Great Gatsby ~ F. Scott Fitzgerald

De een-na-beste roman aller tijden is dit, volgens de samenstellers van de Modern Library. Wat een merkwaardige smaak hebben die mensen toch. Niet dat The Great Gatsby is sommige opzichten niet een heel aardig boek zou zijn. Maar bijna het beste ooit gemaakt? Daar geloof ik helemaal niets van.

Zo is het boek er éen van een jonge man, al was het maar omdat de risico’s die de personages nemen de drift van jonge mensen tonen.

The Great Gatsby is wel een bij vlagen eminent geschreven boek. Van de taal in sommige paragrafen kon ik ook erg genieten, bij deze herlezing. Tegelijk is het verhaal zo simpel dat me alleen daarom al lijkt dat er gaten in het plot zitten. Bovendien is het een tragisch boek, omdat het over een onmogelijke liefde gaat. Zo tragisch is het, dat enkele personages wel dood moeten gaan op het eind — waardoor het geheel ineens iets sprookjesachtigs krijgt. Misschien dat het boek daarom wel zo goed de Amerikaanse droom laat zien voor sommigen; en de mogelijke gevolgen daarvan.

Ik had deze roman eerder gelezen toen ik er waarschijnlijk te jong voor was. Toen het me nog ontbrak aan de vaardigheid om het Engels zo vlot te lezen dat de woorden meer kunnen tonen dan hun betekenis. Indertijd zei het me daarom niets.

En nu blijf ik achter met gemengde gevoelens. De eerste helft vond ik goed, als de verteller wordt geïntroduceerd, en later de eigenlijke hoofdpersoon, Jay Gatsby, stukje bij beetje in beeld komt. Niemand weet namelijk iets over hem. Al komen er telkens honderden mensen op de feestjes die hij houdt in zijn enorme huis, velen kennen de eigenaar niet eens van gezicht. En omdat er zo veel onbekend is, vullen roddels de onbrekende gegevens in. Hoe komt hij aan zijn geld?

De kwaliteiten van dit boek zitten dan ook vooral in hoe het de tijd beschrijft waarin het speelt. Wat de zeden waren. Wat de angsten.

Minder geslaagd vond ik de tekening van wat Gatsby voortdrijft. Dat hij geld moest hebben om een vrouw te kunnen heroveren, en dat hij daarom ook dat enorme huis wilde, is nog tot daar aan toe. Maar waarom wachtte hij vervolgens zo lang? Waarom moest de verteller ingeschakeld worden om contact op te nemen met die vrouw — behalve dan dat zij wel heel toevallig familie was?

Nee, zoals gezegd, soms schrijft Scott Fitzgerald heel goed. En soms ook helemaal niet. Zo is hij bij tijden akelig onprecies, naar mijn 21e-eeuwse smaak, bij het benoemen van dingen. Geen auto heeft een merk bijvoorbeeld. Terwijl hij bij het schrijven van de dialogen vaak weer te veel moeite doet om duidelijk te maken met welke emotie zijn personages spreken.

Maar voor een al dood bestudeerde klassieker was dit in elk geval een opvallend prettig leesbaar boek.

F. Scott Fitzgerald, The Great Gatsby
171 pagina’s
Penguin Modern Classics zonder jaar, oorspronkelijk 1926

Man die niet vroeg waarom ~ Peter Haining (sam.)

Altijd als ik een boek probeer te lezen en dat niet lukt, is de vraag waarom. Helemaal als zo’n boek tot een genre behoort dat me vroeger wel wist te pakken.

En dan blijkt een probleem met fictie bijvoorbeeld te zijn dat de schrijvers daarvan me te zelden iets vertellen dat ik nog niet wist. Dat maakt het logischer om liever non-fictie te lezen; want zakelijke teksten leveren gauw eens verrassende feitjes op. Ook als de auteur verder niet schrijven kan, en er geen genot is te beleven aan de gebruikte taal.

De man die niet vroeg waarom biedt bovendien fictie van een speciaal soort. In deze bundel zijn griezelverhalen bijeengegaard, uit de Britse en Amerikaanse traditie. Horror dan ook nog die meestal niet verzameld werd in de gecanoniseerde boeken van de veelal zeer bekende auteurs.

En bang bleek ik daar toch niet meer van te kunnen worden.

Sterker nog, zo’n bundel met genre-fictie blijkt dan vrij onbarmhartig het mechaniekje te tonen waarop vrijwel elk van dit soort verhalen draait. De ontknoping komt altijd in de laatste paragrafen. Daarbij gaat er gauw eens iemand dood.

Het boek opent met een verhaal dat Winston Churchill schreef, toen deze nog een eenvoudig journalist was. En dat verhaal, over een man die van een boot valt, eindigt met een haai die aan komt zwemmen.

