AA Gill Is Away ~ A.A. Gill

Die Adrian Anthony Gill [1954] is zo’n man die de moeilijkheden opzoekt. Dat begint er al mee dat hij dyslexie heeft, en van schrijven zijn beroep maakte. En misschien verklaart dit waarom ik hem op zinsniveau soms werkelijk briljant vind, en tegelijk veel van zijn stukken een merkwaardige opbouw vind hebben. Die houden dan ineens op, terwijl het voelt alsof er nog meer hoort te komen.

In de bundel AA Gill Is Away zijn reportages verzameld van de reizen die hij maakte eind vorige eeuw, en de jaren daarna. Daarbij ging hij ook in Groot-Brittannië op onderzoek uit, waarbij zijn metgezel enkele keren Jeremy Clarkson was — die hier vooral bekend is van het TV-programma Top Gear.

Zo reisden de twee op expeditie naar Cheshire af, de county in Groot-Brittannië waar veel van de nieuwe rijken wonen. Waarbij Gill, die niet bekend is van televisie, aan iedereen die Clarkson nastaart, verraadt dat deze beroemdheid een homo is. En dit tekent de verhouding tussen die twee wel. Proberen ze ook nog te golven, wat dan zo grappig uitpakt als een spel zijn kan dat wordt uitgevoerd door twee onsportieve mannen van middelbare leeftijd.

“So what do you think?” asked Jeremy, after a hole where we were only nine above par and I’d hit a very sweet fifth drive. You mean the golf? “Yes, what do you think about the golf?” The golf — well, it’s rather embarrassing. But you know, I quite like it. There’s a sense of achievement, like dusting the dado rail. “You know, I rather like it as well. I could take this up, but then I’d have to pretend to the wife that I had a mistress to get away at the weekend, and hide my kit in a friend’s house.”

[277-278]

Later reizen beide naar IJsland, dat dan nog een financiële boom beleeft. Waarom ze dat land opzoeken, blijft onduidelijk. Dat artikel is dan ook alleen memorabel omdat Gill bij het eten haai voor Clarkson besteld, die eerst anderhalf jaar in de grond heeft mogen rotten.

Het bezoek aan IJsland levert Gill vervolgens wel weer de uitnodiging op om jurylid te worden bij de landelijke finale van de Miss World-verkiezing. Waaraan alleen schonen meedoen die de verkiezing als een lolletje zien, maar de te winnen reisbeurs wel aardig lijkt. En zie, dan is hij niet enkel bezig lol te trappen met Clarkson. In plaats daarvan beledigt hij terloops de Miss World van dat moment. Maar hij kijkt tenminste rond.

De vaak onbarmhartige observaties van Gill uit zulke episodes tilt deze verzameling reportages uit boven de standaard in het doorgaans zo brave genre.

Is er ook nog die reportage gewijd aan de keer dat A.A. Gill in Californië zijn eigen scenario voor een pornofilm gaat verfilmen. Inclusief neger met een karikaturaal grote lul, die een vrouw op een bruidstaart moet pakken.

Susan had some changes. “A lot of this is way over the customer’s heads, let alone the actors’. And this boy-on-boy scene has to go or they won’t stock it in the shops. The merest hint of homosexuality and the poor dears lose their erections. Remember, what we’re making is a masturbation aid; the wankers can’t handle a bit of gayness. And I think we have to drop the scene where the Chinese girl smokes a joint in her vagina and says, ‘My pussy’s got the munchies for you.'”

“Why?” I asked. “Can’t you find a girl who can do pelvic floor-exercises?”

“It’s not that — it’s drugs. They’re really strict about that.”

[170-171]

Toch blijven me ook van zo’n episode vooral de zijdelingse opmerkingen bij. Zoals dat in het zo merkwaardige Californië 90% van het wereldwijde amusement wordt gemaakt.

En uiteindelijk zijn het telkens toch vooral de zinnetjes die hem zo leesbaar maken. De zinnetjes die zo onbekommerd uitspreken wat er vreemd is aan wat A.A. Gill onder ogen krijgt.

A.A. Gill, AA Gill is away
323 pagina’s
Phoenix 2003, oorspronkelijk 2002

AA Gill Is Further Away ~ A.A. Gill

In AA Gill Is Further Away staat éen reportage over Amerika, die meer vertelt dan het hele boek dat dezelfde schrijver recent gewijd heeft aan dat land. Gill bezocht daarvoor de beide partijconventies in 2008, vooraf aan de presidentsverkiezingen. Dat was het jaar dat Barack Obama zou winnen voor de Democraten, en de Republikeinen onder meer een niet al te slimme vrouwelijke gouverneur van Alaska tegen hem in stelling brachten.

Politiek theater was het wat Gill op beide conventies zag. En dan ook nog theater van het ergste soort. De farce.

