woensdag 14 november 2007
Dit boek had ik eerder gelezen. Maar dat me er vrijwel niets meer van bijstaat, is wel begrijpelijk. De aderlating van de continent blijkt vooral een zakelijk economisch traktaat te zijn. Het mist alle charme van Galeano’s latere werk.
Niet dat Galeano in latere boeken milder zou zijn, of minder zakelijk. Maar in die boeken zit meer lucht, omdat er ook mensen in voorkomen. Mensen die uitspraken doen, of weleens iets meemaken.
Galeano poneert ook een wel erg simpele economische theorie in dit boek. Die heeft weliswaar de charme om veel te verklaren, maar toch geloof ik hem daarbij niet helemaal.
Het rijke Noorden, zo zegt hij, heeft éen groot voordeel ten opzichte van het arme Zuiden. En dat voordeel is een gebrek. Natuurlijke hulpbronnen zijn er schaars, de grond mag er behoorlijk arm heten. Daardoor was het in het Noorden altijd al wroeten om door de tijd te komen, terwijl daar in het Zuiden nooit redenen voor waren.
Maar toen kwamen die wroeters naar wat later Latijns-Amerika is gaan heten. Eerst waren het de Europeanen, die overal een veel gullere natuur aantroffen dan zij het gewoon waren. Dat voordeeltje moest natuurlijk uitgebuit worden. Dit gebeurde door de mijnbouw te intensiveren, en op monocultures over te gaan op landbouwgebied.
Veel van de hierbij benodigde menskracht kwam op slavenschapen van buitenaf binnen. En de landen in Latijns-Amerika werden zelfs voor alles afhankelijk werden gemaakt van fabrieken in Europa — en dan vooral Groot-Brittannië. Galeano gebruikt me een paar keer te vaak het voorbeeld dat in de Caraïben nog geen speld niet uit Engeland kwam.
In de twintigste eeuw werd deze kolonialisering heel subtiel overgenomen door de VS. De Amerikanen deden of ze investeerden, maar namen ondertussen overal de belangrijke nationale bedrijven over. Met als effect dat nog steeds de opbrengst van de zo rijke natuur goeddeels het continent verlaat.
Vanzelfsprekend, gezien het tijdstip van publicatie, is dat Galeano over deze ontwikkelingen schrijft met het Marxistische vuur van die periode.
Dus nee, Ondersteboven is een aanmerkelijk beter boek, over hetzelfde onderwerp, van dezelfde auteur.
meer Galeano op boeklog
Eduardo Galeano, De aderlating van een continent
Vijf eeuwen economische exploitatie van Latijns-Amerika
372 pagina’s
Kritiese biblioteek Van Gennep / Novib, 1983
vertaling van Las venas abiertas de América Latina 4e druk 1973
in: economie, a-z, geschiedenis, politiek
[+] zie de gerelateerde titels
donderdag 24 november 2005
Favorieten kunnen stuk gaan. Een lievelingsboek te vaak gelezen, favoriete muziek te vaak gehoord. Daarom is het zo fijn dat er boeken als deze bestaan, met zo’n enorme rijkdom dat ze blijven verrassen. Elke herlezing weer. Ondanks het geringe aantal pagina’s.
Galeano koos voor de beknoptheid in dit boek, maar doet dit zo dat hij soms hele romans schrijft in slechts enkele welgekozen zinnen.
Mondeling overgeleverde geschiedenissen zijn het, die zich op dat éne continent afspelen. Zuid Amerika. Al zijn er ook uitstapjes naar Barcelona, Quebec, of een Amsterdamse kroeg.
Vaak gaan de verhalen over de dood, maar daarmee even goed over het leven.
En als de toon te zwaar wordt komt er altijd weer een prachtige anecdote, bijvoorbeeld over hoe armoede tot uitvindingen leidt. Eén van mijn lievelingsverhalen gaat over een stel arme immigranten in een kille Londense flat, die niet genoeg muntgeld hebben om de gasmeter te voeden. Dan bedenken ze de perfecte misdaad, en maken muntgeld na van ijs. Kunnen ze het binnen warm hebben als op een Caraïbisch eiland, zonder dat de meteropnemer hun vals spel ontdekt.
