over de auteur: Fens. Kees

© Boeklog 2005-2010. Alle rechten voorbehouden

 

Kees Fens
Dat oude Europa

Het raadsel Fens.

Andere woorden om mijn relatie tot deze literatuurcriticus te omschrijven, heb ik niet. Zonder mijn eigen smaak nu heilig te willen verklaren, is me niet duidelijk wat er boeiend is aan het werk van deze man. Hoe leesbaar ze ook zijn, de meeste van zijn essays lijden voor mij aan het euvel dat ze eeuwig tandeloos voortmummelen. Ik val er bij in slaap, ik blijf niet bij de les, ik besef onder het lezen ineens mijn huishoudelijke verplichtingen.

Goed, Fens gaat in Nederland door voor erudiet. Hij heeft al de kerkvaders toevallig wel gelezen, en dat waarschijnlijk ook nog voor zijn lol. Hij heeft generaties aan recensenten beïnvloed hier via Merlyn, en zijn ideeën over ‘close-reading’; met als uitgangspunt dat de tekst een autonoom kunstwerk is.

Maar ik kan simpelweg geen enkele tekst los zien van de tijd waarin die is ontstaan. Dat kleurt mijn oordeel als Fens bijvoorbeeld weer eens zijn stokpaardje Augustinus van stal haalt. Hij jubelt dan over de kracht van de metaforen in De belijdenissen. Ik denk alleen aan al het leed de mensheid aangedaan door de Civitate Dei; omdat dit werk legetimeerde dat wereldlijke machthebbers wel degelijk God dienden door hun macht uit te oefenen. Dat was hun taak en hun plaats. Waarmee de taak en plaats van de onder hen gestelden ook was vastgelegd.

Zowiezo blijft er maar een erg dun boekje over van Dat oude Europa als alle christelijke — lees diep-Katholieke — elementen eruit gescheurd zouden worden.

Het punt is ook dat als hij eens iets beschrijft dat me wel interesseert, ik daar bijna altijd al meer van weet dan Fens vertelt. Als hij het over zijn ook zo geliefde Britten heeft, heb ik daar de Britten zelf al over gehoord. En ik lees liever geen schrijvers die voor mij samenvatten wat me al bekend is, en niet meer brengen dan dat. Dus nee, opnieuw blijkt hij niet mijn kopje thee te zijn.

Kees Fens, Dat oude Europa
Nieuwe keuze uit de maandagstukken

259 pagina’s
Em. Querido’s uitgeverij, 2004

Anthony Mertens
Lezen, man!

Anthony Mertens kreeg in 2003 een herseninfarct, waarvan hij nog altijd bezig is te herstellen. Normaal schuw ik dit soort biografische gegevens hier, maar deze bundel verscheen in 2006. En ik vroeg me daardoor af of de uitgave therapeutisch bedoeld was, als steun in de rug, of eerder het postume werk van een nog levende is; als om het lezend publiek in te wrijven wat het voortaan misschien wel missen moet.

Mertens was universiteitsdocent Nederlandse letterkunde en criticus, en later redacteur bij uitgeverij Querido. Maar belangrijker voor mij dan deze beroepen, is dat hij een lezer was. Een echte. Die de leeskoorts kent, en weet wat boeken hebben te bieden.

Het eerste deel van de essays in deze bundel gaat over dit soort processen, en welke schrijvers hem daarbij hebben gevormd.

Het tweede en derde deel bestaat uit kritieken. Hierin waren de stukken waarin hij meerdere boeken van een schrijver met elkaar vergeleek me liever dan de recensie van éen enkel boek.

Toch fascineerden mij het meest van al Mertens’ herhaalde gedachten over Der Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil. Omdat hij soms een wel heel ander boek lijkt te hebben gelezen dan ik.

Het is nog lang geen tijd om Musil’s meesterwerk te herlezen voor mij, zoals eerder al eens gemeld. Dat kan hoogstens éen keer in de vijftien à twintig jaar. Als het boek met een heel andere eruditie dan voorheen kan worden bekeken. Dus zal ik boeklog nog een tijd moeten volhouden, wil die titel hier ooit uitgebreid aan bod komen.

Mertens geeft trouwens duidelijk aan dat het een boek is om te herlezen. Natuurlijk. Net als dat hij in zijn verdere feitelijke beschrijvingen vele ware dingen zegt. Zoals dat Musil’s proza geconcentreerd is, en het boek lezen even alle aandacht neemt.

Hij noemt het boek zelfs een lakmoesproef, om de ware lezers te onderscheiden van de boekenconsumenten.

Alleen staat er dan bijvoorbeeld:

Musils magnum opus zou men kunnen lezen als een poging de voortgeschreden kennis uit verschillende gebieden van de wetenschap in het medium van de roman te verwerken en te overdenken. [359]

Waarbij ik dan meteen denk: is dat nu wel zo? Was Musil niet juist veel satirischer bezig? Was het hem niet ook om te doen om te tonen hoe weinig al die nieuwe kennis er toe doet, bij praktische problemen? Nog afgezien van zijn kritiek op al wat de mensen in Kakanië wel omarmden?

Enfin, essays waardoor ik ga twijfelen aan mijn ideeën over mijn lievelingsboeken, zijn me lief. Lezen kan prachtig zijn als een auteur een geweldige alleenspraak houdt. Lezen is ook heel mooi als het verdieping aanbrengt in het eigen begrip, en daardoor juist tegenwerpingen oproept.

Anthony Mertens, Lezen, man!
Essays en kritieken
Met een inleiding van Kees Fens

398 pagina’s
De Bezige Bij, 2006

Kees Fens
Op weg naar het schavot

Volgens Kees Fens ontstond de Engelse humor op 22 juni 1535. Toen John Fischer, bisschop van Rochester, onthoofd zou worden en hij op weg naar het schavot om zijn schoudermanteltje vroeg. Bang een koutje op te lopen.

Ik herinner me hoe Rudy Kousbroek in éen van zijn eerste anathema-bundels de uitvinding van de sex op zo’n zelfde manier dateert. Maar leuker nog dan zo’n essaytje is dat er altijd mensen zijn die de schrijver op zijn woord geloven.

Beschouwingen over humor zijn zelden humoristisch. Maar in dit boekenweekessay muntte Fens dus tenminste éen grap, die hij bij de onvermijdelijke promotie-activiteiten ook gedebiteerd heeft. De interviewers leken dan steeds behoorlijk van zijn eruditie onder de indruk.

En verder, ach verder gaat dit essay vooral over de Nederlandse literatuur van na de oorlog. Hoe serieus en hoogstaand alles daarin aanvankelijk was, en dat er gelukkig mensen zijn geweest die deze doodse ernst wisten te doorbreken. Maar zo goed zijn ze daarin geslaagd, dat bijvoorbeeld de ‘light verse’ als poëziegenre wat kwijnt, omdat de serieuze dichters van dit moment uit zichzelf al genoeg jool in hun verzen stoppen.

Fens leerde me weinig nieuws, maar dat komt ook omdat ik meer van hem gelezen heb. Maar voor een eenhapscracker, wat een boekje als dit uiteindelijk is, had het wel een prettige smaak. Slik. Weg.

Kees Fens, Op weg naar het schavot
64 pagina’s
Stichting CPNB, 2007