Mens als speelgoed ~ R.H. van den Hoofdakker

Ook de hoogleraar psychiatrie Van den Hoofdakker belandde ooit als patiënt in zijn eigen kliniek. Net als zijn collega Piet Kuiper. Ik vond dat toeval groot genoeg om er toch even verder onderzoek naar te doen. Mede omdat Kuiper er eigenlijk niet over schreef hoe hij onder bekenden behandeld was als patiënt.

Serieel lezen, zoals boeklog deze week toont, biedt ook altijd wat extra’s. Naast de inhoud van het ene boek staat er dan wat dat andere boek vertelt. Soms vult dit elkaar heel mooi aan. Even zo vaak ook maakt de ene tekst duidelijk wat mist in de andere.

Van den Hoofdakker [1934 — 2012] — die beter bekend zal zijn onder zijn dichtersnaam Rutger Kopland — raakte in de war na een auto-ongeluk. Hij reed tegen een boom, nadat hij onwel werd; waarschijnlijk door een hartaanval. Blijvende schade van dit ongeval was dat zijn geheugen sterk verminderde, en dat hij snel vermoeid raakte. Het verblijf op de gesloten afdeling van het UMCG was tijdelijk, zo blijkt uit een interview [pdf]. [via] Maar hij was thuis simpelweg even niet te handhaven.

Hem kwelden als patiënt vooral onverklaarbare angsten ’s nachts — en waarschijnlijk ook een lichte depressie, naast zijn verwarring. En wat dit betreft, is het jammer dat zo’n interview niet ingaat op wat maakte dat Van den Hoofdakker uiteindelijk verlichting vond.

Want, in zijn werkzame leven had hij hierover ideeën volop. Zij het dat hij als hoogleraar biologische psychiatrie, met als specialisatie depressie, in het publiek vooral zijn best lijkt te hebben gedaan om modieuze tendensen te ontkrachten. Al was juist hij dan weer sterk voor herintroductie van de elektroshock als behandelmethode voor patiënten die niet op therapie reageerden.

De mens als speelgoed is een verzamelbundel met werk dat dateert uit verschillende decennia — wat komt omdat er ook opstellen uit oudere bundels in staan opgenomen. ‘Het bolwerk van de beterweters’ was zelfs ooit de titel van een heel boek. Verder bevat deze bundel het een script van een documentaire.

In het meest recente stuk, ‘De mens als speelgoed’, richt hij zich vooral tegen de zegeningen die Prozac zouden brengen bij de behandeling van depressie. Daar werd volgens hem veel te kritiekloos over gedacht. Door patiënten zowel als doctoren. Menselijk gedrag gelijkstellen aan hoe moleculen in de hersenen zich gedragen, is een mens tot een speelgoedautootje maken waarvan de radertjes niet meer werken.

En de tijd heeft Van den Hoofdakker ondertussen gelijk gegeven. Prozac werd veel te snel voorgeschreven. Betwijfeld wordt inmiddels zelfs of het middel wel positief werkt bij depressie. Zeker is hoogstens dat geneesmiddelen van die aard stevige bijverschijnselen kunnen hebben, zoals diepe depressie — onder Prozac-slikkers kwam bovenmatig veel zelfmoord voor.

Maar ondertussen blijft het mechanische denken over zaken als gedrag, en daarmee ook afwijkend gedrag, onverminderd populair. Een hersensnijder als Dick Swaab scoorde onlangs nog een bestseller met de titel Wij zijn ons brein. En gelukkig zijn er ook nu weer tegenstemmen die kritisch opmerken dat het zo simpel allemaal niet is; zoals van een Bert Keizer.

Van den Hoofdakker weerde zich in de jaren zeventig al tegen de ergste uitwassen van de anti-psychiatrie, volgens De mens als speelgoed. En vrijwel steeds blijkt dat zijn weerleggingen erop neer komen dat de ander een te simpele blijde boodschap uitdraagt.

Onpopulairder standpunt kun je niet hebben. Als auteur al niet, laat staan als autoriteit.

Een succesvolle behandeling bestond voor Van den Hoofdakker én uit het geven van medicijnen, indien nodig, en het bieden van therapie. Alleen was hij er niet blind voor dat ook de omgeving voortdurend negatief op iemand kon inwerken, en ook dat effect zal hebben. En zonder dat dit zo uitgesproken werd, zit in zo’n constatering natuurlijk wel de machteloosheid van de ingehuurde geneesheer.

R.H. van den Hoofdakker, De mens als speelgoed
191 pagina’s
Bohn Stafleu Van Logchum, 1995