Paginainhoud: [click om te navigeren]

© Boeklog 2005-2009. Alle rechten voorbehouden

 

Steve Jones
Almost Like a Whale

Weinig boeken uit de literaire canon hebben me zo veel plezier gegeven als het lezen van klassiekers uit de wetenschap me bracht. Er is een groot verschil tussen kunst en kennis. Klassieke verhalen kunnen op elk moment in de geschiedenis geschreven zijn, maar veroorzaakten nooit die ommekeer die geleerden de laatste eeuwen wel in gang hebben gebracht. Het kan mij roeren de geboorte van een inzicht te zien.

Tegelijkertijd is het bijna onmogelijk om grote boeken uit de wetenschapsgeschiedenis onbevangen te lezen. De wereld is tegenwoordig anders dan voor de publicatie van zo’n werk, waardoor een ingevoerde lezer van nu vaak meer weet dan de schrijver deed.

Zo viel me indertijd bij het lezen van Origin of Species op dat Darwin wel zijn ideeën had, maar nog niet goed wist hoe het nu met erfelijkheid zat. Toch is juist een kwaliteit van dit boek dat de schrijver zo ruimhartig aangeeft waar hij vermoedt en niet zeker weet. Dat maakt de overtuigingskracht van zijn betoog alleen maar sterker.

Darwin’s klassieke Origin of Species is in het boek Almost Like a Whale bewerkt en aangevuld met de kennis van nu. Dus wordt nu wel uitgelegd welke rol genetica bij alles speelt. In dit boek is toch de oorspronkelijke hoofdstukindeling bewaard. Aan het eind van elk hoofdstuk volgt zelfs Darwin’s eigen samenvatting van toen, die dan vaak bevestigt hoe sterk dat origineel wel was.

Steve Jones, de schrijver van deze bewerking, heb ik hier al eerder uitgebreid de lof toegezwaaid. Maar dit boek is de minste van de drie die ik tot nu toe van hem las. Al blijft dat relatief. Het is nog aanmerkelijk veel beter dan wat me normaal onder ogen komt.

Mijn aarzelingen om dit boek onvoorwaardelijk te prijzen, komen waarschijnlijk toch door dat dwingende raamwerk van Darwin’s basisopzet. Pas in het titelessay, als Jones voor het eerst het oerboek loslaat, wordt even echt duidelijk hoe elegant hij zelf formuleert en denken kan. Dan swingt de tekst echt. Wat dit betreft is het prettig dat hij in het vergelijkbare boek Y veel meer zijn eigen stempel op de inhoud heeft gezet.

Toch bevat bijna elke pagina van Jones observaties die ik nog nergens zo zag. Ook in dit boek weer. Zoals een terloops zinnetje dat maar tien procent van het aantal cellen in ons lichaam ook werkelijk menselijk zijn. Het grootste deel van de rest bestaat uit bacteriecellen.

Lezen over wat leven is, blijft een reis met de meest verbazingwekkende ontdekkingen die er te maken zijn.

Steve Jones, Almost Like a Whale
The Origin of Species Updated

499 pagina’s
Black Swan © 2001, oorspronkelijk 1999


Steve Jones
Coral

Het is het Darwin-jaar in 2009. Charles Darwin werd geboren op 12 februari 1809. En hoewel ik dacht het meeste wel te weten over het ideeëngoed van deze geleerde, verraste Steve Jones me toch, in dit boek. Het eerste wat Charles Darwin publiceerde, na zijn wereldreis met The Beagle, was namelijk een verhandeling over koraalriffen. Bovendien opperde hij daarin theorieën over het ontstaan van die riffen, die lang omstreden waren, maar uiteindelijk juist bleken te zijn. Grotendeels. Al duurde het tot de Amerikanen en Fransen atoomproeven gingen uitvoeren op Zuidzee-atollen, voor de geleerden beamen konden dat riffen vaak ontstaan door bewegingen in de aardkost.

Harde wetenschap is niet goedkoop. Bewijs was voor Darwin’s theorie pas te leveren toen de militairen een nieuw speeltje hadden bedacht.

Even dacht ik door deze opening een nieuwe hervertelling van Darwin te lezen te krijgen. Steve Jones deed er eerder zo al twee. Maar dat bleek niet het geval.