Ooit was het blijkbaar dus nog geen cliché dat een haaienvin onheil aankondigt.

Slechts van het verhaal van Robert Graves was ik blij het te hebben leren kennen. ‘Stof tot stof’ heet dat, in deze vertaling. En het voornaamste verschil met de andere twintig verhalen in de bundel kwam door het enorme verteltempo dat Graves onderhield. Zijn verhaal las als de samenvatting van een roman.

Vrijwel alle andere verhalen waren aangelengde anekdotes. Waarbij de meeste tekst er niet toe deed, en hoogstens diende om de ontknoping aan het einde tot een verrassing te maken. Alleen was die dus nooit een verrassing, omdat de vertelling het anders niet tot deze verzameling had gebracht.

Maar ooit vrat ik dus griezelverhalen. Aan het begin van mijn carrière en ontwikkeling als lezer. Toen ik de constructie nog niet kon doorzien achter zo veel van deze vertellingen.

En komt zo’n verandering in leesvoorkeuren dan omdat ik later nog zo veel dystopische SF las, waarin het niet enkel om anekdotes ging, omdat de schrijvers complete angstaanjagende werelden bedachten?

Of heeft de werkelijkheid me inmiddels immuun gemaakt voor verhaaltjes die bedacht werden om mij te laten griezelen? Ik wordt nu namelijk vooral bang van menselijke onverschilligheid en gemakzucht. Van medische professionals bijvoorbeeld die hun handen niet wassen, of hun apparatuur niet schoonhouden, en zo de meest kwetsbare mensen denkbaar met van alles besmetten — terwijl ze toch beter horen te weten.

De arrogantie tegelijk binnen zo’n beroepsgroep…

Peter Haining (sam.), De man die niet vroeg waarom
en twintig andere vreemde verhalen

191 pagina’s
Wereldbibliotheek vereniging, 1974
vertaling van The Lucifer Society, z.j.

 


May Day ~ F. Scott Fitzgerald

Toen er online gepraat werd over een nieuwe vertaling van May Day besefte ik het origineel niet te kennen.

Overigens is dat niet zo vreemd. Scott Fitzgerald heeft in zijn tijd veel geschreven voor goed betalende tijdschriften dat niet houdbaar bleef. Heel nieuwsgierig ben ik niet naar zijn gehele oeuvre. De late verhalen die Jan Donkers ooit verzamelde in éen band zijn bij uitzondering goed; maar dat komt vast door de selectie.

Een Engelstalige bundel die ik ook heb, liet namelijk geen enkele herinnering na.

En zelfs van zijn bekendste boek was het toch allereerst de taal in losse alinea’s waar ik van genoten heb. Aan het verhaal van The Great Gatsby zitten te veel vreemde kantjes.

De novelle May Day is een vroege Fitzgerald, van toen hij als schrijver alles nog aan het ontdekken was. Een kleine eeuw later valt de relatieve traagheid op van de vertelling. En de moeite die de auteur nog doet om van alles te beschrijven dat er niet zo toe doet.

Het verhaal speelt zich af op 1 en 2 mei 1919. Als de laatste Amerikaanse troepen zo langzamerhand terugkeren uit Europa, van het front. En er in enkele grote steden relletjes uitbreken, tegen ‘het socialistische gevaar’. Zo ook in New York.

Tegen deze achtergrond laat Fitzgerald een feest plaatsvinden in een zaaltje, van een vereniging van oud-Yale studenten, waarbij de wederwaardigheden van enkele van hen gevolgd worden.

Met de eigenlijke hoofdpersoon van het boek is het sinds zijn afstuderen enkele jaren eerder niet zo goed gegaan. De titel May Day laat zich ook lezen als M’Aidez [help me] volgens mij.

En met het boek probeerde Fitzgerald een roes op te roepen. De feestgangers worden steeds driester in hun dronkenschap. De soldaten pas terug vormen een zichzelf steeds kwader makende menigte die de socialisten wel even mores zal leren.

Waarop wat later de onvermijdelijke kater volgt.

En die roezigheid oproepen, waarin andere waarheden vanzelfsprekend worden, deed de schrijver goed. Maar aan taal vond ik dan weer wat weinig aan de novelle te genieten. Merkwaardig dat aan een vroeg verhaal zo duidelijk te zien is dat de schrijver én een groot talent had én ook nog wel iets leren moest.

Overigens werd Manhattan Transfer van Dos Passos deels in dezelfde tijd gesitueerd, en speelt dat met dezelfde onderwerpen als maatschappelijk succes en verlies. Dat is een beter boek om de breedte van het blikveld. Al vond ik de parallellen in onderwerp en het verteltempo van de beide uitgaven opmerkelijker nog dan de verschillen.

