Stad, de kroeg en de man ~ Eva Hoeke

Schrijver Marcel van Roosmalen is met regelmaat ook een personage in het werk van een ander. In de columns van Eva Hoeke komt hij voor als ‘de man’.

Zij heet in zijn stukken dan weer ‘de vriendin’.

En zoals beiden dat dan doen, door de ander liefdevol een beetje te jennen met hun zwakheden, is dat zeker geen straf om te lezen. Al hoop ik wel dat het goed blijft gaan met dat stel. De uitgaven waarin de ene ex de andere nog eens grondig de maat neemt, zijn namelijk zo zelden hoogtepunten in de boekdrukkunst.

Eén van de rode draden in de bundel De stad, de kroeg en de man is dat ondertussen wel aan was tussen Eva Hoeke en Marcel van Roosmalen, maar dat het ze steeds niet lukte om een huis te vinden in Amsterdam, om te gaan samenwonen. Dus moesten ze met regelmaat op huizenjacht. En dan maakten beiden daarover columns die beschrijven wat voor vreselijke woningen ze daarbij aantroffen.

Ook leuk. Alleen vraag ik me daardoor wel af of er columnisten bestaan die zo’n persoonlijke ervaring zouden kunnen verweven met iets meer aan analyse — over de vraag bijvoorbeeld wáarom de Nederlandse politiek zo slecht in staat is om zijn bevolking fatsoenlijk te huisvesten.

De mensen die zulke analyses kunnen maken, schrijven doorgaans niet goed genoeg om een heel boek lang met plezier te lezen.

Moest ik een taxonomie maken van de columnisten in Nederland, dan nemen die allemaal een positie in ergens op onderstaande glijdende schaal:

hoofdpersoon ←→ actief deelnemer ←→ omstander ←→ commentator op afstand

Waarbij mijn voorkeur dan doorgaans uitgaat naar de schrijvers die zich het meest als omstander positioneren. Is een intelligent commentaar ook best aan mij besteed — al zijn columns daar snel te kort voor.

De columnisten die zichzelf nogal eens als hoofdpersoon nemen voor hun verhaal zijn vrijwel altijd vrouwen. Daarentegen zijn degenen die het allemaal nog eens menen goed te kunnen uitleggen haast altijd mannen.

Eva Hoeke is in De stad, de kroeg en de man het vaakst óf een actief deelnemer in het verhaal, óf een neutrale omstander die iets waarneemt.

En toen ze haar columns schreef voor Het Parool woonde ze nog, noodgedwongen, op de Haarlemmerdijk. In het centrum van Amsterdam. Nogal wat verhalen spelen zich af in de horeca in dat gebied, of anders wel in kleine winkels daar. Waarbij Eva Hoeke het weleens niet goed kan doen — in éen café voelden ze zich zo beledigd door haar beschrijvingen, dat er een waarschuwingsplakkaat met haar foto erop achter de ruit kwam te hangen.

Pas op je woorden. Zij verneukt je waar je bij staat.

Toch kwam het weer goed.

Opvallend aan deze bundel vond ik onder meer dat Eva Hoeke met haar columns een paar keer net dat zetje wist te geven om slepende zaken goed te krijgen. Ineens kwam de politie wel langs bij de winkelierster die lastig gevallen werd. Plots mocht een banketbakkerij wel een deur maken naar de tearoom daarnaast.

Publiciteit kunnen maken heeft soms zijn goede kanten.

Maar uiteindelijk telt simpelweg of ik een boek met een beetje plezier lezen kon. En ja hoor, dat was zo. Iemand die het met zo eentje als Marcel van Roosmalen uithouden kan, moest ook wel humor hebben.

Eva Hoeke, De stad, de kroeg en de man
Met spiegelcolumns van Marcel van Roosmalen

224 pagina’s
Meulenhoff, 2016