Al moet je waarschijnlijk buitenstaander zijn, of willen zijn, om de merkwaardige trekjes van iets te durven zien.

AA Gill Is Further Away bestaat voor de helft uit reisverslagen. En die zijn het best als hij ergens gaat kijken waar de omstandigheden niet helemaal normaal zijn. Dat kan dan de zo artificiële stad Dubai zijn.

Meest memorabele expeditie voor Gill zelf zal zijn verblijf in de kou op Spitsbergen zijn geweest. Alwaar hij met een groep de ijsberen ging bekijken.

Opvallend genoeg is dat alleen het verhaal waar het minst in gebeurt in het hele boek. De expeditie verzeilde in een sneeuwstorm. Daardoor konden de leden hun tent dagenlang niet uit. En toen de reizigers zich hadden uitgegraven, moesten ze alweer terug naar de bewoonde wereld.

Mislukkingen komen trouwens meer voor in de bundel. Zo was Gill op Madagascar, met een expeditie om zaden in te zamelen van de unieke flora daar. Alleen bleken al deze inspanningen nauwelijks iets op te leveren. Maar in dit verhaal kon de auteur tenminste nog iets kwijt over de unieke kwaliteiten van het leven van die geïsoleerde plaats.

Meest memorabele artikel uit deze bundel kwam voor mij evenwel uit het eerste gedeelte van het boek; waarin Gill de gauw eens wat typisch Britse zeden verkent. Hij beschrijft dan wat dyslexie betekend heeft in zijn leven. Wat dan nog daar aan toe is. Maar zijn zoon lijdt aan dezelfde kwaal. En die jongen wordt in het onderwijs nog op dezelfde manier getreiterd als hij.

Kunnen de kinderen niet mee in de reguliere les, dan is nog steeds de oplossing om ze nog meer scholing te geven, met extra huiswerk en bijles; en de hekel aan school vooral te vergroten. De leerling heeft zich allereerst te conformeren aan het systeem.

A.A. Gill komt dan een klasje met dyslectische leerlingen vertellen hoe hij verder gekomen is in zijn leven. De man schrijft tegenwoordig zeker 1.500 woorden per dag, alleen dicteert hij die; aan iemand die wel spellen kan volgens de regels.

En Gill probeert dan aan de kinderen over te brengen dat taal en spelling twee heel verschillende zaken zijn. Dat ze zich eigenlijk niets hoeven aan te trekken van spellingsregels, omdat die geen regels zijn, maar allereerst beleefdheden.

Alleen merkt hij dan tegen een muur te praten. Want een klas is immers al gauw de slechtste omgeving om iets van waarde over te willen brengen. De kinderen daar wordt nu eenmaal voorgehouden dat alles wat hen verteld wordt heel belangrijk is.

A.A. Gill, AA Gill Is Further Away
Helping With Enquiries

278 pagina’s
Phoenix 2012, oorspronkelijk 2011

Angry Island ~ A.A. Gill

Een Zuid-Afrikaanse taxichauffeur vroeg A.A. Gill ooit onderweg of wat zij zagen op Engeland leek. En dit was niet zo. Deze vraag dwong Gill alleen wel eens te formuleren wat dan typisch voor Engeland was, en zijn bewoners.

De uitkomst van die gedachten is opgenomen in deze bundel, The Angry Island. Dat leverde een verzameling essays op over de meest basale onderwerpen. Hoe ze eruit zien. Hoe ze praten. Wat ze drinken. Hoe ze in de rij staan.

En al die stukken zijn om twee redenen interessant. A.A. Gill is een persoonlijkheid, en houdt er dus enige meningen op na. En hij verpakt zijn observaties in vaak briljant geformuleerde zinnen. Daardoor lijkt hij een humoristisch auteur.

Eén van de beste stukken uit deze bundel gaat ook over humor. Want, die Engelsen zullen de eersten zijn om toe te geven dat er veel niet deugt aan hun land. Maar twee dingen hebben ze wel. Een geschiedenis. En humor.

Dus gaat A.A. Gill op zoek naar humor, om daarbij vooral treurigheid aan te treffen.

Comedy changes with age, but instead of the comedy growing ever more complicated and sophisticated as we grow older, it seems to peak in late adolescence and starts tailing off in middle age, until it’s barely Germanic when you retire. So there’s a comic heyday of about twenty years, say from fifteen to thirty-five, when the largest slice of professional laughter is aimed at you if you’re a man. Look at the audiences for comic shows on television, in theatres, clubs and magazines – almost all young men. And it’s young men who want to stand up and tell jokes in rooms above pubs. A sense of humour isn’t just a national cultural affinity, it’s a large part of the behaviour and motivation of young English blokes. It’s having a laugh. [105]

Grappen zijn als popmuziek, tekent Gill dan aan. Op een zekere dag valt het je op dat niemand meer iets zingt met jou in gedachten. Maar een mens moet verder, tot er op zekere dag weinig anders meer overblijft dan te lachen om elk bewijs dat de mensheid idioot is geworden. Zoals over grammaticale fouten in overheidsmededelingen. Of om televisiehoofdjes die fouten maken in de uitspraak van moeilijke woorden.