Maar, het mooiste compliment dat ik een schrijver kan geven: ik betrap mijzelf er vaak op bewust formuleringen te lenen uit dit boek. En als hij stelt dat schrijven een manier is om anderen te omhelzen, dan doe ik dat dus dan ook.
Eduardo Galeano, Het boek der omhelzingen
Beelden en woorden uit Latijns Amerika
148 pagina’s
Novib/ Van Gennep © 1992
in: a-z, politiek, aanbevolen 2005, vertaald, verhalen
[+] zie de gerelateerde titels
vrijdag 13 juli 2007
Het valt me nog mee, dat het meer dan anderhalf jaar geleden was dat ik dit boek voor het laatst las. Ik meende echt het zeker ieder jaar te herlezen. Want dit boek slijt niet. Integendeel, het lijkt bij iedere herlezing rijker te zijn geworden. Dit komt onder meer omdat er soms hele romans in worden verteld met maar enkele zinnen.
Zo staat in dit boek het perfecte antigif tegen García Márquez’ zijn Kroniek van een aangekondigde dood. Bij Galeano koestert de hoofdpersoon ook een enorme wrok dat zijn vrouw geen maagd meer bleek te zijn, tijdens de huwelijksnacht. Maar bij hem ontmoet die klacht geen enkele sympathie bij de omstanders. Zij lachen hem uit, en vragen hem wat dat er nu toe doet, bij zo’n leuke vrouw.
Galeano heeft maar éen pagina nodig om dit gegeven overtuigend te vertellen. En misschien dat ik er daarom iedere keer weer met frisse blik naar kijk. Dat ik de plot misschien al ken doet er niet toe, die geeft Galeano trouwens ook al in de eerste regel weg.
Door de samenballing is dit boek misschien beter te vergelijken met een dichtbundel dan een verzameling verhalen. Er kan met een paar pagina’s worden volstaan, per keer, om toch een rijke leeservaring te hebben. Het boek biedt dan ook vrijwel alle emoties. Al is er geen ruimte voor de klagerige introspectie die menig boek van hier zo teistert — door een gebrek aan leven, zo denk ik inmiddels.
Toch ben ik liever gulzig, en lees ik dit boek in éen avond. Weliswaar met pauzes, die soms lang kunnen uitvallen. Maar éen keer in de sfeer van dit boek, is er voor mij geen ontsnappen aan.
Een probleem wordt straks wel om bij een volgende lezing iets over dit boek te kunnen zeggen, zonder in herhaling te vervallen. Ook al omdat het vrijwel onmogelijk is iets te schrijven over een verzameling van zo diverse verhalen. Sommige bestaan uit niet meer dan éen zin. Terwijl de waarde van die verzameling nog weer groter is dan de pracht van de delen ook.
** een eerdere bespreking uit november 2005 van dit boek staat hier
Eduardo Galeano, Het boek der omhelzingen
Beelden en woorden uit Latijns-Amerika
148 pagina’s
Novib /Van Gennep, 1991
vertaling van: El libro de los abrazos, 1989
in: a-z, vertaald, bundels, verhalen, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels
donderdag 27 april 2006
Het blijft vreemd om na de val de Muur boeken te lezen uit een tijd daarvoor, toen er nog heil van het socialisme of communisme verwacht werd. Dat experiment is mislukt, zo weten we nu. Een samenleving is niet maakbaar van bovenaf.
Maar die andere politici in Latijns-Amerika deugden helemaal niet, zo kan Galeano met reden zeggen. Hij moest om hen in ballingschap. Eerst uit Uruguay, later uit Argentinië. Alleen al dat hij schreef voor media waar het regime iets tegen had, was daarvoor genoeg.
Dit is het meest persoonlijke boek dat Galeano schreef, waarschijnlijk. Omdat het terloops zo veel vertelt over zijn eigen leven. Dit is ook dit boek waarin hij de vorm vindt die hij later met zoveel succes zou toepassen in bijvoorbeeld Het boek der omhelzingen. Het Nederlandse voorwoord waarschuwt zelfs voor het fragmentarische karakter:
Dagen en nachten van oorlog en liefde is geen gemakkelijk boek, althans, het is even wennen. Het lijkt enigszins chaotisch, maar de nauwlettende lezer zal bemerken dat het zeer zorgvuldig is geconstrueerd.
