dit is het dossier:

Tjitske Jansen

© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

 

Het Moest Maar Eens Gaan Sneeuwen ~ Tjitske Jansen

De laatste jaren komen er steeds meer audioboeken op de markt; een ontwikkeling die eigenlijk grotendeels aan mij voorbij gaat. Tot het bij Hesse’s Steppenwolf wel ineens soelaas bood naar de tekst te kunnen luisteren. Waar ik het boek allang niet meer lezen kon, sleepte de voorlezer mij wel door het taaie begin. Alleen koste het wel veel tijd op die manier.

Ook dichters voegen hoe langer hoe vaker cd’s aan hun bundels toe, waarop zij zelf hun werk voordragen. Daar doe ik al evenmin iets mee. Anderzijds ben ik blij dat zulk materiaal bestaat. Paul Celan zijn ‘Todesfuge’ horen voordragen, is iets unieks. ‘Lamento’ van Campert krijgt ook iets extra’s als hij het voorleest.

Maar voegt een cd iets toe aan een bundel met mij nog totaal onbekend werk?

Ik ben daar niet uit. Zeker is wel dat ik de cd bij deze bundel van Tjitske Jansen nooit spontaan op zal zetten. Maar een gedicht onverwacht langs horen komen, bijvoorbeeld door het aan mijn MP3-verzameling toe te voegen, en mijn speler random nummers te laten kiezen? Onverwacht met een gedicht geconfronteerd worden, werkt vaak heel goed.

Er staan vrij veel gedichten in deze bundel die op papier nogal wat fletser zijn dan voorgedragen. Dat is ook al zoiets.

Tjitske Jansen, Het moest maar eens gaan sneeuwen
gedichten

47 pagina’s
Uitgeverij Podium, 2003


Voor altijd voor het laatst ~ Tjitske Jansen

Galeano was de grootmeester van deze vorm. Hij maakte mozaïeken van zijn boeken, die uit losse en glimmende scherven bestonden, gemaakt van de meest uiteenlopende elementen — tientallen, zo niet honderden, tekstjes die allemaal ook op zich konden staan, en tezamen dan toch iets leken te tonen dat een compleet beeld was.

Geen woord te veel staat er zijn boeken. En daardoor kan een Galeano-liefhebber er al gauw over struikelen dat vergeleken met hem de meeste schrijvers oeverloze ouwehoeren lijken.

Opvallend, gezien het krachtige effect van deze werkwijze, vind ik dat zo weinig auteurs hem hebben overgenomen. Zelfs al is dit dan inmiddels het derde geboeklogde boek dat in vorm en aanpak nogal lijkt op hoe Eduardo Galeano het deed; al is de scope van die andere auteurs nogal wat kleiner, en persoonlijker. Zijn dat nog Nederlandse uitgaven ook, van Nederlandse schrijvers.

Valt verder op aan zowel Voor altijd voor het laatst van Tjitske Jansen, als Picknick op de wenteltrap van Esther Jansma, of Ik ben er voor niemand van Ingmar Heytze dat dit nu net alle drie titels van auteurs die eveneens dichtbundels hebben uitgebracht. Zulke schrijvers zijn het misschien ook wel gewend net iets zorgvuldiger met taal om te gaan. Om al hun woorden te wegen. En misschien om in cycli te denken van op zich losstaande teksten.

In Voor altijd voor het laatst biedt Tjitske Jansen een autobiografie tot nu toe, al kreeg het boek de code NUR 301 mee; wat het boek daarmee tot een roman zou maken.

De scherven die het grote mozaïek maken, zijn in elk geval losse scènes uit het leven van iemand die Tjitske Jansen heet. En het zal de goede lezer opvallen dat die fragmenten lang niet altijd direct de lijm aanreiken om alles aan elkaar te kunnen plakken. Nooit wordt er bijvoorbeeld rechtstreeks uitgelegd waarom de Tjitske uit het boek in een pleeggezin kwam te wonen.

Hoe ze veel later, recent zelfs, na haar debuut als dichter, ineens in Schotland terechtkwam, om daar tweeënhalf jaar in een Boeddhistisch centrum te wonen, wordt juist wel uitgespeld. Alleen staat er niet weer niet bij waar ze dan precies naar zocht daar, in dat bijna-isolement.

En het is ook niet nodig om alles verteld te krijgen. De redenen die iemand geeft voor een besluit hoeven bovendien de ware oorzaken ook niet te zijn — voor zo ver iemand ooit de eigen motieven zo goed begrijpen kan dat de opgegeven reden klopt.

De lezer vult zelf al een hoop in. Wat een boek ook een kwaliteit geeft. Ik wil als lezer graag wat te doen hebben.

Wat Tjitske Jansen in haar boek beter lukte dan Esther Jansma of Ingmar Heytze in de hunne is het toevoegen van humor, die dan toch veel verbergt. Zoals Eduardo Galeano luchtige verhalen ging schrijven over uiteindelijk nogal beroerde omstandigheden, zo lukte het Tjitske Jansen ook om deze uitgave licht te houden; ondanks de onderliggende vermoedens van triestheid.

En goed, wellicht speur ik hierbij naar iets dat er niet is. Maar zo’n passage als waar het boek mee opent, is op verschillende manieren te lezen. Waarbij ik dan meteen denk: de hoofdpersoon leeft allereerst in haar hoofd; daar zullen misschien wel goede redenen voor bestaan.

scheiding

Een zondagmiddag. Mijn nieuwe geliefde en ik stonden nadat we een paar uur in de stad hadden doorgebracht weer voor de deur van zijn huis. Ik belde aan. ‘Drukte je nou op de bel?’ vroeg hij en duwde de deur open. Ja, ik had op de bel gedrukt. Terwijl hij naast me had gestaan, de sleutel uit zijn jaszak had gehaald en in het slot had gestoken, waren mijn gedachten er niet bij geweest en had ik gedaan wat ik al weken deed op het moment dat ik voor zijn deur stond: aanbellen. […]

Tjitske Jansen, Voor altijd voor het laatst
116 pagina’s
Em. Querido’s uitgeverij, 2015