En het is niet of Gill hiermee het recept heeft weggegeven van hoe hij schrijft. Toch biedt zo’n opmerking wel degelijk houvast. Wat telkens in zijn stukken opvalt, is Gill’s grote verbazing. De vaststelling gaat bij hem vooraf aan de formulering; terwijl de woordkeuze de observatie dan weer memorabel maakt.

Tegelijk blijf ik hem een vreemde schrijver vinden, omdat zijn stukken soms als los zand aan elkaar hangen.

A.A. Gill, The Angry Island
Hunting the English

237 pagina’s
Phoenix 2006, oorspronkelijk 2005

Chocolate and Cuckoo Clocks ~ Alan Coren

Tegenwoordig luister ik meer naar podcasts dan naar de radio. Slechts BBC Radio 4 zendt nog weleens programma’s uit die ik wil horen, en dan niet downloaden kan. Daaronder zijn een aantal humoristische panelshows.

En hoewel telkens dezelfde mensen in die programma’s optreden, zijn er veel onder hen die ik alleen ken van hun stem. Dat die stemmen nog een leven buiten dat programma hebben, is daarmee vreemd.

Alan Coren [1938 – 2007] was éen zo’n stem waarvan ik niets wist. Hem kende ik slechts van The News Quiz.

En dan blijkt hij nog altijd geroemd te worden als een geniaal humorist. Zelfs al heeft zijn succesvolste boek, The Collected Bulletins of Idi Amin, het probleem dat dit later onleesbaar werd, toen Amin geen leuke idioot bleek te zijn, maar een bijzonder wreed dictator.

Was er een dikke bloemlezing met Coren’s beste stukken. Waarin vele beroemde collega’s, zoals Clive James, Stephen Fry, en A.A. Gill, hem de hommage brengen om dat werk per decennium te introduceren.

Bleek alleen bij het lezen een probleem dat Coren zo geniaal was, dat er nauwelijks constanten in zijn werk waren te vinden. Steeds moest ik hem opnieuw leren lezen in dit boek. Soms bood het me enkele krantencolumns achter elkaar in een register dat ik waarderen kon, alleen volgde daarna steeds iets radicaal anders.

Daardoor is me nu zelfs onmogelijk aan te wijzen in welk tijdperk Coren de beste stukken schreef. Hoogstens is samenvattend te schrijven dat hij vaak een idee nam dat nog net aan de werkelijkheid raakte, en dit vervolgens tot in alle bizariteit uitwerkte.

Mijn favoriet in dit genre is de column ‘Southern Discomfort’. Waarin hij ontdekte dat er een grote markt was voor boeken die een klassiek boek opnieuw vertelden vanuit het perspectief van een ander personage. Ineens was Coren’s writer’s block weg. Prompt begint hij de mogelijkheden te wegen van welke boeken ook zo te herschrijven zijn.

Maar eigenlijk is de samenvatting van deze grap, en dus het idee, leuker dan de uitwerking ooit werd. Zoals ik dit nogal vaak moest constateren.

Als vindplaats voor ideeën is dit daarom een boek waar elke professionele columnist baat bij kan hebben.

Alleen weet ik dus even weinig van Alan Coren’s kwaliteiten als vooraf aan het lezen van dit boek. Behalve dan dat waarschijnlijk de moeite niet loont tijd in de exploratie van dat oeuvre te investeren.

Alan Coren, Chocolate and Cuckoo Clocks
The Essential Alan Coren

Edited and introduced by
Giles Coren and Victoria Coren
434 pagina’s
Canongate, 2008

Golden Door ~ A.A. Gill

Gill is een arrogant en ijdel mannetje. Ik heb me ook weleens moeten verdedigen hem graag te lezen. Waarbij het dan altijd moeilijk blijkt te zijn om uit te leggen dat de kwaliteit van teksten me zo veel meer interesseert dan de eigenschappen van hun auteurs.

Maar dat uit de biografie van Walter Benjamin blijkt dat het een oplichter was, had ik al wel in diens woorden gezien.

Weegt daar bij A.A. Gill nog in mee dat deze zo dyslectisch is dat hij zijn krantenstukken tegenwoordig dicteert — en al deze teksten dus al in zijn hoofd moet componeren. Wat ik zonder meer bewonder, als krachttoer. Zelfs al heb ik over dit proces eerder opgemerkt dat Gill’s teksten misschien daardoor wel een opvallend andere opbouw hebben dan die van ‘normale’ schrijvers. Zo hebben ze zelden een netjes afgerond einde.

