Paginainhoud: [click om te navigeren]

© Boeklog 2005-2010. Alle rechten voorbehouden

 

Benauwd in het midden

Het kan verkeren. In mijn halfslachtige streven om bij te houden wat F.R. Ankersmit overal aan opiniestukken publiceert, stuitte ik ditmaal op het tijdschrift van het wetenschappelijke bureau van het CDA.

Voor wie deze afkorting niet meteen iets zegt. Het Christen Democratisch Appèl (CDA) is, met de voorgangers daarvan, de politieke partij die in Nederland al de macht heeft sinds Noach de Ark uitscheepte. Zulks is niet heel gezond voor een land, net wat u zegt. Slechts in de jaren 1994 — 2002 werden de Christendemocraten in de oppositie gedwongen. En blijkbaar was die ervaring zo traumatisch, dat de partij zich tegenwoordig ten koste van alles aan de macht vastklampt. Zelfs al moet daar voor geregeerd worden met een bende aan baantjesjagers, machtswellustelingen, en loslopende gekken, zoals wijlen de Lijst Pim Fortuyn ooit bevatte. Of anders wel met populist Wilders, in 2011, en de lui die zijn bekrompen wereldbeeld delen.

Dit tijdschrift is daarmee te lezen een verzameling rapporten aan een machthebber die zich realiseert dat zijn macht misschien niet meer vanzelf spreekt. Er is namelijk iets met de middenklasse aan de hand. Die lijkt op drift te zijn, en bij elke verkiezing op weer andere partijen te stemmen. Terwijl in die middenklasse nu juist vanouds de CDA-stemmers te vinden zijn. Ook al stemmen die daarmee misschien wel tegen hun eigen belangen in.

Alle democratieën, en Nederland al helemaal, worden namelijk door de middenklassen gedragen. Die betalen alle belasting — de armen zijn te arm, de rijken huren fiscalisten in om niet te hoeven — en krijgen daar in verhouding ook nog het minst voor terug. Omdat zij het minst van de sociale voorzieningen gebruik maken, bijvoorbeeld.

Dus buitelen de analyses, prognoses, en voorspellingen over elkaar heen in dit tijdschrift. Loopt de middenklasse echt weg? Wat is er aan de hand? Hoe is die groep te paaien? Is er nog wel sprake van éen groep? Moet het CDA nog meer gaan hameren op het gezin als hoeksteen van de samenleving?

Tussen al deze opinies en opinietjes kwam Ankersmit uitleggen wat het verschil is tussen democratieën die leven naar het Rijnlandse model, en de naties die in de Anglosaksische traditie staan. Dat is het verschil tussen overleg, egaliteit en lange termijn-denken, en machtswellust, overdreven krachtsvertoon en het ongezonde streven naar winsten op korte termijn, aldus de theoretisch historicus.

Tsja.

Was hij toch wat weinig kritisch over de uitverkoop van publieke diensten aan marktpartijen — zo’n typisch Anglosaksisch fenomeen — waar het CDA zo zelden vies van bleek. Of de kritiek moet wel erg tussen de regels door gegeven zijn, wat Ankersmit tot een beter politicus zou maken dan mij eerder was opgevallen. Maar toch, als een partij altijd de macht heeft gehad, is ook alles wat mis is in een land aan die mensen te wijten.

Benauwd in het midden
Christen Democratische verkenningen
Zomer 2008

308 pagina’s
Boom Tijdschriften, 2008

Ger Groot
Twee zielen

De meeste filosofen zie ik als goochelaars. Hun trucs zijn vaak vermakelijk, maar het blijft natuurlijk oplichterij. Met dit verschil dat ik niet aanneem dat de gemiddelde goochelaar denkt dat hij echt magische krachten heeft. Ook is hun publiek wat minder goedgelovig. Er valt bovendien weinig eer te behalen door uit te leggen wat een goochelaar eigenlijk bedoelde.

Neemt niet weg dat ik altijd graag filosofen heb gelezen. Sommigen zeggen wel eens een waar woord. Ook zijn er die nuttige methoden hebben ontwikkeld om de wereld te bekijken, en soms zijn hun filters heel bruikbaar. Daardoor vallen me ineens heel andere accenten op, bijvoorbeeld.

Maar ik ben meer van de harde wetenschap, omdat de beperkingen daarvan zo veel duidelijker zijn. Ik ben te sceptisch voor de taalspelletjes van vele filosofen, om maar éen aspect te noemen dat me hogelijk kan irriteren.

Goed, soms kan het heel nuttig zijn om na te denken waarom iemand het verkeerd heeft, of te stellig is. En in die zin reikt deze bundel interviews van Ger Groot genoeg materiaal aan. De opvattingen van de ondervraagde filosofen verschillen soms nogal van elkaar, en spreken elkaar onderling tegen.

Zoals altijd met bundels was een vraag over de onderdelen elkaar versterken, of niet. En met dit boek heb ik wat moeite om daar een antwoord op te geven. De interviews zijn niet alleen met verschillende denkers, ze zijn ook voor publicaties van een heel diverse aard geschreven. Sommige zijn duidelijk krantenartikelen, voor een breed publiek, en kunnen prima dienen als inleiding in iemands werk. Andere, zoals het gesprek met Rorty, vragen wel degelijk enige achtergrondkennis van de filosofie.

Het meest interessant aan dit boek waren voor mij de gesprekken over politiek. Maar blij was ik bijvoorbeeld ook met het gesprek dat Groot voerde met Michel Onfray, die ik al eens las zonder iets van hem te weten. Diens boek tegen de theologie zette me niet aan om me in zijn oeuvre te verdiepen. Dat kwam door het onderwerp. Onfray blijkt anders vooral te schrijven over wat het leven echt de moeite waard maakt.

Ger Groot, Twee zielen
Gesprekken met hedendaagse filosofen

317 pagina’s
Uitgeverij SUN, 1998