Clive James
Crystal Bucket

Werd Glued to the Box de laatste bundel TV-recensies van Clive James, The Crystal Bucket was de tweede uit een serie van drie. De schrijver heeft in dit boek helemaal zijn toon en vorm gevonden. En dus lees ik geboeid besprekingen van TV-programma’s die bijna dertig jaar terug ooit in Groot-Brittannië te zien waren.

Wel valt bij het achter elkaar lezen van de bundels op dat Clive James, zoals elke columnist, stokpaardjes heeft en ieder jaar weer dezelfde programma’s beschrijft. Geen goed woord heeft hij over voor het Eurovisie songfestival, toch komt het altijd weer aan bod.

Andere terugkerende evenmenten zijn de verkiezing van Miss World, en dan vooral de ronde in nationaal kostuum, de regen op Wimbledon, en programma’s met wintersport. Waarbij James hilarisch weergeeft hoe zeer de commentatoren iedere Britse skiër ophemelen, terwijl iedere positieve opmerking tijdens een rechtstreeks verslag onmiddellijk tot een val of uitschakeling leidt.

Goed, ergens in deze boeken weet James onvergetelijk Arnold Schwarzenegger te beschrijven als ‘een bruin condoom gevuld met walnoten’. Ergens beschrijft hoe zijn fascinatie voor de soapserie Dallas er ook uit bestond om te zien wie van de vrouwelijke hoofdrolspelers die week de beha mocht dragen. Misschien moet ik die opmerking dat hij nooit op de platte moppentoer gaat wat verzachten.

Maar ze zijn zo rijk aan observatiekunst, deze boeken.

Clive James, The Crystal Bucket
Television criticism from the Observer 1976-79

238 pagina’s
Jonathan Cape, 1981


Clive James
Cultural Amnesia

Boek van de zomer van 2008 is voor mij Cultural Amnesia. Alleen al omdat het een heel EK voetbal, gevolgd door Wimbledon, en de Tour de France meeging. Dit was de ideale lectuur om even op te pakken, als de sport op TV te saai was, en na een bladzijde of wat weer weg te leggen. Haast elke pagina reikte genoeg aan om even iets langer over na te denken. Ook, omdat ik het lang niet altijd met de auteur eens was.

Clive James doet verschillende dingen in dit boek. Op het eerste gezicht biedt het tientallen biografieën van schrijvers, kunstenaars, en een enkele wetenschapper of politicus — trouwens ook van Adolf Hitler nog, en niet om diens schilderijen en autobiografie. Deze mensen worden steeds geïntroduceerd met een biografische schets, waarop dan een essay volgt. Maar vaak gebruikt James het werk van zo iemand dan slechts als aanleiding voor een eigen gedachtegang.

Tezamen leveren die ideeën een boek op over cultuur, met daarin een nadruk op de twintigste eeuw. Waarbij in tweede instantie opvalt dat James vrijwel geen oog heeft voor Angelsaksische beroemdheden. Dit boek lijkt me daarmee een duidelijke klacht te verwoorden tegen het provincialisme van al die Britse en Amerikaanse beschouwers, die maar in éen taal kunnen lezen.

Dus is dit ook een boek over wereldbeeld, en wat maakt dat wij nieuwe ideeën toelaten of domweg niet eens kunnen zien.

Bij James gaat het uiteindelijk vooral om de vraag steeds wat nu goed schrijven is. Maar omdat goed schrijven niet uit vorm alleen bestaat, bieden de essays telkens weer aanwijzingen aan de lezer om beter te leren denken.

Cultural Amnesia is zonder meer een magnum opus; een levenswerk waarover de auteur naar eigen zeggen veertig jaar heeft nagedacht. Waarin hij signaleert wat teloor dreigt te gaan, waarin hij opmerkt wat de Angelsaksische cultuur ontgaan is.

J.M. Coetzee noemde het boek in een bespreking een bijspijkercursus beschaving. In dien verstande dat ‘civilization’ ook een schoolvak is, bijvoorbeeld in de VS. Zo ver als Coetzee wil ik niet gaan, daarvoor schrijnt James’ gebrek aan belangstelling voor de exacte wetenschappen mij te zeer. Maar het is ontegenzeggelijk waar dat ik het een voorrecht vond het te mogen lezen. En om het nu op de plank te hebben staan, altijd klaar voor een vluchtige blik naar hoe het ook alweer zat met die-of-die. Altijd klaar om een aanleiding te zijn om verder te lezen.