Zijn bundel The Golden Door zette mij alleen wel op afstand. Het boek viel me niet helemaal mee. Ik vond het wat onbeduidend. Hoewel het zeker prettig leesbaar is, en zelfs informatief, in zijn achttien hoofdstukken over de Verenigde Staten.

En dit probleem kwam, zo meen ik, omdat A.A. Gill in dit boek voor de verandering bewondert, in plaats van kritiseert.

Komt daar nog bij dat alles Amerikaans tegenwoordig kritisch bekeken wordt. En Gill dus niet alleen zijn bewondering moest uitspreken, maar die bewondering ook zo vaak de vorm van een verdediging kreeg.

Het vergt enige gewenning om zulke teksten te lezen, van een schrijver die je voorheen allereerst las om zijn snijdende recensies.

Helemaal logisch is het boek ook niet, in zijn liefde voor alles Amerikaans. Zo wordt zijn geliefde New York door Gill toch vooral geprezen omdat de stad zo on-Amerikaans is; en van het land los lijkt te staan.

Ook negeert de schrijver voor het gemak alle negatiefs over de VS. Compleetheid was toch al niet het doel in dit vaak vrij persoonlijke boek. Niets is er te lezen over het corrupte politieke systeem. En de alomaanwezige religie komt hoogstens zijdelings aan bod — bijvoorbeeld in het hoofdstuk waarin Gill verwoordt hoe schatplichtig hij is aan H.L. Mencken.

Goed aan dat hoofdstuk is onder meer ook dat Mencken’s bewondering voor alles Duits eens in een context wordt gezet. Wat dan mede gebeurt door een opmerking die Alistair Cooke ooit maakte tegen Gill — over diens langdurige correspondentschap in de VS.

Cooke stelde dat Amerika niet begrepen kan worden voor wie niet besefte hoe Duits het land eigenlijk is. Het grootste deel van de blanke bevolking was namelijk lang van Duitse komaf. Dat kwam in de negentiende eeuw over, om in het nieuwe land toch weer de oude ‘Ordnung’ aan te brengen.

The Golden Door had terloops gelukkig wel enkele typisch Gill-trekjes. Ik ken verder geen auteur die zo vrolijk als hij een landsaard zou proberen te vinden in een bron als de verzameling Playmates van de maand uit de Playboy.

Toch was het een boek lang wennen aan de mildheid van de auteur.

Ik miste het honende knallen van diens zweep.

A.A. Gill, The Golden Door
Letters to America

254 pagina’s
Phoenix, 2011

Lines in the Sand ~ A.A. Gill

‘Ik heb kanker’, schreef A.A. Gill in november 2016, als eerste zin van zijn wekelijkse restaurantbespreking voor de Sunday Times. Waarna hij zich bij de lezers verontschuldigde niet helemaal meer voor de objectiviteit van zijn oordeel te kunnen instaan, Mogelijk had de chemotherapie zijn smaakpapillen al te zeer aangetast.

Dat krantenartikel werd het éen-na-laatste stuk in de bundel Lines in the Sand. En de laatst opgenomen tekst dateert uit december 2016. Van toen hij al dood was. Dat beschrijft zijn ervaringen met vooral de NHS; van toen er kanker bij hem geconstateerd was, en de behandeling nooit echt aansloeg vervolgens.

Ik had Lines in the Sand al besteld toen het boek nog niet eens uit was; mede om die laatste tekst te kunnen lezen. Want meer dan wat citaten en parafrases in de in memoriams waren er niet te vinden geweest online. En toch duurde het maanden voor het me lukte dit boek helemaal door te nemen. Ondanks mijn liefde voor Gill’s formuleringskracht.

Die aarzeling kwam mede om het eerste deel van deze bundel. Want daarin staan reportages die Gill maakte in rampgebieden, of op plaatsen waar de slachtoffers van zulke rampen — vluchtelingen — worden opgevangen; onder vaak erbarmelijke omstandigheden.

Want ik hoef zulke teksten niet te lezen. Ik ken ze namelijk al. Ik lees de krant al enige jaren. En hoewel zulke reportages vooral geschreven moeten blijven worden, elke keer weer, na iedere nieuwe oorlog, zijn de constanten me inmiddels te bekend. De mensen die een radicaal verschil zouden kunnen maken voor de beschreven stakkers geven niet thuis; omdat ze er allereerst in geïnteresseerd zijn om hun macht te houden. Europa is daarom een fort geworden, met een ganse zee als slotgracht. En er is voor sommige anderen te makkelijk te verdienen door te veel stakkers veel geld te laten betalen voor een plaats in een gammel bootje, en dat dan zo het water op te sturen.