Maar de werkelijkheid is nu eenmaal chaotisch, en wie daar toch een lijn inlegt en er dan de nadruk oplegt, wordt al gauw een vervelende preker. Eéndimensionaal. En Galeano is dat eigenlijk nooit, juist omdat hij zo veel aan de lezer overlaat in dit boek.
Dat maakt dit boek ook zo menselijk.
Dus vergeef ik hem dat hij treurt om de dood van een vriend die mijn vriend niet zou zijn. Salvador Allende. Omdat ik weet dat dezelfde Allende in de jaren dertig en veertig dezelfde ideologie uitdroeg als de Nazi’s. Hij had ook zo zijn rassenleer, waarin hij slechte eigenschappen koppelde aan uiterlijk.
Helden bestaan ook alleen maar in vereenvoudigde voorstellingen van de werkelijkheid. Zoals een boek, een film. Zoals een religie.
Wat ik altijd in Galeano waardeer, is dat hij ondanks het leed dat in zijn boeken zo ruim voorkomt, toch de lezer altijd lucht biedt. Dat maakt zijn werk zo rijk, en van de weeromstuit zo enorm veel andere boeken zo dor.
Dit boek gaat ergens om. En zeg nu niet dat dit makkelijk is, omdat het bij een reportage over Argentinië tijdens de Junta ook echt om leven en dood ging. Dat is hetzelfde makkelijke misverstand als Nederlandse schrijvers hebben, waardoor er te veel boeken in de Tweede Wereldoorlog spelen hier.
Nee, het gaat ook om passie. Om iets te zeggen te hebben. Misschien verwoordt Galeano dat wel ergens in dit boek wat pathetisch als volgt:
Ik had veel geschreven en gepubliceerd, maar ik had nooit genoeg lef gehad om mezelf tot op het bot bloot te leggen en helemaal te geven. Schrijven was gevaarlijk, even gevaarlijk als het liefdesspel, als je dat doet zoals het moet.
Die nacht realiseerde ik me dat ik een jager op woorden was. Dat ik daarvoor in de wieg was gelegd. Dat zou mijn manier worden om na mijn dood bij de mensen te zijn en zo zouden de personen en de dingen die ik had liefgehad niet voorgoed verdwijnen.
Om te kunnen schrijven moest ik mezelf opjutten. Dat wist ik. Mijzelf uitdagen, provoceren, tegen mijzelf zeggen: Kun je dat niet? Wedden van wel! En wilde ik woorden produceren, dan moest ik, dat wist ik ook, mijn ogen sluiten en hevig aan een vrouw denken. [51]
Eduardo Galeano, Dagen en nachten van oorlog en liefde
184 pagina’s
Uitgeverij Het Wereldvenster, 1983
Vertaling van Días y noches de amor y de guerre
in: a-z, geschiedenis, aanbevolen 2006, politiek, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels
vrijdag 4 augustus 2006
Mede door alle aandacht in de VS voor de nieuwste van Galeano ben ik nog eens goed in mijn kasten gaan kijken. Ik had toch ook nog een boek van hem, met een vergelijkbare titel?
Dat zou dan deze moeten zijn.
Zoals vaker gaat met boeken die me niet bijzonder boeien, was de inhoud me volkomen ontschoten. Er moet ook iets aan een boek zijn om te onthouden.
Na al lofprijzingen over Galeano op dit weblog tot nu toe, dien ik ook maar eens te melden dat lang niet alles wat hij schrijft me bekoort. Dit boek bijvoorbeeld, is net op de verkeerde manier Latijns-Amerikaans. Waar in zijn andere werk magie en religie ruimschoots gecompenseerd worden door een soms ijzingwekkende realiteit en in elk geval humor, gebeurt dat nu niet.
En een boek vol magisch-realistische verhaaltjes kan ik maar slecht aan. Hoe prachtig de houtsneden ook zijn waarmee het rijk geïllustreerd is. Heel mijn opvoeding verzet zich tegen het magisch-realisme, om niet te zeggen mijn scholing ook.