Clive James, Cultural Amnesia
Notes in the Margin of My Time

876 pagina’s
Picador 2008, gecorrigeerde editie
oorspronkelijk 2007

origineel van de voorplaat:


Clive James
Falling Towards England

Dit is een vervelend boek. En dat schrijnt des te meer omdat het volgt op het tamelijk briljant geschreven eerste deel van Clive James’ onbetrouwbare memoires.

Nu had ik dit kunnen weten; ik heb het boek eerder gelezen, maar er werkelijk niets over onthouden. Laat me daarom hier maar eens aantekenen dat als iets geen enkele indruk weet achter te laten, dit meestal een heel goede reden heeft. Zo’n boek moet gewantrouwd worden.

Falling Towards England gaat over de eerste jaren van James in Groot-Brittannië. Van toen hij daar begin jaren zestig van de boot uit Australië stapte – in zomerkleren, tijdens de winter, zonder geld – en er wanhopig probeerde iets van een bestaan op te bouwen.

Dit lukte niet.

Maar goed, Clive James leerde ik in eerste instantie kennen als TV-persoonlijkheid. Het is later wel goed gekomen, met hem. Dat hij ooit een paar jaar nooit ergens een vaste plaats wist te veroveren, was misschien zielig voor hem. Maar het is niet onoverkomelijk gebleken, wat de lezer al weet. Dat is nu eenmaal een nadeel van autobiografieën.

Dus leek hij me wat te veel in zieligheid te zwelgen.

Hoewel James geen slechte zin lijkt te kunnen schrijven, en ook in dit boek weer enkele aardige grappen debiteert, groeide er bij mij grote weerstand tegen het vertelde verhaal. Het leek of de hoofdpersoon niets wilde leren. Daarom zat er te weinig ontwikkeling in het boek, en vond ik het saai.

Clive James, Falling Towards England
Unreliable Memoirs II

192 pagina’s
Picador © 1986, oorspronkelijk 1985


Clive James
Glued to the Box

Glued to the Box is het bewijs dat een goed auteur over alles kan schrijven, zonder dat dit uitmaakt. In het boek zijn televisierecensies verzameld die Clive James wekelijks voor de Britse krant the Observer schreef in jaren 1979 -1982. Hij bespreekt vrijwel steeds programma’s die ik nooit bekeken heb en nimmer zal zien, maar toch vreet ik ieder woord.

James begrijpt bijvoorbeeld hoe drama werkt, en wat goed toneelspel is. Dat maakt dat zelfs recensies over de meest vluchtige soap nog iets leerzaams op kunnen leveren. Zo merkte ik bij het herlezen hoe veel ik van hem opgestoken had over de verschillen tussen Brideshead Revisited als boek, en als TV-serie. Kennis die ik laatst nog eens achteloos tijdens een borrel liet vallen, en nu toch maar tweedehands bleek.

Maar bovenal is Clive James humoristisch, zonder daarbij ooit op de platte grappentoer te gaan. Hem lezen, is meteen ook inzien hoe stijf mijn eigen zinnen blijven; tot hoe veel meer beweging taal in staat is, als een vakman zich ervan bedient.

Zijn gebundelde recensies maken bovendien dat sommige TV-programma’s zo onvergetelijk beschreven zijn, dat een jaar uitverkoren zijn bij Zomergasten nog niet genoeg is om alles te kunnen zien waar hij nieuwsgierig naar maakt.

Clive James, Glued tot the Box
Television criticism from the Observer 1979-82

280 pages
Jonathan Cape, 1983


Anthony Thwaite [ed.]
Larkin at Sixty

Toen dit vriendenboek uitkwam, bij de zestigste verjaardag van de dichter Philip Larkin, had hij nog maar kort te leven. Alleen wist geen van de deelnemende auteurs dit, en Larkin waarschijnlijk evenmin. Deze wetenschap maakt dit tot een soms wat pijnlijk boek. Er spreekt nog zo’n enorme verwachting uit over Larkin. Het beste moest allemaal nog komen. Terwijl in werkelijkheid het oeuvre toen al afgerond was.

Ik had dit vriendenboek eerder gelezen, maar dit was toen om een duidelijke reden. In 1992 kwamen de verzamelde brieven van Larkin uit. En heel wat uit die dikke brievenbundel is gericht aan mensen die in Larkin at Sixty iets vertellen over hoe het met de verhouding tussen hen zat. Dat was nuttige achtergrondinformatie bij al die correspondentie.