Coral pakte simpelweg uit een boek over het leven, maar ditmaal bekeken vanuit dat ene onderwerp: koraal. Dus gaat het over alles, omdat Jones de man niet is om zich te laten beperken door een onderwerp. Van leven op microscopisch niveau gaat het, tot de vraag waarom kwallen wel eeuwig leven, en de mens nog niet, tot de betekenis van koraalriffen van vroeger voor de olieproductie van nu. En alles even informatief én briljant beschreven.

Goed, dan eindigt het boek uiterst somber. Van alle koraalriffen wordt maar twintig procent niet bedreigd. Daar is een metafoor in te zien, van hoe het met de gezondheid van alle leven op aarde staat. Maar een boek over leven kan nu eenmaal niet ook zonder dood. Ergens. Lijkt me.

Steve Jones, Coral
A Pessimist in Paradise

242 pagina’s
Abacus 2008, oorspronkelijk 2007

Steve Jones
In the Blood

Puur dankbaar ben ik, voor een boek als dit. Steve Jones stelt er namelijk precies de vragen in die Matt Ridley zo pijnlijk vergat in diens Nature via Nurture. Bovendien geeft Jones duidelijk aan wat de ethische consequenties kunnen zijn van die vragen over erfelijkheid, zonder daarbij nu meteen de antwoorden te weten.

In the Blood was het boek bij een TV-serie. Vandaar waarschijnlijk dat het zeer rijk geïllustreerd werd. Tegelijk mag het boek genoeg heten om volkomen op zichzelf te kunnen staan.

De auteur Steve Jones is geneticus. Een slakkenexpert werd hij. Redelijk noodgedwongen, omdat juist het genoom van slakken zo veel mogelijkheden tot onderzoek bood; niet om zijn liefde voor het beest. Maar voor dit boek moest hij ineens vragen over onze cultuur gaan stellen, terwijl veel van die vragen uit biologisch opzicht nogal onnozel zijn.

Zo is daar die eeuwige kwestie dat sommige mensen zich erop voorstaan van een beroemd iemand af te stammen — en wat een raar afgeleid soort glorie is dat toch. Maar als een historische personage lang geleden leefde, is het eerder uitzonderlijk om er geen familie van te zijn, dan wel.

Interessanter wordt deze vraag wel als het niet om de afstamming van éen persoon gaat, maar om de afstamming van groepen of stammen. Voor het eerst sinds Columbus de invasie voorbereidde, hebben de Indianen in de Amerika mogelijkheden om rijk te worden. Zij mogen casino’s uitbaten, en benzine zonder accijnzen verkopen. En prompt noemen zich desgevraagd vele Amerikanen meer zich Indiaan dan een paar decennia terug. Al heeft zeker een kwart van hen geen enkele Indiaanse voorouder, en horen die dus hoogstens tot de Wannabe-stam.

Door zijn meditaties over dit onderwerp brengt Jones vele voor mij nieuwe feiten aan het licht. Zoals dat er miljoenen minder Joden zijn buiten Israël, dan in de jaren vijftig. En dan niet omdat deze allemaal geëmigreerd zouden zijn. Maar er wordt domweg minder binnen eigen kring getrouwd, en vele kinderen of kleinkinderen noemen zich na verloop van tijd niet langer Joods.

Net zo is er in Europa veel minder inteelt, met alle bijbehorende problemen, dan tachtig jaar geleden.

Maar het boeiendst vond ik de vragen die Jones stelde over erfelijkheid en de invloed daarvan iemands gedrag. Zelfs al heeft hij daarbij het grote voorbehoud dat uitspraken over iemands toerekeningsvatbaarheid niet door de wetenschap kunnen worden gedaan, maar per geval in de rechtszaal moeten plaatsvinden. Al geldt hierbij ook weer dat de strafsystemen in het ene land afwijken van de visie die in een ander land normaal is.

Punt is wel dat kinderen die een gedrag vertonen dat van het gemiddelde afwijkt, steeds makkelijker als de toekomstige criminelen worden gezien. Waarop dit gedrag vaak met medicijnen wordt aangepast. Maar is dat nu nuttig? Is het niet schadelijk? Zijn er alternatieven?

Als Jones iets doet met dit boek, dan wel aangeven dat er tal van vraagstukken over erfelijkheid bestaan die misschien eens wat breder besproken moeten worden. Met de voorwaarde tegelijk, dat al te stellig oordelen misschien niet eens kan, want waarschijnlijk sterk cultuurgebonden is.

Politici die in deze menen regelingen te kunnen instellen op basis van wat bronstijdvolkjes ooit hebben vastgelegd aan moraal, hebben er alleen daarom al niets van begrepen.