Lines in the Sand is een vreemd diverse Gill-bundel geworden. Het enige dat het opgenomen materiaal gemeen heeft, is dat de woordblinde schrijver de teksten dicteerde tijdens de laatste jaren van diens leven. En voor een boek van A.A. Gill begint en eindigt het nogal in mineur.

Gill lees ik dan ook het liefst om de werkelijkheid in een lachspiegel weerkaatst te zien worden. En Gode zij dank, deze bundel bevatte ook jaloersmakend goed sarcastisch geschreven materiaal.

Zijn bezoek aan de Trump University, en het verslag over de onzin die hem daar werd voorgeschoteld — wat lesjes om zonder al te veel scrupules grof te verdienen met andermans geld — waren zonder meer een hoogtepunt. Ook al omdat van de studenten gevraagd werd eerst $ 25,000 te betalen om te leren hoe je dan rijk kunt worden. In het boek ontbreekt overigens het gegeven dat Donald J. Trump de aldus bedrogen alumnussen $ 25 miljoen aan schadevergoeding moet gaan betalen.

Is er verder bijvoorbeeld nog de boekbespreking van Morrissey’s veel te wijdlopige autobiografie.

All of this takes quite a lot of time due to the amount of curlicues, falderals and bibelots he insists on dragging along as authorial decoration. Instead of adding colour and depth, they simply result in a cacophony of jangling, misheard and misused words. After 100 pages, he’s still at the school gate kicking dead teachers.

scheiding
A.A. Gill, Lines in the Sand
Collected Journalism

295 pagina’s
Weidenfeld & Nicholson, 2017

Paper View ~ A.A. Gill

Televisie-programma’s hoeven niet per se besproken te worden. De meeste zijn al vergeten zodra de uitzending is afgelopen. Het beeld heeft even bewogen en daar hoorde ook nog wat geluid bij. Verder lijken de ambities van de meeste omroepen niet te reiken in wat ze brengen.

TV-critici hebben daarom een zeer ondankbare taak. En de meesten overstijgen het gebrek aan niveau ook niet van wat ze moesten recenseren. Wie eens een programma heeft gemist, krijgt uit hun woorden zelden een beeld waarom dat een gemis zou zijn.

Slechts de Britten hebben de prettige traditie om televisiekritieken te laten schrijven door mensen die in de eerste plaats schrijver zijn, en dan pas kijker. Deze verzameling, met het beste van wat Adrian Anthony Gill schreef in ruim twaalf jaar tijd, was daarom wel een genot.

Al toont ook dit boek aan hoe weinig er overblijft, van al die tijd kijken. Als Gill elk weekend een bespreking heeft geschreven dan leverde dat, op wat ruim genomen vakanties na — veertig recensies maal twaalfenhalf jaar is — vijfhonderd kritieken op. Daar blijft dus nog geen tiende deel van houdbaar.

Nu is er ook de beperking dat televisie het van herhaling moet hebben. Veel programma’s worden elke week weer uitgezonden, zo niet elke dag. En succesvolle programma-ideeën worden talloze malen herhaald, alleen dan net anders. Ook dat element beperkt de criticus in al zijn mogelijkheden.

Nuttig aan Paper View is daarom alleen al dat Gill de verschillende kritieken op thema geordend heeft. Het boek valt uiteen in de delen ‘Fictions’ en ‘Facts’; en beide kregen een nog fijnere onderverdeling.

Opvallend daarbij is dat Gill de meeste woorden heeft gewijd aan ‘Custome drama’, en aan ‘History’ en ‘Sport’. Wat absoluut komt omdat hij aan kostuumdrama’s en sport een hekel heeft.

Ik lees Gill allereerst om zijn zinnetjes. In dit boek trekt hij vaak genoeg conclusies die hem ook tot een betrouwbare gids maken.

Politicians get a very easy ride from television. […]

Telly leaves the opposition and the criticism to others. This is a particularly sterile form of investigation. Committed politicians have always been better at manipulating the camera then the interviewers have been at putting them on the spot. [217]

scheiding

The sight of Palin holding a shotgun in the manner of Sister Wendy Beckett being handed a vibrator made you realise he’d have been far better off following in the footsteps of Richmal Crompton or Beatrix Potter. Celebs’ Reader’s Digest tours may be a nascent genre, and we can look forward to Ainsley Harriott’s Proust, Kilroy-Silk’s Mishima (actually, I’d pay to see that) and Jim Davidson’s Graham Greene.

This is all indicative of the most pressing problem facing television at the moment: too many presenters and too few formats. Winning formats are incredibly rare, performers aren’t. […] [271]

scheiding
A.A. Gill, Paper View
The Best of the Sunday Times Television Reviews

306 pagina’s
Weidenfeld & Nicholson, 2008

Pour Me ~ A.A. Gill

Gill heeft iets dat vrijwel alle andere auteurs missen. Hij is grappig, zonder daartoe opzichtig de grap te hoeven zoeken.

