donderdag 5 januari 2006
Stephen Jay Gould hield eens een lezing, en die werkte hij uit tot een boek van 274 paginas; ontevreden met de mogelijkheden die de lezing hem boden. Bioloog Tijs Goldschmidt hield in 2003 de Stephen Jay Gould-lezing in Leiden, en dat werd ook een boek. Maar dan van 48 paginas.
Verschil moet er zijn. Gould probeerde de hele wetenschapsgeschiedenis sinds de Renaissance nog eens na te vertellen, Goldschmidt beperkte zich tot zijn fascinatie voor links en rechts in de natuur.
Hij kan beide zelf niet zo goed uit elkaar houden.
Dat resulteerde in een wel aardig boek, al blijft het wat aan de oppervlakkige kant. Die lezing is blijkbaar voor een breed publiek bedoeld; ik kwam nauwelijks inzichten tegen die me nog niet bekend waren.
Maar goed, dan gaat het erom hoe Goldschmidt die informatie overbrengt, en welke voorbeelden hij daarbij gebruikt. En dan is het allemaal heel aardig.
Tijs Goldschmidt, De andere linkerkant
Links en rechts in de evolutie
48 pagina’s
Uitgeverij Athenaeum Polak & van Gennep © 2003
in: a-z, biologie, kennis
[+] zie de gerelateerde titels
zondag 11 november 2007
Dit dunne boekje is een relatiegeschenk, zoals sommige uitgevers dat elke jaarwisseling rondsturen. Veel tekst staat er doorgaans niet in dan, maar daar gaat het ook niet om. Het gebaar telt. Voor mij geldt dan weer dat Goldschmidt een schrijver is van wie ik alles wil lezen; zo’n auteur waarvan er gewoon te weinig boeken zijn verschenen.
En dankzij hem weet ik nu dus weer meer over het houden van bijen; een onderwerp dat wat mij betreft alleen interessant te maken is door het er zijdelings over te hebben. Een directe uitleg kan me niet vreselijk boeien. Anders had ik ook allang meer over het onderwerp geweten.
Maar Goldschmidt lukte het weer eens goed mijn belangstelling vast te houden. Hij weet die technische details ook nu weer probleemloos in een vrij persoonlijk verhaal te mengen, dat tegelijkertijd nooit te intiem zal worden.
Dat ‘bijenchoreograaf’ uit de titel verwijst overigens naar een eigenschap van honingbijen, om met elkaar te communiceren middels de dans. Daaruit kunnen andere werksters dan afleiden waar er nectar is te vinden. Maar omgekeerd moeten die bijen dus ook zijn aan te sturen door iemand die de danstaal kent.
En welk een carrièreperspectieven wenken dan ineens wel niet.
Tijs Goldschmidt, De bijenchoreograaf
28 pagina’s
Athenaeum—Polak & Van Gennep
Em. Querido’s Uitgeverij
Nijgh & Van Ditmar, 2004
in: a-z, biologie, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels
zaterdag 10 november 2007
Om meerdere redenen vind ik dit een heel goed boek, behalve dan dat de verteller me soms wat merkwaardig wazig als personage in zijn eigen verhaal ronddwaalt. Maar omdat Goldschmidt terloops meldt dat hij tijdens zijn verblijf in Tanzania getroffen werd door de malaria tropica, ben ik ben misschien wat geneigd de bijbehorende koorts wat te extrapoleren naar de rest van het boek.
De beroepsernst van iemand die iets onbegrijpelijks onderzoekt, kan overigens ook vrij makkelijk als krankzinnig overkomen op een buitenstaander. Vertel mij wat.
Goldschmidt deed als bioloog jarenlang veldwerk in een baai van het Victoriameer, om de enorme soortenrijkdom van éen enkel visje te helpen verklaren. Honderden soorten cichliden waren er. Vrij gratige baarsjes zijn dat, elk met eigen voedingspatronen en bijbehorende speciale lichamelijke kenmerken. Gezien de jonge leeftijd van het Victoriameer leek de evolutie daar in actie te zien.
Dit boek is zo goed door de technische informatie die Goldschmidt door zijn verhaal mengt. Door zijn uitleg over wat genetica is, hoe het ook alweer zat met DNA en RNA, en al die technische achtergrondkennis meer. Maar vooral ook omdat hij laat zien hoe onderzoek verloopt. Hoe wetenschappers uit een tastend zien meer algemene conclusies proberen te trekken; om zo misschien tot theorieën te komen.
En goed, dan was er die ecologische ramp ook nog. De ramp die Goldschmidt eerst niet wilde zien, misschien omdat het idee te groot was dat zijn onderzoeksonderwerp geheel zou verdwijnen. Maar de nijlbaars werd in het Victoriameer geïntroduceerd, had er geen natuurlijke vijanden, en zou het totale evenwicht daar ineens ruw gaan verstoren midden jaren tachtig.
Darwin’s Nightmare, zo heet een veelbekroonde documentaire over ditzelfde onderwerp.
Het viel me op dat de ramp relatief laat in het boek plaatsvindt, en dat Goldschmidt die in deze recente druk een pietsje relativeert ten opzichte van oudere uitgaven. Ja, de ecologie is ernstig verarmd in het meer. Van de soortenrijkdom aan vis bleef weinig meer over. Maar doordat de cichliden uit de voedselketen wegvielen, kregen bijvoorbeeld de garnaaltjes in het meer de kans om groot te groeien zonder opgevreten te worden.
En, zelfs de cichliden lijken terug te komen, na een poos uit beeld te zijn verdwenen. Maar zijn het wel dezelfde soorten cichliden als van voor de nijlbaars alles opat?
Met de kennis van nu lijkt dit boek wat uit evenwicht geraakt, omdat de toon van toen niet zal zijn aangepast. Dat viel me wel op.
