Kafka ~ Robert Crumb & David Mairowitz

Er waren twee dingen die mij nogal stoorden aan dit boek, hoe goed het verder ook is.

De grootste barrière bleek toch dat Robert Crumb er verschillende malen nogal matige tekeningen voor heeft afgeleverd. Zijn kennis van de menselijke anatomie lijkt dan tekort te schieten, en dat stoort. Misschien komen al die ongelukkig getekende mensjes ook omdat hij nooit eerst schetsen in potlood schijnt te maken, en hup meteen in inkt werkt. Maar dan nog. Het verschil tussen de tekeningen waarvoor hij naar foto’s kon werken, en de momenten dat hij het helemaal zelf moest doen, is soms pijnlijk groot.

Mijn tweede aanmerking is dat de auteur David Mairowitz niet al te hoog inzet. Dit lijkt in toon en aanpak soms een boek voor niet al te veel wetende tieners van de computerspelletjesgeneratie.

En toch.

Het is op een zekere manier ook allemaal wel met liefde gedaan. En dit boek biedt wat mij betreft een goede introductie tot het werk van die gekke Franz Kafka. Ook al wordt dan het ‘Ungeziefer’ uit ‘Die Verwandlung’ wel door Crumb getekend, hoewel de bedenker van die ongelukkige metamorfose terecht vond dat het gruwelijke ongedierte Gregor Samsa nooit getoond moest worden.

Maar ik weet het niet. Ik heb Kafka’s belangrijkste boeken, verhalen en brieven tenminste twee keer gelezen, in het Nederlands en in het Duits. Onbevangen sta ik allang niet meer tegenover hem.

Iets terugzien van dat vuur en de bewondering die er ooit bij mij was, is misschien ook al veel.

Kafka door Robert Crumb
Op tekst van David Zane Mairowitz
175 pagina’s
Uitgeverij Oog & Blik © 2005
vertaling van Introducing Kafka © 1993

 


Nightmare of Reason ~ Ernst Pawel

Er bestaat éen biografie die altijd genoemd wordt als het gaat om hoe dé perfecte schrijversbiografie eruit zou horen te zien. Dat is The Nightmare of Reason van Ernst Pawel.

En dit was ook de reden dat ik dit boek nog eens wilde lezen. Want over de geportretteerde, Franz Kafka [1883 — 1924], was me eerlijk gezegd al meer bekend dan gewenst. Zeldzaam de schrijver van wie ik zo de namen kan opnoemen van elk meisje waar hij mee om is gegaan. Bij Kafka blijkt dat alleen geen probleem.

Ik voel daar altijd een plaatsvervangende gêne bij.

Misschien is het gewoon dat Kafka te weinig geschreven heeft in zijn korte bestaan; dat het daarom ook altijd over dat leven moet gaan.

The Nightmare of Reason beantwoorde in elk geval éen vraag al eens op boeklog gesteld. Kurt Tucholsky was er vroeg bij om als criticus Franz Kafka als geniaal auteur te herkennen. Maar beiden hebben elkaar ook gewoon ontmoet, terwijl ze nog student waren; en toen was er al meteen herkenning.

Verder blijft de receptiegeschiedenis van Kafka’s werk vrijwel geheel buiten het boek. Pawel doet heel slim alsof de lezer dat gedeelte wel kent. Net als dat de inhoud van de verhalen en de onvoltooide romans bekend wordt verondersteld.

De biografie houdt op bij Kafka’s dood, in 1924. Toen nog bijna niemand zijn werk had gelezen.

Max Brod daarentegen, die het testament van Kafka negeerde, en diens manuscripten daarom niet verbrandde, bleek indertijd een Wunderkind te zijn geweest; die wel alom faam genoot. Brod heeft tijdens zijn leven nog meegemaakt dat al zijn roem totaal verbleekte, en hij alleen nog naam had vanwege zijn inspanningen om Franz Kafka bekend te maken.

Daar kon hij goed mee leven, naar het schijnt.

Waar The Nightmare of Reason in uitblonk, voor mij, was de wereld die Ernst Pawel me liet zien. Veel moeite heeft de auteur gedaan om te tonen wat er zoal leefde in Praag, rond de eeuwwisseling. Hoe het zat met de joodse middenstand daar, en het antisemitisme; Wat het er betekende om van huis uit Duits te spreken en schrijven, en niet de volkstaal; En wat er veranderde na de Grote Oorlog, toen de Oostenrijk-Hongaarse Dubbelmonarchie ineenstorte, en Kafka’s woonplaats plots de hoofdstad werd van een onafhankelijk land, dat bovendien op het Tsjechisch overging als voertaal.

Maar verder was Franz Kafka te weinig uitgesproken als persoon om de biograaf veel te geven om op te kluiven. Vanzelfsprekend, Kafka was Joods, alleen werd hij geen Zionist, anders dan Max Brod, en zo veel meer van zijn tijdgenoten.

Ernst Pawel stelt in de biografie tegelijk dat Kafka’s werk alleen door een Jood in het begin van de twintigste eeuw in Praag geschreven had kunnen worden, terwijl hij telkens bewijzen vindt die tonen dat de geportretteerde zelden met de modes van zijn tijd meewaaide.

Het tekent de onmacht van de latere bewonderaars dat ze alles reconstrueren moeten, en alles een interpretatie is, omdat die Tweede Wereldoorlog er nog overheen zou gaan, en zo veel vernietigde.