Zelfs Pour Me, een autobiografie die hem vooral diende om te reconstrueren wat er aan triestigheid gebeurd is in de jaren dat hij aan drank verslaafd was — omdat echte herinneringen ontbreken — is humoristisch over al die ellende. Kan hij nog zo stellig beweren dat dit niet zijn bedoeling was.

Heeft dat levensverhaal van Gill — die A.A. als voorletters krijgen door dit boek ineens extra betekenis — wel een opvallend gelukkig einde. De moeilijkheden die er zo lang waren, werden overwonnen. En de man bleek zelfs opvallend uit te blinken in het schrijven voor goed betalende publicaties, terwijl het op school toch nooit wat was geworden vanwege zijn dyslexie.

Adrian Gill [1954] dronk zijn laatste drank in de trein op weg naar de kliniek waar hij in drie weken zou afkicken. Zijn vader reisde met hem mee, en zijn toenmalige had een mand meegegeven met eten en twee flessen champagne.

Hij was toen dertig.

En eenmaal van de drank af lag er alleen wel nog de moeilijke taak om te vinden wat hij dan wel wilde met dat leven.

Kwam dat schrijven pas een klein decennium later met het grote, goed betaalde succes.

Eerder had Gill het op de kunstacademie geprobeerd — wat misschien toch ook verklaart waarom ik hem zo goed schrijven vind. Tekenen bestaat allereerst uit kijken. En waarnemen is nu net iets dat A.A. Gill heel goed kan.

Mislukte hij wel in de beeldende kunsten omdat hij daarin nooit iets eigens bereikte. Weliswaar leerde hij op de academies ambachtelijke vaardigheden. Alleen doet hij in zijn autobiografie opvallend badinerend over de positieve kant van die kwaliteiten. Want, wie goed tekent, volgt daarmee toch ook getrouw eerdere klassieke voorbeelden. En in de kunsten is dat nu net niet goed.

Adrian Gill is zo dyslectisch dat als hij een fonetisch gespelde tekst van hem te lang laat liggen, ook hijzelf al niet meer weet wat er staat. Al zijn krantencolumns en artikelen, en ook dit boek, werden daarom gedicteerd. De laatste jaren is dat steeds aan dezelfde vrouw. En misschien bestaat zijn schrijven uit wel niet veel meer dan de wens om deze vrouw te amuseren.

Ze hebben elkaar ook nog nooit ontmoet.

Dus blijft mijn inmiddels standaard geworden kritiek op Gill staan. Hij is een schrijver van zinnen. Een maker van alinea’s. Daarom lees ik hem. De opbouw van zijn teksten daarentegen is altijd merkwaardig, laat staan dat in een boek over éen onderwerp, zoals deze autobiografie, de indeling de inhoud versterkt. Het begint indrukwekkend, met beschrijvingen van die drankovergoten periode, daarna kakt het boek in.

En Gill vermijdt éen vraag wat in Pour Me. Achter elke overwonnen verslaving schuilt de vraag waarom zo iemand dan ooit zo vallen kon voor de verleiding van hetgene dat de verslaving bracht. De Britten zijn al van de harde drinkers, getuige de centra in de steden elk weekend. Veel genot lijken deze niet te kunnen beleven aan alcohol.

En dan komen Gill’s pogingen tot een antwoord niet verder dan dat er geen antwoord is. Behalve dan dat hij waarschijnlijk niet erg gelukkig was, zonder doel in het leven; terwijl er tegelijk geen redenen waren om zo ongelukkig te zijn. Hij weet niet waarom al die drank elke dag moest, die periode van vijftien jaar in zijn leven.

Maar in de rijkheid aan details over dat door drankdoordesemde leven zit de voornaamste waarde van dit boek — zelfs al is die dan enkel constructie van een man in de zestig die terugkijkt na nu al dertig jaar droog te staan.

A.A. Gill, Pour Me
241 pagina’s
Weidenfeld & Nicholson, 2015

Previous Convictions ~ A.A. Gill

Achterop elke bundel die ik van Gill bezit, staat hetzelfde prijzende zinnetje van Lynn Barber. Die benoemt hem daarin tot de briljantste journalist van onze tijd. Op afstand zelfs. En ik begreep die lof nooit zo, hoe goed ik A.A. Gill ook vind schrijven soms.

Een echte journalist doet toch meer dan alleen zijn opinies zo opschrijven dat anderen daar om moeten lachen?

Pas door deze bundel, met reportages uit hier en daar, begreep ik dat Gill inderdaad een heel goede journalist kan zijn, als hij dat wil. Zelfs al genoot ik nog meer van de stukken die vooral om de leut waren geschreven.