Maar zo los herlezen had dit boek me aanzienlijk minder te vertellen. Niet dat er ook maar iets op de opgenomen stukken is aan te merken. Maar toch.

Ik bewonder een groot aantal gedichten van Larkin, en het is prettig om ook anderen diezelfde eerbied te zien verwoorden. Maar de eerste keer lezen had me vrijwel alle feiten bijgebracht over Larkin’s leven die me interesseerden, en die was ik duidelijk nog niet vergeten. Terwijl ik evenmin in de tussentijd zelf enorm verrijkt was in mijn ideeën over de Engelse poëzie. Dus bracht het herlezen niet wat het zo prettig kan maken; het bewijs te vinden sinds de eerste lezing zichtbaar gegroeid te zijn.

I’d eaten it.

Larkin at Sixty
Edited by Anthony Thwaite
148 pagina’s
Faber and Faber, 1982

* opgenomen essays en gedichten:

  • Noel Hughes, The Young Mr Larkin
  • Kingsley Amis, Oxford and After
  • Robert Conquest, A Proper Sport
  • Charles Monteith, Publishing Larkin
  • B. C. Bloomfield, Larkin the Librarian
  • Douglas Dunn, Memoirs of the Brynmor Jones Library
  • Harry Chambers, Meeting Philip Larkin
  • Andrew Motion, On the Plain of Holderness
  • Alan Bennett, Instead of a Present
  • Donald Mitchell, Larkin’s Music
  • John Gross, The Anthologist (on The Oxford Book of Twentieth Century English Verse)
  • George Hartley, Nothing To Be Said
  • Clive James, On His Wit
  • Alan Brownjohn, Novels into Poems
  • Christopher Ricks, Like Something Almost Being Said
  • Seamus Heaney, The Main of Light
  • Peter Porter, Going to Parties (a poem)
  • John Betjeman, Archibald (a poem)
  • Gavin Ewart, An Old Larkinian (a poem)

Clive James
Meaning of Recognition

Clive James is een zeldzaam wonder van een schrijver. Humoristisch is hij, en toch erudiet. Diep kritisch als dat moet, terwijl hij daarbij toch altijd een lichte toon weet te houden. Bij hem lijkt het bijna niet uit te maken waarover hij schrijft; de lezer weet vakwerk geleverd te krijgen.

Geen wonder dat ik TV-recensies van hem lezen kan, die hij in de jaren zeventig schreef; over programma’s die ik niet gezien heb, en ook nooit te zien zal krijgen.

Hem lezen, houdt tegelijkertijd in een les te krijgen in wat goed schrijven is. En toch zal imiteren nooit lukken. Daarvoor heeft alles wat hij doet een te onvervreemdbaar eigen toon.

Maar toch las ik niet alles in deze bundel essays met evenveel plezier. Dat had twee redenen. De eerste zal aan mij liggen, maar ik vond een aantal stukken veel te lang. Daarin ontbrak dan een logische opbouw.

Ook wijdt James mij iets te veel stukken aan literaire ontwikkelingen in zijn geboorteland Australië. Dat ik daar niets vanaf weet, had niet uit horen te maken. Immers, wat mooier om in een onderwerp ingeleid te worden dan door iemand die bezield kan vertellen waarover hij verstand heeft.

Toch ontbrak er steeds iets.

Deze bezwaren maken dat ik iets minder enthousiast ben over deze verzameling essays, dan James’ vorige, Even As We Speak. Er staan prachtige stukken in dit boek; zijn besprekingen van TV-series als ‘West Wing’ en ‘The Sopranos’ zijn meesterlijk. Omdat die me helpen bij het kijken. Maar mijn vrolijkheid over dat soort stukken redde mijn eindoordeel niet.

Clive James, The Meaning of Recognition
New Essays 2001 – 2005

367 pagina’s
Picador © 2006, oorspronkelijk 2005


Clive James
North Face of Soho

Het vierde deel in de reeks memoires van Clive James is dit. En mijn verwachtingen over het boek waren enerzijds hoog, omdat James het schreef, terwijl ik tegelijk ook een enorm voorbehoud maakte. Want, waar de eerste ‘onbetrouwbare herinneringen’ een meesterlijk boek opleverden, volgden het tweede en derde deel daar veel te snel op. Dus vielen die ronduit tegen.

