Félix Fénéon, vandaag is het vervolg.

Want de Nouvelles en trois lignes riepen bijvoorbeeld vooraf éen vrij principiële vraag op bij mij. Verwerkte Félix Fénéon enkel het nieuws dat hij oppikte uit andere kranten? Of zat er ook weleens eigen nieuwsgaring bij?

En waarop selecteerde hij zijn berichten?

Ik miste bijvoorbeeld een aantal typen politienieuws in de 1210 ultrakorte berichten die hij schreef.

Zo komt openbare dronkenschap nauwelijks voor in het boek. Terwijl ik me niet kan voorstellen dat die er niet was 1906.

Potloodventers en andere exhibitionisten ontbreken eveneens. Terwijl er wel telkens aandacht is voor incestzaken — alleen gaat het dan al vaak om rechtszaken, waarbij iemand was gedaagd.

Verkeersongevallen waren daarentegen blijkbaar zo zeldzaam dat zelfs de ongelukken waarbij enkel gewonden vielen nog in de krant kwamen — wat in mijn tijd dus lang altijd niet gebeurde.

Meest curieuze constante in de Nouvelles en trois lignes waren voor mij de burgemeesters die erop stonden dat er crucifixen in de schoollokalen moesten hangen. Deze werden dan telkens door de prefect van het district uit hun functie gezet.

Mijn vermoeden werd daarmee dat Fénéon een herschrijver was, die de veel te lange en al te bloemrijke teksten van collega’s bij andere media uit die tijd even kernachtig samenvatte; in die 126 tekens. En die daarbij duidelijk zijn voorkeuren had in wat hij in Le Matin wilde doorbrieven.

Overigens had het nut om zowel de Engelse als de Nederlandse versie te lezen van Nouvelles en trois lignes. Want beide bewerkers stonden voor een onmogelijke vertaalopdracht. De Engelse vertaler koos er daarbij sneller voor om details weg te laten, waar de Nederlandse vertaler die dikwijls net wat vetter aanzette.

Door beide vertalingen te ondergaan, leerde ik om meer te zien in het origineel.

Want dan staat er in Novels in Three Lines:

Frogs, sucked up from Belgian ponds by the storm, rained down on the red-light district of Dunkirk.

Terwijl Het nieuws in drie regels meldt:

Belgische kikkers die door een wervelstorm uit hun vijvers waren gezogen, regenden neer op Duinkerken, daar waar geen meisje nog in prinsen gelooft.

Of in het Engels:

Around seven o’clock in the evening a few fripperies burned up in a costume shop, Place du Théàtre Français.

Waar het Nederlands heeft:

Rond zeven uur in de avond is in een winkel aan de Place du Théatre Français de eenakter Brand in een kostuumwinkel gespeeld.

Dat ‘in een winkel’ kan overigens wel weg, lijkt me. Wat Ruud Ronteltrap wel goed heeft gezien, is dat de Nouvelles en trois lignes uniek is door de eigen toon die Félix Fénéon aanbracht in de berichten. Toch leidt dit er niet toe dat ik daardoor de Nederlandse versie van dit boek prefereer boven de Engelse vertaling.

Novels in Three Lines is sowieso een veel mooier uitgegeven boek, dat prettiger leest door de kwaliteit van het papier. Bovendien telt deze versie illustraties.

En met regelmaat maakte die droge vertaling in het Engels het nieuwsbericht nog navranter. Vergelijk:

Three is the age of Odette Hautoy, of Roissy. Nevertheless, L. Marc, who is 30, did not consider her too young.

Versus:

Zij is pas drie, Odette Hautoy uit Roissy. Niettemin vond L. Marc, alweer dertig, haar niet te jong.

Waarbij het ‘pas’ en dat ‘alweer’ er voor mij dan net te veel aan zijn. Die inkleuring heeft de oertekst ook niet in het Frans.

Trois ans, c’est l’âge d’Odette Hautoy, de Roissy. Néanmoins, L. Marc, qui en a trente, n’a pas trouvé qu’elle fut trop jeune.

Félix Fénéon, Het nieuws in drie regels
Nederlandse bewerking: Ruud Ronteltrap
160 pagina’s
Uitgeverij Vrijdag, 2009

Novels in Three Lines ~ Félix Fénéon

Plannen met boeklog, ik had er vele. Te veel wellicht om alle op te noemen.

En vaak had dit weblog nut als stok achter de deur; omdat hier plek was om iets over de ervaring vast te leggen. Ik las daardoor boeken die ik anders nooit gelezen had.