Zo ging de schrijver er opnieuw enige malen met Jeremy Clarkson op uit. En alleen de situaties waar beide heren dan in belanden zijn al grappig — Clarkson met zijn lange lijf op een fiets in Amsterdam, Clarkson die giechelend zeker weet dat stuff roken helemaal niets met een mens doet, Clarkson met zijn bleke middelbare mannenlichaam tussen de gebronsde homo’s op een Grieks naaktstrand — en dan voegt Gill’s taalgebruik daar nog aan toe.

Briljante journalistiek, en een bescheidener woord heb ik er niet voor, is bijvoorbeeld het interview dat Gill afnam aan Henry Cartier Bresson. Dat was een fotograaf die er onder meer om bekend stond nooit zulke gesprekken toe te staan. Toen dit bij uitzondering toch gebeurde, had hij ook niets te zeggen. Hij kon nog net niet ontkennen ooit foto’s te hebben gemaakt, omdat iedereen de bewijzen kende, maar anders had hij dat vast geprobeerd.

Veel journalisten strijken in zulke gevallen de plooien zelf maar glad. Ook al omdat zo veel interviews al geschreven worden voor een gesprek plaatsvindt. De antwoorden zijn al bekend, uit de knipselmap, alleen de formulering kan misschien nog verrassen. Gill bracht het gesprek juist met al zijn onhandige stiltes en misverstanden. En het is alleen al opmerkelijk dat zoiets anders vrijwel nooit gebeurt.

Gill bezocht veel landen in Afrika voor deze bundel. Hij ging zelfs naar Irak, met Jeremy Clarkson, zonder daar ook maar éen Irakees te spreken. En hoe goed geschreven die reportages ook zijn, mij waren toch de uitstapjes liever die hij maakte naar de plaatsen die iedereen al kent. Omdat hij daar toch altijd iets waarnam dat tot een humoristisch, maar onbarmhartig oordeel voerde.

However elaborate, grandiose, and monumentally tasteless Vegas becomes, it is never going to be anything as astonishingly and monumentally tasteless as the people who come to visit it. For starters, it’s the sheer size of them. These are the fattest people on the planet. Vast, lardy, adipose flesh, ladled into sweatpants and sport shirts; grotesquely ripe girls and cartoon plastic breasts as a moment of firm bas-relief between their gobble-gobble triple chins and the rolling savanna of their stomachs.

As a visiting foreigner I understand that fat is a measure of class here. But, oddly and unexpectedly, so is hair. The confections of intricate macramé, the weaving, the haymaking, clipping, twisting, tying, fretting, teasing, lassoing, gluing and dyeing that go into these coiffures are remarkable, and it’s all apparently extempore, amateur, home-made, created with the verve of frontier embroidery and done without mirrors. Hair lives aloof and apart.

Las Vegas [220-221]

Staan er zelfs nog enige autobiografische stukken in deze verzameling, over zijn vader, en over Gill’s zoon.

A.A. Gill, Previous Convictions
Assignments From Here and There

270 pagina’s
Phoenix 2007, oorspronkelijk 2006

Starcrossed ~ A.A. Gill

Gill debuteerde als romanschrijver, opvallend genoeg — zij het dat hij daarbij ook de neiging had om de humor op te zoeken. Dus wordt Starcrossed al gauw een satire genoemd. Terwijl ik denk, maar wat wordt dan precies bespot in het boek?

Starcrossed begint zo’n beetje als de film Notting Hill, die opvallend genoeg uit precies hetzelfde jaar stamt. Een Amerikaanse wereldster kruist toevallig het pad van een Britse nobody, die in een boekhandel werkt. Ze belanden in bed, en dan gaat het toch ook verder, na die ene nacht.

De adoptie van de nobody, die ook nog eens dichter is, door de vrouwelijke ster levert meteen al aardige scènes op. Als geld eens geen rol speelt, kan dat een groot verschil maken.

Alleen wordt het dagelijkse leven, in die boekhandel, met het gebruikelijke groepje vrienden, in vergelijking daarmee wel behoorlijk treurig. Is er bovendien een vriendin, die je helemaal niemand zou gunnen; laat staan de sympathieke hoofdpersoon van een roman.

Halverwege het boek besloot Gill liever het luxueuze leven te willen beschrijven, en de problemen daarmee annex. Dus vind ik Starcrossed niet zo zeer een satire, als eerder een hedendaagse bewerking van het sprookje ‘Assepoester’ — maar dan geëmancipeerd.

Gill maakte veel werk van de overeenkomsten tussen het toneelstuk ‘Antigone’ en deze roman. Zo komt de wereldster een tijd in Londen wonen, om daar de hoofdrol in een nieuwe toneelbewerking te spelen van dit stuk.

