19 boeken die ons boos maakten ~ Joost de Vries sam.

Het heugt me niet ooit boos te zijn geworden om een boek. Misschien doordat het schrift toch een laag aan abstractie inbrengt. Tussen de woorden van een schrijver en mijn begrip moet eerst nog een decodering plaatsvinden.

Boos kan ik namelijk wel worden om de toneelstukjes op televisie die dan doorgaan voor interviews met een politicus. Jan Peter Balkenende, de lul met vingers, riep soms zo veel afkeer op dat ik naar het TV-scherm ging schelden — al gold mijn woede misschien nog meer de journalisten van dienst die Balkenende altijd weer weg liet glibberen op diens immer onwelriekende vloed aan taaldiarree.

Dat mensen echt boos kunnen worden om boeken lijkt me uitzonderlijk — tenzij ze daarin persoonlijk rechtstreeks beledigd worden door de auteur.

Eigenlijk schiet me enkel Rushdie’s Satanic Verses als voorbeeld te binnen als voorbeeld van een boek dat nogal wat gerichte woede losmaakte. Al is de standaard ook wel absurd hoog misschien, nu enkel het tekenen van een cartoon, of het publiceren van een zwartgallig satirisch weekblad al tot moord en doodslag leiden kan.

Maar Rushdie’s vertaler naar het Japans werd doodgestoken. Zijn Noorse uitgever neergeschoten.

Aan de bundel Negentien boeken die ons boos maakten, dat werd samengesteld door de redactie van De Groene Amsterdammer, viel dus wat mij betreft op dat Rushdie’s beruchte roman daarin ontbreekt. Terwijl er onder die negentien essays toch nogal wat gaan over titels die de funeste invloed behandelen die immigratie zou hebben op landen in West-Europa.

Houellebecq komt langs, met Plateforme en Soumission. En zijn voorganger in provocatie Jean Raspail, met Le camps des saints uit 1973.

Thilo Sarrazin’s Deutschland schafft sich ab wordt behandeld. Eric Zemmour’s Le suicide français. Waar dan als tegengeluid enkel een Pleidooi voor radicalisering tegenover staat van Dyab Abou Jahjah — al lijkt me dat die tekst allereerst een luidkeels protest opriep van schrijvers die bij dezelfde uitgever zaten, en ineens hun fonds hadden te delen met ‘de pooier van de profeet’.[1]

Jahjah’s pamflet lijkt me ook geen boek dat we zullen blijven lezen — wat volgens samensteller Joost de Vries toch éen van de criteria was om opgenomen te worden in deze bundel.

En zou iemand echt nog al die tijdsgebonden uitgaven lezen waarvan de schrijver wilde dat we eens met een andere blik naar de Tweede Wereldoorlog keken, waar toen misschien even rumoer om was? Goldhagen’s Hitler’s Willing Executioners, of Van der Heijden’s Grijs verleden?

Er kleeft kortom wat willekeurigs aan de titels die behandeld werden in deze uitgave. Waar dan weer tegenover staat dat het altijd prettig is om essays te lezen die geschreven zijn zonder de hijgerige en gemaakte opwinding van de actualiteit, die menige boekenbijlage zo kwelt, omdat ook de ontvangst van een boek in de tijd eens kan worden meegenomen; en er daarmee relativering ontstaat. De Groene stelde eerder twee vergelijkbare bundels samen; die zouden mede daarom de moeite waard kunnen zijn.

Aan de in dit boek besproken titels die leesbaar zijn gebleven, zoals Eenzaam avontuur of Lolita, kleeft immers enkel nog de zweem van een herinnering aan een schandaal ooit eerder.

En het essay van Marja Pruis over Mijn beter ik, van Renate Rubinstein, bijvoorbeeld, was gewoon als tekst al goed. Al confronteert zo’n essay mij er ook weer mee wat mogelijk zou zijn als ik eens wat tijd zou steken in mijn boeklogjes. Ook ik besprak immers dat boek.

Joost de Vries sam., Negentien boeken die ons boos maakten
Samengesteld door de Groene Amsterdammer

172 pagina’s
Amsterdam University Press, 2017
  1. dixit wijlen Theo van Gogh. []