dit is het dossier:

David Grossman

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Be My Knife ~ David Grossman

Twee redenen waren er om deze roman te willen lezen. Het interview met de Israelische auteur Grossman in éen van de Paris Review-bundels intrigeerde me. En het omslagontwerp van dit boek deed ook wat.

De op het kaft afgebeelde mevrouw is waarschijnlijk een Italiaanse. Dit portret werd gemaakt door de fotografe Wanda Wulz, in 1928. Het zou heel goed een zelfportret kunnen zijn, maar daar hebben ook de internetten me nog geen uitsluitsel over gebracht.

Had ik me beter in het werk van Grossman verdiept, dan was dit niet het eerste boek geworden dat ik uitgekozen had. Be My Knife is een nogal experimentele roman. De eerste 210 pagina’s bestaan bijvoorbeeld enkel uit brieven van de boekhandelaar Yair aan Miriam. Een vrouw die hij eerst helemaal niet kende, maar wier uiterlijk hem danig in de war bracht toen hij haar zag op een schoolreünie. Zij was daar met haar man. Yair is ook getrouwd, met kind, en toch neemt hij de stap om haar te schrijven.

Miriam antwoordt Yair meteen, maar haar stem komt pas later direct in het boek voor. Bovendien schrijft ze lang zo manisch veel niet als Yair. Pas in het boekgedeelte met haar woorden — uit haar dagboek — is te lezen wat ze denkt over Yair’s wens om, in de woorden van Kafka, elkaars mes te zijn.

What wouldn’t I give now, to read Milena’s lost letters to K.? To see, for instance, with what words she responded to his “love is that you are my knife with which I dig deeply into myself.”

I hope she immediately sent him a telegram in which she made it clear that a person must never, not ever, agree to be anyone else’s knife. You mustn’t even ask such a thing of anyone [230].

Grossman had éen goede redenen om deze roman te schrijven zoals die uiteindelijk vorm kreeg. De liefde tussen een man en een vrouw, en de belemmeringen die zij moeten overkomen, is al duizenden malen beschreven, en deze variant had op een traditioneler manier verteld geen bijzonder boek opgeleverd.

Tegelijk is de monomanie die Yair 210 pagina’s tentoonspreidt wat aan de vermoeiende kant. En de lezer moet ook helemaal mee in de obsessie van de man. Dan kan Grossman de brieven nog zo vol hebben gesprenkeld met aardige waarnemingen, de stem van zijn personage kende ik halverwege zijn boekgedeelte wel.

In het derde deel van dit boek komen Yair en Miriam om en om aan het woord. Het boek leidt dan toe naar een eerste ontmoeting tussen de twee. Of toch niet? Dat blijft onduidelijk tot op het laatst.

En als dit boek meer had gehad van wat het in de laatste honderd pagina’s bracht, dan was het een opmerkelijke roman geweest. Nu bleef ik achter met het idee: ja, zo kun je het inderdaad doen, maar waarom zou je; behalve dan om de voorspelbaarheid voor te zijn?

David Grossman, Be My Knife
309 pagina’s
Bloomsbury, 2002
vertaling uit het Hebreeuws, oorspronkelijk 1998

Paris Review Interviews, IV ~ Salman Rushdie (intr.)

De bundels met interviews uit het tijdschrift Paris Review zullen voor elke lezer verschillend zijn. Want, er staan altijd gesprekken in met auteurs van wie alleen de naam misschien wat zegt, maar het werk onbekend is. En andersom. Er kunnen ook heel goed schrijvers in staan van wie het oeuvre geliefd is; waarbij elk woord daarover een welkome aanvulling biedt. Maar bij iedereen zullen deze auteurs weer andere namen hebben.

Ik merk uit deze boeken altijd eerst de interviews te kiezen met de auteurs die ik het liefste lees. En misschien is dat onnozel. Dit zijn namelijk nooit de verrassendste gesprekken. Bekendheid maakt blind voor waarom iemand uitzonderlijk is.