Steve Jones, In the Blood
God, Genes and Destiny

302 pagina’s
Flamingo, 1997

Steve Jones
Single Helix

Het is voor u maar goed dat ik pas over boeken schrijf als ze helemaal uit zijn. Aan deze bundel met columns over de wetenschap had ik tijdens het lezen al tientallen postjes kunnen wijden. Uit enthousiasme. Zo goed vind ik Jones schrijven.

Deze Steve Jones – er zijn nogal wat auteurs van dezelfde naam – is een bioloog van Welshe afkomst; gespecialiseerd in de genetica van slakken. Nu hebben biologen tijdens hun opleiding op zijn minst al geleerd om goed te kijken. Dat is hier weleens eerder opgemerkt. Maar deze heeft dan ook nog de intelligentie om moeilijke zaken helder uit te leggen, en een benijdenswaardig vanzelfsprekende manier om hard en geestig te formuleren.

Bovendien beperkt hij zich niet tot de biologie. De honderd columns in deze bundel gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen. Soms is Jones daarin ieders favoriete leraar, als hij nu eindelijk eens uitlegt wat iedereen allang had willen begrijpen over harde wetenschap. Vaak ook verklaart hij iets uit het dagelijkse leven met ergens pas uitgevonden kennis.

En ik houd gewoon van schrijvers die hun stukken met een openingssalvo durven te beginnen:

When it comes to statistics, there are lies, damned lies, and the tobacco industry. [113]

Kortom, dit is een boek met inhoud en intelligentie, en stijl. Niet alleen was lezen een genot, Jones leerde mij ook regelmatig om voortaan met een net iets andere blik naar de werkelijkheid te kijken.

Een boek als dit heeft wel éen nadeel. Ik ben voor weken verpest. Andere auteurs lijken ineens nogal moeizaam te schrijven, en hoe oppervlakkig is het niet wat ze behandelen daarbij.

Steve Jones, The Single Helix
A Turn Around the World of Science

321 pagina’s
Abacus © 2005


Steve Jones
Y

Charles Darwin publiceerde in 1871 The Descent of Men. Dit was het werk waarin hij zijn ideeën over evolutie toespitste op de ontwikkeling van de mens. Geneticus Steve Jones nam de structuur van Darwin’s boek over, maar vulde die in met de biologische kennis van nu.

En daarmee wordt de originele titel dubbelzinnig. Waar Darwin nog schreef over ‘de afstamming van de mensheid’, lijkt Jones het vooral over ‘de neergang van de man’ te hebben.

Bijna elke aanspraak dat mannen het sterke geslacht zouden zijn, wordt door dit boek grondig onderuit gehaald. Wat dit betreft wordt het ineens merkwaardig dat bioloog Maarten ’t Hart zo weinig vakkennis heeft gebruikt in zijn pamflet tegen het feminisme waar ik hier laatst ook iets over schreef.

Steve Jones wijst er terloops op dat de man al snel overbodig zal zijn, nu de techniek er is om zoogdieren te klonen. Voor de menselijke voortplanting hoeft dra geen zaad meer gebruikt te worden. En anders laat de natuur vanzelf de man wel uitsterven over enige miljoenen jaren, vanwege dat zo merkwaardig zwakke Y-chromosoom.

[Why? Zoals die dubbelzinnige titel ook te lezen is…]

Ik heb dit boek veel langzamer gelezen dan ik normaal ben te doen. Dat was om er van te kunnen genieten. Steve Jones heeft een bijzonder vermogen om tamelijk technische informatie helder over te brengen, en daarbij ook nog eens zo amusant te zijn dat wat hij meedeelt beklijft.

Het boek is ook veel rijker dan ik in die paar woorden hier bij machte ben aan te geven. Wie de man goed wil beschrijven, moet daarbij namelijk ook vergelijkingen trekken met andere mannetjesbeesten in de dierenwereld. Of de cultuur behandelen waarin die man zo’n uitverkoren positie inneemt.

Alhoewel, uitverkoren… Het hoofdstuk over het besnijden van jongetjes bijvoorbeeld was lang niet altijd even prettig om te lezen. Hoe grappig het dan ook weer is om te weten dat Theresa van Avila de voorhuid van Jezus als trouwring droeg.

* extra: er is een website gewijd aan Y

Steve Jones, Y
The Descent of Men

280 pagina’s
Abacus © 2003, oorspronkelijk 2002