F. Scott Fitzgerald, May Day
112 pagina’s
Juniper Grove 2008, oorspronkelijk 1920

Moveable Feast ~ Ernest Hemingway

Lees Hemingway’s Moveable Feast tezamen met Liebling’s Between Meals, en u weet alles over het Parijs van voor de Tweede Wereldoorlog, zo wordt nog weleens geschreven. Meestal door Amerikanen, overigens.

Tja.

Toegegeven, beide boeken hebben Parijs als decor, in een tijd dat de dollar zo hoog stond tegenover de franc dat Amerikanen er al snel rijk leken. Maar daarmee houdt het ook wel snel op. Parijs was voor Hemingway vooral belangrijk, omdat hij in die stad schrijver werd. En ook, omdat hij vele andere auteurs ontmoette daar.

Een aanzienlijk gedeelte van dit boek bestaat dan ook uit roddel. Amusant geformuleerde roddel weliswaar, maar niettemin pure kwaadsprekerij over anderen. Ford Madox Ford stonk, Ezra Pound gebruikte opium, en met Gertrude Stein was uiteindelijk ook wel wat mis. Maar het ergst van alles reageerde Hemingway zich in dit boek af op Scott Fitzgerald.

Die had namelijk succes. Dus werd diens bekentenis verhalen weleens op toon te brengen voor de bladen waarin ze gepubliceerd werden door Hemingway afgedaan als hoererij.

Maar Fitzgerald kon toevallig wel schrijven, zo moest zelfs Hemingway met tegenzin toegeven na eindelijk The Great Gatsby te hebben gelezen.

Jammer alleen dat Zelda krankzinnig was, en Scott Fitzgerald zo’n drankzuchtige sukkel.

Hemingway had in de periode die hij beschreef nog niets van enige lengte gepubliceerd, maar begon aan The Sun Also Rises. Fitzgerald was hem later behulpzaam bij de redactie op die roman, en hielp hem ook het boek uitgegeven te krijgen. Maar dit staat allemaal niet in A Moveable Feast, en dat maakte me treurig over de grappig bedoelde passages waarin Hemingway zijn grote jaloezie probeerde te verbergen achter hoon.

Verliet hij in het laatste hoofdstuk ook nog zijn eerste vrouw, die alle armoedige jaren met hem in Parijs doorstaan had, voor haar beste vriendin…

Ernest Hemingway, A Moveable Feast
126 pagina’s
Arrow Books 2004, oorspronkelijk 1936

Namiddag van een schrijver ~ F. Scott Fitzgerald

Hemingway schreef erg kleinzielig over Fitzgerald in A Moveable Feast. Een boek dat uit de jaren vijftig stamt. Maar F. Scott Fitzgerald stierf al in 1940. Nogal ongelukkig, als een vrijwel vergeten schrijver. Het grote succes uit zijn begintijd had hem toen al een tijd verlaten. Critici en lezers vonden hem iemand uit een voorbije periode.

En dat maakte Hemingway’s jaloezie aanvankelijk nog onbegrijpelijker, en vulgairder. Vergelijkbaar hoogstens met het pissen op Fitzgerald’s graf. Maar door Namiddag van een schrijver werd me duidelijk dat in de jaren vijftig een stevige rehabilitatie begonnen was van Fitzgerald als bijzonder auteur. Dus misschien heeft het Hemingway gewoon geërgerd dat hij ineens om aandacht moest concurreren met een dooie, die al lang vergeten leek.

Zoals de deeltjes Privé-domein gaan, is dit een opmerkelijke uitgave. Jan Donkers verzamelde er op eigen gezag een aantal autobiografisch lijkende verhalen voor, een interview uit 1936, en nog zo wel wat.

Ik herlas het om te zien of Fitzgerald er nog iets in had gezegd over zijn Parijse jaren. Of desnoods over Hemingway. Maar het enige wat hij over die man zei, hem nog steeds als een soort vriend ervarend, is dat hij misschien wel de beste romanschrijver van dat moment was.

De samensteller koos om vooral aandacht te hebben voor de laatste jaren uit het leven van Fitzgerald. Die van zonder het succes. Van toen hij af en toe een tijdelijk baantje had in Hollywood als scriptdokter.

En, hoewel ik er inmiddels een hekel aan heb om oorspronkelijk literair werk van Amerikanen in het Nederlands te lezen — ik zie het Engels er doorgaans te goed doorheen — bevatte deze bloemlezing toch genoeg opmerkelijks om ook nog enig leesplezier te brengen.

Het eerste verhaal, ‘Een buitenlandse reis’, vond ik erg goed beginnen.