Maar bovenal gebruikt hij in het verhaal de mogelijkheden van het ‘koor’, uit het klassieke drama. Door telkens de chauffeur van de wereldster wijs commentaar te laten geven, op het gedrag van de rijken; die zo anders zijn dan wij.

Enfin, afgezien van de overdreven happy ending — omdat het koor erop wijst dat Amerikanen niet zonder happy endings kunnen — was dit allemaal heel niet onaangenaam om te lezen. Behalve dan dat het verhaal halverwege het boek behoorlijk inkakt. En dat Gill een snob is. En dat dit boek uitpuilt van nogal vervelende sexscènes; waarbij de auteur dan bijvoorbeeld met afgrijzen beschrijft hoe erg het is om met een lelijk iemand naar bed te moeten.

A.A. Gill, Starcrossed
349 pagina’s
Black Swan 2000, oorspronkelijk 1999

Table Talk ~ A.A. Gill

Adrian Anthony Gill is een succesvol restaurantcriticus. Onder meer. Geliefd is hij bij het Britse publiek om zijn humoristische maar onverbiddelijke oordelen. Gevreesd wordt hij door de uitbaters van de etablissementen. Omdat hij in de Sunday Times een miljoenenpubliek bereikt, en omdat hij de hele ervaring van het bezoek laat meewegen, en niet alleen het eten.

Tot een verzameling van zijn eetkritieken kwam het alleen heel lang niet. Al was het maar omdat er zo’n verloop is onder restaurants. Wat het ene jaar succes heeft, kan al snel daarop vergeten zijn, of over de kop gaan.

En verder is het niet zo interessant om maaltijd na maaltijd beschreven te zien worden.

Gill vond het zelf al niet eens boeiend meer om alles wat hij at in detail te moeten beschrijven. En daardoor werden de inleidingen tot zijn kritieken steeds langer. En dit maakte het dan uiteindelijk toch mogelijk die recensies een keer tot boek te verzamelen, simpel door de ingrediënten van de genoten maaltijd en het oordeel daarover weg te laten. Zijn deze stukken in de bundel aangevuld wat met Gill in algemeenheid over eten schreef.

Opvallend aan Table Talk is dat de vijf onderdelen van het boek worden voorafgegaan en afgesloten met dubbele pagina’s vol opmerkelijke citaten. Die waren te mooi om weg te laten, terwijl het stuk waaruit ze stamden de selectie niet had gehaald.

Dat systeem geeft ook aan dat Gill per alinea gelezen moet blijven worden; of soms zelfs per zin. Dit maakt zijn boeken een opmerkelijke leeservaring. Enerzijds wil ik de hele tijd snel door, omdat duidelijk is dat het op de volgende bladzijde ook weer leuk wordt. Tegelijk moet alles met geduld worden geproefd; omdat er anders zo veel te missen is.

Pudding: a jelly that involved Campari and a fennel. It was a pretty colour, but tasted exactly as I’ve always imagined suicide capsules would: fatalistically bitter and fraudulently medicinal. [3]

scheiding

For lunch on a dreary Wednesday it offered the warm welcome and bonhomous hospitality of a Norwegian small-claims court. Sensibly, they’d put in a wood-burning pizza oven (hopefully, they’ll get round to incinerating the chairs any day now). [125]

Table Talk bevat onder meer de recensie van het meest prijzige restaurant in de Millennium Dome, indertijd, die Horeca-vakscholen schijnen te gebruiken om hun studenten te tonen hoe het nu precies niet moet. Die visite begon er al mee dat de zaak vrijwel leeg was, maar Gill en zijn partner eerst een uur moesten wachten voor er een tafel vrij kwam.

Vervolgens kregen ze in snobisme gesmoorde ‘fish and chips’ te eten.

Nuttig was Gill in dit boek ook, en dan vooral wanneer hij dingen at, of dronk, die ik nooit zal nuttigen, maar wel nieuwsgierig naar ben.

In het wat afwijkende boekgedeelte met reisverhalen eet hij ook de merkwaardigste zaken. Maar een beker bloed, zoals de Masaï bij hun vee aftappen, is werkelijk iets bijzonders.

Een cappuccino van de firma Starbucks is dat daarentegen helemaal niet.

It contained a semi-permeable white mousse — the sort of stuff they use to drown teenagers in Ibiza, or pump into cavity walls. I dumped in two spoonfuls of sugar. It rejected them. Having beaten the malevolent epidermis with the collection of plastic and wooden things provided, I managed to make it sink. Then using both hands, I took a sip. Then a gulp. Then chewed.

I had the momentary sense of drowning in snowman’s poo, then, after a long moment, a tepid sludge rose from the deep. This was reminiscent of gravy browning and three-year-old Easter eggs.

How can anyone sell this stuff? […] [123]

A.A. Gill, Table Talk
Sweet and Sour. Salt and Bitter

271 pagina’s
Weidenfeld & Nicholson, 2007