Maar op andere momenten bleek het onmogelijk om de extra inspanning te doen, enkel om hier toch wat te schrijven te hebben. Zo luidt een voornemen al tien jaar om nu eindelijk mijn Frans eens op te halen. Voor zover er iets op te halen is overigens aan een taal die ik nooit vloeiend heb beheerst.

Veel verder dan het doornemen van een deeltje Asterix of Guust Flater in het Frans kwam het al die jaren niet.

Terwijl toch ook plannen lagen om grote Franse auteurs in hun eigen woorden te lezen. Of desnoods de wat minder grote. Zoals Félix Fénéon, wiens Nouvelles en trois lignes ik in het Frans had aangetuigd, in het Engels, het Nederlands, en het Duits.

Félix Fénéon [1861 — 1944] was onder meer anarchist — en een grote vriend van op de boeklog bekende Alexander Cohen — uitgever, kunstcriticus, en journalist. Alleen dankt hij het vooral aan zijn vriendin dat hij nu nog in druk is. Deze Camille Plateel bleek de 1210 ultrakorte nieuwsberichtjes te hebben bewaard die Fénéon in 1906 toevalllig schreef op pagina drie van Parijse dagblad Le Matin. Daarna ging hij weer iets anders doen.

Fénéon schreef even de rubriek ‘Fait-divers’ vol, voor bijna een jaar. En voor elk nieuwsbericht daar had hij slechts 126 tekens — wat minder is dan een tekstbericht via SMS of Twitter tegenwoordig telt. Toch wist hij binnen deze beperkingen een grote tekstuele kracht te bereiken, die zelfs tot een soort brute schoonheid leidde; en dus nu nog bewonderd wordt.

Helaas schiet mijn Frans tekort om alle finesses daarvan helemaal na te voelen. Dus moest dat bewonderen vooral via de omweg die alle vertaling is.

Nouvelles en trois lignes is in het Engels vertaald als Novels in three lines. Daar waar de titel van de Nederlandse vertaling luidt: Het nieuws in drie regels.

‘Nouvelle’ heeft namelijk verschillende betekenissen, waaronder: vertelling, of kort verhaal, en ook: nieuwtje.

Novels in Three Lines vind ik daarom een wat vrije vertaling. Ook al omdat de nieuwsberichten, ondanks alle vragen die ze oproepen door hun beknoptheid, tegelijk bijna nooit romans in drie regels waren. Wat overigens aan mij kan liggen, omdat ik een achtergrond heb in de journalistiek; en dus weet hoe nieuws als in dit boek totstand komt.

Ik las telkens veeleer op zijn best het plot van een verhaal, dat meestal daar ook abrupt eindigde dan.

Wat Fénéon vooral brengt, zijn wat in mijn tijd bij de courant politieberichten heette. Dus gaan nogal wat van zijn nieuwtjes over mensen die elkaar iets aan hebben gedaan; of anders zichzelf. En hoogstens valt bij het lezen op dat het vuurwapenbezit nog vrij algemeen verbreid schijnt te zijn geweest in het Frankrijk van 1906.

Vrij veel van Fénéon’s nieuwtjes zouden zo weer in de krant kunnen staan — behalve dan dat geen journalist zich in taal nog de vrijheden zou durven te veroorloven die hun grote voorganger erop nahield.

Zo bleek koperdiefstal ook toen een veel voorkomende plaag te zijn. Zij het dat de rovers het indertijd op telefoonkabels hadden voorzien, waar ze tegenwoordig liever kabels van de spoorwegen roven.

Opvallend veel aandacht besteedde Félix Fénéon telkens aan zelfmoorden — waardoor ik me afvroeg of echt zo veel mensen zich ombrachten in het Frankrijk van 1906, of dat juist mijn blik vervormd is. De Nederlandse media melden namelijk vrijwel nooit dat iemand zichzelf doodde, en vermijden het dan zeker om namen te noemen — tenzij dat lijk voorheen een bekend iemand was, en zelfs dan wordt al meteen gemaand dat alle details over zo’n dood kwetsbare mensen in de verleiding zouden kunnen brengen.

Mijn favoriete nieuwsbericht uit de Engelse vertaling van Nouvelles en trois lignes bleek ook een schijnbaar hedendaags element te bevatten. Want de EU werkt er thans aan om de fabrikanten van elektrische auto’s te verplichten deze geluid te laten maken.

With her dress over her head because it was raining hard, Mme Rossy, of Levallois, failed to hear the electric car that ran her over.

[ is vervolgd ]

Félix Fénéon, Novels in Three Lines
Translated and with an introduction by Luc Sante

174 pagina’s
New York Review Books, 2007