Wonderen maken mij te makkelijke verhaaltjes. Terwijl het geloof in wonderen misschien wel noodzakelijk is daar, om er te kunnen overleven.
Eduardo Galeano, Dolende woorden
Met houtsneden van José Francisco Borges
276 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 1994
Vertaling van Las palabras andantes © 1993
in: a-z, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels
donderdag 6 april 2006
Als er geen sport was geweest, hadden televisiebazen sport wel uitgevonden. Wat zeg ik, dat gebeurt natuurlijk ook. Regels worden aangepast om adverteerders te behagen, en kijkers te lokken. In sporten als volleybal is vastgelegd hoe klein de broekjes van de speelsters moeten zijn.
Taal leent zich minder om direct de spanning in de sport weer te geven. Daar zijn alle kranten op maandag tegenwoordig de treurige illustratie van. In plaats van neutrale wedstrijdverslagen te bieden, schrijven sportjournalisten bovendien recensies. Waarbij er zelfs vanuit gegaan wordt dat de lezer de strijd ook al gezien heeft.
Een goed boek over sport is al helemaal zeldzaam, maar dit is er nu eens wel éen. Eduardo Galeano schreef het in de aanloop naar de Wereldkampioenschappen Voetbal in 1996, maar het is tijdloos.
Dit komt onder meer door Galeano’s aanpak, door heel veel korte verhaaltjes te brengen. Hij doet geen poging om het hele panorama weer te geven, maar zoomt strategisch in op tekenende details, die in zo’n boek met elkaar een overzicht maken.
Het best lukte die aanpak hem in Het boek der omhelzingen, en de drie delen van De kroniek van het vuur over de geschiedenis van Latijns-Amerika. Maar deze poging om enkel over voetbal te schrijven is ook zeer geslaagd. Omdat de sport een geschiedenis heeft, en in die geschiedenis ook zichtbaar wordt hoe een land bijvoorbeeld omging met niet-blanken.
Honduras en El Salvador begonnen in 1969 een oorlog met elkaar om een voetbalwedstrijd.
Het aardigst nog vind ik dan weer de bijna absurd droge opsommingen over de geschiedenis van de regels van het spel, alleen al omdat die aantonen hoe zeer het allemaal maar bedacht is.
In 1869 werd het definitief verboden de bal met de hand aan te raken, zo leerde ik. Daarop werd in 1871 de keeper ingevoerd die dat wel weer mocht in een beperkt gebied. Waar hij een doel beschermde dat toendertijd vijfenhalve meter hoog was.
En ook wist ik niet dat het tot diep in de 20e eeuw moest duren voordat spelers vervangen mochten worden. Dat het dus voor 1970 altijd loonde iemand uit de wedstrijd te trappen.
Maar goed, tegenwoordig is er weer andere rot in het voetbalspel.
Eduardo Galeano, Glorie en tragiek van het voetbal
275 pagina’s
Uitgeverij Van Gennep © 1996
Vertaling door Dick Bloemraad van El fútbol a sol y sombra
in: a-z, geschiedenis, sport, vertaald
[+] zie de gerelateerde titels
maandag 1 mei 2006
Somberder boek zal ik dit jaar lezen. Ondersteboven is de bijna klinische opsomming van wat er allemaal mis gaat in de wereld. En dat is nogal wat.
Galeano leert me onder meer dat er nog nooit zo veel armen in de wereld zijn geweest als op dit moment; en dat is niet alleen omdat er nog nooit zo veel mensen waren als nu.
Arbeid is niets meer waard. Ergens, een halve wereld verderop, kan iemand altijd nog weer goedkoper orders vervullen. En elk die niets anders kan dan zijn beide handen verhuren, hoeft nergens meer op te rekenen.
Nog somberder is deze wereld voor nogal wat meisjes, wie meestal weinig anders rest om hun hele lijf maar in de aanbieding te gooien. Voor zolang daar nog vraag naar is.
Een andere keerzijde van dit proces, dat in de orakeltaal van economen mondialisering heet, is dat de armste landen ook nog eens alle afvalproblemen van de rijke krijgen toegeschoven. Pesticiden en geneesmiddelen die daar verboden zijn, mogen hun schade elders alsnog blijven toebrengen. Dat heet markteconomie, in de orakeltaal van economen.
