Goedfrou foar it libben ~ T. de Jager - van der Zee

Het was een goed idee om nog eens een boek te wijden aan het leven van de Dokkumer vroedvrouw Catharine G. Schrader [1656 – 1746]. Een vraag is voor mij wel of de romanvorm daartoe de beste mogelijkheden bood.

Catharine G. Schrader’s naam leeft nog altijd voort, in een naar haar genoemde stichting. Die heeft als het doel om kennis over de verloskunde te bevorderen. Deze faam dankt zij aan haar praktijkdagboek, dat bewaard werd gebleven, en een heel rijke bron van kennis is over geboorten en kraamzorg in de achttiende eeuw. Misschien wel de enige bron.[1]

Tineke de Jager – van der Zee gebruikt het bestaan van deze aantekeningen ook als kader voor haar boek. Ze laat de dan al op leeftijd zijnde Catharine Schrader telkens in het praktijkboek bladeren, en haar zo herinneringen ophalen aan kenmerkende gebeurtenissen van toen.

Bovendien staan er enkele korte citaten uit de historische tekst in de roman. Zoals het indrukwekkende slot, waarin de vrouw terug kijkt op haar leven:

Hebe dit in mijn 85 jaar mijnes ouwderdoms, 1740 den 18 september. En sall het nu mijn lesste licht wessen. En hebbe de tit mijnes sundigen levens een sware tit gehat. En omtrent over de virdusent kinders ter werrelt geholpen, dar onder 64 twelinge en 3 drylinge.

Schrader’s praktijkboek bevat vooral beknopte mededelingen over de bevallingen. Die aantekeningen zijn lang niet beeldend genoeg om daar zo maar uit een roman uit te destilleren. En dat geeft een schrijver dan weer de ruimte om zelf accenten en kleuring aan te brengen.

Of toch niet?

De schrijfster van de roman Goedfrou foar it libben koos er voor om enkele tekende bevallingen uit de loopbaan van de vrouw uitgebreider te beschrijven. Zo was er een eerste keer dat Catharine Schrader zonder haar man de chirurgijn een bevalling deed. Er was eens een kind dat met de helm op geboren werd. Het ging ook weleens mis. En omdat de vroedvrouw uit gegoede kringen stamde, is er ook dat accent nog. Dit levert een episode op over een verblijf van drie weken bij de regentenfamilie Van Aylva.

Dus lijkt dit boek in principe afwisselend en kleurrijk genoeg om van begin tot eind te kunnen boeien. Alleen was dit voor mij niet zo. En dit kwam door de manier waarop Tineke de Jager – van der Zee al deze voorvallen verwerkt heeft.

Zelf heeft ze het over een roman in verhalen. Ik denk dat het woord tafereeltjes meer op zijn plaats is dan verhaal. Tableaux vivants, waarvan Catharine Schrader steeds in het middelpunt van de actie staat.

De schrijfster lijkt haar manier van vertellen namelijk meer ontleent te hebben aan de televisie, of de film, dan aan de romanliteratuur. Tekenende beschrijvingen ontbreken vrijwel steeds. Of het moet zijn hoe ze emoties weergeeft. Als ik niet al had geweten hoe kinderen ter wereld komen, had dit boek me dat ook niet geleerd; zelfs al vindt er de ene bevalling na de andere in plaats.

Bovendien speelt vrijwel alles zich in ‘real time’ af, waarbij de seconden zeker tijdens de dialogen soms eindeloos langzaam door tikken. Terwijl het mooie van de romankunst nu net is, anders dan bij toneel of televisie, dat de schrijver zo makkelijk handelingen kan samenvatten in éen zin of twee. En zo dus vermijdt om uit te spellen wat vaak niet eens uitleg behoeft.

Tegelijk is heel goed te begrijpen waarom Tineke de Jager – van der Zee deze roman geschreven heeft zoals die geschreven is. Dat het originele praktijkboek van Catharine Schrader zo’n belangrijke historische bron is, betekent ook dat wij heel weinig weten over die tijd. Dus moet een schrijver, niet anders als een historicus, wel overal kennis weghalen, om een wereld rond 1700 te scheppen die geloofwaardig overkomt.

Maar hoe werd de navelstrengen afgebonden toen? Hoe veel luiers had een huishouden toen? Waren er wel luiers?

Dat zijn zo maar wat vragen die ik heb, uit een heleboel meer. En de antwoorden daarop zijn misschien helemaal niet nodig om een mooi verhaal te kunnen schrijven. Alleen is zulke kennis dat wel. Omdat een boek er zo veel rijker door wordt als de auteur zo nu en dan een verrassend historisch detail even kan laten flonkeren.

Al dit maakt de historische roman ook een heel moeilijk genre, en misschien wel een onmogelijk genre om mee te debuteren. Omdat er naast de problemen die het schrijven op zich al oplevert de moeilijkheid speelt dat er zo veel andere vakkennis bij nodig is. En daarbij heeft Tineke de Jager – van der Zee zich nog eens extra in het keurslijf gesnoerd door een verhaal te willen schrijven over het leven van iemand die echt heeft bestaan. Terwijl zo’n leven toch zo zelden een verhaalboog oplevert waaraan een boek is op te hangen.

Ik sluit daarom niet uit dat een roman de meest onmogelijk manier was om nog eens om aandacht aan Catharine Schrader te geven. Van Goedfrou foar it libben is mooi dat toch een poging gewaagd is, en dat de mogelijkheden gezien zijn dat er eem boek in dat leven zat; wat toch ook een talent is. Jammer alleen dat het ook zien liet hoeveel moeilijkheden de schrijfster daarbij te overwinnen had, en hoe vaak ze voor de moeilijkheden weggelopen is.

T. de Jager – van der Zee, Goedfrou foar it libben
Ferhaleroman oer it libben fan Catharine Schrader

198 pagina’s
Kristlik Fryske Folksbibleteek, nû. 447, 2008
ISBN/EAN: 978-90-74918-65-7
priis: € 14,00
  1. Het boek is opgenomen in de Basisbibliotheek met 1000 sleutelteksten uit de geschiedenis van de Lage Landen []