Zo goed als het boek over zijn jeugdjaren in Australië was dit deel niet. Daarvoor mist er iets. Dat eerste boek bezit een prachtig mengsel van humor en tragiek. In dit vierde boek ontbreekt die tragische kant, want het ging eigenlijk wel goed steeds met James. Hij ontwikkelt zich eindelijk, van de mislukte student en dichter die hij in de delen ervoor was, tot onder meer de auteur van een onverwachte bestseller.

Die Unreliable Memoirs.

Toch vond ik dit in meerdere opzichten een prettig boek. James benoemt mensen nu bijvoorbeeld gewoon bij naam, en niet met een pseudoniem; wat me in deel 2 en 3 nogal irriteerde. Het is bespottelijk om in memoires net te doen of Germaine Greer niet Germaine Greer zou zijn.

Maar bovenal stond het onderwerp me wel aan. North Face of Soho gaat er grotendeels over hoe iemand zijn vak heeft geleerd. Zonder dat hij daarbij luchtig passeert aan de vergissingen, of de tegenslag.

Nu maakte James’ carrière op verschillende fronten. Na tijden van rottig freelance-werk kreeg hij die TV-rubriek in The Observer waarover op boeklog meermaals prijzend geschreven is. Tegelijk verscheen hij ook zelf steeds vaker in beeld.

Zo dit boek samengevat moet worden in éen zin, dan in een opmerking die James een paar keer aanhaalde van Noel Coward. Het geheim van succes is het vermogen om mislukkingen te doorstaan.

En later om teleurstellingen kunnen lachen, helpt vast behoorlijk mee.

Clive James, North Face of Soho
Unreliable Memoirs IV

264 pagina’s
Picador 2007, oorspronkelijk 2006

Clive James
Unreliable Memoirs

Herlezen doet iets met een boek. Terwijl ik me Unreliable Memoirs herinner als een van de grappigste boeken die ik ooit las, was dat nu anders.

Tuurlijk, humoristisch is het boek nog steeds. Maar waarom was me vorige keer de melancholische ondertoon toch ontgaan? Waarom zag ik toen niet dat een man van veertig die op zijn leven terugkijkt heel melancholisch kan worden over wat hij allemaal fout heeft gedaan?

Unreliable Memoirs beschrijft de Australische jeugd van de schrijver en de latere televisiemaker Clive James. Van zijn wat kommervolle kindertijd als zoon van een oorlogsweduwe, tot het moment dat hij als jongvolwassene van de boot stapt in Engeland, nog gekleed voor de Australische zomer.

Nu heeft iedereen een jeugd gehad, en zijn beschrijvingen daarvan weinig uniek. Maar wat dit boek groot maakt, is dat James onbarmhartig over zijn domheid vertelt.

Dat maakt het bij tijden ook bijna te erg.

Nee, ik moet mijn mening bijstellen. Dit is niet alleen een leuk boek, het is ook een goed boek. Als er meer liefde in had gezeten was het zelfs een groots boek geweest.

Clive James, Unreliable Memoirs
175 pagina’s
Picador © 1980, 1981


Clive James
Visions Before Midnight

Clive James verdiende een herkansing. James plaatst op het moment interessante stukken online. Bij Slate verschijnen regelmatig voorpublicaties uit het boek Cultural Amnesia, met portretten. En verder heeft hij een wekelijkse radiocolumn over cultuur bij de BBC.

Maar het laatste boek dat ik van hem las, viel tegen. Vanwege de enorme voorspelbaarheid.

Verder telde mee dat James op het moment niet meer dat krankzinnige plezier toont in het zoeken naar fraaie formuleringen dat hij vroeger wel had. Dus herlas ik deze bundel, met kritieken over TV-programma’s die ruim dertig jaar geleden werden uitgezonden. Omdat het er niet toe doet waarover een begenadigd schrijver zich uit.

James heeft nu éen keer het talent om details in TV-uitzendingen te zien die eenmaal door hem geïsoleerd totaal onzinnig lijken, maar nog altijd een onvervreemdbaar onderdeel zijn van het programmamaken. Ook hier. Zoals de pretentie in de aankondigingen dat alles wel even uitgelegd zal worden in de komende minuten.

Toch denk ik dat Glued to the Box uiteindelijk zijn rijkste bundel TV-columns is.

Clive James, Visions Before Midnight
Television criticism from
the Observer 1972-76

176 pagina’s
Jonathan Cape, 1977