Dit hele boek gaat natuurlijk over solidariteit, zonder dat Galeano dat begrip ook maar éen keer noemt. Hij laat enkel zien wat er gebeurt als iedereen besluit te willen profiteren van andermans domheid; wanneer kapitalisme als een religie beleden wordt, en de economen orakelen dat voor dit kapitalisme eeuwige groei noodzakelijk is.
Ten koste van.
Maar goed, juist omdat dit nonfictie-boek zo realistisch is, maakt het dat ook deprimerend. Al doet Galeano nog zo zo’n best met vignetjes de waanzin in alles nog eens extra te illustreren. Anderzijds, zonder de korte terzijdes in de inzetjes zou ik het niet hebben uitgelezen, en hooguit als naslagwerk in de kast hebben gezet.
Eduardo Galeano, Ondersteboven
De school van de omgekeerde wereld
311 pagina’s
Uitgeverij EPO © 2004
Vertaling van Pata arriba. La escuela del mundo al revés © 1998
in: a-z, economie, geschiedenis, politiek, reference, vertaald, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels
donderdag 8 mei 2008
Het lezen van Voices of Time was zo af en toe een overweldigende ervaring. Ik heb toch anders nooit dat ik een boek moet wegleggen, met een ongelovige vloek, omdat de schrijfkracht van de auteur me even te veel wordt. Het lijkt ook zo simpel wat Galeano doet, door een verhaal zo uit te benen dat daar enkel de essentie van overblijft. Maar wat een kracht kan die essentie dan krijgen.
Voices of Time, of Bocas del tiempo, is volkomen te vergelijken met een ander boek van Galeano: El libro de los abrazos. Dat werk, in het Nederlands vertaald als Het boek der omhelzingen, werd op boeklog inmiddels al twee keer besproken.
Het is dan ook een lievelingsboek van mij.
En wat kan er dan mooier zijn om een verzameling te lezen die geheel nieuw is, maar minstens tweemaal zo dik als de vorige favoriet, die dan ook dat zo hoge niveau haalt. Elke lezer heeft zo nu en dan een geschenk als dit nodig, om te beseffen dat het nog mogelijk is geraakt te worden; om weer eens te weten dat lezen meer dan een routine kan zijn.
De 333 verhalen in Voices of Time zijn kort, en vaak zelfs ultrakort. Ze bestrijken niet zelden minder dan de halve pagina. Maar ze zijn diep. Veel bergen een geschiedenis in zich van eeuwen. En ze gaan over het leven; wat dit niet voor onderwerp is.
Toegegeven, Galeano heeft weleens magisch-realistische trekjes. Bovendien moest hij twee keer vluchten voor een hem vijandig bejegenend bewind. Eerst uit Uruguay, later uit Argentinië. Hij is ouderwets links, en zal dat nooit verhelen. In elk verhaal over een individu en een autoriteit mag bij voorbaat duidelijk heten aan welke kant hij staat. Sentimentaliteit is hem ook al niet vreemd.
Maar hij weet wel de verhalen te zien. Knap is dat hij verwonderd genoeg blijft om te kunnen zien. Bijzonder is dat hij immer denkend/voelend weet te schrijven.
The Voyage
Oriol Vall, who works with newborns at a hospital in Barcelona, says that the first human gesture is the embrace. After coming into the world, at the beginning of their days, babies wave their arms as if seeking someone.
Other doctors, who work with people who have already lived their lives, say that the aged, at the end of their days, die trying to raise their arms.
And that’s it, that’s all, no matter how hard we strive or how many words we pile on. Everything comes down to this: between two flutterings, with no more explanation, the voyage occurs.
Weinig is er mooier dan ineens een nieuw boek te bezitten dat eeuwig te herlezen zal zijn.
* extra: Galeano las zelf het verhaal Tik voor tijdens dit interview met de Amerikaanse radio:
Eduardo Galeano, Voices of Time
A Life in Stories
341 pagina’s
Picador, 2007
Vertaling van Bocas del tiempo, 2004
in: aanbevolen 2008, a-z, vertaald, verhalen, books in english
[+] zie de gerelateerde titels
reageer!