Alleen verzucht Pawel ook dat het zo jammer is dat de toneelstukjes verloren zijn gegaan die Franz Kafka als kind schreef voor zijn jongere drie zusjes, en dat gemis voel ik dan niet.

Ik kan na lezing best begrijpen waarom The Nightmare of Reason voor zovelen hét voorbeeld is van de geslaagde schrijversbiografie. Het boek toont de grote vlijt aan van de onderzoeker. Die daarbij alleen de pech had dat zijn onderwerp zich wat moeilijk vangen liet. Want waar het werk zeer uitgesproken is, was Kafka zelve dat zeker niet.

Toch had ik niet dit boek moeten lezen, en ware het beter geweest de Duitse vertaling op te zoeken. Dan hadden de vele en lange citaten die Pawel opnam uit Kafka’s dagboeken en brieven er tenminste in diens eigen woorden gestaan. Nu kreeg ik enkel Engelse vertalingen voorgezet, en ontbrak het aan bijlagen achterin waaraan de originele tekst kon hebben gestaan. Daarmee lag er toch een filter over diens taal; terwijl Kafka’s eigen woorden nu net het meest interessant zijn aan de man.

Ernst Pawel, The Nightmare of Reason
466 pagina’s
Harvill Press, 1984

Verraden testamenten ~ Milan Kundera

Kafka moet de schrijver zijn die de meeste kastruimte inneemt bij mij, in verhouding tot de bestede tijd. Vele malen meer boeken bezit ik van en over hem dan ik ooit zal lezen.

Met zijn verzamelde prozawerk lijkt me alles wel gezegd ook.

En delen daarvan heb ik wel degelijk meerdere malen gelezen.

Maar dat dagboek van hem, of al die brievenverzamelingen, zoals dat indertijd vreselijk dure deeltje privé-domein over de correspondentie met Max Brod. Ze voegen niets toe. Nee. Doen eerder af.

Hoogstens is er buiten het proza nog die ontroerende brief aan zijn vader — waarvan het me tegelijk plaatsvervangende schaamte geeft om me die woorden überhaupt te kunnen lezen.

Zwijg ik nog over iedereen die meende Kafka te moeten gaan uitleggen.

En in die zin keek ik er niet naar uit om Verraden testamenten van Milan Kundera te herlezen — dat alleen al in de titel lijkt te verwijzen naar de ontrouw van Max Brod aan zijn vriend Franz Kafka; door diens werk niet zoals gewenst te verbranden na zijn dood. Brod zag er juist een levenstaak in Kafka te promoten.

Kundera vindt net als ik de publicatie van de brief aan Kafka’s vader, die de man zelf nooit durfde te versturen, verraad. Maar die daad wordt nog afgedaan in een enkele zin.

Een nog groter verraad van Brod aan zijn vriend lijkt te geweest dat hij Kitsch van Kafka heeft gemaakt. Toonaangevend voor het beeld dat wij van Franz Kafka hebben, schijnt de sleutelroman te zijn die Brod aan hem wijdde. En waaraan hij als heilige voorkomt.

Is vanzelfsprekend hierover dan weer op te merken dat Milan Kundera allergisch voor Kitsch is — net als alle overige interpretatoren altijd eigen vooroordelen aanbrengen in hun waarnemingen.

Verraden testamenten gaat overigens ook over het werk van Gombrowicz, of over de componist Janáček. Onder meer. Die zich weliswaar van een medium bediende dat geen vertaling nodig had om begrepen te worden, en toch zo veel minder bekend werd buiten eigen land dan Kafka.

Timing bepaalt soms alles.

Janáček begon met traditionele muziekstukken om langzamerhand tot grotere abstractie over te gaan. En hoewel hij modernistisch werd vanuit een heel ander uitgangspunt dan Alban Berg of Schönberg werden deze bekender dan hem in deze stroming, omdat hij later was.

Biedt deze bundel ook al de kern verschillende ideeën, die Kundera later beter heeft uitgewerkt in het lange essay Le rideau [Het doek].

Zo ziet hij de ontwikkeling van de roman graag pan-Europees; waarbij verschillende streken telkens avant-garde zijn, waarop andere gebieden het voortouw overnemen.

Volgens Kundera kon de Russische roman bloeien door de kennis daar van de toonaangevende Franse fictie. Waarna de Scandinavische roman verderging op waar de Russen waren gekomen.

Alleen noemt hij dan geen enkele maal de namen van die Scandinavische giganten, of de titels van hun werk.

En ook spreekt Kundera’s idee een ander stokpaardje tegen van hem — dat van de weinig benijdenswaardige positie van de kleine Europese landen. Want had Milan Kundera ooit zo veel van over de grens gelezen ware het Tsjechisch geen kleine taal geweest; waardoor er voor de uitgevers veel buitenland was om uit te vertalen?

Neemt niet weg dat het raadsel blijft waarom ik Kundera wel met graagte over ‘de roman’ zie filosoferen, en daar bij zo veel Nederlandse anderen enorme moeite bij houdt.

Milan Kundera, Verraden testamenten
Essays over de kunst van de roman

248 pagina’s
Ambo 2013, oorspronkelijk 1994
vertaling door Piet Meeuse en Martin de Haan van Les testaments trahis, 1993