Bovendien is zelfs niet uit te sluiten dat ik zo’n interview al ken. Paris Review heeft in het verleden ruimhartig vele gesprekken gratis online gezet. Dus vertelden E.B. White, noch P.G. Wodehouse me iets nieuws in deze bundel. Het interview met Ezra Pound bleek ik eveneens al digitaal te hebben, maar waarschijnlijk nooit gelezen.

En toch koop ik zo’n boek als dit blind. Omdat het als bezit een waar bezit is. Zelfs al valt de inhoud me tijdens het lezen lang niet altijd mee, dan nog blijft zo’n interviewbundel na afloop een rijk goed. Iets om vele malen te herlezen. Interviewer en gesprekspartner hebben namelijk hun best gedaan. Beter konden ze niet. De gesprekken zijn vrijwel nooit in een uurtje afgeraffeld, maar vonden meestal in verschillende sessies plaats, en werden later nog eens met geduld bijgeschaafd.

Nu goed, bij het interview met Jack Kerouac in deze bundel geloof ik dat dan niet. Dat is bij uitzondering een ongefilterde weergave van wat een bandopname opleverde aan gesprek met een niet geheel nuchtere auteur.

In deel IV van de Paris Review Interviews staan voornamelijk interviews met de auteurs van fictie, het gesprek met E.B. White kreeg als titel ‘The Art of the Essay’, Stephen Sondheim schrijft musicals, en er komen ook nog drie dichters in voor. Ik tekende van hun uitspraken onder meer aan:

scheiding

INTERVIEWER
[…] Can a man of a wrong party use language efficiently?

POUND
Yes. That’s the whole trouble! A gun is just as good, no matter who shoots it.

scheiding

WHITE
I admire anyone who has the guts to write anything at all.

scheiding

WHITE
A writer must reflect and interpret his society, his world. He must also provide inspiration and guidance and challenge. Much writing today strikes me as deprecating, destructive, and angry. There are good reasons for anger, and I have nothing against anger. But I think some writers have lost their sense of proportion, their sense of humor, and their sense of appreciation.

scheiding

INTERVIEWER
[…] What do you mean by Ashberyisms?

ASHBERY
Wel, there are certain stock words that I have found myself using a great deal. When I become aware of them, it is an alarm signal meaning I am falling back on something that has served in the past—it is a sign of not thinking at the present moment, not that there is anything intrinsically bad about certain words or phrases. The word climate occurs in my poetry a great deal, for instance.

scheiding

AUSTER
I can’t imagine anyone becoming a writer who wasn’t a veracious reader as an adolescent. A true reader understands that books are a world unto themselves–and that that world is richer and more interesting than any one we’ve travelled in before.

scheiding

AUSTER
The ‘entertainment-industrial complex,’ as the art critic Robert Hughes once put it. The media presents us with little else but celebrities, gossip, and scandal, and the way we depict ourselves on television and in the movies has become so distorted, so debased, that real life has been forgotten. What we’re given are violent shocks and dim-witted escapist fantasies, and the driving force behind it all is money. People are treated as morons.

scheiding

MURAKAMI
I think the world itself is a kind of comedy, this urban life. TVs with fifty channels, those stupid people in the government—it’s a comedy. So I try to be serious, but the harder I try, the more comical I get.

scheiding

PAMUK
[…] a novelist is essentially a person who covers distance through his patience, slowly, like an ant.

scheiding

GROSSMAN
[…] if the language we use is dull and flat, then our reality will become flat.

The Paris Review Interviews, IV
with an introduction by Salman Rushdie

478 pagina’s
Picador, 2009

* in volume iv zijn de gesprekken opgenomen met:
[gelinkte namen verwijzen naar auteurs die al eens geboeklogd zijn]

  • William Stryon [1954]
  • Marianne Moore [1960]
  • Ezra Pound [1962]
  • Jack Kerouac [1968]
  • E. B. White [1969]
  • P.G. Wodehouse [1975]
  • John Ashbury [1983]
  • Philip Roth [1984]
  • Maya Angelou [1990]
  • Stephen Sondheim [1997]
  • V.S. Naipaul [1998]
  • Paul Auster [2003]
  • Haruki Murakami [2004]
  • Orhan Pamuk [2005]
  • David Grossman [2007]
  • Marilynne Robinson [2008]