Einstein & the Art of Mindful Cycling ~ Ben Irvine

Iets te goed was te zien hoe de inhoud van dit boek bij elkaar gescharreld is. En ik werd daar wat lacherig van. Elke schrijver heeft weliswaar trucs. Daar is ook niets mis mee. Alleen moeten die trucs niet al op de eerste bladzijden duidelijk zijn.

Alles in Albert Einstein & the Art of Mindful Cycling scharniert om éen enkele opmerking van de grote man. Ooit heeft Einstein zich namelijk laten ontvallen dat hij de Relativiteitstheorie bedacht heeft op de fiets.

Vanuit daar redeneert Ben Irvine er naartoe dat fietsen voor iedereen een vergelijkbaar nut kan hebben. De Britse filosoof en publicist weet het zeker. Fietsen leidt tot mindfulness, zoals dat tegenwoordig heet met een goed Nederlands woord. En deze staat van lucide aandacht is een grote luxe in deze voor iedereen zo drukke tijden. Fietsen roept zulks dan op omdat de ritmische beweging ontspant en vrolijk maakt. En wie er voor open staat kan onderweg ook nog van alles zien.

Ga dus vooral fietsen. Zonder doel of haast.

Nu zijn er wel meer omstandigheden waarop mensen goede ideeën krijgen. Wat er onbewust allemaal broeit, kan zich op de vreemdste momenten presenteren. Sommigen krijgen hun beste ideeën onder de douche. Anderen tijdens de afwas.

Ook niet vreemd is dat mensen ideeën krijgen tijdens het kakken [1]. Ik heb daar zelfs wel eens een wetenschappelijke verklaring over gelezen — het persen doet iets met de bloeddruk in het hoofd, en zo.

En had Ben Irvine nu een boek opgehangen aan iemand die een wetenschappelijke doorbraak bedacht op het toilet, dan had dat waarschijnlijk een interessantere tekst opgeleverd. Voor mij.

Ik was wel nieuwsgierig geweest naar een combinatie van een hagiografie over een grote denker, een geschiedenis van het kakken, en de uitleg waarom lekker schijten goed is voor een mens.

Daar had tenminste enige originaliteit uit gesproken.

De biografie van Einstein was me evenwel niet vreemd; en daardoor viel me op dat Irvine een wel erg schoon geboende versie biedt van dat verhaal. Bovendien was er te veel van, en is zijn leven er wel erg met de haren bijgesleept; enkel vanwege die ene terloopse opmerking.

Over de geschiedenis van de fiets, die eveneens een groot deel van het boek inneemt, was me ook al éen en ander bekend.

En waar ik nog lang van deze uitgave verwachtte een optimistisch zelfhulpverhaal naar Amerikaanse snit te krijgen, kwam dat niet. Wellicht omdat Ben Irvine zelf niet heel aanwezig is in het boek. Al komt de lezer wel te weten dat hij zich weer tot de fiets bekeerde na een dronken nacht met gevolgen in 2009.

Kortom, dit is weliswaar een fijn vormgegeven boek, en Irvine heeft leuk een aantal voor mij nog onbekende citaten over het fietsen gevonden, maar verder viel deze uitgave nogal tegen.

Een beetje schrijver moet ook zo uit kunnen leggen wat iemand er aan heeft om te gaan fietsen. Of wandelen. Of tekenen. Of beeldhouwen. Of noem de bezigheid maar op waarbij niet alleen het hoofd of de babbel gebruikt wordt om iets tot stand te brengen. Daar is het leven van Einstein niet bij nodig. De analogie opzoeken met wat fietsen voor Albert Einstein zou hebben gedaan, is zelfs rijkelijk pretentieus, en daarmee lachwekkend.

En goed, dan leerde ik nog wel dat er een frase bestaat die beschrijft hoe het komt dat je met een grote grijns door de regen kunt fietsen. Een ‘downpour epiphany’ heet dat volgens Irvine. Die het verschijnsel relateert aan de opluchting die er is, als een fietser beseft dat er aan het weer toch niets veranderd kan worden.

Dus zoek de relativering op. Dat is de voornaamste boodschap van dit boek. Een oneliner die ook op een ansichtkaart had gepast.

Ben Irvine, Einstein & the Art of Mindful Cycling
Achieving Balance in the Modern World

144 pagina’s
Leaping Hare Press, 2012
  1. Daar boeklog Vlaams publiek trekt, kan ik het werkwoord poepen hier niet gebruiken []