Tijs Goldschmidt, Darwins hofvijver
Een drama in het Victoriameer
288 pagina’s
Uitgeverij Bert Bakker 2004, oorspronkelijk 1994
in: economie, basisbibliotheek, a-z, biologie, kennis, [auto]biografisch
[+] zie de gerelateerde titels
dinsdag 1 april 2008
Tijs Goldschmidt was een student van Dick Hillenius. Beide zijn (waren) biologen. Beide ook hebben over veel meer geschreven dan alleen de natuur alleen. Ik geef toe zo veel van Hillenius te hebben herlezen in de eerste maanden van 2008, omdat ik hem wat beter wilde kunnen vergelijken met Goldschmidt.
Dit boek was toen al gekocht. Ik verheugde me erop het te mogen lezen.
Maar waarschijnlijk was het geen goed idee om Hillenius met Goldschmidt te willen vergelijken. Beide mannen hebben een ander temperament. Hillenius lijkt me springeriger, Goldschmidt bedachtzamer. Daardoor wordt het wat onzinnig de éen te verwijten niet de eigenschappen van de ander te bezitten.
Deze bundel van Goldschmidt bevat materiaal van nogal verschillende aard. Zijn ‘Bijenchoreograaf‘ staat erin — waarbij me opviel dat in de verantwoording niet genoemd wordt dat het ook als boekje is uitgegeven. Er staan beschouwingen in over beeldende kunst bijvoorbeeld — of over de ruimte waarin die tentoongesteld wordt. En Goldschmidt mengde zich onder meer in het non-debat over het idee dat de evolutietheorie dermate grote gebreken heeft dat een ‘intelligent ontwerp’ waarschijnlijker is.
Daarbij meldt hij overigens geen andere dingen over bijvoorbeeld het merkwaardige denken van Cees Dekker, als ik al op boeklog deed. En op mijn andere log schreef ik dat Dekker:
het respect misbruikt dat hij afdwong voor zijn werk in de moleculaire biofysica, om aandacht te vragen voor de relikul die hij gelooft.
Tijs Goldschmidt oordeelt precies zo, al blijft hij aanmerkelijk beleefder.
Verder bespreekt Goldschmidt onder meer de bewerking die geneticus Steve Jones maakte van Darwin’s Origin of Species, met het boek Almost Like a Whale. Zijn oordeel daarover is dat Jones nogal vaak met overbekende voorbeelden aan komt, maar zich redt door zijn levendige taalgebruik.
Ik oordeelde indertijd bijna andersom. Voor mij waren veel van de overbekende voorbeelden wel degelijk nieuw, maar ik ben dan ook geen bioloog. En mij stoorde het nu juist wat dat Jones’ in Almost Like a Whale zo veel minder goed schrijft als in zijn andere boeken.
Dat ik Goldschmidt’s oordeel nu tegenover het mijne zet, is overigens niet om te koketteren. Ik doe dit om aan te geven dat zijn verwijt over Jones nu wat op hemzelf terugslaat.
Boeken, of artikelen, worden geschreven voor een bepaald publiek. De ene keer hoor ik wel tot het publiek waartoe Goldschmidt zich richt met deze bundel, en een andere keer juist niet, omdat hij me dan niets verteld dat ik nog niet wist.
Het gaat me veel te ver om hem dan te verwijten ‘overbekende voorbeelden’ te gebruiken, maar zoiets weegt wel mee in mijn waardering. Dit is een goed boek, Goldschmidt is een interessante schrijver, maar mij verraste hij ditmaal veel minder dan ik gehoopt had.
Tijs Goldschmidt, Kloten van de engel
Beschouwelijkheid over de natuurlijkheid van cultuur
211 pagina’s
Athenaeum—Polak & Van Gennep, 2007
in: beeldende kunst, a-z, biologie, essays, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels
reageer!
donderdag 27 januari 2005
Als u gaapt of aan uw kin krabt terwijl u zich afvraagt deze onzin verder te moeten lezen of nu toch echt even iets nuttigers met uw leven te doen, noemen biologen dat een oversprong. Twee tegenstrijdige emoties vechten om voorrang, en als gevolg treedt een derde soort gedrag op.
Tijs Goldschmidt is bioloog, en biologen kijken goed. Of dat nu naar de natuur is of gedrag, of naar cultuur en kunst zoals ook in dit boek gebeurt. Dit betekent dat hij soms zien kan waar vrijwel iedereen blind aan voorbij gaat.
Misschien helpt die constatering mij om te definiëren wat ik nu precies onder een goede schrijver versta; misschien is dat wel vooral iemand die kan kijken en het vervolgens lukt helder te verwoorden wat-ie daarbij gezien heeft. Of iets anders geformuleerd: een schrijver moet kunnen kijken om mij iets nieuws te laten zien. En dit simpele gegeven diskwalificeert al merkwaardig veel auteurs zo merk ik steeds vaker; vooral diegenen die vanuit het woord denken, of de litteraire traditie.
Ik weet nu al Goldschmidt’s boek dit jaar zeker nog éen keer te gaan herlezen, omdat het zo rijk is. Maar in zekere zin is het wel jammer dat ik vorig jaar naar Zomergasten heb gekeken. Veel van wat er in dit boek staat werd in die uitzending even aangestipt, en platgewalst omdat televisie vaak zo’n weinig subtiel medium is. Zo mogen er op TV nooit stiltes vallen, terwijl ik bij lezen wel de macht houd zelf mijn pauzes te kiezen.
Enfin.
Tijs Goldschmidt, Oversprongen
218 pagina’s
Uitgeverij Ooievaar, 2002 oorspronkelijk 2001
in: a-z, biologie, essays, bundels, cultuur
[+] zie de gerelateerde titels