En ook in het titelverhaal, de vertaling van ‘The Afternoon of an Author’, staan een paar prachtige passages; die zelfs bij alle beschreven ellende tonen dat Fitzgerald het nog altijd wel kon — zelfs al wilde bijna niemand hem meer lezen.

Op het voetbalveld van de universiteit waren mannen aan het werk met grasmaaiers en er schoot hem een titel te binnen: ‘De terreinknecht’ of anders ‘Het gras groeit’, iets over een man die jarenlang aan grasvelden werkt en zijn zoon opvoedt opdat hij naar de universiteit kan gaan en er in het voetbalteam kan spelen. Dan sterft de jongen op jeugdige leeftijd en de man gaat op de begraafplaats werken en plant zoden boven het lichaam van de jongen, in plaats van onder zijn voeten. Het zou het soort verhaal worden dat vaak in bloemlezingen afgedrukt zou worden, maar het was niet zijn soort klus, daarvoor was het te veel een eenvoudige kwestie van een opgeblazen antithese, gestileerd als een populair tijdschriftverhaal en nog gemakkelijker om te schrijven. Maar veel mensen zouden het uitstekend vinden omdat het melancholiek was, omdat erin gegraven werd en omdat het makkelijk te begrijpen was. [177]

F. Scott Fitzgerald, De namiddag van een schrijver
Autobiografische fragmenten en verhalen

282 pagina’s
De Arbeiderspers, 1974
Privé-domein 27
Gekozen, vertaald en van een nawoord
voorzien door Jan Donkers

Tender Is the Night ~ F. Scott Fitzgerald

Twee soorten Fitzgerald waren er, zo dacht ik altijd. De auteur van enkele gecanoniseerde romans, en de maker van honderden verhalen; die allereerst geschreven werden voor de bladen die het best betaalden.

Hemingway noemde F. Scott Fitzgerald om deze verhalen de hoer van zijn talent. Maar Hemingway zei wel meer, en nog veel ergere dingen, over Fitzgerald. Alleen had hij wel gelijk als het over de verhalen ging. De meeste daarvan zijn bleven steken in een andere tijd, zonder de kwaliteiten te hebben op een ander moment ook nog iets te zeggen te hebben.

En in de eerste negentig pagina’s van de roman Tender is the Night herkende ik helaas meer van de verhalen dan van die andere beroemde roman.

The Great Gatsby leek me indertijd allereerst het boek van een jonge man. Maar wat me vooral bijbleef, is het goede schrijven.

Het eerste deel van Tender is the Night bood vooral verwikkelingen, van niet heel boeiende personages. Soap opera in plaats van klassiek drama.

Hap-slik-weg-leed.

En nergens nog is de schrijver aanwezig om het geneuzel van veel te rijke Amerikanen in Frankrijk iets extra’s te geven.

Dit komt ook omdat het boek eigenlijk pas begint met deel 2, als 35% van de inhoud al gepasseerd is. Dan pas krijgen de belangrijkste personages in het boek een behoorlijke introductie. Daarmee wordt pas duidelijk wat hen mankeert.

De mannelijke hoofdpersoon in de roman heet Dick Diver. Hij ging na de Eerste Wereldoorlog in Zwitserland werken als zenuwarts.

De vrouwelijke hoofdpersoon heet Nicole Warren. Zij is de dochter van een rijke zakenman. En helaas ook zenuwziek.

In éen alinea samengevat, biedt Tender Is the Night scènes uit een huwelijk. Waarbij de vrouw alleen al problemen heeft door haar mentale gesteldheid. En de man, die als idealist en goeddoener naar Europa kwam, verweekt en gaat ten onder door het goede leven en het vele geld dat door het huwelijk ineens binnen bereik is gekomen.

Alleen is dat typisch een samenvatting die de lezer pas na het lezen geven kan. En dan niet omdat de auteur zo vernuftig tewerk ging, maar om diens onhandigheid. F. Scott Fitzgerald werkte te lang aan het boek; hij wist te lang niet wat er mee aan moest.

Door die problemen werd Tender Is the Night dan ook tot in de jaren zeventig in een bewerking door een ander uitgegeven.

Deze Wordsworth-uitgave bracht de originele tekst.

Welke versie zo hoog op de eeuwige ranglijst van de Modern Library prijkt, is me een raadsel. Want goed, het boek had enkele aardige momenten, en de schrijver is mild voor zijn personages. Alleen zijn er honderden betere boeken geschreven, zo dat er niet duizenden zijn.

F. Scott Fitzgerald, Tender is the Night
265 pagina’s
© 1934 in
F. Scott Fitzgerald, Tender is the Night & The Last Tycoon
413 pagina’s
Wordsworth Classics, 2011